<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2015:1009</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T07:44:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-02-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12/666212-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2015:1009">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2015:1009</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-02-23T14:04:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2015:1009 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 23-02-2015 / 12/666212-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2015:1009:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wielrenner in aanrijding gekomen met de aanhanger van een tractor. Als gevolg hiervan is de wielrenner overleden. Voordat verdachte de tractor ging besturen heeft hij niet gecontroleerd of de knipperlichtverlichting functioneerde. Ook heeft hij niet voldoende gekeken of het fietspad vrij was. Hierdoor is het aan zijn schuld te wijten dat het verkeersongeval zich heeft voorgedaan (art. 6 WVW).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2015:1009:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/666212-13  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer d.d. 23 februari 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1942 te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende te [adres]</para>
      <para>raadsman mr. Milo, advocaat te Tilburg</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 februari 2015, waarbij de officier van justitie, mr. Paapen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht ter zake dat</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij, op of omstreeks 05 april 2013, te Esbeek, gemeente Hilvarenbeek, </para>
      <para>althans in elk geval in de gemeente Hilvarenbeek, als</para>
      <para>verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig</para>
      <para>(landbouwtrekker, waarmede een aanhangwagen werd voortbewogen),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>daarmede rijdende over de weg, de Lage Mierdseweg en voornemens, gezien de</para>
      <para>rijrichting, "naar rechts" de weg, de Hoogeindsestraat op/in te rijden</para>
      <para>(waarbij hij, verdachte, met dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig</para>
      <para>een, parallel aan die weg, de Lage Mierdseweg, gelegen (verplicht) fietspad</para>
      <para>diende te kruisen),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval</para>
      <para>heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval in hoge, althans</para>
      <para>aanzienlijke mate onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of onnadenkend en/of</para>
      <para>ondeskundig,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- zonder (behoorlijk/tijdig) te kennen te geven dat hij, verdachte, met dat</para>
    <parablock>
      <para>door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig, voornemens was, gezien de</para>
      <para>rijrichting, "naar rechts" af te slaan (in de richting van genoemde weg, de</para>
      <para>Hoogeindsestraat)</para>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para>- zonder het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig (behoorlijk/tijdig)</para>
    <parablock>
      <para>tot stilstand te brengen, althans zonder (behoorlijk/tijdig) het door hem,</para>
      <para>verdachte, bestuurde motorrijtuig af te remmen, teneinde een</para>
      <para>botsing/aanrijdihg met overig, zich op die weg en/of op genoemd fietspad</para>
      <para>bevindend, verkeer te voorkomen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in ieder geval zonder verkeer, dat zich op dat moment op dat fietspad bevond,</para>
      <para>(behoorlijk) voor te laten gaan, met dat door hem, verdachte, bestuurde</para>
      <para>motorrijtuig, gezien zijn, verdachte's, rijrichting, "naar rechts" is gaan</para>
      <para>rijden/sturen (in de richting van voormelde weg, de Hoogeindsestraat), althans</para>
      <para>voormeld fietspad is gaan kruisen, op het moment dat de bestuurder van een</para>
      <para>fiets, rijdende op dat fietspad, zich (zeer) dicht "rechts naast", althans</para>
      <para>zich (zeer) dicht "rechts achter", zijn, verdachte's, motorrijtuig bevond,</para>
      <para>(mede) tengevolge waarvan hij, verdachte, met dat door hem, verdachte,</para>
      <para>bestuurde motorrijtuig (landbouwtrekker, waarmede een aanhangwagen werd</para>
      <para>voortbewogen), in botsing/aanrijding is gekomen met (voormelde bestuurder van)</para>
      <para>die fiets,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>waardoor de bestuurder (genaamd: [slachtoffer]) van genoemde fiets, werd gedood,</para>
      <para>art. 6 Wegenverkeersweg 1994</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling</para>
      <para>mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij, op of omstreeks 05 april 2013, te Esbeek, gemeente Hilvarenbeek, </para>
      <para>althans in elk geval in de gemeente Hilvarenbeek, als</para>
      <para>bestuurder van een motorrijtuig (landbouwtrekker, waarmede een aanhangwagen</para>
      <para>werd voortbewogen), daarmede rijdende op de weg, de Lage Mierdseweg en</para>
      <para>voornemens, gezien de rijrichting, "naar rechts" de weg, de Hoogeindsestraat</para>
      <para>op/in te rijden (waarbij hij, verdachte, met dat door hem, verdachte,</para>
      <para>bestuurde motorrijtuig een, parallel aan die weg, de Lage Mierdseweg, gelegen</para>
      <para>(verplicht) fietspad diende te kruisen),</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- zonder (behoorlijk/tijdig) te kennen te geven dat hij, verdachte, met dat</para>
    <parablock>
      <para>door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig, voornemens was, gezien de</para>
      <para>rijrichting, "naar rechts" af te slaan (in de richting van genoemde weg, de</para>
      <para>Hoogeindsestraat)</para>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para>- zonder het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig (behoorlijk/tijdig)</para>
    <parablock>
      <para>tot stilstand te brengen, althans zonder (behoorlijk/tijdig) het door hem,</para>
      <para>verdachte, bestuurde motorrijtuig af te remmen, teneinde een</para>
      <para>botsing/aanrijdihg met overig, zich op die weg en/of op genoemd fietspad</para>
      <para>bevindend, verkeer te voorkomen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in ieder geval zonder verkeer, dat zich op dat moment op dat fietspad bevond,</para>
      <para>(behoorlijk) voor te laten gaan, met dat door hem, verdachte, bestuurde</para>
      <para>motorrijtuig, gezien zijn, verdachte's, rijrichting, "naar rechts" is gaan</para>
      <para>rijden/sturen (in de richting van voormelde weg, de Hoogeindsestraat), althans</para>
      <para>voormeld fietspad is gaan kruisen, op het moment dat de bestuurder van een</para>
      <para>fiets, rijdende op dat fietspad, zich (zeer) dicht "rechts naast", althans</para>
      <para>zich (zeer) dicht "rechts achter", zijn, verdachte's, motorrijtuig bevond,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>waarna hij, verdachte, met dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig</para>
      <para>(landbouwtrekker, waarmede een aanhangwagen werd voortbewogen), in</para>
      <para>botsing/aanrijding is gekomen met (voormelde bestuurder van) die fiets,</para>
      <para>waarbij genoemde bestuurder (genaamd: [slachtoffer]) van die fiets, ten val is</para>
      <para>gekomen en/of (dodelijk) letsel heeft bekomen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,</para>
      <para>althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,</para>
      <para>althans kon worden gehinderd.</para>
      <para>art 5 Wegenverkeerswet 1994</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een</para>
      <para>veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij, op of omstreeks 05 april 2013, te Esbeek, gemeente Hilvarenbeek, </para>
      <para>althans in elk geval in de gemeente Hilvarenbeek, als</para>
      <para>bestuurder van een motorvoertuig (landbouwtrekker, waarmede een aanhangwagen</para>
      <para>werd voortbewogen), op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Lage</para>
      <para>Mierdseweg, bij het naar rechts afslaan, teneinde  de voor het openbaar</para>
      <para>verkeer openstaande weg, de Hoogeindsestraat, op/in te rijden, een bestuurder</para>
      <para>van een fiets, die, rijdende op het, parallel aan die weg, die Lage</para>
      <para>Mierdseweg, gelegen fietspad, zich (zeer) dicht "rechts naast", althans zich</para>
      <para>(zeer) dicht "rechts achter" hem, verdachte, bevond, niet heeft laten</para>
      <para>voorgaan, waarbij (dodelijk) letsel aan die bestuurder (genaamd: [slachtoffer]) van</para>
      <para>die fiets werd toegebracht en/of schade aan goederen is ontstaan.</para>
      <para>art 18 lid 1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig.</para>
      <para>De rechtbank is bevoegd.</para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Zij baseert zich daarbij op het proces-verbaal verkeersongevallenanalyse volgens welk proces-verbaal naar de opvatting van de officier van justitie is komen vast te staan dat verdachte tijdens de afslaande beweging naar rechts de op het verplichte fietspad rijdende fietser niet voor heeft laten gaan en volgens welk proces-verbaal de richtingaanwijzer aan de rechterzijde van de aanhangwagen niet functioneerde. Daarnaast baseert zij zich op de verklaringen van verdachte en op de verklaringen van de getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3]. Zonder al te veel vaart te minderen is verdachte rechtsaf gereden waarbij hij de fietser niet heeft opgemerkt. De officier van justitie is van mening dat verdachte een grove verkeersfout heeft gemaakt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Allereerst is daartoe aangevoerd dat apert onjuist is de suggestie dat verdachte het slachtoffer niet gezien zou hebben omdat hij naar iemand aan het zwaaien was. </para>
        <para>Aangevoerd is dat verdachte een ervaren chauffeur is en daardoor als het ware routinematig de nodige veiligheid in acht neemt bij deelname aan het verkeer. Verdachte heeft bij het afslaan naar rechts in de spiegel gekeken en tot de spijl van de rechter zijruit naar rechts gekeken maar heeft de fietser desondanks niet waargenomen. Niet vastgesteld is kunnen worden dat verdachte de fietser wel heeft kunnen, dan wel moeten zien. Verder kan naar de opvatting van de verdediging niet vastgesteld worden dat verdachte, voordat hij rechtsaf sloeg, geen richting heeft aangegeven. Verdachte zegt namelijk dat hij dat wel heeft gedaan. Verdachte heeft dan ook geen verkeersfout gemaakt. Geconcludeerd wordt dat het er sterk op lijkt dat sprake is van een ongelukkige en tevens noodlottige samenloop van omstandigheden zodat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde. Voor het geval de rechtbank van oordeel is dat verdachte wel een verkeersfout heeft gemaakt levert deze verkeersfout niet de volgens de wet vereiste mate van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 op. </para>
        <para>Nu voorts geen onderzoek is gedaan naar de zichtbaarheid gericht op de vraag of verdachte  het slachtoffer in zijn spiegels wel heeft kunnen zien - de ongevallenanalyse vermeldt immers dat de spiegels correct waren afgesteld - en nu niet gezegd kan worden dat verdachte heeft gereden met een aanmerkelijke verwaarlozing van de geboden zorgvuldigheid kan hetgeen verdachte subsidiair is tenlastegelegd niet bewezen verklaard worden omdat er geen sprake is van gevaarzettend rijden zodat hij vrijgesproken zal moeten worden. </para>
        <para>Voor het geval de rechtbank mocht oordelen dat genoegzaam is komen vast te staan dat verdachte het slachtoffer wel had moeten of kunnen zien, refereert de verdediging zich ten aanzien van hetgeen verdachte subsidiair is tenlastegelegd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van hetgeen verdachte meer subsidiair is tenlastegelegd is de verdediging van mening dat verdachte geen verwijt gemaakt kan worden zodat sprake is van afwezigheid van alle schuld.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Op 5 april 2013 heeft op het kruispunt van de Lage Mierdseweg en de Hoogeindsestraat in Esbeek (gemeente Hilvarenbeek) een verkeersongeval plaatsgevonden<footnote-ref linkend="_441a50a4-d125-451b-92d4-a261114db423" />. Dit kruispunt is een gelijkwaardig kruispunt, aangeduid met verkeersbord J8 (gevaarlijk kruispunt). Het vrij liggende fietspad naast de Lage Mierdseweg is aangeduid als een verplicht fietspad. De fietsoversteekplaats is door middel van kanalisatiestrepen op het wegdek kenbaar gemaakt<footnote-ref linkend="_4c15e9f5-7a0d-4998-883e-7f4f9fdbad35" />. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte reed in een combinatie van een tractor met mengvoerwagen op de Lage Mierdseweg in de richting van de Hoogeindsestraat. Kort daarvoor was hij deze combinatie gaan besturen. Hij heeft toen niet vooraf gekeken of de verlichting en de richtingaanwijzers goed functioneerden<footnote-ref linkend="_4c27525c-9b14-4db4-bb8c-e8bc5096b4ac" />. Ter plaatse is hij heel goed bekend met de verkeerssituatie. Bij de politie heeft hij aangegeven dat aan weerskanten van de weg een van de rijbaan afgescheiden fietspad ligt<footnote-ref linkend="_9a23fc82-b363-4183-8358-0025d6a70314" />. Op geen enkel moment is zijn zicht belemmerd geweest.</para>
        <para>Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij met een snelheid van ongeveer 30 km/u over de Lage Mierdseweg reed. Omdat hij rechtsaf de Hoogeindsestraat in wilde rijden heeft hij het gaspedaal losgelaten waarna de tractor op de motor remde waarna hij met een snelheid van onder de 20 km/u de afslag heeft genomen<footnote-ref linkend="_7bc31861-3a5d-4608-99b0-c4f69afbbaa1" />. Voordat hij de afslag nam heeft hij in de spiegel van de tractor gekeken waarbij hij door het rechterraam van de tractor haaks naar rechts zicht had tot aan de spijl. Schuin achter zich heeft hij toen geen zicht gehad, hij heeft zijn hoofd niet naar achteren gedraaid om zo zijn blikveld ook naar achteren te verruimen.  Toen verdachte de bocht om was zag hij een persoon in wielrentenue hevig zwaaien. Hij is toen gestopt waarna hij het slachtoffer, de hem bekende [slachtoffer], ernstig gewond op de weg zag liggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij die middag samen met zijn collega’s [slachtoffer] en [getuige 2] is gaan wielrennen. Toen zij op het fietspad op de Lage Mierdseweg fietsten zag hij twee landbouwvoertuigen<footnote-ref linkend="_55383e71-0e33-49d6-9ee5-a276e57f2b71" />. Op het moment dat zij de Hoogeindsestraat naderden fietste het slachtoffer [slachtoffer] aan zijn linkerzijde. Ongeveer 5 meter voor de kruising met de Hoogeindsestraat hield hij de eerste tractor in de gaten. Vlak vóór de kruising zag hij - toen ze ter hoogte van de aanhangwagen waren - dat deze tractor rechtsaf sloeg. Hij zag dat [slachtoffer] hem links voorbij het kruisingsvlak opreed en niet meer tijdig kon remmen waarna [slachtoffer] tegen de aanhanger van de tractor botste waardoor hij ten val kwam en overreden werd door de aanhanger van de tractor. </para>
        <para>Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij op de hoofdweg achter de aanhanger van de voorste tractor reed en [slachtoffer] en [getuige 3] op het fietspad<footnote-ref linkend="_b37ed28f-4e58-47d3-aad4-39fc80ca3945" />. De tractor sloeg plotseling rechtsaf. [slachtoffer] probeerde nog te remmen maar hij wist niet tijdig tot stilstand te komen. Hij kwam met zijn bovenlichaam tegen het voorste gedeelte van de aanhanger aan waardoor hij ten val kwam waarna hij werd overreden door de aanhanger. Gevraagd naar de positie van [slachtoffer] en [getuige 3] heeft hij verklaard dat zij voor het afslaan van de tractor schuin voor hem (de rechtbank begrijpt schuin rechts voor hem) ongeveer ter hoogte van de voorkant van de aanhanger reden. Op het moment van afbuigen van de tractor bevonden zij zich iets verder naar achteren. Verder heeft hij verklaard dat hij duidelijk geen knipperlichten en remlichten heeft gezien, niet bij de aanhanger maar ook niet bij de tractor, iets waar je als wielrenner goed op let.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij technisch onderzoek aan de aanhanger (de mengvoerwagen) is vastgesteld dat het vensterglas en de bekabeling van de rechter verlichtingsunit ontbraken<footnote-ref linkend="_e9271b13-12f3-49e9-98f6-76c8c4c792f0" />.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De bestuurder van de fiets, de heer [slachtoffer], is op 5 april 2013 aan de gevolgen van het bij dit verkeersongeval opgelopen letsel overleden. Op basis van de bij de lijkschouw aangetroffen letsels werd door de forensisch arts als vermoedelijke doodsoorzaak gesteld: “hoog energetisch trauma (verbloeding). De aangetroffen letsels waren passend bij overrijden door een voertuig”<footnote-ref linkend="_c4ad0d79-4e57-401e-b287-01d6448ef5dc" />.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Is sprake van schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (onder meer NJ 2005, 252) valt in zijn algemeenheid niet aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor een bewezenverklaring van schuld in de zin voornoemd artikel. Daarvoor zijn verschillende factoren van belang, zoals de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag kan schuld in vorenbedoelde zin niet reeds worden afgeleid.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van de hiervoor aangehaalde feiten en omstandigheden stelt de rechtbank vast dat de kruising Lage Mierdseweg en de Hoogeindsestraat een gevaarlijke kruising is die ook als zodanig middels verkeersbord J8 is aangegeven. Dit bord brengt met zich mee dat een verkeersdeelnemer extra alert moet zijn. Verdachte was zich hiervan ook bewust omdat hij de situatie ter plaatse kent. Verder stelt de rechtbank vast dat verdachte, voordat hij de tractor ging besturen, niet heeft gecontroleerd of de verlichting van de tractor en de aanhanger, waaronder de knipperlichten, functioneerde. Tevens stelt de rechtbank vast dat het vensterglas en de bekabeling van de rechter achterunit van de aanhanger ontbraken </para>
        <para>- hetgeen op het eerste gezicht reeds waarneembaar is - en zodoende ook niet konden werken. Verdachte heeft weliswaar bij de politie aangegeven dat hij “in zijn beleving” richting naar rechts heeft aangegeven, vastgesteld moet echter worden dat hij - ervan uitgaande dat hij tijdig richting heeft aangegeven - niet behoorlijk richting heeft aangegeven omdat de knipperlichtverlichting van de aanhanger niet functioneerde. Verdachte had dit kunnen weten door dit vooraf te controleren. Dit geldt temeer nu het vensterglas van het knipperlicht ontbrak, zodat zichtbaar was dat er mogelijk iets aan mankeerde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder stelt de rechtbank vast dat verdachte niet voldoende heeft gekeken of er fietsers aankwamen. Hij had gezien zijn geringe snelheid wel alert moeten zijn op de mogelijkheid van ander verkeer dat hem het over het fietspad rechts zou kunnen passeren. Hij heeft weliswaar in de spiegel gekeken - en zoals hij ter zitting aangeeft door het rechter raam van de tractor naar rechts tot aan de spijl - maar niet verder dan haaks naast zich en dus niet (schuin) achter zich. Uit de foto’s op pagina 39 en pagina 40 van de ongevallenanalyse maakt de rechtbank op dat bij zicht door de zijruit rechts de aanhanger niet waarneembaar is en bij zicht door de achterruit wel. Als verdachte goed over zijn rechter schouder en door de achterruit van de tractor had gekeken, en zo nodig door te stoppen vóórdat hij daadwerkelijk naar rechts ging afslaan, had verdachte de wielrenners kunnen en moeten zien mede gelet op de omstandigheid dat sprake is van een open cabine van de tractor die rondom zich geeft. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat verdachte - volgens vergelijkbare gevallen in de jurisprudentie - in aanzienlijke mate - en niet zoals de officier van justitie stelt in hoge mate - onvoorzichtig en onachtzaam is geweest door niet te controleren of de knipperlichtverlichting functioneerde en door niet voldoende te kijken of het fietspad vrij was. Hierdoor is het aan zijn schuld te wijten dat het verkeersongeval zich heeft voorgedaan zodat hetgeen verdachte primair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen verklaard kan worden. Aan bespreking van de verweren van de raadsman ter zake van het subsidiaire en meer subsidiaire komt de rechtbank dan ook niet meer toe. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">primair</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">hij,</emphasis> op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 05 april 2013, te Esbeek, gemeente Hilvarenbeek, </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">althans in elk geval in de gemeente Hilvarenbeek,</emphasis> als</para>
        <para>verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig</para>
        <para>(landbouwtrekker, waarmede een aanhangwagen werd voortbewogen),</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>daarmede rijdende over de weg, de Lage Mierdseweg en voornemens, gezien de</para>
        <para>rijrichting, "naar rechts" de weg, de Hoogeindsestraat <emphasis role="strike-through">op/</emphasis>in te rijden</para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">(</emphasis>waarbij hij, verdachte, met dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig</para>
        <para>een, parallel aan die weg, de Lage Mierdseweg, gelegen (verplicht) fietspad</para>
        <para>diende te kruisen<emphasis role="strike-through">)</emphasis>,</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval</para>
        <para>heeft plaatsgevonden door <emphasis role="strike-through">roekeloos, in elk geval</emphasis> in <emphasis role="strike-through">hoge, althans</emphasis></para>
        <para>aanzienlijke mate onvoorzichtig en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> onachtzaam <emphasis role="strike-through">en/of onnadenkend en/of</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">ondeskundig</emphasis>,</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- zonder <emphasis role="strike-through">(</emphasis>behoorlijk<emphasis role="strike-through">/tijdig)</emphasis> te kennen te geven dat hij, verdachte, met dat</para>
      <parablock>
        <para>door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig, voornemens was, gezien de</para>
        <para>rijrichting, "naar rechts" af te slaan (in de richting van genoemde weg, de</para>
        <para>Hoogeindsestraat)</para>
        <para>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">- zonder het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig (behoorlijk/tijdig)</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">tot stilstand te brengen, althans zonder (behoorlijk/tijdig) het door hem,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">verdachte, bestuurde motorrijtuig af te remmen, teneinde een</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">botsing/aanrijdihg met overig, zich op die weg en/of op genoemd fietspad</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">bevindend, verkeer te voorkomen,</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">in ieder geval</emphasis> zonder verkeer, dat zich op dat moment op dat fietspad bevond,</para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">(</emphasis>behoorlijk<emphasis role="strike-through">)</emphasis> voor te laten gaan, met dat door hem, verdachte, bestuurde</para>
        <para>motorrijtuig, gezien zijn, verdachte's, rijrichting, "naar rechts" is gaan</para>
        <para>rijden/sturen (in de richting van voormelde weg, de Hoogeindsestraat) <emphasis role="strike-through">althans</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">voormeld fietspad is gaan kruisen,</emphasis> op het moment dat de bestuurder van een</para>
        <para>fiets, rijdende op dat fietspad, <emphasis role="strike-through">zich (zeer) dicht "rechts naast", althans</emphasis></para>
        <para>zich <emphasis role="strike-through">(zeer)</emphasis> dicht "rechts achter", zijn, verdachte's, motorrijtuig bevond,</para>
        <para>(mede) tengevolge waarvan hij, verdachte, met dat door hem, verdachte,</para>
        <para>bestuurde motorrijtuig (landbouwtrekker, waarmede een aanhangwagen werd</para>
        <para>voortbewogen), in <emphasis role="strike-through">botsing/</emphasis>aanrijding is gekomen met <emphasis role="strike-through">(</emphasis>voormelde bestuurder van<emphasis role="strike-through">)</emphasis></para>
        <para>die fiets,</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>waardoor de bestuurder <emphasis role="strike-through">(</emphasis>genaamd: [slachtoffer]<emphasis role="strike-through">)</emphasis> van genoemde fiets, werd gedood.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een werkstraf van 200 uren, te vervangen door 100 dagen hechtenis en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft verzocht, mocht de rechtbank tot strafoplegging komen, de zaak af te doen zonder reclasseringsbemoeienis en zonder oplegging van bijzondere voorwaarden. Aangevoerd is dat verdachte nog steeds bezig is met de verwerking van het dodelijke ongeval. Voor hem is het van groot belang dat hij vooral bezig kan blijven zodat hij in staat is zijn gedachten af te leiden. In dat verband zou een onvoorwaardelijke rijontzegging extra zwaar aankomen omdat hij daardoor zou worden belet zijn activiteiten uit te voeren. Mocht de rechtbank overwegen een rijontzegging op te leggen, dan wordt verzocht dit in voorwaardelijke vorm te doen.  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Op 5 april 2013 heeft zich een dramatisch ongeval voorgedaan. Door verkeersfouten van de verdachte is de heer [slachtoffer] in aanrijding gekomen met de aanhanger van de door verdachte bestuurde tractor toen deze naar rechts afsloeg. Als gevolg van dit ongeval is de heer [slachtoffer] komen te overlijden. Door dit ongeval is groot en onherstelbaar leed toegebracht aan de nabestaanden van de heer [slachtoffer]. Dit blijkt ook uit de ter zitting voorgelezen schriftelijke slachtofferverklaring van zijn weduwe. Zijn dood is voor de familie zeer ingrijpend geweest en kwam geheel onverwacht. Dagelijks ondervinden zij het gemis van hun geliefde. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ook op verdachte heeft het ongeval grote impact. Hij zal moeten leven met de gedachte dat door zijn schuld de heer [slachtoffer] het leven heeft gelaten. Nu, bijna 2 jaar na het ongeval, is verdachte nog dagelijks bezig met het verwerken van het ongeval. Hiermee houdt de rechtbank bij de bepaling van de soort en de hoogte van de op te leggen straf rekening. Verder houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest voor soortgelijke feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor de straftoemeting merkt de rechtbank op dat de “schuld” in de zin van artikel 6 van de WVW 1994 ziet op de relatie tussen het gedrag van de verkeersdeelnemer en het verkeersongeval. De “schuld” heeft geen betrekking meer op de relatie tussen het gedrag van de verkeersdeelnemer en de gevolgen van het verkeersongeval. De straftoemeting ziet daarom voornamelijk op de verkeersfouten die verdachte in dit geval heeft gemaakt waarbij het gevolg van het verkeersongeval - de dood van de heer [slachtoffer] - volgens de WVW 1994 een strafverhogende omstandigheid is. Binnen deze context dient de rechtbank de onderhavige verkeersfouten die verdachte heeft gemaakt in de straftoemeting te beoordelen.        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De door de officier van justitie gevorderde taakstraf voor de duur van 200 uren doet naar het oordeel van de rechtbank binnen de hiervoor geschetste context en de overige hiervoor geschetste omstandigheden voldoende recht aan de ernst van het feit en de persoon van verdachte. Met de verdediging, de officier van justitie en de reclassering is de rechtbank van oordeel dat reclasseringsbemoeienis niet aangewezen is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naast een op te leggen taakstraf is de rechtbank van oordeel dat, gelet op het onvoorzichtige en onachtzame rijgedrag van verdachte, hem - hoewel het in de rede had gelegen het rijbewijs gelijk na het verkeersongeval  in te vorderen - gelet op de ernst van het feit alsnog een ontzegging van de rijbevoegdheid dient te worden opgelegd. De rechtbank zal - mede gelet op het tijdsverloop - de officier van justitie niet geheel volgen in haar eis, maar zij zal bij het bepalen van de duur van de ontzegging gedeeltelijk rekening houden met hetgeen door de verdediging hieromtrent is aangevoerd. Gelet op de ernst van het feit acht de rechtbank een geheel voorwaardelijke ontzegging echter niet passend. De rechtbank zal een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar opleggen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175, 178, 179 en 188 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <para>
      <emphasis role="italic">Primair: </emphasis>	overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood;</para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een taakstraf van 200 uren</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast van <emphasis role="bold">100 dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Maatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de rijontzegging niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Volkers, voorzitter, mr. Van der Weide en mr. Ebben, rechters, in tegenwoordigheid van Van den Goorbergh, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 23 februari 2015.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_441a50a4-d125-451b-92d4-a261114db423" label="1">
    <para>Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met dossiernummer PL204K 2013066981 van politie Midden- en West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 33, met bijlage.</para>
    <para> Het proces-verbaal Verkeersongevallenanalyse, pagina 4 van de bijlage bij voornoemd eindproces-verbaal.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4c15e9f5-7a0d-4998-883e-7f4f9fdbad35" label="2">
    <para> Het proces-verbaal Verkeersongevallenanalyse, pagina 9 van de bijlage bij voornoemd eindproces-verbaal.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4c27525c-9b14-4db4-bb8c-e8bc5096b4ac" label="3">
    <para> De verklaring van verdachte ter zitting van 9 februari 2015.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9a23fc82-b363-4183-8358-0025d6a70314" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 31 van voornoemd eindproces-verbaal.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7bc31861-3a5d-4608-99b0-c4f69afbbaa1" label="5">
    <para> De verklaring van verdachte ter zitting van 9 februari 2015.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_55383e71-0e33-49d6-9ee5-a276e57f2b71" label="6">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3], pagina 12 van voornoemd eindproces-verbaal. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b37ed28f-4e58-47d3-aad4-39fc80ca3945" label="7">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] door de rechter-commissaris.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e9271b13-12f3-49e9-98f6-76c8c4c792f0" label="8">
    <para> Het proces-verbaal Verkeersongevallenanalyse, pagina 36 van de bijlage bij voornoemd eindproces-verbaal.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c4ad0d79-4e57-401e-b287-01d6448ef5dc" label="9">
    <para> Het proces-verbaal Verkeersongevallenanalyse, pagina 42 van de bijlage bij voornoemd eindproces-verbaal.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>