<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2014:9525</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-31T20:33:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-04-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">2137242 CV EXPL 13-3427</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Bergen op Zoom</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2014:9525">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2014:9525</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-31T15:49:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2014:9525 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 23-04-2014 / 2137242 CV EXPL 13-3427</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2014:9525:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>eiseres niet ontvankelijk verklaard in haar vordering. Dagvaarding is incompleet en de stellingen daarin zijn onvoldoende toegelicht en onderbouwd</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2014:9525:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="60776d44-0864-4e3b-9754-be62f34a20db" depth="68" width="96" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para>Kanton</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bergen op Zoom </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak/rolnr.: 2137242 CV EXPL 13-3427</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis d.d. 23 april 2014 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de stichting Stichting Pensioenfonds ABP</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Heerlen,</para>
      <para>eiseres in conventie, verweerster in reconventie,  </para>
      <para>gemachtigde: thans mr. L.G. van Ek, advocaat te Heerlen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [voornamen gedaagde] [gedaagde]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] , [adres] ,</para>
      <para>gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, </para>
      <para>gemachtigde: mr. I.M. van den Heuvel, advocaat te Roosendaal.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procesgang blijkt uit de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <para>a. de dagvaarding van 11 juni 2013, met producties,</para>
    <para>b. de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met producties;</para>
    <para>c. de conclusie van repliek in conventie, met producties;</para>
    <para>d. de conclusie van antwoord in reconventie; </para>
    <para>d. de conclusie van dupliek in conventie, tevens repliek in reconventie;</para>
    <para>e. de conclusie van dupliek in reconventie, met producties;</para>
    <para>f. de pleitnota zijdens [gedaagde] ;</para>
    <para>g. de pleitnota zijdens Stichting Pensioenfonds ABP; </para>
    <para>f. de aantekeningen van de griffier van de zitting van 25 maart 2014. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In conventie: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Eiseres in conventie (gedaagde in reconventie, verder ook te noemen ABP) vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde in conventie (eiseres in reconventie) verder ook te noemen [gedaagde] ) te veroordelen om aan haar tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 16.499,62, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 16.499,63 vanaf heden tot aan de dag der voldoening, met veroordeling van gedaagde in de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer en concludeert ABP niet ontvankelijk te verklaren in haar vordering en haar die vordering als ongegrond en/of onbewezen te ontzeggen, met veroordeling van ABP in de proceskosten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In reconventie</emphasis>: </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>
        [gedaagde] vordert ABP te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan haar te voldoen een bedrag van € 860,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 430,- vanaf 30 november 2012 en over € 860,- vanaf 31 januari 2013, met veroordeling van ABP in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>ABP voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering in reconventie.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in conventie:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>ABP vordert bij dagvaarding een bedrag van € 15.428,91 van [gedaagde] terug omdat </para>
        <para>
          [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verbintenis. ABP stelt</para>
        <para>daartoe, dat zij gelet op genomen beslissingen te veel aan [gedaagde] heeft uitbetaald. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>Bij antwoord voert [gedaagde] onder meer aan, dat er geen sprake van is dat ABP aan </para>
        <para>haar teveel uitkering heeft betaald. In de dagvaarding mist zij 1. bewijzen van alle betalingen</para>
        <para> die ABP aan [gedaagde] heeft gedaan, 2. een gemotiveerde opgaaf van de titel van </para>
        <para>betaling en 3. welke bedragen onverschuldigd zijn betaald en 4. waarom. Zij mist voorts in</para>
        <para>de dagvaarding een duidelijke grondslag voor de vordering van ABP.  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>Bij repliek baseert ABP haar vordering op onverschuldigde betaling naar burgerlijk recht. </para>
        <para>Aan deze repliek voegt zij, een groot aantal “dossierstukken” toe. Zij verwijst voorts naar</para>
        <para>regelgeving betreffende de verhouding tussen partijen, waaronder het Pensioenreglement. </para>
        <para>Dat reglement is door haar niet overgelegd. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] voert bij dupliek aan dat ABP op deze wijze de grondslag van haar vordering</para>
        <para>heeft verlaten. Voorts voert zij aan, dat zij in haar verdediging is geschaad nu ABP ook bij</para>
        <para>repliek niet de vereiste gedocumenteerde en gespecificeerde onderbouwing geeft van haar</para>
        <para>vordering. De verwijzing naar “dossierstukken” en regelgeving door ABP is niet steeds te </para>
        <para>volgen en/of onjuist.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <parablock>
        <para>Zijdens [gedaagde] is pleidooi gevraagd. Ter gelegenheid daarvan is zijdens ABP</para>
        <para>onder meer opgemerkt, dat de dagvaarding zelf te beperkt is, maar dat de relevante</para>
        <para>producties er wel bij zitten en in de loop van de procedure een en ander toch wel duidelijk is </para>
        <para>geworden. </para>
        <para>Wanneer de vordering niet ontvankelijk wordt verklaard zal ongetwijfeld een nieuwe</para>
        <para>dagvaarding worden uitgebracht, die gegarandeerd wel compleet zal zijn. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter is van oordeel, zoals reeds ter gelegenheid van het pleidooi als</para>
        <para>mogelijke beslissing aan de orde is gekomen, dat ABP niet ontvankelijk dient te worden</para>
        <para>verklaard in haar vordering. De dagvaarding is incompleet en de stellingen daarin zijn</para>
        <para>onvoldoende toegelicht en onderbouwd.</para>
        <para>Mede ten gevolge hiervan blijven ook later in de procedure de stellingname, onderbouwing</para>
        <para>en verwijzingen aan de zijde van ABP onvolledig en onvoldoende geordend en toegankelijk.</para>
        <para>
          [gedaagde] wordt daardoor in haar verdediging geschaad.  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <parablock>
        <para>ABP geldt als de in het ongelijk gestelde en dient in de kosten van deze procedure te</para>
        <para>worden veroordeeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">in reconventie</emphasis>: </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8</nr>
      <para>Tussen partijen staat vast, dat ABP ingevolge het vonnis in kort geding van 13 maart 2013 van de rechtbank Limburg (KG ZA 13-73) twee bedragen van elk € 430,- (door ABP verrekend met de uitkering aan [gedaagde] in de maanden november 2012 en januari 2013) diende terug te betalen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9</nr>
      <para>
        [gedaagde] vordert in reconventie betaling van deze bedragen, vermeerderd met rente.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10</nr>
      <para>ABP stelt dat zij (reeds) in de maand februari 2013 het met een brutobedrag van € 430,- corresponderend netto bedrag en in de maand april 2013 een met € 427,85 (€ 430,- - 5%) corresponderend nettobedrag op de rekening van [gedaagde] heeft overgemaakt, waardoor de verrekende bedragen op de voorgeschreven wijze zijn gerestitueerd. Ter onderbouwing daarvan legt zij betaalspecificaties van die maanden over en licht die toe.    </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11</nr>
      <parablock>
        <para>De betaalspecificaties en de gegeven toelichting is naar het oordeel van de kantonrechter duidelijk. [gedaagde] heeft niet gesteld en onderbouwd dat zij de bedragen, waarop de specificaties sloten, niet heeft ontvangen.</para>
        <para>Dit leidt er toe, dat de vordering van [gedaagde] wordt afgewezen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12</nr>
      <para>
        [gedaagde] dienst als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure aan de zijde van ABP gevallen te worden veroordeeld.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in conventie:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart ABP niet ontvankelijk in haar vordering; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt ABP in de kosten van dit geding, aan de zijde van [gedaagde] begroot op </para>
      <para>€ 1.200,- als salaris voor de gemachtigde van [gedaagde] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in reconventie:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, aan de zijde van ABP begroot op € 400,- als salaris voor de gemachtigde van ABP;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in conventie en in reconventie</emphasis>: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis in conventie en in reconventie is gewezen door mr. L.A.M. van Dijke, en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>