<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2014:7614</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T16:10:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-11-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-11-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/800751-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2014:7614">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2014:7614</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-11-12T13:24:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-11-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2014:7614 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 05-11-2014 / 02/800751-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2014:7614:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>ongegrondverklaring bezwaarschrift tegen afwijzing verhoor getuigen door RC.</para>
        <para>Diverse aangaande de procedure ex art 182 ev Sv.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2014:7614:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</para>
  <para>Team strafrecht, locatie Breda</para>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Parketnummer: 02/800751-14</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Beschikking van de meervoudige raadkamer op het bezwaarschrift op grond van</para>
    <para>182 lid 6 Wetboek van Strafvordering van:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      [verdachte],</para>
    <para>geboren op [geboortedatum] te[geboorteplaats],</para>
    <para>wonende te[adres],</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>1. De procedure.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:</para>
  </parablock>
  <para>- het bezwaarschrift van 22 oktober 2014;</para>
  <para>- het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer, waaruit</para>
  <parablock>
    <para>  blijkt dat de officier van justitie is gehoord.</para>
    <para>Tevens is verdachte gehoord.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>2. De beoordeling.</para>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Tegen verdachte loopt een strafrechtelijk onderzoek op verdenking van een</para>
    <para>poging om samen en in vereniging[slachtoffer] van het leven te beroven althans</para>
    <para>zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door hem tegen het hoofd te schoppen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De rechter-commissaris heeft bij beschikking van 16 oktober 2014 beslist op</para>
    <para>het  door de verdediging gedane verzoek tot het verrichten van</para>
    <para>onderzoekshandelingen. Het gevraagde onderzoek aan de schoenen van verdachte</para>
    <para>is toegewezen, evenals het horen van 5 getuigen. Het horen van 2 andere</para>
    <para>getuigen is afgewezen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De raadsman heeft in zijn bezwaarschrift een groot aantal bezwaren opgesomd,</para>
    <para>uitgesplitst naar alle aspecten en gevolgen die mogelijk verbonden kunnen</para>
    <para>worden aan de door hem gedane verzoeken, de beschikking van de rechter-commissaris alsmede de wetsartikelen en het verdrag waarop een en</para>
    <para>ander naar het oordeel van de verdediging is gestoeld. Ondanks dat met</para>
    <para>betrekking tot een aantal bezwaren duidelijk is dat die niet tot iets kunnen</para>
    <para>leiden, wegens onvoldoende belang daarbij van de kant van de verdediging, zal</para>
    <para>de rechtbank hierna elk bezwaar afzonderlijk behandelen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De rechtbank overweegt met betrekking tot de diverse afzonderlijke bezwaren,</para>
    <para>het volgende.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Bezwaar 1:</para>
    <para>Geen afschrift zienswijze OM verstrekt aan de verdediging na ontvangst door</para>
    <para>de rechter-commissaris.</para>
    <para>Dit bezwaar wordt verworpen aangezien de verdediging dit stuk heeft ontvangen</para>
    <para>als bijlage bij de beschikking van de rechter-commissaris d.d. 16 oktober 2014</para>
    <para>en geen wetsbepaling of verdrag dwingt tot eerdere toezending daarvan.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Bezwaar 2:</para>
    <para>Het niet horen van verdachte op voornoemde zienswijze van het OM.</para>
    <para>Dit bezwaar wordt verworpen aangezien geen wetsbepaling of verdrag dwingt tot</para>
    <para>het horen van de verdediging op een zienswijze van het OM en het horen van de</para>
    <para>verdachte op het verzoek een discretionaire bevoegdheid is van de</para>
    <para>rechter-commissaris, zoals volgt uit art. 182 Sv. De rechtbank komt, marginaal</para>
    <para>toetsend, tot het oordeel dat de beslissing om niet te horen niet onterecht is</para>
    <para>genomen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>-------------------------------------------------------------------------------</para>
    <para>Bezwaar 3:</para>
    <para>Het niet entameren van een "regiebijeenkomst" na ontvangst van de zienswijze</para>
    <para>van het OM.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Dit bezwaar wordt verworpen aangezien geen wetsbepaling of verdrag dwingt tot</para>
    <para>het houden van een dergelijke bijeenkomst. De rechter-commissaris heeft naar</para>
    <para>het oordeel van de rechtbank op goede gronden kunnen oordelen dat het houden</para>
    <para>van een dergelijke bijeenkomst voor het goede verloop van het onderzoek niet</para>
    <para>noodzakelijk was.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Bezwaar 4:</para>
    <para>Het niet vermelden van de maatstaf die door de rechter-commissaris aan zijn</para>
    <para>beslissing ten grondslag is gelegd om art. 182 Sv niet toe te passen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Dit bezwaar wordt verworpen aangezien geen wetsbepaling of verdrag de</para>
    <para>rechter-commissaris tot een dergelijke motivering dwingt. Derhalve kan er geen</para>
    <para>sprake zijn van nietigheid.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Bezwaar 5:</para>
    <para>De afwijzing van twee getuigen is niet met redenen omkleed.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Dit bezwaar wordt verworpen omdat in geval een verzoek naar het oordeel van de</para>
    <para>rechter-commissaris onvoldoende is onderbouwd, hij kan volstaan met een</para>
    <para>dergelijk oordeel.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Bezwaar 6:</para>
    <para>Afwijzen horen getuige 5. Met betrekking tot deze getuige was volstaan met een</para>
    <para>weergave van een aantal passages uit zijn verklaring. De rechter-commissaris</para>
    <para>heeft het verzoek tot het horen van deze getuige terecht als onvoldoende</para>
    <para>gemotiveerd verworpen aangezien uit die weergegeven citaten, in tegenstelling tot andere getuigen waarbij daarmee was volstaan, niet aanstonds was op te</para>
    <para>maken wat met de weergave van die citaten werd beoogd te laten onderzoeken.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Bezwaar 7:</para>
    <para>Afwijzen horen getuige 7 (verbalisant).</para>
    <para>Door de verdediging zijn in het verzoek aan de rechter-commissaris een aantal</para>
    <para>citaten weergegeven afkomstig uit het proces-verbaal van deze getuige. Deze</para>
    <para>citaten hebben betrekking op hetgeen deze getuige heeft gehoord en hetgeen hij</para>
    <para>heeft gezien dat overeenstemt met wat hij heeft gehoord. De enkele toelichting</para>
    <para>dat de vragen aan de te horen getuige gaan over deze bevindingen en over een</para>
    <para>nagekomen proces-verbaal van bevindingen van verbalisant[verbalisant], is</para>
    <para>door de rechter-commissaris terecht als een onvoldoende onderbouwing gezien.</para>
    <para>De nadere toelichting ter zitting, die zich met name heeft toegespitst op het</para>
    <para>feit dat voornoemde citaten mede moeten worden beoordeeld in het licht van het</para>
    <para>nagekomen proces-verbaal (welk proces-verbaal is opgemaakt door een</para>
    <para>verbalisant, die tegelijk met de getuige ter plaatse was), leidt niet tot het</para>
    <para>oordeel dat deze getuige alsnog moet worden toegestaan. Wanneer beide</para>
    <para>processen-verbaal met elkaar worden vergeleken, lijkt het verschil met name</para>
    <para>daarin gelegen dat de getuige vermeldt dat hij verdachte met een fles heeft gezien en dat de andere verbalisant daarover niet verklaart. Gelet op hetgeen</para>
    <para>waarvan verdachte op dit moment wordt verdacht en hetgeen zich in het dossier</para>
    <para>bevindt, lijkt naar het huidig oordeel van de rechtbank dat aspect van het</para>
    <para>proces-verbaal van deze getuige, mede gelet op hetgeen uit beide</para>
    <para>processen-verbaal overigens met betrekking tot verdachte naar voren komt,</para>
    <para>niet van belang voor enige in deze zaak te nemen beslissing.</para>
    <para>De beslissing van de rechter-commissaris met betrekking tot deze getuige kan</para>
    <para>derhalve, zij het op andere gronden, in stand blijven en het bezwaar wordt</para>
    <para>daarom ongegrond verklaard.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>3. De beslissing.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>De rechtbank verklaart de bezwaren ongegrond.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Deze beslissing is gegeven op 5 november 2014 door mr Kooijman, voorzitter,</para>
    <para>en mrs Dekker en mr. Fijneman, rechters in tegenwoordigheid van Krijnen,</para>
    <para>griffier.</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>