<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2014:3482</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-18T08:29:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-05-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB-14_727</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2014:3482">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2014:3482</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-18T08:25:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2014:3482 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 22-05-2014 / AWB-14_727</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2014:3482:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Deze uitspraak wordt gepubliceerd op verzoek. De rechtbank had de uitspraak niet voor publicatie geselecteerd. Om die reden is er geen samenvatting.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2014:3482:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Belastingrecht, enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Procedurenummer AWB 14/727</para>
      <para>uitspraak van 7 mei 2014</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende] B.V.</emphasis>, gevestigd te [plaats A],</para>
      <para>belanghebbende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg</emphasis>,</para>
      <para>de heffingsambtenaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Ontstaan en loop van het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een aanslag leges opgelegd inzake de aanvraag van een omgevingsvergunning, met het kenmerk [omgevingsvergunning]. Belanghebbende heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Bij uitspraak op bezwaar van 20 december 2013 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar ongegrond verklaard. Bij brief van 28 januari 2014, ingekomen bij de rechtbank op 5 februari 2014, heeft de gemachtigde van belanghebbende, [gemachtigde], beroep ingesteld tegen die uitspraak op bezwaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De gemachtigde van belanghebbende heeft zich desgevraagd bij brief van 7 februari 2014 uitgelaten over de tijdigheid van het beroep. De heffingsambtenaar heeft desgevraagd bij brief van 20 februari 2014 hierop gereageerd. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Motivering</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Ingevolge artikel 6:7 van de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Deze termijn vangt ingevolge artikel 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen aan op de dag na die van dagtekening van een uitspraak op bezwaar, tenzij de dag van dagtekening is gelegen vóór de dag van de bekendmaking. Dit artikel is ook van toepassing in procedures die zien op gemeentelijke belastingen (artikel 231, eerste lid, van de gemeentewet). Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is het beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het eind van de termijn is ontvangen. Ingevolge het tweede lid van dat artikel is het beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Ingevolge artikel 6:11 van die wet blijft bij een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift een niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De dagtekening van de bestreden uitspraak op bezwaar is 20 december 2013. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat het besluit pas na die datum is verzonden, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde op 31 januari 2014. Het beroepschrift is op 5 februari 2014 bij de rechtbank ontvangen. Dit is binnen een week na afloop van de termijn. De enveloppe waarin het beroepschrift is verzonden draagt als poststempel 4 februari 2014. In gevallen waarin op de enveloppe een leesbaar poststempel is geplaatst, geldt als bewijsrechtelijk uitgangspunt dat terpostbezorging heeft plaatsgevonden op de dag waarop het desbetreffende poststuk door het postvervoerbedrijf is afgestempeld (Hoge Raad 28 januari 2011, nr. 10/02285, gepubliceerd onder meer op www.rechtspraak.nl met kenmerk ECLI:NL:HR:2011:BP2138). Nu in dit geval de datum van afstempeling niet is gelegen vóór het einde van de beroepstermijn, kan daarmee de tijdige terpostbezorging niet worden aangetoond. Daarom moet worden onderzocht of belanghebbende op een andere manier het bewijs heeft geleverd dat het beroepschrift binnen de termijn ter post is bezorgd. De gemachtigde van belanghebbende heeft daartoe niets aangevoerd. Het beroepschrift is dus gelet op artikel 6:9, eerste lid en tweede lid, van de Awb niet tijdig ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De gemachtigde van belanghebbende heeft meerdere redenen voor de overschrijding van de beroepstermijn opgegeven. Het instellen van beroep is uitgesteld omdat de gemachtigde van belanghebbende, gelet op de nauwe samenwerking met de gemeente Tilburg, een coulante afhandeling verwachtte. Er werd op grond van de brief van de gemeente van 31 januari 2014 over de exploitatiebijdrage voor het bouwplan [bouwplan] vanuit gegaan dat er een minnelijke oplossing zou volgen. Daarnaast is het instellen van beroep uitgesteld, omdat de gemeente nieuwe eisen heeft opgeworpen inzake de parkeerbalans. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Daarmee is geen rechtvaardiging voor de termijnoverschrijding gegeven. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van omstandigheden waaruit redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat de gemachtigde van belanghebbende niet in verzuim is geweest. De gemachtigde van belanghebbende had ter veiligstelling van de termijn en de belangen van belanghebbende tijdig beroep kunnen instellen, zonodig op nader aan te voeren gronden. De gemachtigde van belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt en de rechtbank is niet gebleken dat hij daartoe niet in staat is geweest. De verwachtingen die de gemachtigde van belanghebbende had in het kader van een eventuele minnelijke oplossing en een coulante afhandeling staan het indienen van een (voorlopig) beroepschrift niet in de weg. Niet valt in te zien waarom de gemachtigde of belanghebbende zelf niet binnen de beroepstermijn een beroepschrift heeft kunnen indienen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Nu geen andere redenen zijn aangevoerd waarom het beroepschrift te laat is ingediend, en de rechtbank ook ambtshalve geen reden voor rechtvaardiging van de termijnoverschrijding bekend is geworden, is geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb die in de weg zou staan aan niet-ontvankelijkverklaring. <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 7 mei 2014 door mr. W.A.P. van Roij, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van N. van Asten, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,	De rechter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: <?linebreak?><?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>