<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2013:CA3076</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-06-22T17:22:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">CA3076</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-05-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/251634 FA RK 12-3279</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2013:CA3076">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2013:CA3076</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-06-22T17:22:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-06-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2013:CA3076 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 16-05-2013 / C/02/251634 FA RK 12-3279</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2013:CA3076:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Uitvoerbaar bij voorraad-verklaring van onderlinge regelingen uit echtscheidingsconvenant geweigerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2013:CA3076:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</para>
    <para />
    <para>Familierecht</para>
    <para />
    <para>Breda</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige Kamer</para>
    <para />
    <para>Zaaknummer: C/02/251634 FA RK 12-3279</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>aanvulling van een beschikking in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>(naam),</para>
      <para>wonende te (plaatsnaam),</para>
      <para>hierna te noemen de man,</para>
      <para>advocaat mr. S.E.C. Segeren-Krijnen, gevestigd te Breda,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>(naam),</para>
      <para>wonende te (plaatsnaam),</para>
      <para>hierna te noemen de vrouw,</para>
      <para>advocaat mr. M.H.G. Habets, gevestigd te Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para> </para>
    <para>1.	De beoordeling</para>
    <para />
    <para>1.1	Op 15 maart 2013 is ter griffie binnengekomen een brief van mr. Segeren-Krijnen. In deze brief wordt verzocht de tussen partijen gewezen beschikking betreffende de echtscheiding d.d. 22 februari 2013 aldus aan te vullen, dat onderdeel 3.6 van het dictum alsnog uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Bij brief van 26 maart 2013 heeft mr. Habets namens de vrouw aangegeven niet in te stemmen met het verzochte en erop gewezen dat bij onderdeel 3.8 van het dictum het meer of anders verzochte is afgewezen. Bij brief van 27 maart 2013 heeft mr. Segeren-Krijnen aangegeven dat de vrouw (in de echtscheidingsprocedure) akkoord is gegaan met het gewijzigde verzoek van de man.</para>
    <para />
    <para>1.2	In onderdeel 3.6 van het dictum van de beschikking van 22 februari 2013 is bepaald dat de onderling (door partijen) getroffen vermogens¬rechtelijke regelingen deel uitmaken van de beschikking. De rechtbank heeft ten aanzien van die regelingen onder rechts¬over¬weging 2.7.1 overwogen dat geen grond meer voor vaststelling van de verdeling bestaat nu partijen, voorwaardelijk, zelf de verdeling zijn overeengekomen. Aldus kan worden vastgesteld dat de regelingen door partijen onderling zijn overeen¬gekomen. De rechtbank heeft ter zake niet op een geschil beslist. De bevoegdheid van de rechtbank om de door partijen onderling getroffen regelingen deel te laten uitmaken van een beschikking is ook gebaseerd op artikel 819 van het Wetboek van Burgerlijke Rechts¬vordering. Blijkens de Memorie van Toelichting bij Kamerstukken 30 145 brengt toepassing van dit wetsartikel voor partijen als voordeel dat de betrokken echtgenoten direct over een executoriale titel beschikken. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat een uitvoerbaar bij voorraadverklaring van een beslissing om regelingen van partijen deel te laten uitmaken van de beschikking geen rechtens relevante betekenis toekomt. Met de rechtshandeling van het overeenkomen van onderlinge regelingen zijn partijen gebonden. Het instellen van hoger beroep maakt die gebondenheid niet anders en in hoger beroep kan die gebondenheid ook niet ter discussie worden gesteld. Nu een hoger beroep niet de beslissing om regelingen van partijen deel te laten uitmaken van de beschikking kan bestrijden, geldt de van rechtswege schorsende werking van het hoger beroep ook niet ten aanzien van dit onderdeel van de beschikking. </para>
    <para />
    <para>2.	De beslissing</para>
    <para />
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <para>weigert de verzochte aanvulling.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. Van Noort, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van</para>
      <para>in tegenwoordigheid van Voeten, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para> </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Mededeling van de griffier:</para>
      <para>Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open.</para>
      <para>Deze beschikking brengt geen wijziging in de mogelijkheden en/of de termijn van hoger beroep tegen de beschikking die thans is verbeterd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>verzonden op:</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>