<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ6175</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T17:41:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ6175</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-03-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">767366 ov 13-1214</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ6175">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ6175</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-06-22T17:01:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ6175 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 27-03-2013 / 767366 ov 13-1214</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ6175:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beschikking kantonrechter op een verzoek van de beschermingsbewindvoerder/curator tot machtiging om een procedure tegen de staat te starten met betrekking de inhoudingen eigen bijdrage AWBZ (door het CAK) op het inkomen van rechthebbenden. De kantonrechter verleent de verzochte machtiging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ6175:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</para>
      <para>Kanton</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Bergen op Zoom</para>
    <para />
    <para>zaaknummer.: 767366 OV VERZ 13-1214</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikking d.d. 28 maart 2013 op een verzoek van de beschermingsbewindvoerder/</para>
      <para>curator tot machtiging om een procedure tegen de staat te starten met betrekking de inhoudingen eigen bijdrage AWBZ (door het CAK) op het inkomen van rechthebbenden </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het verzoek en de beoordeling</para>
    <para />
    <para>1.1 De kantonrechter heeft kennisgenomen van een op 19 maart 2013 door de griffie ontvangen schriftelijk verzoek tot het verlenen van de daarin omschreven machtiging (een kopie van dat verzoekschrift, met bijlagen, is aan deze beschikking gehecht).</para>
    <para />
    <para>1.2 In een eerder aan de rechtbank gezonden brief van 11 maart 2013 heeft de heer F.O. Huijbregts-de Swaef, beschermingsbewindvoerder dan wel curator, hierna te noemen: de wettelijke vertegenwoordiger, in een aantal bewindsdossiers en/of curatele dossiers om een persoonlijk onderhoud op korte termijn verzocht met één van de kantonrechters die het bezighoudt met de behandeling van dit soort zaken. Dit omdat hij zich in zijn hoedanigheid van curator/beschermingsbewindvoerder heel grote zorgen maakt over de financiële positie van een aantal bij naam genoemde cliënten/rechthebbenden. Hij stelt vast, dat voor deze mensen niet meer kan worden voorzien in hun levensonderhoud. Dit als direct gevolg van de -per 1 januari 2013 in werking getreden- nieuwe regelgeving betreffende de hoogte van de eigen bijdrage AWBZ (Zorg en verblijf). Het gaat hierbij om personen die in een AWBZ-instelling verblijven. Rechthebbenden/cliënten dienen voor dit verblijf met ingang van genoemde datum een dusdanig hoge eigen bijdrage te betalen (door rechtstreekse inhouding) dat zij volgens hun wettelijke vertegenwoordiger in een onleefbare situatie terecht zijn gekomen. Na aftrek van alle uitgaven/vaste lasten van het resterend netto inkomen resteert er volgens hem geen of onvoldoende maandelijks leefgeld voor rechthebbenden. Enkelen komen zelfs maandelijks te kort en hebben helemaal geen leefgeld. De wettelijke vertegenwoordiger legt in dat verband een viertal financiële overzichten over waaruit dit blijkt. Hij benadrukt dat hij nog veel meer voorbeelden kan overleggen. </para>
    <para />
    <para>1.3 Door hem als wettelijke vertegenwoordiger bij het CAK ingediende bezwaren tegen de afzonderlijke beschikkingen hebben tot niets geleid. Kort gezegd: zijn deze bezwaren met een standaardmotivering afgewezen c.q. ongegrond verklaard. Op in bezwaar aangevoerde argumenten werd hierbij niet ingegaan.</para>
    <para />
    <para>1.4 Hij heeft ook inmiddels gesprekken gevoerd met de directies van de betrokken AWBZ-instellingen en hen op de hoogte gebracht van de ontstane financiële situatie van rechthebbenden. De wettelijke vertegenwoordiger is van mening, dat er dringend iets dient te gebeuren ten behoeve van rechthebbenden. Hij wenst deze mensen niet aan hun lot over te laten.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.5 Tijdens een op 19 maart 2013 gevoerd gesprek met de kantonrechter heeft de wettelijke vertegenwoordiger zijn mening over de ontstane situatie nader toegelicht. </para>
      <para>Hij stelt vast dat hij als gevolg van de ontstane financiële situatie bij zijn cliënten in feite niet meer in staat is of om zijn taak als wettelijk vertegenwoordiger deugdelijk uit te voeren. </para>
      <para>Dit bij gebrek aan voldoende inkomsten bij zijn cliënten. Hij wenst zich echter niet neer te leggen bij de ontstane situatie. Hij geeft aan dat hij voor al zijn cliënten gezamenlijk een procedure tegen de staat wenst te gaan voeren. Hij deelt mede dat hij hierover ook al overleg heeft gehad met een advocaat (mr. Gremmen). De directie van een grote AWBZ-instelling (Stichting Tante-Louise) staat volgens hem ook achter een dergelijke -te starten- procedure. De betrokken advocaat zal op basis van 1 (één) aan te vragen toevoeging procederen. Hij legt uit dat deze te starten procedure -onder de streep- niets kost voor zijn cliënten. Tijdens het gesprek heeft de kantonrechter medegedeeld, dat hij zich nader wenste te beraden over de vraag of hij wel of niet positief gaat beslissen over een in te dienen verzoek tot machtiging. Afgesproken wordt dat de wettelijke vertegenwoordiger op korte termijn een machtigingsverzoek ter zake zal indienen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.6 In het schriftelijk verzoek van 19 maart 2013 handhaaft de wettelijke vertegenwoordiger -kort gezegd- zijn standpunt, zoals hij dit al in voormeld gesprek heeft verwoord. </para>
      <para>Hij wenst met een gezamenlijke procedure voor alle cliënten tegen de Staat/Regering ook een signaal af te geven. Hij hoopt in ieder geval te bereiken dat er iets gaat wijzigen in de uitvoering van de huidige AWBZ-regeling. Voor zover hij zijn eigen kosten niet vergoed kan krijgen via bijzondere bijstand van de gemeente, zegt de wettelijke vertegenwoordiger toe een en ander belangeloos te doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.7 De kantonrechter overweegt dat hij -net als de wettelijke vertegenwoordiger- in deze kwestie slechts de belangen van rechthebbenden te behartigen heeft. </para>
      <para>De vraag rijst op welke grond de wettelijke vertegenwoordiger als belangenbehartiger van rechthebbenden de Nederlandse staat voor de rechter kan dagen?  Er kunnen twee procedurele wegen bewandeld worden, te weten: het starten van een privaatrechtelijke procedure en/of het starten van een publieksrechtelijke procedure. </para>
      <para>De kantonrechter schat in dat beide procedures niet gemakkelijk zullen zijn. Het zal hierbij waarschijnlijk ook gaan om toetsing van overheidshandelen/-besluiten aan relevante verdragsrechtelijke bepalingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.8 Hoewel er geen garantie is voor een positieve uitkomst van een te starten procedure ziet de kantonrechter toch aanleiding om de machtiging, zoals verzocht, hierna af te geven.</para>
      <para>De signaalwerking die uitgaat van deze -te starten- procedure, kan ook al als een positieve bate worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para>    </para>
    <para>2. De beslissing</para>
    <para />
    <para>De kantonrechter verleent de gevraagde machtiging.</para>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven op 28 maart 2013 door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en door deze en de griffier ondertekend.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:</para>
      <para>door de verzoeker en door de in de procedure verschenen belanghebbenden: binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak;</para>
      <para>door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>