<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2013:9089</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-15T11:42:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-12-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-12-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 13/29700, 13/29698</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2013:9089">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2013:9089</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-01-24T14:09:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-01-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2013:9089 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 05-12-2013 / AWB 13/29700, 13/29698</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2013:9089:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>AA. Ten onrechte eiseres na  voornemenprocedure gelegenheid onthouden te reageren op gwijzigd standpunt in bestreden besluit, strijd met artikel 3.119 Vb 2000, mondelinge uitspraak, beroep gg, verzoek afgewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2013:9089:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummers: AWB 13/29700 (voorlopige voorziening) en 13/29698 (bodemprocedure) </para>
      <para>V-nummer:[nummers]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in vreemdelingenzaken van 5 december 2013 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam 1], eiseres,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>mede namens haar minderjarige zoon</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 2]
        </emphasis>, geboren op [geboortedag] 2012,</para>
      <para>gemachtigde mr. drs. A. de Raad,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,</bridgehead>
    <para>gemachtigde mr. S. Aboulouafa.</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 19 november 2013 (hierna: het bestreden besluit), genomen in de zogeheten algemene asielprocedure (AA-procedure), is de asielaanvraag van eiseres afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 20 november 2013 heeft eiseres tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorziening te treffen die ertoe strekt de uitzetting achterwege te laten totdat op haar beroep is beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 5 december 2013. Eiseres is ter zitting verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was ter zitting aanwezig S.S. Sihn, tolk in de Koreaanse taal. Ter zitting is het onderzoek gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter doet na afloop van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak en overweegt het volgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Ingevolge artikel 3.119, aanhef en onder b van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000) wordt, wanneer na het uitreiken of toezenden van het voornemen feiten of omstandigheden die reeds bekend waren maar naar aanleiding van de zienswijze van de vreemdeling anders worden beoordeeld of gewogen, die voor de te nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn en Onze Minister voornemens blijft de aanvraag af te wijzen, dit aan de vreemdeling meegedeeld en wordt hij in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze daarover naar voren te brengen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter stelt vast dat niet wordt getwijfeld aan de Noord-Koreaanse nationaliteit van eiseres. In het voornemen tot afwijzing van de asielaanvraag wordt niet getwijfeld aan de illegale uitreis van eiseres uit Noord-Korea. Eisers werd in het voornemen een vestigingsalternatief in Zuid-Korea tegengeworpen. In het bestreden besluit heeft verweerder zich echter primair op het standpunt gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt Noord-Korea op illegale wijze te hebben verlaten en heeft verweerder ter zitting verduidelijkt dat het tegenwerpen van het vestigingsalternatief een ten overvloede overweging is, nu haar relaas ongeloofwaardig wordt geacht. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter had eiseres de gelegenheid geboden moeten worden om te reageren op het gewijzigde standpunt van verweerder. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande volgt de voorzieningenrechter het standpunt van eiseres dat verweerder in strijd heeft gehandeld met artikel 3.119 van het Vb 2000. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit komt voor vernietiging in aanmerking. Verweerder zal opgedragen worden een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>Voor het treffen van een voorlopige voorziening bestaat geen aanleiding. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter zal verweerder met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht veroordelen in de kosten die eiseres heeft gemaakt. De kosten zijn ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht € 1416,- (1 punt voor het verzoekschrift, 1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, wegingsfactor 1). </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para>- vernietigt het bestreden besluit; </para>
    <para>- bepaalt dat verweerder een nieuw besluit neemt;</para>
    <para>- veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 1416,- (veertienhonderdzestien euro) te betalen aan eiseres; </para>
    <para>- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van S.A.K. Kurvink, griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>