<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2013:8296</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-06T11:39:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-07-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/12/82763 / HA ZA 12-49</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2013:8296">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2013:8296</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-01-02T14:50:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-01-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2013:8296 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 10-07-2013 / C/12/82763 / HA ZA 12-49</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2013:8296:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incidentele vordering ex art. 843a Rv. Geeist wordt dat arbitraal vonnis wordt overgelegd. Omdat het verzoek niet "bescheiden betreft aangaande de rechtsbetrekking waarin hij partij is" en dit wel een vereiste is, wordt de vordering afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2013:8296:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="30c7c110-fa6e-4da1-84a4-0349b0bb8fdd" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="4329d29a-42a5-4b36-b47e-3ed402177ae9" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>
        <?linebreak?>Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/12/82763 / HA ZA 12-49</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 10 juli 2013</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de vennootschap naar het recht van haar vestiging</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">OBJECTIVE FINANCE S.A.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Majuro (Marshall Eilanden),</para>
    </parablock>
    <para>2. de vennootschap naar het recht van haar vestiging</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">CONBULK SHIPPING S.A.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Piraeus (Griekenland),</para>
    </parablock>
    <para>3. de vennootschap naar het recht van haar vestiging</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">NMS LIMITED</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Limassol (Cyprus),</para>
      <para>eiseressen in conventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweersters in reconventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseressen in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. M.M. van Leeuwen te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">SPARES SERVICES MARITIME B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DAMEN SCHELDE MARINE SERVICES B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Vlissingen,</para>
    </parablock>
    <para>3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">MARITIME LOGISTICS B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Vlissingen,</para>
      <para>gedaagden in conventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseressen in reconventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweersters in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. C.J. IJdema te Middelburg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Objective c.s., Objective, CS en NMS, SSM c.s., SSM, DSMS en ML genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van de comparitie van partijen d.d. 17 oktober 2012,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van repliek in conventie (mede houdende voorwaardelijke incidentele vordering ex art. 843a Rv), tevens akte in reconventie,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van antwoord in incident tevens conclusie van repliek in reconventie,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van dupliek in reconventie, tevens akte in incident in conventie en reconventie</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de antwoordakte in incident tevens akte uitlaten producties.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten in het incident</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Objective c.s. vordert in de hoofdzaak, samengevat, een verklaring voor recht dat SSM c.s. hoofdelijk, althans ieder voor zich aansprakelijk zijn voor de door  Objective c.s. geleden schade, SSM c.s. hoofdelijk, althans ieder voor zich te veroordelen tot betaling van een bedrag nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, een verklaring voor recht dat op 29 september 2010 of enig tijdstip daarvoor of daarna SSM geen vordering had tegen Objective waarvoor beslag kon worden gelegd op de ‘MSC Bali’en SSM te veroordelen om de ter opheffing van het Panamese beslag gestelde garantie aan Objective te retourneren met een brief waarbij de borg uit haar verplichtingen wordt ontslagen, zulks op straffe van een dwangsom. Zij stelt daartoe dat SSM met medeweten van DSMS en ML aan NMS cilindervoeringen van slechte kwaliteit heeft verkocht en geleverd met ‘survey reports gepresenteerd als ‘certificaten’, die onware en misleidende mededelingen inhielden en dat SSM c.s., dit wetende, elementaire regels van kwaliteitsbewaking en voorkoming van risico’s voor schip, bemanning, lading en milieu met voeten hebben getreden, zodat zij hoofdelijk gehouden zijn Objective c.s. schadeloos te stellen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In een zaak tussen Transmed Shipping Co. Ltd. en Schelde Marine Services B.V. is op 13 oktober 2009 een arbitraal vonnis gewezen. Objective verwijst in §20 van haar dagvaarding naar deze uitspraak. SSM reageert daar in §42 van haar conclusie van antwoord tevens conclusie van eis in reconventie op met de mededeling dat de betreffende uitspraak onjuist is en bovendien niet van belang in de onderhavige zaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil in het incident</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Objective c.s. vordert voorwaardelijk, namelijk als SSM c.s. weigert bij dupliek de door hen in §42 van de conclusie van antwoord bedoelde arbitrale uitspraak en de stukken waaruit blijkt hoe, van wie en wanneer SSM de eigendom, althans het bezit heeft verkregen van de door haar aan NMS verkochte zuigervoeringen over te leggen, te bevelen dat SSM c.s. dit alsnog zal doen. Zij stelt daartoe dat nu SSM c.s. indirect een beroep heeft gedaan op de arbitrale uitspraak in de eerdere zaak zij deze uitspraak dienen over te leggen. De betreffende stukken zijn volgens Objective c.s. van direct belang voor de zaak vanwege de wetenschap die bij SSM c.s. aanwezig was op het moment dat de overeenkomst tussen SSM en NMS werd gesloten met betrekking tot de materiaalgebreken en wijze van certificering van cilindervoeringen als de onderhavige.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>SSM c.s. voert verweer. Zij betwist een beroep te hebben gedaan op de arbitrale uitspraak en stelt dat deze uitspaak in de onderhavige procedure niet relevant is. Bovendien is niet voldaan aan het vereiste van artikel 843a Rv dat het moet gaan om een bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin de verzoeker partij is. Voorts stelt zij dat er geen stukken bestaan waaruit blijkt hoe, van wie en wanneer SSM de eigendom althans het bezit heeft gekregen van de door haar aan NMS verkochte zuigervoeringen, zodat zij deze niet kan overleggen en is het verzoek overigens onvoldoende bepaald. Verder betwist zij het belang van Objective c.s. bij  overlegging van de stukken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Nu aan de voorwaarde voor het instellen van de incidentele vordering is voldaan, zal de rechtbank deze vordering beoordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Objective baseert haar vordering op artikel 843a Rv, waarin de zogenaamde bijzondere exhibitieplicht is vastgelegd. Dit artikel bepaalt dat degene die daarbij een rechtmatig belang heeft op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksels kan vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn voorganger partij zijn. Dit artikel ziet, blijkens de toelichting daarop, op de situatie dat de inhoud van een schriftelijk bewijsmiddel aan een partij in beginsel wel bekend is, maar dat zij het niet meer in haar bezit heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Eén van de in het artikel genoemde cumulatieve voorwaarden waaraan voldaan moet zijn, wil de vordering op grond van dit artikel toewijsbaar zijn, is het vereiste dat het verzoek bescheiden moet betreffen aangaande een rechtsbetrekking waarin de aanvrager partij is. In casu is gesteld noch gebleken dat de bescheiden waarvan door Objective c.s. inzage en/of afschrift wordt gevorderd betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarin zij partij is. Aan één van de voorwaarden van genoemd artikel is dan ook niet voldaan. </para>
        <para>Bovendien is gesteld noch gebleken dat sprake is van stukken waarvan de inhoud aan Objective c.s. in beginsel wel bekend is, maar die zij niet meer in haar bezit heeft. Voornoemd artikel kan dan ook niet worden aangewend voor het belang dat Objective c.s. stelt te hebben bij overlegging van de stukken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Uit het vorenstaande volgt dat de vordering van Objective c.s. niet voor toewijzing in aanmerking komt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Objective c.s. zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten van het incident, welke worden begroot op een bedrag van € 904,-- ( 2 punten x tarief € 452,--) aan salaris advocaat.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt Objective c.s. in de kosten van het incident, aan de zijde van SSM c.s. tot op heden begroot op € 904,--;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verwijst de zaak naar de rol van woensdag 24 juli 2013 voor beraad vonnis;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2013.<footnote-ref linkend="_58c480ff-40ff-4c5a-8575-553d31ec59ea" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_58c480ff-40ff-4c5a-8575-553d31ec59ea" label="1">
    <para>type: aij</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>