<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2013:6681</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-04T03:15:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-09-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-09-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">2267948_E18092013</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Bergen op Zoom</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002656">Burgerlijk Wetboek Boek 1</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JPF 2014/21</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2013:6681">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2013:6681</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-10-07T08:03:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2013:6681 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-09-2013 / 2267948_E18092013</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2013:6681:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Rechtsgebied: Personenrecht, Boek 1 BW, titel 19 Onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen en titel 20 Mentorschap</para>
        <para>Soort procedure: Enkelvoudig, eerste aanleg</para>
        <para>Inhoudsindicatie: Beslissing tot instelling beschermingsbewind en mentorschap. Twee verzoekschriften vanuit de familie met betrekking tot onderbewindstelling van dezelfde persoon, te weten: de moeder van verzoekers. Verschil van mening binnen familie over wie de beschermingsbewindvoerder respectievelijk mentor dient te worden. De kantonrechter overweegt onder meer het navolgende.</para>
        <para>"Op grond van de wet dient de kantonrechter bij de benoeming van de bewindvoerder (artikel 1:435, derde lid BW) en bij de benoeming van de mentor (artikel 1:452, derde lid BW) uitdrukkelijk de voorkeur van betrokkene (ktr leest: rechthebbende) te volgen, tenzij gegronde redenen zich tegen een zodanige benoeming verzetten. Dit betekent dat indien een rechthebbende uitdrukkelijk zijn/haar voorkeur voor een bewindvoerder respectievelijk mentor heeft laten blijken, de kantonrechter in beginsel verplicht is deze expliciete voorkeur te honoreren. </para>
        <para>De wet (artikel 1:452, lid 5 BW) noemt nog een expliciete voorkeur indien ten behoeve van betrokkene/rechthebbende niet alleen een beschermingsbewind maar ook een mentorschap wordt ingesteld. In dat geval dient de beschermingsbewindvoerder bij voorkeur ook tot mentor te worden benoemd." De kantonrechter volgt bij zijn beslissing de uitdrukkelijke voorkeur van rechthebbende.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2013:6681:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Kanton</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bergen op Zoom</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak/rolnrs.: 2267948 OV VERZ  13-3865 / 2349555 OV VERZ 13-4416 /</para>
      <para>2349629 OV VERZ 13-4417</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking d.d. 18 september 2013 op een tweetal verzoeken tot instelling van een meerderjarigenbewind en een verzoek tot instelling van een mentorschap</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">zaak/rolnr: 2267948 OV VERZ 13-3865</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">1. [verzoeker]</emphasis>wonende te [adres]</para>
    <para>,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">2. [verzoeker]</emphasis>wonende te [adres],</para>
    <parablock>
      <para>verzoekers,</para>
      <para>alsmede inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">zaak/rolnrs.: 2349555 OV VERZ 13-4416 en 2349629 OV VERZ 13-4417</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>, wonende te[adres],</para>
      <para>verzoekster.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In alle zaken</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: </para>
      <para>a.	het op 15 augustus 2013 door de griffie van de rechtbank ontvangen verzoekschrift (met bijlagen);</para>
      <para>b.	het op 28 augustus 2013 door de griffie van de rechtbank ontvangen verzoekschrift (met bijlagen);</para>
      <para>b.	het proces-verbaal van gehoor van de griffier met betrekking tot het verhandelde op de terechtzitting van 10 september 2013.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De inhoud van deze stukken geldt hier als ingelast.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Als belanghebbende zijn aangemerkt:</para>
      <para>a.	mevrouw[rechthebbende], bijgestaan door haar gemachtigde mw. mr. A.J.C. Odekerken (advocate te Etten-Leur);</para>
      <para>a. </para>
      <para>b. 	de heer C.M.A.M. Kokke voornoemd, zoon van rechthebbende, bijgestaan door mw. J.G. Smit, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand;</para>
      <para>c.	de heer [naam] voornoemd, zoon van rechthebbende, eveneens bijgestaan door mw. S.J. Smit, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand;</para>
      <para>d.	mevrouw [naam] voornoemd, dochter van rechthebbende.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In alle zaken </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het op 15 augustus 2013 door de griffie ontvangen verzoek strekt tot de instelling van een bewind over de goederen van [rechthebbende], hierna te noemen rechthebbende, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [adres], onder gelijktijdige benoeming van (het kleinkind) [naam], wonende te [adres] tot beschermingsbewindvoerster. </para>
        <para>Het op 28 augustus 2013 door de griffie ontvangen verzoek strekt tot het instellen van een bewind over de goederen van en tevens tot het instellen van een mentorschap over voornoemde rechthebbende onder gelijktijdige benoeming van [verzoekster] voornoemd tot beschermingsbewindvoerster en tot mentrix.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Nu beide verzoeken strekken tot het instellen van wettelijke maatregelen met betrekking tot dezelfde persoon/rechthebbende heeft op 10 september 2013 een gelijktijdige mondelinge behandeling plaatsgevonden. Bovengenoemde belanghebbenden (en hun gemachtigden) hebben zich niet verzet tegen deze gelijktijdige mondelinge behandeling. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Uit de stukken en de behandeling ter terechtzitting is voldoende aannemelijk geworden dat de rechthebbende als gevolg van haar geestelijke toestand niet in staat is zelf ten volle de belangen van vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke aard behoorlijk waar te nemen, reden waarom de kantonrechter het verzoek tot instellen van een beschermingsbewind over de goederen van en het instellen van een mentorschap over rechthebbende hierna zal inwilligen. Voormelde drie verzoekers verschillen niet van mening over de noodzaak tot het instellen van een beschermingsbewind respectievelijk een mentorschap over rechthebbende (hun moeder). Partijen blijken echter wel -zoals ook al blijkt uit de beide verzoekschriften- nadrukkelijk van mening te verschillen over het antwoord op de vraag wie tot beschermingsbewindvoerder/-bewindvoerster en tot mentor/mentrix over rechthebbende moet worden benoemd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Ter zitting is de kantonrechter verder gebleken dat rechthebbende nog in staat is om zelf aan de beschermingsbewindvoerder/beschermingsbewindvoerster toestemming te geven voor het doen van beschikkingshandelingen. De -te benoemen- beschermingsbewindvoerder/ beschermingsbewindvoerster en de -te benoemen- mentor/mentrix dienen rechthebbende -zo lang als mogelijk- te betrekken bij al hun beslissingen in het kader van de belangenbehartiging van rechthebbende. Ter zitting is de kantonrechter gebleken, dat rechthebbende op dat moment nog zeer wel in staat is om zelf om haar wil te uiten met betrekking tot relevante beslissingen met betrekking tot haar persoon. Dat er ook in toenemende mate sprake is van het optreden van verwardheid bij rechthebbende en dat zij wellicht makkelijk beïnvloedbaar is, doet daar niet aan af. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter heeft ter zitting ook kunnen vaststellen, dat tussen de verzoekende partijen, te weten: de beide zoons enerzijds en de dochter anderzijds, grote onenigheid bestaat. </para>
        <para>Partijen maken elkaar verwijten over en weer. Onenigheid ook wat betreft de beantwoording van de vraag waarmee de belangen van hun moeder (rechthebbende) het beste gediend zijn. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>De kantonrechter heeft ook ter zitting benadrukt dat de rechtbank in deze slechts één belang te behartigen heeft en dat is het belang van rechthebbende. Dit belang dient de kantonrechter ook voor ogen te houden bij de benoeming van de wettelijk vertegenwoordigers.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <parablock>
        <para>Op grond van de wet dient de kantonrechter bij de benoeming van de bewindvoerder (artikel 1:435, derde lid BW) en bij de benoeming van de mentor (artikel 1:452, derde lid BW) uitdrukkelijk de voorkeur van betrokkene (ktr leest: rechthebbende) te volgen, tenzij gegronde redenen zich tegen een zodanige benoeming verzetten. Dit betekent dat indien een rechthebbende uitdrukkelijk zijn/haar voorkeur voor een bewindvoerder respectievelijk mentor heeft laten blijken, de kantonrechter in beginsel verplicht is deze expliciete voorkeur te honoreren. </para>
        <para>De wet (artikel 1:452, lid 5 BW) noemt nog een expliciete voorkeur indien ten behoeve van betrokkene/rechthebbende niet alleen een beschermingsbewind maar ook een mentorschap wordt ingesteld. In dat geval dient de beschermingsbewindvoerder bij voorkeur ook tot mentor te worden benoemd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter heeft bij het begin van de zitting van 10 september 2013 expliciet met rechthebbende besproken het verschil van mening tussen haar kinderen over het antwoord op de vraag wie tot haar beschermingsbewindvoerder en mentor dienen te worden benoemd.</para>
        <para>Rechthebbende antwoordde hierbij als volgt: “Mijn dochter staat mij overal in bij, mijn dochter doet dit nu ook al. Dit moet zo blijven.” Rechthebbende herhaalt dit ook nadat de kantonrechter haar heeft gewezen op de verstoorde familierelatie. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9</nr>
      <parablock>
        <para>Alle belanghebbenden zijn vervolgens tijdens voornoemde zitting uitgebreid in de gelegenheid gesteld om hun mening te geven over de vraag wie tot beschermingsbewindvoerder respectievelijk mentor over hun moeder dient te worden benoemd. De beide zoons handhaven hierbij -zakelijk weergegeven- hun mening, dat -gelet op de verstoorde verhoudingen tussen de kinderen- het beste is het voorgestelde kleinkind tot beschermingsbewindvoerder over hun moeder te benoemen. Mocht de kantonrechter/ rechtbank niet daartoe beslissen dan geven zij de voorkeur aan een neutrale onafhankelijke professionele beschermingsbewindvoerder (niet zijnde een familielid). </para>
        <para>De dochter geeft -zakelijk weergegeven- aan, dat zij zelf graag voor haar moeder wil blijven zorgen en daarmee ook alle belangen van haar moeder wil blijven behartigen. </para>
        <para>Zij benadrukt dat zij daarvoor ook de meeste tijd (7 dagen per week) heeft en dat zij dit ook aan haar -op [datum] overleden- vader heeft beloofd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10</nr>
      <para>De namens de broers voorgestelde beschermingsbewindvoerster, zijnde de kleindochter, heeft zich schriftelijk bereid verklaard om de beschermingsbewindvoering over haar oma (rechthebbende) op zich te nemen. De dochter van rechthebbende heeft zich schriftelijk bereid verklaard om zowel het beschermingsbewind als ook het mentorschap over haar moeder op zich te nemen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter is van oordeel, dat de enkele omstandigheid, dat er op dit moment sprake is van verstoorde verhoudingen binnen de familie van rechthebbende, onvoldoende reden is om af te wijken van de uitdrukkelijke voorkeur van rechthebbende. De kantonrechter heeft aan het einde van de zitting van 10 september 2013 -na wegzending van alle familieleden- in het bijzijn van de beide gemachtigden nogmaals aan rechthebbende gevraagd wie haar belangen in de toekomst dient te gaan behartigen. Zij antwoordde hierop voor zover hier van belang: “Ik hang aan mijn dochter. Ze doet alles voor mij. (…) Dochter staat altijd voor mij klaar. Ik geef alle kinderen altijd even veel geld. Alle kinderen krijgen altijd hetzelfde bedrag. In het verleden zijn schenkingen gedaan. (…) Ik wil het liefst aan de [straat] blijven wonen. In (Over) hospice (met) 24 uurs zorg, moet ik nog nadenken. Ik kan het allemaal nog zelf. Voorlopig wil ik mijn huis nog niet verkopen.”</para>
        <para>Opnieuw bleek rechthebbende ter zitting heel duidelijk over wat haar expliciete voorkeur is wat betreft de -te benoemen- beschermingsbewindvoerster en mentrix.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter zal hierna dan ook in overeenstemming met deze wens beslissen. </para>
        <para>De kantonrechter spreekt verder de hoop uit dat ook de overige familieleden deze wens van rechthebbende zullen respecteren. Het is in elk geval niet in het belang van rechthebbende wanneer de bestaande verstoorde familieverhoudingen voortduren!  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in alle zaken:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt een bewind in over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [rechthebbende]
        </emphasis> voornoemd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt een mentorschap in over: <emphasis role="bold">[rechthebbende]</emphasis> voornoemd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>benoemt tot beschermingsbewindvoerster: <emphasis role="bold">[verzoekster]</emphasis> voornoemd; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>benoemt tot mentrix: <emphasis role="bold">[verzoekster]</emphasis> voornoemd; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het anders verzochte af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 september 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:</para>
      <para>door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
      <para>door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>