<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZUT:2012:BY2344</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-27T14:50:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBZUT:2012:2854</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BY2344</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zutphen" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zutphen</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-08-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11/1886 GEMWT</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZUT:2012:BY2344">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZUT:2012:BY2344</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T11:04:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZUT:2012:BY2344 Rechtbank Zutphen , 22-08-2012 / 11/1886 GEMWT</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZUT:2012:BY2344:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Zaak niet-ontvankelijk, beroepsschrift buiten de termijn van 6 weken ingediend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZUT:2012:BY2344:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>Uitspraak </para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>RECHTBANK ZUTPHEN  </para>
      <para>Sector Bestuursrecht </para>
      <para>Enkelvoudige kamer </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Reg.nr.: 11/1886 GEMWT   </para>
    <para />
    <para>Uitspraak in het geding tussen:  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[eiser], h.o.d.v. [bedrijf] </para>
      <para>te Amsterdam, </para>
      <para>eiser,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Putten </para>
      <para>verweerder.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Procesverloop   </para>
    <para />
    <para>Eiser heeft bij brief van 13 december 2011 beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 1 november 2011 (kenmerk: 226815).   </para>
    <para />
    <para>Het beroep is behandeld ter zitting van 24 juli 2012, waar eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door G.J. Voorden en Van Dijk.  </para>
    <para />
    <para>2. Overwegingen </para>
    <para />
    <para>Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. </para>
    <para />
    <para>Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, vangt de termijn aan met ingang van de dag na die waarop het bestreden besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 6:9 is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen, dan wel - bij verzending per post - indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. </para>
      <para>Het bestreden besluit dateert van 1 november 2011 en is bekendgemaakt op 8 november 2011. De termijn voor het instellen van beroep eindigde derhalve op 20 december 2011. Het beroepschrift is blijkens het poststempel op de envelop, waarin het zich bevond, verzonden op 22 december 2012, waarna het ter griffie van de rechtbank is ingekomen op 23 december 2012. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een uitspraak van 19 januari 2011, LJN: BP1309, beslist dat in gevallen waarin op de enveloppe een leesbaar poststempel is geplaatst, als bewijsrechtelijk uitgangspunt moet worden genomen dat terpostbezorging heeft plaatsgevonden op de dag waarop het betreffende poststuk door het postvervoerbedrijf is afgestempeld.      </para>
    <para />
    <para>Eiser heeft niet aangetoond dan wel aannemelijk gemaakt dat de ter post bezorging eerder heeft plaatsgevonden. De rechtbank gaat er daarom van uit dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.      </para>
    <para />
    <para>Ingevolge artikel 6:11 van de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.      </para>
    <para />
    <para>Ter zitting heeft eiser aangegeven dat hij geen verklaring heeft voor de datum waarop het beroepschrift is ontvangen. Hij heeft geen verstand van postbezorging. Dit is geen reden om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Ook verder is niet gebleken van feiten of omstandigheden die redelijkerwijs tot het oordeel kunnen leiden dat eiser ter zake van de overschrijding van de beroepstermijn niet in verzuim is geweest.     </para>
    <para />
    <para>Het beroep is derhalve niet-ontvankelijk.  </para>
    <para />
    <para>3. Beslissing   </para>
    <para />
    <para>De rechtbank:   </para>
    <para />
    <para>-  verklaart het beroep niet-ontvankelijk. </para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. Tj. Gerbranda. De beslissing is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 22 augustus 2012.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>