<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZUT:2012:BX9807</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T10:44:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BX9807</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zutphen" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zutphen</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-10-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12-570</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZUT:2012:BX9807">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZUT:2012:BX9807</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T10:56:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZUT:2012:BX9807 Rechtbank Zutphen , 10-10-2012 / 12-570</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZUT:2012:BX9807:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Rechter oordeelt dat gemeente Ermelo terecht heeft geweigerd om een vergunning te verlenen voor de kap van drie eiken in Ermelo.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZUT:2012:BX9807:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>RECHTBANK ZUTPHEN</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sector Bestuursrecht</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Reg.nr.: 12/570</para>
    <para />
    <para>Uitspraak in het geding tussen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[eiser]</para>
      <para>te Zutphen,</para>
      <para>eiser,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ermelo,</para>
      <para>verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Procesverloop</para>
      <para>Bij besluit van 4 augustus 2010 (hierna: primair besluit) heeft verweerder geweigerd aan</para>
      <para>eiser een kapvergunning te verlenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 1 maart 2012 (hierna: bestreden besluit) heeft verweerder het daartegen</para>
      <para>gerichte bezwaar gegrond verklaard, het primaire besluit herroepen en vervangen door een</para>
      <para>kapvergunning voor het rooien van drie eiken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld. Verweer heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en</para>
      <para>een verweerschrift ingezonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is behandeld ter zitting van 26 september 2012. Eiser was daarbij aanwezig.</para>
      <para>Hij werd vergezeld door [naam]. Verweerder liet zich vertegenwoordigen door</para>
      <para>L.M. Jonker - van den Brink en H.J. Zwart.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Overwegingen</para>
      <para>1. Eiser is eigenaar van het perceel [adres] te Ermelo. Op dat perceel bevindt</para>
      <para>zich een, aan de Horsterbeek grenzende, houtwal. Eiser wil de bestaande houtwal tot vlak</para>
      <para>boven het maaiveld verwijderen, om zodoende op termijn een nieuwe en gezonde houtwal te</para>
      <para>krijgen. In dat kader wil eiser een aantal, zich in de bestaande houtwal bevindende, eiken</para>
      <para>verwijderen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vorenstaande heeft geleid tot een, op 12 maart 2010 door verweerder ontvangen,</para>
      <para>aanvraag voor het kappen van de houtwal, en uiteindelijk - via het primaire besluit en een</para>
      <para>beslissing op bezwaar van 3 maart 2011 - tot het bestreden besluit. Bij dat besluit heeft</para>
      <para>verweerder vergunning verleend voor het verwijderen van drie, scheefgegroeide, eiken langs</para>
      <para>de oever van de Horsterbeek. Blijkens de behandeling ter zitting zijn de drie zojuist bedoelde</para>
      <para>eiken inmiddels gerooid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Het aan de rechtbank voorgelegd geschil beperkt zich tot drie, in de gedingstukken</para>
      <para>nader aangeduide, eiken die zich momenteel bevinden in de houtwal (hierna: de eiken).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens verweerder hebben de eiken een beeldbepalende en een ecologische waarde en een</para>
      <para>waarde als onderdeel van dorpsschoon. Naar de mening van verweerder maken die waarden</para>
      <para>dat het algemene belang bij behoud van de eiken zwaarder weegt dan het individuele belang</para>
      <para>van eiser bij verwijdering van de eiken. In dit kader stelt verweerder dat de eiken gezond zijn</para>
      <para>en voldoende stabiliteit bezitten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser staat op het standpunt dat de eiken weliswaar een zekere beeldbepalende en</para>
      <para>ecologische waarde vertegenwoordigen, maar dat zijn belang bij verwijdering van de eiken</para>
      <para>zwaarder weegt dan het belang dat verweerder aan behoud van de eiken hecht.</para>
      <para>Ter ondersteuning van dit standpunt voert eiser aan dat de eiken de (terug)groei van een</para>
      <para>mooie houtwal belemmeren, dat de eiken - na het kappen van de houtwal- door hun</para>
      <para>situering schade kunnen veroorzaken aan bebouwing op het perceel [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. Ingevolge artikel 4:8, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening 2011</para>
      <para>zoals deze in de gemeente Ermelo gold toen het bestreden besluit werd genomen (hierna:</para>
      <para>APV), is het verboden zomereiken en wintereiken te vellen.</para>
      <para>Artikel 4:8, eerste lid, van de APV bepaalt verder dat de vergunning kan worden geweigerd</para>
      <para>op grond van de natuurwaarde van de houtopstand, de landschappelijke waarde van de</para>
      <para>houtopstand, de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon, de beeldbepalende</para>
      <para>waarde van de houtopstand, de cultuurhistorische waarde van de houtopstand en de waarde</para>
      <para>voor de leefbaarheid van de houtopstand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. Blijkens de gedingstukken en de behandeling ter zitting heeft verweerder voorafgaand</para>
      <para>aan het nemen van het bestreden besluit onderzoek laten verrichten door H.J. Zwart,</para>
      <para>een bij de gemeente Ermelo werkzame ambtenaar met specifieke kennis - op grond van</para>
      <para>vooropleiding en veel werkervaring - over het groeien, behouden en vellen van bomen. Aan</para>
      <para>de hand van dat onderzoek heeft verweerder geconcludeerd dat de eiken - reeds nu, maar</para>
      <para>zeker na verwijdering van de houtwal- een aantal in artikel 4.8, eerste lid, van de APV</para>
      <para>omschreven waarden vertegenwoordigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft de juistheid van die conclusies niet betwist. Hij heeft evenmin betwist dat de</para>
      <para>eiken op zichzelf nog gezond zijn. Verder constateert de rechtbank dat eiser weliswaar enige</para>
      <para>vraagtekens heeft geplaatst bij de conclusies van Zwart met betrekking tot de stabiliteit van</para>
      <para>de eiken, maar die vraagtekens niet heeft geadstrueerd met terzake doende argumenten.</para>
      <para>Ook [naam] heeft het met objectieve argumenten onderbouwde betoog van Zwart</para>
      <para>met betrekking tot de toestand van de wortels van de eiken niet weten te ontkrachten.</para>
      <para>Op basis van het vorenstaande concludeert de rechtbank dat er ten tijde van het nemen van</para>
      <para>het bestreden besluit geldige redenen bestonden om een vergunning voor het rooien van de</para>
      <para>eiken te weigeren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens oordeelt de rechtbank dat de door verweerder gemaakte belangenafweging</para>
      <para>rechtens houdbaar is. Hierbij neemt de rechtbank allereerst in aanmerking dat artikel 4.8,</para>
      <para>eerste lid, van de Awb aan verweerder een ruimte van beleidsvrijheid verschaft, en dat de</para>
      <para>bestuursrechter het gebruik van deze vrijheid slechts terughoudend mag toetsen. Verder acht</para>
      <para>de rechtbank relevant dat momenteel geen objectieve aanknopingspunten bestaan voor de</para>
      <para>gerechtvaardigde vrees dat de eiken - na verwijdering van de houtwal - tijdens een storm</para>
      <para>zullen omwaaien.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. Voorts overweegt de rechtbank dat eiser aan de uitspraak van 28 december 2011</para>
      <para>(met registratienummer 111224) niet de gerechtvaardigde verwachting mocht en mag</para>
      <para>ontlenen dat verweerder voor het rooien van de eiken een vergunning krachtens artikel 4.8,</para>
      <para>eerste lid, van de APV moet verlenen. De uitspraak van 28 december 2011 behelst slechts</para>
      <para>een verplichting om de eiken te betrekken bij het onderzoek en de belangenafweging in het</para>
      <para>kader van de beslissing op de aanvraag van 12 augustus 2010. De rechtbank oordeelt - onder</para>
      <para>verwijzing naar rechtsoverweging 4 - dat verweerder zich inmiddels naar behoren van die</para>
      <para>verplichting heeft gekweten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6. Aan het vorenstaande voegt de rechtbank nog toe dat eiser te allen tijde een nieuwe</para>
      <para>aanvraag voor het rooien van de eiken kan doen, als later blijkt dat de gezondheid en/of</para>
      <para>stabiliteit van de eiken verminderen. Mocht die situatie zich voordoen, dan is verweerder</para>
      <para>gehouden tot het laten verrichten van nieuw onderzoek en het plegen van een zelfstandige</para>
      <para>- op de conclusies van dat nieuwe onderzoek gebaseerde - belangenafweging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>7. De rechtbank komt tot de slotsom dat de tegen het bestreden besluit gerichte gronden</para>
      <para>niet kunnen slagen. Daarom zal zij het beroep ongegrond verklaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr.dr. L.M. Koenraad. De beslissing is in tegenwoordigheid</para>
      <para>van de griffier in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2012.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>