<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZUT:2012:BW5706</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T03:19:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BW5706</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zutphen" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zutphen</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-02-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">472541 / HA 12-8</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005290">Burgerlijk Wetboek Boek 7</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005290&amp;artikel=670">Burgerlijk Wetboek Boek 7 670</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005290&amp;artikel=685">Burgerlijk Wetboek Boek 7 685</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2012/165</rdf:li>
          <rdf:li>JAR 2012/162 met annotatie van mr. F.G. Laagland</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2012-0482</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2012-0482</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZUT:2012:BW5706">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZUT:2012:BW5706</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T10:10:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-05-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZUT:2012:BW5706 Rechtbank Zutphen , 27-02-2012 / 472541 / HA 12-8</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZUT:2012:BW5706:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voorwaardelijk ontbindingsverzoek afgewezen op grond van reflexwerking opzegverbod. Verslaving werknemer aan drugs en alcohol is ziekte in de zin van het BW. Verwijzing naar STECR werkwijzer verslaving en werk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZUT:2012:BW5706:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK ZUTPHEN </para>
      <para>Sector Kanton – Locatie Apeldoorn</para>
      <para>Zaaknummer	: 472541 / HA 12-8</para>
      <para>Afschrift aan    	: mr. I.E. van Hassel en verweerder</para>
      <para>Verzonden d.d. 	:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>beschikking van de kantonrechter d.d. 27 februari 2012</para>
    <para />
    <para>inzake</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>Detailresult Productie B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Velsen-Noord,</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>gemachtigde: mr. I.E. van Hassel, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verweerder],</para>
      <para>wonende te [plaats, adres],</para>
      <para>verweerder, </para>
      <para>procederende in persoon. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Procesverloop</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-	het ter griffie binnengekomen verzoekschrift d.d. 19 januari 2012; </para>
      <para>-	de ter griffie binnengekomen exploot van dagvaarding d.d. 10 februari 2012; </para>
      <para>-	de mondelinge behandeling ter terechtzitting d.d. 13 februari 2012;</para>
      <para>-	de voortzetting van de mondelinge behandeling ter terechtzitting d.d. </para>
      <para>        20 februari 2012 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Beoordeling</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.  Verweerder, die 22 jaar oud is, is op 3 maart 2008 in dienst getreden van de rechtsvoor-     </para>
      <para>     gangster van verzoekster als medewerker expeditie.</para>
      <para>2.  Hij is op 30 december 2011 op staande voet ontslagen, omdat hij , aldus verzoekster, </para>
      <para>     –ondanks herhaaldelijke waarschuwingen– hardnekkig weigerde aan redelijke instructies </para>
      <para>     van verzoekster te voldoen en grovelijk de plichten heeft veronachtzaamd die de </para>
      <para>     arbeidsovereenkomst en het toepasselijke bedrijfsreglement hem hebben opgelegd.</para>
      <para>3.  Verzoekster vraagt thans voorwaardelijk ontbinding van de arbeidsovereenkomst.</para>
      <para>4.  In het verzoekschrift heeft verzoekster gesteld dat het verzoek geen verband houdt met </para>
      <para>     het bestaan van een opzegverbod. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist of dit het </para>
      <para>     geval is en is tot de conclusie gekomen dat dit verband wel degelijk bestaat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>5.   Immers aan verweerder wordt verweten dat hij vele malen gewaarschuwd is voor o.a. te </para>
      <para>      laat komen en onder invloed van drugs en/of alcohol op het werk te komen. Verweerder </para>
      <para>      is ook met medewerking van verzoekster opgenomen geweest. Bij verzoekster was </para>
      <para>      bekend dat verweerder een terugval heeft gehad.</para>
      <para>6.   Onder de gegeven omstandigheden staat vast dat verweerder verslaafd is aan alcohol en </para>
      <para>      drugs, hetgeen aangemerkt moet worden als ziekte in de zin van het Burgerlijk Wetboek. </para>
      <para>      Deze ziekte moet als de onderliggende oorzaak van de problemen worden gezien.</para>
      <para>7.   De reflexwerking van het opzegverbod brengt met zich dat het verzoek moet worden </para>
      <para>      afgewezen.</para>
      <para>8.   Terzijde wordt opgemerkt dat voor zover verzoekster verwijst naar art. 7 van haar </para>
      <para>      bedrijfsreglement, dit in de gegeven situatie geen doel lijkt te treffen. Dit artikel luidt: </para>
      <para>      ‘Voor alle bedrijfsruimtes alsmede de directe omgeving van het pand, geldt dat het </para>
      <para>      gebruiken van alcohol en drugs verboden is’. Verzoekster verwijt verweerder echter dat </para>
      <para>      hij (te veel) alcohol heeft genuttigd alvorens het pand te betreden. Dat lijkt de kern van </para>
      <para>      verweerders problematiek (die zoals hiervoor al overwogen ook drugsgerelateerd is) te </para>
      <para>      raken.</para>
      <para>9.   Voorts wordt opgemerkt dat uit de stukken niet blijkt van betrokkenheid van de </para>
      <para>      bedrijfsarts bij de problematiek van verweerder. De kantonrechter ziet aanleiding de </para>
      <para>      STECR werkwijzer verslaving en werk (www.stecr.nl) onder de aandacht van </para>
      <para>      verzoekster te brengen.</para>
      <para>10. De kantonrechter onderkent en waardeert de positieve grondhouding van verzoekster </para>
      <para>      maar moet constateren dat disciplinaire maatregelen geen adequate reacties zijn op  het </para>
      <para>      door ziekte veroorzaakte gedrag van verweerder.</para>
      <para>11. In de omstandigheden van het geval wordt aanleiding gevonden voor compensatie van </para>
      <para>       proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>Het verzoek wordt afgewezen.</para>
    <para />
    <para>Iedere partij blijft belast met de eigen proceskosten.</para>
    <para />
    <para>Aldus gegeven door mr. D.J. Buijs, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 27 februari 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>