<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZUT:2011:BV5576</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T13:33:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BV5576</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zutphen" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zutphen</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-09-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">06/060119-04</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZUT:2011:BV5576">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZUT:2011:BV5576</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:40:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZUT:2011:BV5576 Rechtbank Zutphen , 16-09-2011 / 06/060119-04</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZUT:2011:BV5576:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Rechtbank verlengt terbeschikkingstelling (TBS) niet. Wet staat verlenging niet toe.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZUT:2011:BV5576:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>beslissing</para>
    <para />
    <para>RECHTBANK ZUTPHEN</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sector Straf</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 06/060119-04 </para>
      <para>Raadsvrouw: W. Mijnders, advocaat te Amersfoort</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 19 mei 2011 is ter griffie van deze rechtbank ingediend een vordering gedateerd 19 mei</para>
      <para>20 II van de officier van justitie in dit arrondissement, strekkende tot verlenging van de</para>
      <para>terbeschikkingstelling van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[veroordeelde],</para>
      <para>geboren te [plaats, 1972],</para>
      <para>thans verblijvende in FPC De Rooyse Wissel te Oostrum,</para>
      <para>met een termijn van één jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege is</para>
      <para>opgelegd bij vonnis van deze rechtbank van 26 november 2004, ingegaan op 6 juli 2005 en</para>
      <para>laatstelijk verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 14 juli 2010.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is op de openbare terechtzitting behandeld door de rechtbank op 22 juli 2011</para>
      <para>en op 9 september 2011. Van deze beide behandelingen is proces-verbaal opgemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de stukken bezien, waaronder:</para>
      <para>• een verlengingsadvies van het Forensisch Psychiatrisch Centrum De Rooyse Wissel,</para>
      <para>gedateerd 7 mei 2011, opgemaakt door drs. A.G. Miedema, hoofd behandeling, dr. KJ.</para>
      <para>Simis, psychiater en drs. H.M. van Brussel, locatiedirecteur organisatie en</para>
      <para>plaatsvervangend hoofd van de inrichting;</para>
      <para>• een afschrift van de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke</para>
      <para>gesteldheid van betrokkene;</para>
      <para>• een Pro Justitia rapportage gedateerd 14 mei 2011, opgemaakt door P.K. Kristensen,</para>
      <para>gezondheidspsycholoog;</para>
      <para>• een Pro Justitia rapportage gedateerd 3 mei 2011, opgemaakt door J.L.M. Dintjens,</para>
      <para>psychiater;</para>
      <para>• een reclasseringsadvies gedateerd 8 september 2011. opgemaakt door G. Wilbers,</para>
      <para>reclasseringswerker en mede ondertekend door I. Idserda, leidinggevende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Motivering</para>
      <para>De raadsman en betrokkene hebben zich bij de behandeling van de vordering aanvankelijk</para>
      <para>op het standpunt gesteld dat de maatregel ter beschikkingstelling dient te worden beëindigd.</para>
      <para>nu er sprake is van een gemaximeerde terbeschikkingstelling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de behandeling ter terechtzitting van 22 juli 2011 is door betrokkene uiteindelijk verzocht</para>
      <para>de zaak voor drie maanden aan te houden teneinde de kliniek waar hij thans verblijft in de</para>
      <para>gelegenheid te stellen de mogelijkheden van begeleiding van hem te onderzoeken, bij het</para>
      <para>einde van de maatregel. Ter terechtzitting voornoemd is besloten zes (6) weken na de</para>
      <para>behandeling ter zitting een tussentijdse terechtzitting te plannen zodat de ontwikkelingen tot</para>
      <para>dan toe betreffende een mogelijk begeleidingstraject van betrokkene bij einde van de</para>
      <para>maatregel, zouden kunnen worden besproken. Bij de behandeling ter terechtzitting van 9</para>
      <para>september 2011 heeft betrokkene zich vervolgens op het standpunt gesteld dat hij niet langer</para>
      <para>aanhouding van de zaak wenst, maar een beslissing op de vordering wenst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zij gelet op de uitspraak van</para>
      <para>het gerechtshof Arnhem van 30 mei 2011, LJN BQ6616, niet-ontvankelijk verklaard dient te</para>
      <para>worden in haar vordering, dan wel dat de vordering dient te worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para>De vordering is binnen de in artikel 5090 van het Wetboek van Strafvordering vermelde</para>
      <para>termijn ingediend. De rechtbank acht de officier van justitie derhalve ontvankelijk in haar</para>
      <para>vordering en zal overgaan tot de beoordeling van de materiële toewijsbaarheid van de</para>
      <para>vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de maatregel terbeschikkingstelling bij vonnis van deze rechtbank</para>
      <para>van 26 november 2004 conform de wettelijke voorschriften vermeld in artikel37a eerste lid</para>
      <para>van het Wetboek van Strafrecht is opgelegd. Vast is komen te staan dat bij betrokkene ten</para>
      <para>tijde van het begaan van het feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de</para>
      <para>geestvermogens bestond. Het door betrokkene begane feit, te weten bedreiging met enig</para>
      <para>misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd, is een misdrijf omschreven in artikel</para>
      <para>285, eerste lid. De rechtbank was voorts van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel</para>
      <para>de algemene veiligheid van personen of goederen, het opleggen van de maatregel van</para>
      <para>terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege vereiste.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 38e, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht schrijft voor dat de totale duur van de</para>
      <para>maatregel van terbeschikkingstelling een periode van vier jaar niet te boven gaat, tenzij de</para>
      <para>terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar</para>
      <para>veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Nu er in</para>
      <para>casu sprake is geweest van een tweetal verbale bedreigingen, zonder dat deze voorafgegaan,</para>
      <para>vergezeld, of gevolgd zijn door niet-verbaal handelen dat naar zijn aard agressief was jegens</para>
      <para>de bedreigde, is naar het oordeel van de rechtbank aan betrokkene de maatregel ter</para>
      <para>beschikkingstelling niet opgelegd ter zake van een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar</para>
      <para>veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen als bedoeld</para>
      <para>in artikel 38e. eerste lid voornoemd. De rechtbank verwijst volledigheidshalve naar de</para>
      <para>uitspraak van het gerechtshof Arnhem van 30 mei 2011. UN BQ6616. Gelet hierop is</para>
      <para>ingevolge deze wettelijke bepaling de duur van de opgelegde maatregel beperkt tot vier jaar.</para>
      <para>Nu de maatregel is ingegaan op 6 juli 2005. is deze termijn van vier jaar inmiddels</para>
      <para>verstreken en staat de wet de gevorderde verlenging van de maatregel niet toe. Reden</para>
      <para>waarom de rechtbank niet in zal gaan op de bespreking van de uitgebrachte adviezen</para>
      <para>betreffende de vordering tot verlenging van de maatregel. De rechtbank zal gelet op het</para>
      <para>voorgaande de vordering van de officier van justitie afwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing:</para>
      <para>De rechtbank wijst af de vordering van de officier van justitie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mrs. Van Valderen, voorzitter, Ouweneel en Edelenbos,</para>
      <para>rechters, in tegenwoordigheid van mr. Banga, griffier en uitgesproken op de openbare</para>
      <para>terechtzitting van 16 september 2011.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>