<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZUT:2010:BO7546</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-27T11:08:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BO7546</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zutphen" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zutphen</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-12-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-1853 en 10-1921</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZUT:2010:BO7546">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZUT:2010:BO7546</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:22:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-12-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZUT:2010:BO7546 Rechtbank Zutphen , 16-12-2010 / 10-1853 en 10-1921</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZUT:2010:BO7546:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bouwvergunning voor het oprichten van een sportmedisch, bewegings- en gezondheidscentrum. Naar voorlopig oordeel zijn de sportactiviteiten (20%) niet passend binnen de bestemming “Gemengd”. Omdat niet aannemelijk is dat er sprake zal zijn van overlast is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZUT:2010:BO7546:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK ZUTPHEN	</para>
      <para>Sector Bestuursrecht</para>
      <para>Voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Reg.nrs.: 10/1853 en 10/1921 </para>
    <para />
    <para>Uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening in het geschil tussen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verzoeker A], [verzoeker B] en Gelre Vastgoed B.V</para>
      <para>te Lochem, </para>
      <para>verzoekers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van Lochem</para>
      <para>verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sport en Science</para>
      <para>te Lochem,</para>
      <para>derde-partij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 28 juli 2010 heeft verweerder aan de derde-partij een bouwvergunning eerste fase verleend voor het oprichten van een sportmedisch, bewegings- en gezondheidscentrum op het perceel Hoeflingweg 10 te Lochem. Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 22 oktober 2010 heeft verweerder aan de derde-partij een bouwvergunning tweede fase verleend voor dat centrum. Ook hiertegen hebben verzoekers bezwaar gemaakt.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 23 november 2010 heeft verweerder het bezwaar van [verzoeker A] en [verzoeker B] tegen het besluit van 28 juli 2010 ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 23 november 2010 heeft verweerder – voor zover hier van belang – het bezwaar van Gelre Vastgoed B.V. tegen het besluit van 28 juli 2010 niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hiertegen hebben verzoekers beroep ingesteld. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt gelet op het bepaalde in artikel 8:81, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geacht mede te zijn gericht tegen de besluiten van 23 november 2010.</para>
      <para>Het verzoek strekt er tevens toe om een voorlopige voorziening te treffen hangende de bezwaren tegen het besluit van 22 oktober 2010.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het verzoek is behandeld ter zitting van 9 december 2010, waar [verzoeker A] en [verzoeker B] in persoon alsmede [eigenaren], eigenaren en bestuurders van Gelre Vastgoed B.V., zijn verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. T.A.J. Wallaard. Namens de derde-partij is [derde partij] verschenen, bijgestaan door mr. S.M.C. Verheyden, advocaat te Lochem.</para>
    <para />
    <para>2. Overwegingen</para>
    <para />
    <para>2.1 Ingevolge artikel 8:81 van de Awb dient te worden nagegaan of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, een voorlopige voorziening vereist.</para>
    <para />
    <para>2.2 Allereerst dient te worden beoordeeld of verweerder Gelre Vastgoed B.V. terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in haar bezwaar omdat zij niet kan worden aangemerkt als een belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb.</para>
    <para />
    <para>Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.</para>
    <para />
    <para>Gelre Vastgoed B.V. betoogt dat zij belanghebbende is. Zij voert hiertoe aan dat zij de sporthal aan de Zutphenseweg 110A te Lochem verhuurt aan Family Fitness B.V. te Lochem, dat (nog) door [derde partij] wordt geëxploiteerd. [derde partij] heeft evenwel de in geding zijnde bouwvergunningen aangevraagd en gaat het onderhavige sportmedisch centrum exploiteren. Gelre Vastgoed B.V. verliest hierdoor (huur)inkomsten, zo heeft zij betoogd.</para>
    <para />
    <para>Gelet op vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet er een rechtstreeks belang zijn tussen het aangetaste belang en het bestreden besluit. Het rechtstreekse belang kan worden doorbroken als zich tussen het bestreden besluit en het aangetaste belang een contractuele relatie bevindt. In die gevallen is er slechts sprake van een afgeleid belang.</para>
    <para />
    <para>De voorzieningenrechter is vooralsnog van oordeel dat verweerder Gelre Vastgoed B.V. terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in haar bezwaar, nu zich tussen Gelre Vastgoed en het bestreden besluit een contractuele relatie bevindt, namelijk een huurovereenkomst. De omstandigheid dat de sporthal aan de Zutphenseweg 110A te Lochem, gelet op het aldaar vigerende bestemmingsplan, alleen zou kunnen worden verhuurd als fitnessruimte leidt niet tot een ander oordeel. Naar voorlopig oordeel kan Gelre Vastgoed B.V. evenmin worden aangemerkt als concurrent van de derde-partij. De statutaire doelstelling van Gelre Vastgoed B.V. ziet op het exploiteren van registergoederen en het houden van aandelen. Blijkens het handelsregister is de doelstelling van Sport  &amp; Science Fysiotherapie: fysiotherapie, sportrevalidatie en inspanningsfysiologie. Ook in zoverre bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder Gelre Vastgoed ten onrechte niet-ontvankelijkheid heeft verklaard.</para>
    <para />
    <para>Het verzoek om voorlopige voorziening van Gelre Vastgoed B.V. komt reeds hierom niet voor inwilliging in aanmerking. Overigens zijn de gronden van het verzoek van Gelre Vastgoed B.V. gelijkluidend aan die van de overige verzoekers.</para>
    <para />
    <para>2.3 Vervolgens dient te worden beoordeeld of verweerder op goede gronden de bouwvergunningen heeft verleend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens de plankaart van het bestemmingsplan “Lochem Noord, 2e partiele herziening Hoeflingweg” heeft het in geding zijnde perceel de bestemming “Gemengd” (GD). Ingevolge artikel 3.1, aanhef en onder c, van de voorschriften van het bestemmingsplan is de voor gemengd aangewezen grond bestemd voor maatschappelijk, met uitzondering van geluidgevoelige maatschappelijke gebouwen binnen de aangeduide geluidzone-industrie.</para>
      <para>Ingevolge artikel 1, onder 22, van de planvoorschriften wordt onder maatschappelijk verstaan: het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, educatieve en openbare dienstverlening, zoals genoemd in de categorieën A en B van de bij deze planregels behorende Staat van maatschappelijke voorzieningen, waaronder begrepen: gezondheidszorg en/of zorg- en welzijn en/of jeugd/kinderopvang en/of onderwijs en/of religie en/of uitvaart/begraafplaats en/of bibliotheken en/of openbare dienstverlening en/of verenigingsleven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Tussen partijen is niet in geschil en de voorzieningenrechter stelt vast dat een sportmedisch, bewegings- en gezondheidscentrum op zichzelf past binnen de bestemming “Gemengd”. Verzoekers betogen echter dat feitelijk een sportschool zal worden gevestigd, hetgeen – ook volgens verweerder –  in strijd is met de bestemming “Gemengd”. Dat een sportschool wordt gevestigd blijkt volgens verzoekers uit de bij de bouwvergunning behorende bouwtekening en de website van het centrum.</para>
    <para />
    <para>Blijkens de bouwtekening worden op de begane grond van het sportmedisch, bewegings- en gezondheidscentrum een grote verblijfsruimte en drie klein verblijfsruimten gerealiseerd en op de eerste verdieping twee middelgrote verblijfsruimten, een kleine verblijfsruimte, twee kleedkamers en een sauna.</para>
    <para />
    <para>Ter zitting is door de derde-partij uiteengezet dat de activiteiten die in het sportmedisch, bewegings- en gezondheidscentrum zullen plaatsvinden uit vier segmenten bestaan. Het eerste segment ziet op curatieve zorg, het tweede segment op preventieve zorg, het derde segment op chronische aandoeningen en het vierde segment op sport. Door de derde-partij is verklaard dat het segment sport ongeveer 20% van de activiteiten zal beslaan. De sportactiviteiten zullen in groepsverband plaatsvinden in een sportzaal op de eerste verdieping. Eén van de verblijfsruimten op de eerste verdieping zal worden gebruikt ten behoeve van opleiding. De overige accommodatie zal worden gebruikt voor de overige drie segmenten.</para>
    <para />
    <para>De voorzieningenrechter is van oordeel dat de sportactiviteiten niet passend zijn binnen de bestemming “Gemengd”. Het gaat hier immers om, naar door de derde-partij is verklaard, sport- en niet om sportmedische activiteiten. Ook de sauna is naar voorlopig oordeel niet passend binnen die bestemming. Ter zitting heeft de derde-partij onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de sauna een sportmedische functie heeft. Naar voorlopig oordeel is de omvang van die activiteiten (20%) voorts niet zodanig dat zonder meer geoordeeld kan worden dat vanwege hun ondergeschikte omvang geen sprake is van strijd met het bestemmingsplan.</para>
    <para />
    <para>De stelling van de derde-partij dat de sportactiviteiten passen binnen de in artikel 3.1, aanhef en onder a, van de planvoorschriften genoemde bestemming diensverlening kan de rechtbank overigens niet volgen. Ingevolge artikel 1, onder 16, van de planvoorschriften wordt onder "dienstverlening" verstaan – voor zover van belang – het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen. Bij een sportschool is daarvan naar voorlopig oordeel geen sprake.</para>
    <para />
    <para>2.4 De voorzieningenrechter ziet in het vorenstaande, onder afweging van de betrokken belangen, echter geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter acht hierbij redengevend dat het bezwaar van verzoekers, naar ter zitting door hen is verklaard, niet is gericht tegen de sportmedische activiteiten op de begane grond en een deel van de bovenverdieping. Verzoekers vrezen alleen ten gevolge van de sportactiviteiten in één van de ruimten op de eerste verdieping geluidsoverlast. De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat, gelet op de afwezigheid van ramen in het gebouw aan de zijde waar verzoekers woonachtig zijn, niet aannemelijk is dat er sprake zal zijn van zodanige overlast dat op grond daarvan een voorlopige voorziening noodzakelijk is.</para>
    <para />
    <para>2.5 Het verzoek om een voorlopige voorziening komt niet voor inwilliging in aanmerking.</para>
    <para />
    <para>Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
    <para />
    <para>3. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De voorzieningenrechter:</para>
    <para />
    <para>- wijst het verzoek af.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H. van Breda. De beslissing is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 16 december 2010.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>