<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZUT:2009:BN4827</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T16:24:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BN4827</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zutphen" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zutphen</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-12-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/2197 en 08/2206 WET</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZUT:2009:BN4827">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZUT:2009:BN4827</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:50:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-08-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZUT:2009:BN4827 Rechtbank Zutphen , 16-12-2009 / 08/2197 en 08/2206 WET</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZUT:2009:BN4827:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Stichting voor Christelijk onderwijs te Harderwijk maakt bezwaar tegen twee besluiten van de gemeente Harderwijk om bij de nieuwbouw van schoolgebouw voor Het Startblok in Drielanden-West een deel van de ICT-infrastructuur voor de rekening van de stichting te laten komen. De rechtbank verklaart de beroepen van de stichting gegrond en vernietigt de besluiten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZUT:2009:BN4827:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Sector Bestuursrecht</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
      <para>Reg.nrs.: 08/2197 en 08/2206 WET</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak in de gedingen tussen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stichting voor Christelijk Onderwijs</para>
      <para>te Harderwijk,</para>
      <para>eiseres,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk</para>
      <para>verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Procesverloop</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 18 december 2007 heeft verweerder de door eiseres aangevraagde</para>
      <para>onderwijshuisvesting op het Programma 2008 geplaatst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 22 april 2008 heeft verweerder aan eiseres goedkeuring verleend voor het</para>
      <para>ingediende bouwplan voor een nieuw op te richten 18-klassig schoolgebouw voor Het</para>
      <para>Startblok in Drielanden-West. Hierbij is tevens door verweerder medegedeeld dat de kosten</para>
      <para>voor een deel van de ICT-infrastructuur, waaronder de bekabeling en de patchkast, niet ten</para>
      <para>laste komen van de gemeente Harderwijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 30 mei 2008, verzonden 3 juni 2008, heeft verweerder - uitgaande van de</para>
      <para>goedgekeurde bouwplannen - de stichtingskosten vastgesteld op € 4.056.157,-- (incl. BTW).</para>
      <para>Hierbij heeft verweerder meegedeeld dat op de door eiseres aangeleverde stichtingskosten</para>
      <para>een bedrag van € 30.000,-- voor de kosten van databekabeling e.d. in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Eiseres heeft tegen beide besluiten bezwaar gemaakt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 19 november 2008 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder de</para>
      <para>bezwaren ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens eiseres heeft [naam A] van [naam bedrijf] voor scholen, gevestigd te</para>
      <para>Leeuwarden, beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken</para>
      <para>en een verweerschrift ingezonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beroepen zijn gevoegd behandeld ter zitting van 26 november 2009, waar namens eiseres</para>
      <para>[naam A] en [naam B] zijn verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen</para>
      <para>door J. Wortelboer en A.D. Deelen, bijgestaan door mr. R.D. Lubach, advocaat te</para>
      <para>Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Overwegingen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.1 De rechtbank stelt vast, gelet op het verhandelde ter zitting, dat uitsluitend nog</para>
      <para>tussen partijen in geschil is of verweerder terecht heeft besloten een bedrag van € 30.000,--</para>
      <para>ten behoeve van de ICT-infrastructuur (bestaande uit een patchkast en databekabeling) in</para>
      <para>mindering te brengen op de door eiseres aangeleverde stichtingskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2 In het bestreden besluit heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat de</para>
      <para>onderhavige ICT-infrastructuur niet bekostigd moet worden via het bouwkrediet op basis van</para>
      <para>de feitelijke kosten, maar via de bekostiging van de zogeheten eerste inrichting</para>
      <para>onderwijsleerpakket en meubilair, op basis van een genormeerde vergoeding. Nadat deze</para>
      <para>genormeerde vergoeding heeft plaatsgevonden, dient de ICT-infrastructuur via de materiële</para>
      <para>instandhoudingsvergoeding van het Rijk te worden bekostigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.3 Eiseres heeft aangevoerd dat de kosten voor de ICT-infrastructuur moeten worden</para>
      <para>aangemerkt als bouwkosten van het nieuw te bouwen schoolgebouw. Ter onderbouwing</para>
      <para>hiervan verwijst eiseres naar de specificatie van nieuwbouwkosten zoals geformuleerd in het</para>
      <para>VNG Praktijkboek. Hierin wordt datanetwerk specifiek genoemd. Tevens heeft eiseres</para>
      <para>verwezen naar een in 1985 opgemaakte specificatie van alle tot een nieuwbouw behorende</para>
      <para>voorzieningen. Ten slotte maakt eiseres een vergelijking met elektriciteitsbedrading en</para>
      <para>telefoonbekabeling, welke respectievelijk vanuit de meterkast en de telefooncentrale door de</para>
      <para>kabelgoten naar de stopcontacten lopen. De ICT-bekabeling loopt vanuit een patchkast naar</para>
      <para>de stopcontacten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.4 De rechtbank is van oordeel dat de ICT-infrastructuur een wezenlijk onderdeel vormt</para>
      <para>van een schoolgebouw en de aanleg hiervan noodzakelijk is om een nieuw schoolgebouw</para>
      <para>functioneel te kunnen gebruiken. De hiermee gepaard gaande kosten dienen dan ook als</para>
      <para>nieuwbouwkosten van het schoolgebouw te worden aangemerkt. De rechtbank acht de</para>
      <para>onderhavige ICT-infrastructuur, gelet op de aard en de aanleg hiervan, vergelijkbaar met een</para>
      <para>(eveneens voor een schoolgebouw noodzakelijke) telefoon- en elektriciteitsaansluiting.</para>
      <para>Dergelijke voorzieningen vielen blijkens de door de Rijksoverheid geformuleerde</para>
      <para>stichtingskosten, als zijnde 'elektrische installatie en installatiekosten (tele)-communicatieinstallaties PTT/intercom/leidingen radio/tv', reeds in 1985 onder de bouwkosten van een op te richten schoolgebouw.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts kan de rechtbank uit de door verweerder in beroep overgelegde stukken niet afleiden</para>
      <para>dat de aanleg van de ICT-infrastructuur niet onder de bouwkosten zou vallen. Deze stukken</para>
      <para>zien naar het oordeel van de rechtbank op het dagelijkse gebruik van ICT in het onderwijs</para>
      <para>(nadat de ICT-infrastructuur reeds is gerealiseerd) en meer in het bijzonder op de opbouw</para>
      <para>van de bekostiging van de materiële instandhouding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de ICT-bekabeling in dezelfde kabelgoten wordt aangelegd als de elekticiteits- en</para>
      <para>telefoonbedrading, vermag de rechtbank ten slotte niet in zien waarom verweerder uit</para>
      <para>pragmatische redenen wel extra stopcontacten, kabelgoten en grotere groepenkasten via het bouwkrediet pleegt te vergoeden, maar niet de ICT-bekabeling en de patchkast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bovenstaande brengt met zich dat de kosten ten behoeve van de ICT-infrastructuur moeten</para>
      <para>worden aangemerkt als nieuwbouwkosten die ten laste komen van het bouwkrediet.</para>
      <para>Verweerder heeft derhalve ten onrechte een bedrag van € 30.000,-- in mindering gebracht op</para>
      <para>de door eiseres aangeleverde stichtingskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hierdoor berust het bestreden besluit op een ondeugdelijke motivering en het komt dan ook</para>
      <para>voor vernietiging in aanmerking. De rechtbank zal verweerder opdragen een nieuw besluit op</para>
      <para>bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Daarbij zal verweerder tevens een</para>
      <para>beslissing dienen te nemen op het verzoek om vergoeding van de in de bezwaarfase</para>
      <para>gemaakte kosten van rechtsbijstand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.5 De rechtbank ziet in de vernietiging van het bestreden besluit aanleiding verweerder</para>
      <para>te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep heeft</para>
      <para>moeten maken. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht, zoals dat luidde</para>
      <para>tot 1 oktober 2009, kent de rechtbank ter zake van verleende rechtsbijstand 2 punten toe,</para>
      <para>waarbij een wegingsfactor van 1 wordt gehanteerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
      <para>- verklaart de beroepen gegrond;</para>
      <para>- vernietigt het bestreden besluit;</para>
      <para>- draagt verweerder op om met inachtneming van deze uitspraak een nieuwe beslissing</para>
      <para>op bezwaar te nemen;</para>
      <para>- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 288,-- aan eiseres voldoet;</para>
      <para>- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 644,--,</para>
      <para>ter zake van verleende rechtsbijstand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. D.S. de Vries, voorzitter, en mrs. Tj. Gerbranda en</para>
      <para>E.J.J.M. Weyers, leden. De beslissing is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar</para>
      <para>uitgesproken op 16 december 2009.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>