<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZUT:2007:BG1058</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T22:16:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BG1058</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zutphen" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zutphen</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2007-11-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">89316 - KG ZA 07-311</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZUT:2007:BG1058">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZUT:2007:BG1058</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T03:38:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2008-10-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZUT:2007:BG1058 Rechtbank Zutphen , 21-11-2007 / 89316 - KG ZA 07-311</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZUT:2007:BG1058:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Buitendienstmedewerker van illegale schuldbemiddelaar schrijft zich als eigenaar van een eenmanszaak in het handelsregister in; gehouden tot restitutie van hetgeen onverschuldigd is betaald? Bewijskracht van vrijspraak van oplichting/verduistering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZUT:2007:BG1058:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>vonnis</para>
      <para>RECHTBANK ZUTPHEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Sector Civiel – Afdeling Handel</para>
    <para />
    <para>zaaknummer / rolnummer: 89316 / KG ZA 07-311</para>
    <para />
    <para />
    <para>Vonnis in kort geding van 21 november 2007</para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[eiser],</para>
      <para>wonende te [plaats, gemeente],</para>
      <para>opposant, hierna mede te noemen [eiser],</para>
      <para>procureur: mr. E.G.M. Wiggers,</para>
      <para>advocaat: mr. M. van Hunnik te Barneveld,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verweerster],</para>
      <para>wonende te [plaats],</para>
      <para>geopposeerde, hierna mede te noemen [verweerster],</para>
      <para>advocaat: mr. J.H.F.M. van Rijswijck te Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>1.1.	Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>-	de dagvaarding van 3 oktober 2005,</para>
      <para>-	het verstekvonnis, op 11 oktober 2005 door de voorzieningenrechter van deze rechtbank onder rolnummer 72878 / KG ZA 05-266 uitgesproken tussen [verweerster] als eiseres en [eiser] als niet verschenen gedaagde,</para>
      <para>-	de verzetdagvaarding van 26 oktober 2007,</para>
      <para>-	het proces-verbaal van de mondelinge behandeling,</para>
      <para>-	de pleitnota van [eiser].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2.	Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	De feiten</para>
      <para>2.1.	Op 17 april 2003 is het bedrijf [naam bedrijf] (hierna: [bedrijf]) met medewerking van [eiser] in het handelsregister geregistreerd als een door hem en voor zijn rekening en risico gedreven eenmanszaak. Vóór 17 april 2003 was [eiser] al werkzaam bij [bedrijf] en stond de onderneming op naam van de [eigenaar bedrijf] (hierna: [eigenaar bedrijf]) als eigenaar en exploitant.</para>
      <para>2.2.	[eiser] was vooral werkzaam in de buitendienst, waarin hij toekomstige cliënten bezocht en heeft [eigenaar bedrijf] en de op het kantoor van [bedrijf] werkzame [werkneemster bedrijf] vervolgens een algemene machtiging verstrekt voor alle financiële transacties van [bedrijf]</para>
      <para>2.3.	[bedrijf] hield zich bezig met schuldbemiddeling, inhoudende dat cliënten van [bedrijf] maandelijks bedragen aan haar dienden te voldoen, die door [bedrijf] zouden worden doorbetaald aan de schuldeisers van haar cliënten.</para>
      <para>2.4.	Op 11 maart 2003 heeft [bedrijf] een dergelijke overeenkomst gesloten met [verweerster].</para>
      <para>2.5.	[bedrijf] heeft nimmer een door [verweerster] aan haar betaald bedrag overgemaakt naar een schuldeiser van [verweerster]. </para>
      <para>2.6.	Op 3 oktober 2005 heeft [verweerster] [eiser] in kort geding gedagvaard voor de voorzieningenrechter van deze rechtbank, waarbij [verweerster] een bedrag van EUR 6.000,00 met rente en kosten vorderde van [eiser] wegens onverschuldigde betaling ten gevolge van nietigheid van de schuldbemiddelingsovereenkomst.</para>
      <para>2.7.	Bij verstekvonnis van 11 oktober 2005 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank de vordering van [verweerster] toegewezen.</para>
      <para>2.8.	Op 29 november 2005 is de inschrijving van de onderneming in het handelsregister doorgehaald wegens opheffing van de onderneming.</para>
      <para>2.9.	Bij vonnis van 27 oktober 2006 heeft de meervoudige strafkamer van deze rechtbank [eiser] vrijgesproken van oplichting en verduistering ten aanzien van andere cliënten van [bedrijf] ([verweerster] was niet in de tenlastelegging vermeld).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.	Het geschil</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.1.	[eiser] vordert dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:</para>
      <para>1.	opposant zal ontheffen van de veroordeling, tegen hem uitgesproken bij vonnis van deze rechtbank van 11 oktober 2005 met rolnummer 72878 / KG ZA 05-266 en tussen geopposeerde als eiser en opposant als gedaagde gewezen, en het vonnis zal vernietigen;</para>
      <para>2.	geopposeerde alsnog niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vordering, althans deze als ongegrond zal afwijzen;</para>
      <para>3.	geopposeerde zal veroordelen in de kosten van dit verzet en dit geding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2.	[verweerster] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.	De beoordeling</para>
      <para>4.1.	Gesteld noch gebleken is dat het verzet niet tijdig of op de juiste wijze ingesteld, zodat [eiser] in zijn verzet kan worden ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.2.	[eiser] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat door [verweerster] ten onrechte althans zonder rechtsgrond betaling van een bedrag wordt (terug)gevorderd, nu [eiser] nimmer heeft deelgenomen aan en niet op de hoogte was van de malafide praktijken van [eigenaar bedrijf] en [werkneemster bedrijf] binnen [bedrijf] [eiser] voert hiertoe aan dat hij op aandringen van [eigenaar bedrijf] [bedrijf] op zijn naam heeft laten inschrijven, maar dat [eigenaar bedrijf] feitelijk de zeggenschap hield. [eiser] stelt dat hij bewust onwetend is gehouden en gebruikt is als dekmantel voor de door [eigenaar bedrijf] en [werkneemster bedrijf] gepleegde oplichting. Voorts stelt [eiser] dat hij in de strafzaak in tegenstelling tot [eigenaar bedrijf] en [werkneemster bedrijf] is vrijgesproken van oplichting en verduistering ten nadele van cliënten van [bedrijf] Nu [eiser] zelf niet aantoonbaar onrechtmatig heeft gehandeld jegens cliënten van [bedrijf] en hij niet op de hoogte was van het onrechtmatig handelen van [eigenaar bedrijf] en [werkneemster bedrijf], acht hij zich niet aansprakelijk voor de vordering van [verweerster].</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.3.	Ten eerste dient beoordeeld te worden of [verweerster] met recht de nietigheid van de overeenkomst heeft ingeroepen dan wel met recht de overeenkomst heeft vernietigd. Ingevolge artikel 47 van de Wet op het Consumentenkrediet (hierna: WCK) is schuldbemiddeling verboden. Nu [eiser] niet heeft betwist dat [bedrijf] een overeenkomst tot schuldbemiddeling met [verweerster] heeft gesloten, is voldoende aannemelijk geworden dat de overeenkomst in strijd is met artikel 47 WCK. Blijkens het bepaalde in artikel 3:40 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek leidt dit slechts tot vernietigbaarheid van de overeenkomst, nu artikel 47 WCK strekt ter bescherming van één partij, in dit geval [verweerster]. </para>
      <para>Bij brief van 20 mei 2005 is namens [verweerster] de overeenkomst met [bedrijf] vernietigd. Nu als onweersproken vast staat dat [verweerster] EUR 6.000,00 aan [bedrijf] heeft betaald op basis van de vernietigde overeenkomst, is voldoende aannemelijk dat de bodemrechter </para>
      <para>– later oordelend – [verweerster] een vordering uit onverschuldigde betaling zal toewijzen. De vraag is slechts of dit ook tegen [eiser] zal gebeuren, die toewijzing tegen [eigenaar bedrijf] en [werkneemster bedrijf] meer voor de hand vindt liggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.4.	   Vast staat dat [bedrijf] vanaf 4 april 2003 naar buiten toe op naam stond van [eiser]. [eiser] heeft de voor het handelsregister bedoelde overschrijving van [bedrijf] op zijn naam ondertekend. Voorts heeft [eiser] eigenhandig een machtiging verstrekt aan [eigenaar bedrijf] en [werkneemster bedrijf] voor het – op naam van [eiser] - verrichten van alle financiële transacties binnen [bedrijf] [verweerster] heeft in goed vertrouwen bedragen overgemaakt naar de bankrekening van [bedrijf], waarvan [eiser] het beheer uit handen had gegeven aan [eigenaar bedrijf] en [werkneemster bedrijf]. Dat [eigenaar bedrijf] en [werkneemster bedrijf] misbruik hebben gemaakt van deze machtiging, mag niet voor rekening van [verweerster] komen. [eiser] was in het handelsregister ingeschreven als eigenaar van [bedrijf] en [verweerster] vordert dan ook met recht de betalingen bij hem terug. De stelling van [eiser], dat hij niet op de hoogte was van de oplichting door [eigenaar bedrijf] en [werkneemster bedrijf], doet aan zijn aansprakelijkheid als eigenaar van [bedrijf] niets af.</para>
    <para> </para>
    <para>4.5.	Dat [eiser] strafrechtelijk is vrijgesproken van oplichting en verduistering, doet aan zijn civielrechtelijke aanspreekbaarheid in deze niets af. Artikel 161 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kent aan vrijspraken (bij [eiser] is kennelijk strafrechtelijk opzet niet bewezen geacht) geen dwingende bewijskracht toe. De stelling van [eiser], dat [bedrijf] nog niet op zijn naam stond op het moment dat [verweerster] de overeenkomst met [bedrijf] sloot, treft evenmin doel, nu [eiser] als rechtsopvolger onder algemene titel gold van de vorige gerechtigde tot de eenmanszaak. De meeste betalingen zijn overigens nadien binnengekomen.</para>
    <para />
    <para>4.6.	Aangezien [verweerster] haar vordering in de oorspronkelijke dagvaarding heeft gebaseerd op onverschuldigde betaling, kunnen de verweren van [eiser] betreffende wanprestatie en onrechtmatige daad onbesproken blijven.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.7.	[verweerster] heeft de stelling van [eiser], dat [verweerster] geen spoedeisend belang heeft bij haar vordering omdat zij na het vonnis van 11 oktober 2005 geen executiemaatregelen heeft genomen, gemotiveerd weersproken. [verweerster] heeft aangevoerd dat de deurwaarder heeft geprobeerd het vonnis te executeren, maar dat er geen verhaalsmogelijkheden waren bij [eiser]. [eiser] heeft deze stelling niet, althans onvoldoende weersproken. Daar komt bij dat [eiser] ter zitting heeft verklaard dat hij enkele malen is verhuisd zonder zich in te schrijven op zijn nieuwe adres, wat het nemen van executiemaatregelen bemoeilijkt.</para>
      <para>[verweerster] heeft daarentegen – onweersproken – gesteld dat zij een inkomen op bijstandsniveau heeft en in een zorgwekkende financiële situatie verkeert. </para>
      <para>Gezien het vorenstaande heeft [verweerster] spoedeisend belang bij haar vordering. [eiser] heeft de – door [verweerster] betwiste – stelling dat er een restitutierisico bestaat aangezien [verweerster] bezig is met schuldsanering onvoldoende onderbouwd, zodat hieraan voorbij zal worden gegaan – ook omdat onweerlegbaar is dat haar betalingen hem ten goede zijn gekomen, waaraan niet afdoet dat hij de controle erover uit handen had gegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.8.	Gelet op het vorenstaande zal het verstekvonnis van 11 oktober 2005 worden bekrachtigd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.9.	[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze verzetprocedure worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [verweerster] worden begroot op:</para>
      <para>- betaald vast recht	EUR 	 62,75</para>
      <para>- in debet gesteld vast recht	188,25</para>
      <para>- overige kosten		  0,00</para>
      <para>- salaris advocaat		816,00</para>
      <para>Totaal	EUR 	1.067,00</para>
    </parablock>
    <para>  </para>
    <parablock>
      <para>5.	De beslissing</para>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.1.	bekrachtigt het vonnis van 11 oktober 2005 met zaaknummer </para>
      <para>72878 / KG ZA 05-266;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5.2.	veroordeelt [eiser] in de proceskosten in de verzetprocedure, aan de zijde van [verweerster] tot op heden begroot op EUR 1.067,00, te voldoen aan de griffier door overmaking op rekeningnummer 19.23.25.922 ten name van arrondissement Zutphen onder vermelding van "proceskostenveroordeling" en het zaak- en rolnummer;</para>
    <para />
    <para>5.3.	verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G. Vrieze en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2007.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>