<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZUT:2004:BV9697</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:53:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BV9697</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zutphen" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zutphen</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2004-07-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/961 AW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZUT:2004:BV9697">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZUT:2004:BV9697</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:53:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZUT:2004:BV9697 Rechtbank Zutphen , 07-07-2004 / 03/961 AW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZUT:2004:BV9697:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bezwaar tegen de gekozen uitgangspositie en het plaatsingsbesluit. Rechtbank verklaart beroep op uitgangspositie gegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZUT:2004:BV9697:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK ZUTPHEN</para>
      <para>Enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken</para>
      <para>Reg.nr.: 03/961 AW</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>UITSPRAAK</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het geding tussen:</para>
      <para>[eiser], wonende te Epe, eiser</para>
      <para>en</para>
      <para>de Korpschef van het Korps landelijke politiediensten, voor deze de directeur-generaal Openbare orde en Veiligheid, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Aanduiding bestreden besluit</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Besluit van verweerder van 6 juni 2003, waarbij:</para>
      <para>a. het bezwaarschrift van eiser van 28 november 2002 tegen de beslissing op eisers</para>
      <para>zienswijze van 21 oktober 2002 niet-ontvankelijk is verklaard en</para>
      <para>b. het bezwaarschrift van eiser van 11 december 2002 tegen het plaatsingsbesluit van</para>
      <para>18 november 2002 ongegrond is verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Feiten</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 6 sub c, van het Reorganisatiestatuut KLPD 2002</para>
      <para>heeft verweerder eiser bij brief van 8 juli 2002, meegedeeld dat op basis van dienstgegevens</para>
      <para>als uitgangspositie voor eiser is vastgesteld de functie "Beveiliger" .</para>
      <para>Voorts heeft verweerder meegedeeld dat die functie in de nieuwe organisatie in een gelijk of</para>
      <para>groter aantal ongewijzigd terugkeert en het voornemen bestaat eiser volgens de directe</para>
      <para>procedure in dezelfde functie in de nieuwe organisatie te plaatsen.</para>
      <para>Eiser kon tot 2 september 2002 zienswijzen kenbaar maken.</para>
      <para>Bij brief van 27 augustus 2002 heeft eiser kenbaar gemaakt dat hij sedert 1 april 1996</para>
      <para>operationeel-coördinerende taken verricht in de functie van Verantwoordelijk</para>
      <para>Beveiligingsambtenaar en dat hij het daarom niet eens is met de gekozen uitgangspositie.</para>
      <para>Bij brief van 21 oktober 2002 heeft verweerder meegedeeld geen aanleiding te zien uit te</para>
      <para>gaan van een andere uitgangspositie en bij besluit van 18 november 2002 is eiser ingaande</para>
      <para>1 december 2002 geplaatst in de functie van Beveiliger in schaal 8.</para>
      <para>Bij brieven van 28 november 2002 en 11 december 2002 heeft eiser bezwaar gemaakt tegen</para>
      <para>de gekozen uitgangspositie en het plaatsingsbesluit.</para>
      <para>Eiser is op 18 maart 2003 gehoord door de bezwaarschriftencommissie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaarschrift van 28 november 2002 nietontvankelijk verklaard op de grond dat het zich richt tegen een beslissing die niet op enig</para>
      <para>rechtsgevolg is gericht en het bezwaarschrift van 11 december 2002 overeenkomstig het</para>
      <para>advies van de bezwaarschriftencommissie ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Procesverloop</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens eiser heeft mW.mr. S.G. Volbeda, werkzaam bij Boulevard Heuvelink advocaten te</para>
      <para>Arnhem, beroep ingesteld op de in het aanvullend beroepschrift d.d. 8 september 2003</para>
      <para>vermelde gronden. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een</para>
      <para>verweerschrift ingezonden. Vervolgens hebben partijen hun standpunten schriftelijk nader</para>
      <para>uiteengezet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is gevoegd behandeld met het beroep van [eiser], geregistreerd onder</para>
      <para>nummer 03/961 AW, ter zitting van 18 juni 2004, waar eiser in persoon is verschenen,</para>
      <para>bijgestaan door zijn gemachtigde mr. Volbeda. Verweerder heeft zich laten</para>
      <para>vertegenwoordigen door mr. P. Vriezen en H. Poortier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Motivering</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.1 Plaatsing geschiedt volgens de directe, de korte of de lange procedure.</para>
      <para>Het antwoord op de vraag welke procedure van toepassing is, is mede afhankelijk van de</para>
      <para>uitgangspositie van de betrokken medewerker, terwijl de uitgangspositie, zeker in geval van</para>
      <para>directe plaatsing, van overwegende invloed is op de plaatsingsbeslissing.</para>
      <para>Eiser wordt derhalve door de keuze van de uitgangspositie rechtstreeks in zijn rechtspositie</para>
      <para>geraakt. Met verwijzing naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 14 februari</para>
      <para>2002 LJN AE0168 is de rechtbank dan ook van oordeel dat de beslissing met betrekking tot</para>
      <para>de uitgangspositie een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit is.</para>
      <para>Het beroep tegen de beslissing op het bezwaarschrift van 28 november 2002 is dan ook</para>
      <para>gegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu verweerder eisers bezwaren tegen zijn uitgangspositie inhoudelijk heeft beoordeeld in het</para>
      <para>kader van het bezwaarschrift tegen het plaatsingsbesluit, welk bezwaarschrift zich in wezen</para>
      <para>ook tegen de uitgangspositie richt, ziet de rechtbank aanleiding met toepassing van artikel</para>
      <para>8:72, vierde lid, van de Awb te bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit</para>
      <para>waarbij het bezwaarschrift van 28 november 2002 niet-ontvankelijk is verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2 Voor de uitgangspositie van de medewerker wordt, gelet op 11.6 van de</para>
      <para>Uitvoeringsregeling, uitgegaan van de formele functie, tenzij anders is vastgelegd.</para>
      <para>De formele functie is de functie die genoemd wordt in het aanstellings- of wijzigingsbesluit.</para>
      <para>Eiser was aangesteld in de functie van Beveiliger.</para>
      <para>Niet in geschil is dat de functie Verantwoordelijk Beveiligingsambtenaar niet als zodanig</para>
      <para>bestond in de formatie van de Divisie Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging, Afdeling</para>
      <para>Koninklijke Beveiliging. Diverse pogingen om een functie tussen die van Beveiliger en van</para>
      <para>Groepschef te creëren zijn in het verleden op niets uitgelopen en ook in de nieuwe</para>
      <para>organisatie is niet voor een tussenniveau gekozen, hoewel de reorganisatie mede ten doel</para>
      <para>had de formele functies in overeenstemming te brengen met de feitelijke werkzaamheden en</para>
      <para>de meer ervaren Beveiligers, naar de rechtbank aanneemt, structureel operationeelcoördinerende</para>
      <para>werkzaamheden verrichtten en verrichten die tot de taakomschrijving van</para>
      <para>Groepschefs behoren en daar ook een vergoeding voor hebben gekregen.</para>
      <para>De oude organisatie kende en de nieuwe organisatie kent slechts de functies Beveiliger en</para>
      <para>Groepschef, de werkzaamheden voor en na reorganisatie zijn identiek en de betreffende</para>
      <para>medewerkers zijn één op één overgegaan.</para>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden gezegd dat eiser feitelijk de functie van</para>
      <para>Groepschef uitoefende. Het antwoord op de vraag of functieonderhoud diende plaats te</para>
      <para>vinden kan hier in het midden blijven.</para>
      <para>Verweerder heeft dan ook niet ten onrechte de functie van Beveiliger als uitgangspositie</para>
      <para>gekozen. Het bezwaarschrift tegen het besluit van 21 oktober 2002 is dan ook ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.3 De bezwaren van eiser tegen het plaatsingsbesluit en de beslissing op het</para>
      <para>bezwaarschrift tegen dat besluit vloeien geheel voort uit zijn bezwaren tegen de</para>
      <para>uitgangspositie. Nu de bezwaren daartegen ongegrond zijn geeft het beroep tegen de</para>
      <para>beslissing op het bezwaarschrift tegen het plaatsingsbesluit geen grond voor het oordeel dat</para>
      <para>die beslissing is genomen in strijd met enige regel van geschreven of ongeschreven recht of</para>
      <para>enig rechtsbeginsel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.4 Hoewel het beroep tegen de beslissing op het bezwaarschrift tegen het besluit van</para>
      <para>21 oktober 2002 gegrond wordt verklaard ziet de rechtbank geen aanleiding verweerder te</para>
      <para>veroordelen in de proceskosten van eiser, nu verweerder in het kader van de beslissing op</para>
      <para>het bezwaarschrift tegen het plaatsingsbesluit inhoudelijk op de bezwaren tegen de</para>
      <para>uitgangspositie is ingegaan en eiser desondanks beroep heeft ingesteld.</para>
      <para>Geoordeeld moet dan ook worden dat eiser geen kosten heeft gemaakt uitsluitend ten</para>
      <para>gevolge van de niet-ontvankelijkverklaring.</para>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling op grond van artikel</para>
      <para>8:75 van de Awb.</para>
      <para>Het vorenstaande leidt tot de slotsom, dat beslist moet worden als hierna is aangegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De rechtbank,</para>
    <para />
    <para>recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 1.a gegrond;</para>
      <para>vernietigt dat besluit;</para>
      <para>verklaart het bezwaarschrift van 28 november 2002 ongegrond en bepaalt dat deze uitspraak</para>
      <para>in de plaats treedt van het vernietigde besluit;</para>
      <para>verklaart het beroep tegen het bestreden besluit 1. b. ongegrond;</para>
      <para>gelast dat de Staat der Nederlanden het betaalde griffierecht van € 116,-- aan eiser</para>
      <para>vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending hoger beroep</para>
      <para>worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. J.A. Lok en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2004 in</para>
      <para>tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>