<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZUT:2003:AN9480</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T19:39:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AN9480</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zutphen" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zutphen</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2003-10-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/578 VEROR 229</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZUT:2003:AN9480">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZUT:2003:AN9480</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T20:30:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2003-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZUT:2003:AN9480 Rechtbank Zutphen , 07-10-2003 / 03/578 VEROR 229</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZUT:2003:AN9480:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Rechter laat herplantplicht niet in stand. Rechter acht het besluit waarbij  een herplantplicht is opgelegd onvoldoende zorgvuldig voorbereid en derhalve in strijd met het motiveringsbeginsel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZUT:2003:AN9480:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK ZUTPHEN</para>
      <para>Enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Reg.nr.: 03/578 VEROR 229</para>
    <para />
    <para>UITSPRAAK</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiseres], eiseres,</para>
      <para>en</para>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Winterswijk, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Aanduiding bestreden besluit</para>
      <para>Besluit van verweerder van 10 maart 2003.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Feiten</para>
      <para>Op 29 juli 2002 heeft verweerder aan eiseres een herplantplicht opgelegd voor 24 are bos.</para>
      <para>Op het perceel kadastraal bekend gemeente Winterswijk sectie V nr. 337 dient eiseres</para>
      <para>binnen 1 jaar de volgende soorten aan te planten: inlandse eik (40%), els (20%), berk (20%)</para>
      <para>en vuilbomen (10%) in de maten 60-80 cm en met een onderlings plantafstand van 150 x</para>
      <para>150 cm.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 2 september 2002 heeft eiseres een bezwaarschrift ingediend. Op 10 maart heeft</para>
      <para>verweerder de bestreden beslissing genomen en het besluit van 29 juli 2002 gehandhaafd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. Procesverloop</para>
      <para>Namens eiseres heeft dr. J. van Zundert beroep ingesteld op de in het beroepschrift</para>
      <para>vermelde gronden. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een</para>
      <para>verweerschrift ingezonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is behandeld ter zitting van 3 oktober 2003, waar namens eiseres zijn</para>
      <para>verschenen haar echtgenoot, bijgestaan door mr. M.A.A. Soppe. Verweerder heeft zich laten</para>
      <para>vertegenwoordigen door J.G.M. Bronkhorst en S. Wouters.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>4. Motivering</para>
      <para>4.1 Op grond van artikel 9 van de Kapvordening kan verweerder, indien houtopstand waarop</para>
      <para>het vellen als bedoeld in die verordening van toepassing is, zonder vergunning van</para>
      <para>verweerder is geveld, anders dan bij wijze van dunning, dan wel op andere wijze teniet is</para>
      <para>gegaan aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond, de </para>
      <para>verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door verweerder te geven</para>
      <para>aanwijzingen binnen een door verweerder te stellen termijn.</para>
      <para>Ingevolge artikel 1 onder a wordt onder houtopstand begrepen hakhout, een houtwal of een</para>
      <para>of meer bomen. In de verordening is niet bepaald wat onder een boom moet worden</para>
      <para>verstaan en zijn bomen tot een bepaalde diameter niet uitgezonderd van de</para>
      <para>vergunningplicht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2 Ingevolge artikel 9, vijfde lid, kan tegen bovenbedoeld besluit binnen dertig dagen beroep</para>
      <para>worden ingesteld bij de gemeenteraad.</para>
      <para>Met de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur per 7 maart 2002 is</para>
      <para>beoogd per die datum beroep op de gemeenteraad tegen besluiten van een college van</para>
      <para>burgemeester en wethouders uit te sluiten. Verweerder heeft genoemd voorschrift dan ook</para>
      <para>terecht buiten toepassing gelaten en artikel 7, eerste lid, van de Awb van toepassing geacht.</para>
      <para>Verweerder was dan ook bevoegd omtrent het bezwaarschrift te beslissen en de</para>
      <para>omstandigheid dat eerst na dertig dagen na het besluit in primo bezwaar is gemaakt stond</para>
      <para>aan ontvankelijkheid niet in de weg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.3 De bezwaarschriftencommissie heeft overwogen:</para>
      <para>"Het kan niet zo kan zijn dat aan de herplantplicht wordt ontkomen door de aanplant, nadat</para>
      <para>zij is aangeslagen, maar nog voordat de stam een dikte van meer dan 10 cm heeft bereikt</para>
      <para>(want in dat geval is wel een kapvergunning vereist) eenvoudig te verwijderen."</para>
      <para>De herplantplicht waarop de commissie doelt betreft een verplichting tot een aanbrengen</para>
      <para>van vervangende beplanting aansluitend op een reeds eerder aangebrachte houtsingel in het</para>
      <para>westelijk deel van het kadastraal perceel F-3892 gemeente Winterswijk die bij besluit van 17</para>
      <para>maart 1992 is opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Aalten in de</para>
      <para>vorm van een voorwaarde bij een aan de rechtsvoorganger van eiseres verleende</para>
      <para>vergunning voor het kappen van bomen op een ander perceel.</para>
      <para>Naleving van die voorwaarde behoort tot de zorg van dat college en verweerder kan aan dat</para>
      <para>besluit niet enige bevoegdheid ontlenen. Verweerder is dan ook slechts bevoegd toepassing</para>
      <para>te geven aan artikel 9 van de Kapverordening indien aan de aldaar bedoelde voorwaarden is</para>
      <para>voldaan. Een van die voorwaarden is dat een kapvergunning is vereist.</para>
      <para>Die is volgens de bezwaarschriftencommissie (en impliciet verweerder) niet vereist indien,</para>
      <para>zoals in dit geval, de diameter van de stam nog geen 10 centimeter bedraagt.</para>
      <para>In de Kapverordening is het kappen van bomen met een diameter van niet meer dan 10</para>
      <para>centimeter evenwel niet met zo veel woorden uitgezonderd van de vergunningplicht en</para>
      <para>verweerder is niet bevoegd zodanig uitbreiding aan de verordening te geven (AR 22 januari</para>
      <para>1992, AB 1992/326). Er zal echter wel sprake moeten zijn van een houtgewas van enige</para>
      <para>betekenis (met een wortelgestel en een stam met vertakkingen) om van een boom te kunnen</para>
      <para>spreken.</para>
      <para>Beantwoord moet dan ook worden de vraag of ter plaatse bomen aanwezig waren en of</para>
      <para>deze geveld zijn dan wel op een andere wijze teniet zijn gegaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de rechtsvoorganger van eiseres is de verplichting opgelegd beplanting aan te brengen</para>
      <para>met een lengte van minimaal 80-100 cm en hij heeft Hacron te Lievelde d.d. 23 februari 1993</para>
      <para>opdracht gegeven 1200 stuks 2-jarig loofhout (70 % eik, 30% els, es, berk en vuilboom) te</para>
      <para>leveren en te planten op het westelijk deel van het perceel Winterswijk F 3892 groot 2680</para>
      <para>m2. Eiseres heeft Hacron op 15 februari 1994 opdracht gegeven 2000 m2 (tussen) jonge</para>
      <para>aanplant te maaien. Op een luchtfoto uit 1995 zijn drie stroken te zien met, naar het lijkt, een</para>
      <para>in dichtheid en hoogte afnemende vorm van begroeiing, waarbij de eerste strook een reeds</para>
      <para>lange tijd bestaande en de tweede strook de eerder (1989/1990) aangebrachte houtsingel</para>
      <para>(van 14 are) lijkt te zijn waarop in de kapvergunning van de gemeente Aalten wordt gedoeld.</para>
      <para>Op twee tamelijk donkere foto's genomen op 8 december 1995, met op de achtergrond de</para>
      <para>houtsingel, lijkt de derde strook te zijn begroeid met hoog opgaand gras en mogelijk hier en</para>
      <para>daar jonge aanplant. Op een luchtfoto uit 1996 lijkt de derde strook glad te zijn, hetgeen in</para>
      <para>elk geval in mei 2002 het geval was.</para>
      <para>Eiseres betwist de stelling van verweerder dat de derde strook sinds dat eiseres eigenaresse</para>
      <para>is, voorzien is geweest van jonge aanplant.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder bij het bestreden besluit onvoldoende</para>
      <para>bewijs geleverd voor zijn stelling op dit punt. De foto's geven geen antwoord op de vraag of</para>
      <para>bomen aanwezig waren waarvan het kappen vergunningplichtig was en verweerder heeft de</para>
      <para>heren Oonk en Geurkink, die volgens eiseres kunnen verklaren dat zulks niet het geval is,</para>
      <para>niet gehoord. Verder bevinden zich is het dossier geen verklaringen van omwonenden</para>
      <para>waaruit kan worden afgeleid dat op de betreffende strook bomen stonden en de bewoners</para>
      <para>van het pand dat in het verlengde van die strook staat zijn in het geheel niet gehoord.</para>
      <para>Aan de maaiopdracht van 15 februari 1994 kan niet de betekenis worden toegekend die</para>
      <para>verweerder daaraan heeft toegekend nu deze niet noodzakelijkerwijs betrekking behoeft te</para>
      <para>hebben op die strook.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het voorgaande brengt mee dat het bestreden besluit wegens strijd met artikel</para>
      <para>3:2 van de Algemene wet bestuursrecht niet in stand kan blijven en dat het daartegen</para>
      <para>ingestelde beroep gegrond dient te worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.4 De rechtbank ziet in het vorenoverwogene aanleiding verweerder te veroordelen in de</para>
      <para>kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep heeft moeten maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht kent de rechtbank ter zake van</para>
      <para>verleende rechtsbijstand 2 punten toe, waarbij een wegingsfactor van 1 wordt gehanteerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat beslist moet worden als hierna is aangegeven.</para>
    <para />
    <para>5. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De rechtbank,</para>
    <para />
    <para>recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- 	verklaart het beroep gegrond;</para>
      <para>- 	vernietigt het bestreden besluit;</para>
      <para>- 	draagt verweerder op een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaarschrift van eiseres;</para>
      <para>- 	bepaalt dat verweerders gemeente het betaalde griffierecht van € EUR 116,- aan eiseres vergoedt;</para>
      <para>- 	veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € EUR 644,-, te betalen door verweerders gemeente.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending hoger beroep</para>
      <para>worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus</para>
      <para>20019, 2500 EA Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. J.A. Lok en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2003</para>
      <para>in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>