<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZUT:2003:AK4826</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T08:24:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AK4826</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zutphen" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zutphen</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2003-08-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Reg.nr.: 03/950 WRO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZUT:2003:AK4826">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZUT:2003:AK4826</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T19:42:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2003-09-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZUT:2003:AK4826 Rechtbank Zutphen , 29-08-2003 / Reg.nr.: 03/950 WRO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZUT:2003:AK4826:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Schommel mag blijven staan</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZUT:2003:AK4826:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK ZUTPHEN</para>
      <para>Sector Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Reg.nr.: 03/950 WRO</para>
    <para />
    <para>UITSPRAAK</para>
    <para />
    <para>Op het verzoek om een voorlopige voorziening in het geschil tussen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[heer A] en zes anderen, allen wonende te [plaats], verzoekers,</para>
      <para>en</para>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van Eibergen, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Aanduiding bestreden besluit</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Besluit van verweerder van 13 mei 2003, verzonden op 23 mei 2003, waarbij aan</para>
      <para>verweerders gemeente met vrijstelling van het bestemmingsplan vergunning is verleend voor</para>
      <para>het plaatsen van een speeltoestel, een bandenschommel, op het perceel plaatselijk bekend</para>
      <para>speelterrein Hasselt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Procesverloop</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers hebben op 2 juli 2003 een bezwaarschrift bij verweerder ingediend. Bij brief van</para>
      <para>7 juli 2003 is verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de</para>
      <para>Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is behandeld ter zitting van 21 augustus 2003. Van verzoekers zijn [heer A]</para>
      <para>en [heer B] in persoon verschenen. Verweerder heeft zich laten</para>
      <para>vertegenwoordigen door [heer C], ambtenaar bij de gemeente Eibergen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Motivering</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.1 Ingevolge artikel 8:81 van de Awb dient te worden nagegaan of onverwijlde spoed, gelet</para>
      <para>op de betrokken belangen, een voorlopige voorziening vereist. Voorzover deze toetsing</para>
      <para>meebrengt dat het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft deze uitspraak</para>
      <para>daaromtrent een voorlopig karakter en is deze niet bindend voor de beslissing in die</para>
      <para>procedure.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.2 De bandenschommel is in mei 2002 samen met een aantal andere speeltoestellen ter</para>
      <para>inrichting van het speelterrein Hasselt geplaatst. Bij brief van 15 juni 2002 hebben [heer A]</para>
      <para>en anderen zich bij verweerder beklaagd over de overlast die zij ondervinden als gevolg van</para>
      <para>het gebruik van enkele op het speelterrein geplaatste toestellen waaronder - met name - de</para>
      <para>bandenschommel. Bij brief van 17 oktober 2002 heeft verweerder hen meegedeeld dat is</para>
      <para>besloten om alsnog de procedures voor het verlenen van een bouwvergunning en vrijstelling</para>
      <para>van het bestemmingsplan te volgen teneinde de bandenschommel, voor de oprichting</para>
      <para>waarvan bij nader inzien een bouwvergunning is vereist, te legaliseren. De daartoe</para>
      <para>strekkende aanvraag is op 16 oktober 2002 door de gemeente Eibergen bij verweerder</para>
      <para>ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>3.3 De bandenschommel is niet per 1 januari 2003, met de inwerkingtreding van de</para>
      <para>Woningwet 2003 en artikel 3, tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit</para>
      <para>bouwvergunningvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken, vergunningvrij</para>
      <para>geworden, aangezien de hoogte, gemeten vanaf de voet, meer is dan 3 m, te weten 3,23 m.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.4.1 Ingevolge artikel 44, aanhef en onder c, van de Woningwet, zoals deze bepaling ten</para>
      <para>tijde hier van belang luidde, moet een bouwvergunning worden geweigerd, indien het</para>
      <para>bouwwerk in strijd is met een bestemmingsplan of de krachtens zodanig plan gestelde eisen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.4.2 De hier in geding zijnde gronden hebben ingevolge het geldende bestemmingsplan</para>
      <para>'Berkellanden, uitwerking III' de bestemming 'Openbaar groen'.</para>
      <para>Ingevolge artikel 6.1 van de bij het bestemmingsplan behorende voorschriften mogen deze</para>
      <para>gronden worden gebruikt voor (…) speelterreinen (…) met bijbehorende bouwwerken, geen</para>
      <para>gebouw zijnde.</para>
      <para>In artikel 6.2 van de voorschriften is bepaald dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouw</para>
      <para>zijnde, ten hoogste 2 m mag bedragen.</para>
      <para>Uit het vorenstaande volgt dat de bandenschommel, voorzover het de hoogte ervan betreft,</para>
      <para>in strijd is met het bestemmingsplan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.4.3 Ingevolge artikel 19, derde lid, van de WRO kunnen burgemeester en wethouders</para>
      <para>vrijstelling verlenen van het bestemmingsplan in bij algemene maatregel van bestuur aan te</para>
      <para>geven gevallen. Deze gevallen zijn aangewezen in artikel 20 van het Besluit op de</para>
      <para>Ruimtelijke Ordening 1985 (BRO).</para>
      <para>Ingevolge artikel 20, eerste lid, aanhef en onder c, van het BRO komt voor de toepassing</para>
      <para>van artikel 19, derde lid, van de WRO in aanmerking een bouwwerk, geen gebouw zijnde:</para>
      <para>- waarvan het bruto-vloeroppervlak niet groter is dan 25 m 2 ;</para>
      <para>- dat gemeten vanaf het aansluitende terrein niet hoger is dan 5 m.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.5.1 De voorzieningenrechter stelt allereerst vast, naar tussen partijen ook niet in geschil is,</para>
      <para>dat het bouwplan voldoet aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 19, derde lid, van</para>
      <para>de WRO. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is verweerder dan ook bevoegd om</para>
      <para>ten behoeve van het bouwwerk op grond van artikel 19, derde lid, van de WRO vrijstelling</para>
      <para>van het bestemmingsplan te verlenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.5.2 Vervolgens staat ter beoordeling of verweerder bij afweging van de betrokken belangen</para>
      <para>in redelijkheid tot het verlenen van de bedoelde vrijstelling heeft kunnen besluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.5.2.1 Door verzoekers is aangevoerd dat zij zowel (geluids)overlast ondervinden van</para>
      <para>spelende kinderen die overdag van de bandenschommel gebruikmaken, als diverse vormen</para>
      <para>van overlast van door verzoekers als hangjongeren omschreven jongeren die in de avond- en nachturen op het speelterrein verblijven en dan van de bandenschommel gebruikmaken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.5.2.2 Verweerder heeft overwogen dat de bandenschommel veelvuldig wordt gebruikt door</para>
      <para>kinderen uit de gehele buurt, juist vanwege het unieke karakter ervan. Volgens verweerder is</para>
      <para>het bij de uitgifte van de bouwkavels al duidelijk geweest dat er een speelterrein voor kleine</para>
      <para>kinderen gerealiseerd zou worden, dat in correspondentie van gemeentewege steeds is</para>
      <para>gesproken over een speelterrein voor kinderen tot 12 jaar en dat de bandenschommel</para>
      <para>volgens de leverancier geschikt is voor kinderen van 5 tot 12 jaar.</para>
      <para>De problematiek van de hangjongeren in de gemeente moet volgens verweerder los worden</para>
      <para>gezien van de bandenschommel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.5.2.3 Naar voorlopig oordeel heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen</para>
      <para>stellen dat kinderen tot 12 jaar de doelgroep vormen van het speelterrein, dat de</para>
      <para>bandenschommel geschikt is voor kinderen van 5 tot 12 jaar en dat de bandenschommel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>derhalve strookt met de beoogde opzet van het speelterrein. Hetgeen omtrent (de inrichting</para>
      <para>van) het speelterrein is vermeld in het door verzoekers aangehaalde groenplan voor</para>
      <para>de Berkellanden, dat overigens geen deel uitmaakt van het bestemmingsplan, leidt de</para>
      <para>voorzieningenrechter niet tot een ander oordeel.</para>
      <para>Het aan een dergelijk speelterrein inherente geluid van spelende kinderen zullen verzoekers</para>
      <para>tot op zekere hoogte moeten accepteren. Als de luidruchtigheid van spelende kinderen de</para>
      <para>grenzen van het aanvaardbare overschrijdt, of als bedoelde hangjongeren - op welk uur van</para>
      <para>de dag dan ook - (geluids)overlast veroorzaken, dan kunnen verzoekers daar de politie, en</para>
      <para>speciaal de wijkagent, zo dikwijls als daartoe gerede aanleiding bestaat op aanspreken. De</para>
      <para>voorzieningenrechter heeft in de gedingstukken en het verhandelde ter zitting echter geen</para>
      <para>aanknopingspunten kunnen vinden voor een zodanig oorzakelijk verband tussen de</para>
      <para>bandenschommel en de overlast van hangjongeren dat de gewenste verwijdering van de</para>
      <para>bandenschommel een noodzakelijke voorwaarde is voor beëindiging van die overlast.</para>
      <para>Hetgeen verzoekers (overigens) naar voren hebben gebracht geeft onvoldoende aanleiding</para>
      <para>voor het voorlopig oordeel dat verweerder niet in redelijkheid tot het verlenen van de</para>
      <para>vrijstelling heeft kunnen besluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.6 Nu naar voorlopig oordeel ook anderszins niet is gebleken van strijd met regels van</para>
      <para>geschreven of ongeschreven recht of enig algemeen rechtsbeginsel, zullen de bestreden</para>
      <para>vrijstelling en bouwvergunning naar alle waarschijnlijkheid bij de beslissing op bezwaar in</para>
      <para>stand kunnen blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.7 Gelet op het vorenstaande zijn er geen termen voor het treffen van een voorlopige</para>
      <para>voorziening. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De voorzieningenrechter,</para>
    <para />
    <para>recht doende:</para>
    <para />
    <para>- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. N.C. van Lookeren Campagne en in het openbaar uitgesproken op</para>
      <para>29 augustus 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Afschrift verzonden op:</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>