<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZUT:2003:AI1187</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-15T16:42:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBZUT:2003:AH9708</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AI1187</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zutphen" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zutphen</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2003-07-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Reg.nr.: 02/1119 BESLU 29</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RVS:2004:AO7508" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2004:AO7508</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=8:72&amp;g=2003-07-10">Algemene wet bestuursrecht 8:72</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZUT:2003:AI1187">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZUT:2003:AI1187</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T19:16:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2003-08-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZUT:2003:AI1187 Rechtbank Zutphen , 10-07-2003 / Reg.nr.: 02/1119 BESLU 29</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZUT:2003:AI1187:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Namens verweerder meegedeeld dat na toetsing aan de Richtlijnen bewegwijzering, deel II niet-autosnelwegen en deel aanduidingsbeleid is gebleken dat de toeristische overtstapplaatsen niet in aanmerking komen voor een aanduiding</para>
        <para>( vanwege verweerder-rb) op de N18</para>
        <para>Uitspraak vernietigd door ABRD, LJN: AO7508</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZUT:2003:AI1187:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK ZUTPHEN</para>
      <para>Enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Reg.nr.: 02/1119 BESLU 29</para>
    <para />
    <para>UITSPRAAK</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het Dagelijks bestuur van het Recreatieschap Achterhoek-Liemers te Hummelo, eiser</para>
      <para>en</para>
      <para>de minister van verkeer en waterstaat, verweerder,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Aanduiding bestreden besluit</para>
    <para />
    <para>Besluit van verweerder van 2 juli 2002.</para>
    <para />
    <para>2. Feiten</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 9 april 2001 heeft eiser verweerder verzocht om toestemming voor het langs de</para>
      <para>Rijksweg 15 (N18) plaatsen van een aantal bewegwijzeringborden op een standaard</para>
      <para>flessenpaal vergelijkbaar met een P08-bord (blauw veld met witte P) met een onderbordje</para>
      <para>verwijzend naar een zogenoemd toeristisch overstappunt (Top).</para>
      <para>Bij brief van 26 februari 2002 is namens verweerder meegedeeld dat na toetsing aan de</para>
      <para>Richtlijnen bewegwijzering, deel II niet-autosnelwegen en deel aanduidingsbeleid is gebleken</para>
      <para>dat de toeristische overstapplaatsen niet in aanmerking komen voor een aanduiding</para>
      <para>(vanwege verweerder- rb) op de N18.</para>
      <para>Bij brief van 14 maart 2002 is door eiser een bezwaarschrift tegen deze beslissing ingediend</para>
      <para>en is opnieuw om de gevraagde toestemming tot het plaatsen van de bordjes verzocht.</para>
      <para>Bij het bestreden besluit is het bezwaar ongegrond verklaard, omdat, kort gezegd, de</para>
      <para>richtlijnen (van 1993) niet voorzien en ook niet zullen voorzien in verwijzingsborden voor</para>
      <para>toeristische overstappunten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Procesverloop</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 31 juli 2002 is door eiser beroep ingesteld.</para>
      <para>Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift</para>
      <para>ingezonden. Vervolgens hebben partijen hun standpunten schriftelijk nader uiteengezet.</para>
      <para>Het beroep is behandeld ter zitting van 9 juli 2003, waar namens eiser [heer A] is</para>
      <para>verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mevrouw</para>
      <para>[mevrouw B]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Motivering</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet zich allereerst geplaatst voor de vraag of tegen de beslissing van 26</para>
      <para>februari 2002 ingevolge de Algemene wet bestuursrecht, dan wel ingevolge artikel 20 van de</para>
      <para>Wegenverkeerswet 1994, bezwaar kon worden gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 8:1 van de Awb kan een belanghebbende tegen een besluit beroep</para>
      <para>instellen bij de rechtbank.</para>
      <para>Ingevolge artikel 1:3 van die wet wordt onder besluit verstaan een schriftelijke beslissing van</para>
      <para>een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling en onder een</para>
      <para>beschikking wordt verstaan een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van</para>
      <para>de afwijzing van een aanvraag daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft verzocht om toestemming voor het zelf plaatsen van bepaalde bordjes. Dat is een</para>
      <para>verzoek gericht aan de eigenaar van de grond en een reactie op een zodanig verzoek is</para>
      <para>geen publiekrechtelijke rechtshandeling of de afwijzing daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft het verzoek - zo is ter zitting komen vast te staan - opgevat als een</para>
      <para>verzoek inhoudende dat vanwege verweerder met toepassing van het Besluit administratieve</para>
      <para>bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) verwijzingsborden behorend tot de categorie K</para>
      <para>van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 worden geplaatst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat het plaatsen van zodanig bord een feitelijke handeling is die</para>
      <para>niet gericht is op enig rechtsgevolg.</para>
      <para>Anders dan de rechtbank Arnhem (9 oktober 1996 96/2268) is deze rechtbank van oordeel</para>
      <para>dat geen sprake is van het toekennen van een recht om langs de weg aangeduid te worden</para>
      <para>(in dat geval met een wit "lepel en vork"-symbool op een blauw veld).</para>
      <para>Desgevraagd is namens verweerder ter zitting gesteld dat met (de beslissing tot) het</para>
      <para>plaatsen van een verwijzingsbord niet beoogd wordt de rechtspositie van een of meer</para>
      <para>rechtssubjecten nader te bepalen, doch beoogd wordt een vlotte doorstroming van het</para>
      <para>verkeer te bevorderen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 15 van de Wegenverkeerswet 1994 luidt:</para>
      <para>1. De plaatsing of verwijdering van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen</para>
      <para>verkeerstekens, en onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt</para>
      <para>gewijzigd, geschiedt krachtens een verkeersbesluit.</para>
      <para>2. Maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het</para>
      <para>aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer geschieden</para>
      <para>krachtens een verkeersbesluit, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding</para>
      <para>van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan</para>
      <para>maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 20 van de Wegenverkeerswet 1994 kan een belanghebbende tegen een</para>
      <para>verkeersbesluit tot plaatsing of verwijdering van verkeerstekens en onderborden of tot het</para>
      <para>treffen van maatregelen op of aan de weg ter regeling van het verkeer beroep instellen bij de</para>
      <para>rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)</para>
      <para>luidde ten tijde van de beslissing van 26 februari 2002:</para>
      <para>De plaatsing of verwijdering van de hierna genoemde verkeerstekens moet geschieden</para>
      <para>krachtens een verkeersbesluit:</para>
      <para>a. de borden die zijn opgenomen in de hoofdstukken A tot en met G van bijlage 1, behorende</para>
      <para>bij het RVV 1990, uitgezonderd de borden C22 en E9, alsmede de borden E4, E12 en E13</para>
      <para>tenzij onder deze verkeersborden een onderbord als bedoeld in artikel 8, tweede lid,</para>
      <para>onderdeel c, wordt aangebracht, dan wel toepassing wordt gegeven aan artikel 8, derde lid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>b. de volgende verkeerstekens op het wegdek:</para>
      <para>I. doorgetrokken strepen;</para>
      <para>II. de aanduiding van fietsstroken;</para>
      <para>III. de aanduiding van busstroken en busbanen;</para>
      <para>IV. voetgangersoversteekplaatsen;</para>
      <para>V. gele doorgetrokken strepen;</para>
      <para>VI. gele onderbroken strepen;</para>
      <para>VII. haaietanden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hier gaat het om een bord dat zou behoren tot de categorie van hoofdstuk K van bijlage 1.</para>
      <para>Een dergelijk bord behoeft dus niet krachtens een verkeersbesluit te worden geplaatst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verwijzingsborden leiden niet tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën</para>
      <para>weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken, zodat ook op grond van</para>
      <para>artikel 15, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 geen verkeersbesluit vereist is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bovendien gaat het hier niet om het treffen van maatregelen of om het plaatsen of</para>
      <para>verwijderen van een bord, maar om de weigering een bord te plaatsen en in artikel 20</para>
      <para>Wegenverkeerswet is (anders dan in de wet van 21-04-1994 Stb. 475) niet bepaald dat een</para>
      <para>weigering een verkeersbesluit te nemen gelijk wordt gesteld met een verkeersbesluit.</para>
      <para>De conclusie moet dan ook luiden dat ook genoemd artikel toepassing mist en eiser derhalve</para>
      <para>(na bezwaar- rb. Zutphen 17 maart 1995, 95/24) geen beroep kon instellen op grond van</para>
      <para>artikel 20 van de Wegenverkeerswet 1994.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraken van de voormalige Afdeling rechtspraak van 1 mei 1984 (A11447(1982) (over</para>
      <para>een verwijzingsbord naar het AMC in Amsterdam), 18 december 1989 R01872687 (over een</para>
      <para>verwijzingsbord met een plaatsnaam) en 18 april 1994 (AB 1994/436, over een</para>
      <para>verwijzingsbord op de A50 naar een motel/restaurant) geven de rechtbank geen aanleiding</para>
      <para>voor een ander oordeel, nu deze zijn gewezen naar het recht zoals dat gold voor de datum</para>
      <para>van inwerkingtreding van de Algemene wet bestuursrecht en de Wegenverkeerswet 1994.</para>
      <para>In de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 mei</para>
      <para>2002 (200104535/1, over een verwijzingsbord op de A67 naar een horecabedrijf) en 24</para>
      <para>december 2002 (200106220/1 over een verwijzingsbord op de A12 naar een motel) wordt</para>
      <para>niet uiteengezet waarom sprake is van een voor beroep vatbaar besluit.</para>
      <para>Uit de jurisprudentie blijkt wel dat artikel 43 BABW (voor 1 januari 1994), artikel 3</para>
      <para>Wegenverkeerswet (in 1994) strikt werden en artikel 20 van de Wegenverkeerswet 1994 (na</para>
      <para>1 januari 1995) strikt wordt toegepast (althans als het niet om verwijzingsborden gaat).</para>
      <para>Gewezen wordt op het KB van 20 september 1995, AB 1996/34, de uitspraak van de</para>
      <para>Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 maart 1994</para>
      <para>(AB 1994/316) en de uitspraak van 8 december 1995 Bunnik-G03930332.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder het bezwaar van</para>
      <para>eiser ten onrechte ontvankelijk heeft verklaard.</para>
      <para>Het beroep is dan ook - zij het op geheel andere gronden dan aangevoerd - gegrond.</para>
      <para>De rechtbank zal met toepassing van artikel 8:72 van de Awb doen hetgeen verweerder had</para>
      <para>behoren te doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Niet is gebleken dat eiser proceskosten heeft gemaakt die op grond van artikel 8:75 van de</para>
      <para>Awb voor vergoeding in aanmerking komen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat beslist moet worden als hierna is aangegeven.</para>
    <para />
    <para>5. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De rechtbank,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>recht doende:</para>
      <para>- 	verklaart het beroep gegrond;</para>
      <para>- 	vernietigt het bestreden besluit;</para>
      <para>- 	verklaart het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt    </para>
      <para>                             van het bestreden besluit;</para>
      <para>- 	bepaalt dat de Staat der Nederlanden het betaalde griffierecht van € 218,-- aan eiser vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending hoger beroep</para>
      <para>worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus</para>
      <para>20019, 2500 EA Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. J.A. Lok, rechter en door hem in het openbaar uitgesproken op</para>
      <para>10 juli 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Afschrift verzonden op:</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>