<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZUT:2002:AF3107</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T23:41:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AF3107</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zutphen" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zutphen</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2002-12-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">01 / 1417 WSFBSF 58</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZUT:2002:AF3107">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZUT:2002:AF3107</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T18:22:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2003-01-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZUT:2002:AF3107 Rechtbank Zutphen , 23-12-2002 / 01 / 1417 WSFBSF 58</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZUT:2002:AF3107:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZUT:2002:AF3107:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK ZUTPHEN</para>
      <para>Enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Reg.nr.: 01 / 1417 WSFBSF 58</para>
    <para />
    <para>UITSPRAAK</para>
    <para />
    <para>in het geding tussen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[eiseres], wonende te [plaats], eiseres,</para>
      <para>en</para>
      <para>de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep, gevestigd te Groningen, verweerster.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Aanduiding bestreden besluit</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Besluit van verweerster van 1 oktober 2001, kenmerk URI1853.01/BBJ/ALG5 3717-78532-</para>
      <para>0-08.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Feiten</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft op 24 februari 2001 een aanvraag voor studiefinanciering ingediend voor de</para>
      <para>door haar met ingang van 1 februari 2000 aangevangen duale opleiding commerciële</para>
      <para>economie aan de Hogeschool te Enschede. Daarbij heeft eiseres verzocht om met</para>
      <para>terugwerkende kracht vanaf 1 februari 2000 in aanmerking te komen voor studiefinanciering.</para>
      <para>Bij bericht 2000, no. 1 van 4 mei 2001 is aan eiseres ingaande 1 februari 2000</para>
      <para>studiefinanciering toegekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij bericht 2000, no. 2 van 19 mei 2001 is de aan eiseres toegekende studiefinanciering</para>
      <para>alsnog over de periode van februari tot september 2000 ingetrokken en teruggevorderd.</para>
      <para>Tegen dit besluit heeft eiseres een bezwaarschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Bij het thans bestreden besluit heeft verweerster het bezwaarschrift ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. Procesverloop</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door eiseres is beroep ingesteld op de in het beroepschrift vermelde gronden. Verweerster</para>
      <para>heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingezonden.</para>
      <para>Het beroep is behandeld ter zitting van 28 maart 2002, waar eiseres in persoon is</para>
      <para>verschenen. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door mevrouw mr. M. Wiersma.</para>
      <para>Nadien is het onderzoek heropend en heeft verweerster vragen van de rechtbank</para>
      <para>beantwoord. Het beroep is vervolgens behandeld ter nadere zitting van 19 december 2002</para>
      <para>waar eiseres wederom is verschenen. Verweerster heeft zich doen vertegenwoordigen door</para>
      <para>mevr. T. Holtrop.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Motivering</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt allereerst dat verweerster haar besluitvorming heeft gebaseerd op</para>
      <para>de bepalingen van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000), zoals die wet sedert</para>
      <para>1 september 2000 geldt.</para>
      <para>In aanmerking genomen dat het hier handelt om aanspraken en verplichtingen van eiseres,</para>
      <para>welke betrekking hebben op een vóór 1 september 2000 liggende periode, is de rechtbank</para>
      <para>van oordeel dat verweerster haar besluitvorming dienaangaande had dienen te baseren op</para>
      <para>de bepalingen van de Wet op de studiefinanciering (Wsf), zoals die wet tot 1 september 2000</para>
      <para>gold. Anders dan verweerster meent kan hieraan noch afdoen dat eiseres deze</para>
      <para>studiefinanciering heeft aangevraagd op enig moment na 1 september 2000, noch dat</para>
      <para>verweerster eerst na 1 september 2000 heeft besloten tot herziening van die</para>
      <para>studiefinanciering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in de artikel 12.13 en 12.14 van de Wsf 2000, welke artikelen betrekking</para>
      <para>hebben op de verhouding tussen de Wsf (oud) en Wsf 2000, geen aanknopingspunten</para>
      <para>gevonden voor een andersluidend oordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande komt het bestreden besluit, als berustend op een onjuiste wettelijke</para>
      <para>grondslag, voor vernietiging in aanmerking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het kader van de vraag of de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand kunnen</para>
      <para>blijven, zal de rechtbank beoordelen of verweerster, gelet op de toepasselijke bepalingen</para>
      <para>van de Wsf, het recht op studiefinanciering over de periode van februari tot september 2000</para>
      <para>terecht heeft herzien en teruggevorderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dienaangaande wordt als volgt overwogen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge de artikelen 1, eerste lid, en 32, tweede lid, van de Wsf worden toelagen</para>
      <para>uitsluitend toegekend over perioden van tenminste één kalendermaand en vindt toekenning</para>
      <para>van studiefinanciering niet plaats voor een periode die is gelegen voorafgaand aan de datum</para>
      <para>van indiening van het verzoek daartoe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is allereerst van oordeel dat de in bovengenoemde artikelen neergelegde</para>
      <para>systematiek met zich mee brengt dat geen studiefinanciering met terugwerkende kracht kan</para>
      <para>worden toegekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu niet in geschil is dat de aanvraag van eiseres dateert van 24 februari 2001 moet derhalve</para>
      <para>worden geoordeeld dat de toepasselijke wettelijke voorschriften aan de oorspronkelijke</para>
      <para>toekenning van studiefinanciering per 1 februari 2000 in de weg stonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts is er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een situatie waar enig</para>
      <para>algemeen beginsel van behoorlijk bestuur zou nopen tot toekenning in strijd met de wettelijke</para>
      <para>bepalingen, danwel van een situatie welke verweerster zou nopen tot toepassing van de in</para>
      <para>artikel 131 van de Wsf vervatte hardheidsclausule. In dit verband acht de rechtbank van</para>
      <para>belang dat eiseres niet heeft kunnen aantonen dat met betrekking tot haar aanspraken op</para>
      <para>studiefinanciering zijdens verweerster in het verleden onjuiste informatie is verstrekt, als</para>
      <para>gevolg waarvan zij in februari 2000 zou hebben afgezien van het indienen van een aanvraag.</para>
      <para>Blijkens het verhandelde ter zitting heeft eiseres in februari 2000, naar haar zeggen door de</para>
      <para>tegenstrijdige informatie welke haar van de zijde van verweerster bereikte, bewust een</para>
      <para>aanvraag achterwege gelaten, uit vrees voor een mogelijke terugvordering. Naar het oordeel</para>
      <para>van de rechtbank heeft eiseres hiermee een zeker risico genomen, en had van eiseres</para>
      <para>kunnen worden verwacht dat zij in februari 2000 – juist in verband met de vermeende</para>
      <para>onduidelijke informatieverstrekking van de IBG –zekerheidshalve een aanvraag om</para>
      <para>studiefinanciering had ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande, alsmede gelet op het bepaalde in artikel 55, eerste lid en onder c,</para>
      <para>van de Wsf, was verweerster derhalve in beginsel bevoegd om de studiefinanciering te</para>
      <para>herzien.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de wijze waarop verweerster van die bevoegdheid gebruik gemaakt acht</para>
      <para>de rechtbank allereerst van belang dat de toekenning van studiefinanciering op 4 mei 2001</para>
      <para>door verweerster reeds na korte tijd, te weten op 19 mei 2001, is herzien.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens de gedingstukken, alsmede gelet op het verhandelde ter zitting, was het op het</para>
      <para>moment van die herziening voorts nog niet tot uitbetaling van de studiefinanciering over de in</para>
      <para>geding zijnde periode gekomen, maar is de op 4 mei 2001 toegekende studiefinanciering</para>
      <para>(hoewel deze op 19 mei 2001 deels was herzien) om administratief technische redenen in</para>
      <para>juni 2001 volledig tot uitbetaling gekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet hierop, en gelet op het feit dat verweerster aanleiding heeft gezien de herziening te</para>
      <para>beperken tot de periode van februari tot en met augustus 2000, is de rechtbank van oordeel</para>
      <para>dat de wijze waarop verweerster van haar bevoegdheid tot herziening gebruik heeft gemaakt</para>
      <para>de (beperkte) rechterlijke toets kan doorstaan. Met name kan niet gesteld worden dat</para>
      <para>verweerster bij afweging van de daartoe in aanmerking komende belangen in redelijkheid</para>
      <para>niet tot haar besluit tot gedeeltelijke herziening heeft kunnen komen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts dient ingevolge artikel 58 van de Wsf hetgeen teveel aan studiefinanciering is betaald</para>
      <para>te worden terugbetaald dan wel verrekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande kunnen de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand</para>
      <para>blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Niet gebleken is van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten als bedoeld in</para>
      <para>artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De rechtbank,</para>
    <para />
    <para>recht doende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
      <para>- vernietigt het bestreden besluit;</para>
      <para>- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;</para>
      <para>- bepaalt dat de Informatie Beheer Groep het gestorte griffierecht ad € 27,23 aan eiseres</para>
      <para>vergoedt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken na de dag van verzending hoger beroep open</para>
      <para>bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Aldus gegeven door mr. E.J.J.M. Weyers en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2002 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>