<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZLY:2012:2178</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T03:58:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zwolle-Lelystad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zwolle-Lelystad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-09-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201205 / KL ZA 12-255</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZLY:2012:2178">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZLY:2012:2178</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-06-17T15:30:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZLY:2012:2178 Rechtbank Zwolle-Lelystad , 10-09-2012 / 201205 / KL ZA 12-255</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZLY:2012:2178:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>kort geding ontruiming huurwoning</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZLY:2012:2178:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sector civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: 201205/ KL ZA 12-255</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 10 september 2012</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de stichting</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">WONINGSTICHTIG CENTRADA,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Lelystad,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. T. Mulder te Almere,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. E. Lucas te Lelystad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Centrada en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding met 8 producties</para>
      <para>- de brief van 23 augustus 2012 van de zijde van [gedaagde]</para>
      <para>- de brief van 24 augustus 2012 met 2 producties van de zijde van [gedaagde]</para>
      <para>- de brief van 24 augustus 2012 met productie 9 van de zijde van Centrada</para>
      <para>- de mondelinge behandeling op 27 augustus 2012</para>
      <para>- de pleitnota van Centrada</para>
      <para>- de pleitnota van [gedaagde].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Centrada verhuurt aan [gedaagde] de woning aan de [adres] te [woonplaats].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op de huurovereenkomst is het huurreglement van Centrada van toepassing.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Eind april 2012 ontving Centrada informatie waaruit bleek dat [gedaagde] was</para>
        <para>aangehouden door de politie op verdenking van handel in verdovende middelen vanuit de</para>
        <para>
          [adres]. [gedaagde] zou in maart 2012 zijn aangehouden en op dat moment nog steeds in</para>
        <para>voorarrest zitten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brief van 26 april 2012 heeft Centrada [gedaagde] het navolgende bericht:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">"Op </emphasis>13 <emphasis role="italic">maart 2012 heeft de politie u aangehouden in verband met de handel in harddrugs onder andere vanuit uw woning, [adres]</emphasis> <emphasis role="italic">te [woonplaats]</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit woongedrag tolereren wij niet.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wij verwijzen naar ons huurreglement artikel </emphasis>6.12 <emphasis role="italic">"Het is huurder niet toegestaan in het</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gehuurde hennep te kweken, dan wel andere activiteiten te verrichten die op grond van de Opiumwet strafbaar zijn gesteld. "</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op grond hiervan sommeren wij u de huur met onmiddellijke ingang te beëindigen. U kunt dit doen door het bijgevoegde huuropzeggingsformulier geheel ingevuld en ondertekend aan ons te retourneren.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Indien u aan deze sommatie geen gehoor geeft zullen wij via een gerechtelijke procedure</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">beëindiging van de huurovereenkomst en ontruiming afdwingen. Volledigheidshalve</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">wijzen wij u erop dat de kosten van een dergelijke procedure u uiteraard in rekening</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gebracht zullen worden. "</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Omdat een reactie uitbleef, heeft Centrada [gedaagde] bij brief van 7 juni 2012 opnieuw</para>
        <para>aangeschreven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brief van 21 juni 2012 heeft mr. M.J. Jongste Centrada bericht dat hij voor</para>
        <para>
          [gedaagde] optreedt en heeft mr. Jongste verzocht om een kopie van de huurovereenkomst het huurreglement.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Bij brief van 16 juni 2012 heeft Centrada de verzochte informatie toegestuurd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Eind juni 2012 heeft mr. Lucas zich telefonisch bij Centrada gemeld als de nieuwe</para>
        <para>advocaat van [gedaagde].</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 28 juni 2012 heeft de meervoudige strafkamer [gedaagde] een gevangenisstraf voor</para>
        <para>de duur van 30 maanden opgelegd waarvan 6 maanden voorwaardelijk in verband met het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en de Geneesmiddelenwet.\</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brief van 2juli 2012 heeft Centrada haar standpunt nogmaals kenbaar gemaakt</para>
        <para>en een termijn voor 5 dagen gegeven voor een reactie. Naar aanleiding van deze brief heeft mr. Lucas telefonisch om uitstel van de termijn verzocht opdat overleg met [gedaagde] kon plaatsvinden. Nadat medio juli 2012 geen reactie was ontvangen, heeft Centrada opnieuw een termijn gesteld, echter nimmer een reactie van [gedaagde] ontvangen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 12 juli 2012 heeft Centrada van de politie Flevoland een rapport t.b.v. derden</para>
        <para>ontvangen. In dit rapport staat:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">"Door de Politie [woonplaats] werd onder de onderzoeksnaam 25Tijger een onderzoek</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">opgestart naar een manspersoon genaamd:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [gedaagde]
          </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geboren te Curacao op 22 juni 1980</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wonende te [adres]</emphasis>, 8224 <emphasis role="italic">EB [woonplaats]</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het onderzoek had betrekking op het dealen en het bezit van harddrugs.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tijdens dit onderzoek werden diverse personen gehoord als verdachte.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Een persoon is als verdachte gehoord op </emphasis>21 <emphasis role="italic">maart 2012 te 16:00 uur. Deze persoon</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verklaarde naar de woning van de verdachte te gaan, zowel [adres] als [adres]</emphasis> <emphasis role="italic">om drugs te kopen.</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Een persoon is als verdachte gehoord op </emphasis>22 <emphasis role="italic">maart 2012 te 20:00 uur. Deze persoon</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verklaarde [gedaagde] te bellen voor drugs en dat [gedaagde] dan aangaf naar 'hoog' of 'laag' te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">komen. Met 'hoog' wordt bedoeld de woning op het [adres] en met 'laag' wordt</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bedoeld de woning op het [adres]. "</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Centrada vordert [gedaagde] te veroordelen</para>
      <para>1. om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de woning gelegen te [postcode]</para>
      <parablock>
        <para>
          [woonplaats] aan [adres] met al degenen die zich daar bevinden en al datgene dat zich daarin bevindt te verlaten, te ontruimen en in oorspronkelijke, onbeschadigde en schone staat op te</para>
        <para>leveren, onder afgifte van de sleutels ten kantore van Centrada, met het verbod de woning na de ontruiming opnieuw te betrekken c.q. te gebruiken, met machtiging van Centrada de ontruiming zo nodig zelf te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie en justitie</para>
      </parablock>
      <para>2. in de kosten van de procedure, met bepaling dat [gedaagde] de wettelijke rente over de</para>
      <para>proceskosten verschuldigd is vanaf acht dagen na dagtekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Spoedeisend belang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Centrada heeft aangevoerd dat haar spoedeisend belang is gelegen in het feit dat er</para>
        <para>binnen de Gemeente [woonplaats] sprake is van lange wachtlijsten, oplopend tot meer dan vijf jaar en Centrada niet aan haar wettelijke taak kan voldoen op het moment dat zij dit soort gedrag tolereert en toestaat dat woonruimten die zij verhuurt gedurende langere tijd ongebruikt leeg staan, zulks nog los van het risico op schade, kraken enzovoorts. Het is een feit van algemene bekendheid dat het voeren van een bodemprocedure vele maanden (gemiddeld zes tot twaalf maanden voor een procedure in eerste aanleg) vergt. Gedurende deze periode komt de woning niet vrij en kan Centrada de woning ook niet aanbieden aan een nieuwe kandidaat-huurder.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] stelt dat Centrada geen spoedeisend belang heeft omdat hij de huur netjes</para>
        <para>betaalt en niemand last heeft van hem. Voorts stelt [gedaagde] dat het door Centrada</para>
        <para>aangevoerde spoedeisend belang de huurovereenkomst met hem niet raakt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Zoals terecht door Centrada</para>
        <para>aangevoerd kan tot toewijzing van een gevorderde ontruiming in kort geding worden</para>
        <para>overgegaan indien voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter de vordering tot</para>
        <para>ontbinding van de huurovereenkomst toewijst en van eiseres niet gevergd kan worden dat zij dit afwacht. Centrada heeft aangevoerd dat spoedeisend belang is gelegen in de lange wachtlijsten en de lange duur van een bodemprocedure. Hierdoor kan niet van haar gevergd worden dat zij een bodemprocedure afwacht. De voorzieningenrechter is van oordeel dat van een spoedeisend belang voldoende is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ontruiming</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Centrada heeft ter onderbouwing van haar vordering aangevoerd dat het op grond</para>
        <para>van artikel 6.12 van het huurreglement niet is toegestaan om in het gehuurde hennep te</para>
        <para>kweken dan wel andere activiteiten te verrichten die op grond van de Opiumwet strafbaar zijn gesteld. Hoewel het vonnis van de strafrechter op dit moment nog niet onherroepelijk is, is Centrada van mening dat er voldoende bewijs is van het feit dat [gedaagde] vanuit het door hem gehuurde heeft gehandeld in verdovende middelen. De verklaring die de politie heeft afgelegd is op dat punt meer dan overtuigend en daarnaast blijkt uit de strafrechtelijke veroordeling in eerste aanleg in meer dan voldoende mate van betrokkenheid van [gedaagde] bij de gepleegde strafbare feiten. Centrada is dan ook van mening dat voldoende aannemelijk is geworden dat de kantonrechter de huurovereen- komst met [gedaagde] zal ontbinden, zodat hieropvooruitlopende de ontruiming kan worden bevolen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] is van mening dat het nog maar de vraag is of de huurovereenkomst zal</para>
        <para>worden ontbonden door de kantonrechter. Hiertoe heeft hij aangevoerd dat hij niet</para>
        <para>onherroepelijk is veroordeeld wegens het handelen in strijd met de Opiumwet en de</para>
        <para>Geneesmiddelenwet en dat niet vaststaat dat hij vanuit zijn woning heeft gehandeld. [gedaagde] stelt dat de door Centrada overgelegde verklaring van de wijkagent onrechtmatig is verkregen. De daarin bedoelde getuigen zijn opgeroepen om in het kader van een</para>
        <para>behoorlijke hoor- en wederhoor in de strafzaak te worden gehoord als getuige. Een kort</para>
        <para>geding als de onderhavige leent zich er niet voor die personen als getuigen te horen, hetgeen in een eventuele ontbindingsprocedure wel tot de mogelijkheden behoort.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <parablock>
        <para>De stelling van [gedaagde], dat hij niet onherroepelijk is veroordeeld, kan hem niet</para>
        <para>baten. Voor zover [gedaagde] daarmee beoogd te ontkennen dat hij de strafbare feiten, waarvoor hij door de rechtbank bij vonnis van 28 juni 2012 is veroordeeld, heeft gepleegd, gaat de voorzieningenrechter hieraan voorbij. Nu de strafrechtelijke veroordeling nog niet onherroepelijk is, heeft de uitspraak weliswaar geen dwingende bewijskracht, maar wel vrije bewijskracht. Feiten of omstandigheden waaruit zou moeten volgen dat [gedaagde] zich niet schuldig zou hebben gemaakt aan de bewezen verklaarde handel in verdovende middelen, zijn gesteld noch gebleken.</para>
        <para>Daarnaast volgt uit de eigen stellingen van [gedaagde] dat hij wenst deel te nemen aan het TRtraject (Terugdringen Recidive-traject). Deze wens verhoudt zich slecht met een ontkenning van de hem te laste gelegde strafbare feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Ook de stelling van [gedaagde] dat niet vaststaat dat hij vanuit zijn woning heeft</para>
        <para>gehandeld kan hem niet baten. Nu Centrada haar stelling heeft onderbouwd met het verslag van de wijkagent van 12juli 2012, is een enkele betwisting van [gedaagde] onvoldoende. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om aannemelijk te maken van waaruit hij dan wel handelde. Daar komt bij dat [gedaagde] de verklaringen uit het verslag van de wijkagent niet heeft weersproken.</para>
        <para>De stelling van [gedaagde] dat de verklaring van de wijkagent onrechtmatig is verkregen kan</para>
        <para>hem eveneens niet baten. Het strafvorderlijke leerstuk van het onrechtmatig verkregen</para>
        <para>bewijs kan niet zonder meer naar het civiele geding worden overgeplaatst. Een algemene</para>
        <para>regel dat onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal te allen tijde buiten beschouwing moet</para>
        <para>blijven, kan niet in het civiele proces worden aanvaard. Een dergelijke verplichte</para>
        <para>bewijsuitsluiting zou niet te verenigen zijn met het in de wet verankerde beginsel, dat bewijs door alle middelen kan worden geleverd. In het civiele proces heeft de rechter een grote vrijheid waar het gaat om de toelating en waardering van het bewijs. Grote</para>
        <para>terughoudendheid dient te worden betracht alvorens wordt beslist, dat bepaald</para>
        <para>bewijsmateriaal bij voorbaat wordt uitgesloten. De rechter zou zich dan immers de</para>
        <para>mogelijkheid ontnemen om recht te doen op basis van de werkelijkheid, waarmee niet alleen een zwaarwegend algemeen belang in het gedrang zou komen, maar ook een rechtens te respecteren privé belang. Een ieder die in een civiele procedure betrokken is, heeft er immers aanspraak op, dat hij/zij in staat wordt gesteld om de rechter van de waarheid van gestelde feiten te overtuigen, in het bijzonder indien het feiten betreft die bewijs behoeven. Het in strijd met deze belangen uitsluiten van bewijsmateriaal kan slechts gerechtvaardigd zijn, indien andere, gelet op de omstandigheden van het geval (nog) zwaarder wegende belangen door de bewijsvergaring zijn geschonden. Dergelijke bijzondere belangen aan de zijde van [gedaagde] zijn i.c. echter gesteld noch aannemelijk geworden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Ten slotte gaat de voorzieningenrechter voorbij aan de stelling van [gedaagde] dat het</para>
        <para>door Centrada overgelegde huurreglement dateert van ná de datum waarop de</para>
        <para>huurovereenkomst met [gedaagde] is aangegaan. Uit de huurovereenkomst volgt immers dat de verhuurder gerechtigd is eenzijdig naar redelijkheid wijzigingen in het huurreglement aan te brengen en Centrada heeft onweersproken gesteld dat dit in dit geval is gebeurd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] heeft in het kader van de belangenafweging aangevoerd dat hij in</para>
        <para>aanmerking komt voor een zogenoemd TR-traject (Terugdringen Recidive). In dat kader</para>
        <para>bestaat de mogelijkheid om zodra 6 maanden zijn uitgezeten, een traject te gaan doorlopen dat gericht is op een succesvolle terugkeer in de maatschappij. Onderdeel van dit traject is dat er verloven naar de thuisbasis zijn. Toewijzing van de vordering zou betekenen dat [gedaagde] zijn thuisbasis zou kwijtraken. Daarnaast acht [gedaagde] van belang dat wanneer de vorderingen worden toegewezen hij geen plek meer heeft waar hij omgang kan hebben met zijn kinderen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter is van oordeel dat de belangen van Centrada bij het</para>
        <para>handhaven van het in de huurovereenkomst opgenomen verbod om vanuit de huurwoning te handelen in verdovende middelen, mede gelet op de leefbaarheid in de wijk en het terugdringen van de wachtlijsten dienen te prevaleren boven het belang van [gedaagde] bij het hebben van een thuisbasis in het kader van het zogenoemde TR-traject. De</para>
        <para>voorzieningenrechter gaat voorbij aan het belang van [gedaagde] (en zijn kinderen) om de</para>
        <para>volgens [gedaagde] bestaande omgangsregeling te realiseren in de woning. Die belangen had</para>
        <para>
          [gedaagde] moeten laten prevaleren voordat hij vanuit zijn woning in verdovende middelen</para>
        <para>handelde. Op grond van het bovenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat</para>
        <para>voldoende aannemelijk is geworden dat de bodemrechter een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming zal toewijzen. De voorzieningenrechter zal de</para>
        <para>vordering van Centrada tot ontruiming van de woning dan ook toewijzen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <parablock>
        <para>De mede gevorderde machtiging op Centrada om de ontruiming zo nodig zelf, met</para>
        <para>inroeping van de sterke arm, uit te doen voeren, wordt afgewezen. Uit artikel 556 lid I Rv</para>
        <para>volgt dat Centrada de ontruiming niet zelf ter hand mag nemen en dat gedwongen</para>
        <para>ontruiming het exclusieve terrein is van de deurwaarder. Op grond van de parlementaire</para>
        <para>geschiedenis van artikel 3:297 BW heeft Centrada voldoende aan een ontruimingsvonnis om de deurwaarder te mogen inschakelen indien [gedaagde] niet vrijwillig tot ontruiming overgaat.</para>
        <para>Centrada heeft dus geen rechterlijke machtiging nodig om de hulp van de deurwaarder in te schakelen. Voorwaarde is dat het ontruimingsvonnis door de deurwaarder aan [gedaagde] wordt betekend en dat aan [gedaagde] overeenkomstig het bepaalde in artikel 555 Rv bevel wordt gedaan om binnen drie dagen te ontruimen. De deurwaarder zelf behoeft geen rechterlijke machtiging om bevoegd te zijn de hulp van de sterke arm van politie en justitie in te roepen indien de deuren gesloten zijn, of de opening geweigerd wordt. Die bevoegdheid ontleent hij immers rechtstreeks aan artikel 557 Rv, waarin artikel 444 Rv van overeenkomstige toepassing wordt verklaard. Voorziet de deurwaarder problemen bij de ontruiming, dan kan hij op grond van artikel 2 Politiewet - zonder dat daartoe een machtiging van de rechter nodig is - bijstand van de politie inroepen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten</para>
        <para>worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Centrada worden begroot op:</para>
      </parablock>
      <para>- dagvaarding	      €	    76,17</para>
      <para>- griffierecht 		   575,00</para>
      <para>- salaris advocaat        904,00</para>
      <para>Totaal                 €   1.555,17</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de woning</para>
        <para>aan de [adres] te [postcode] [woonplaats] te ontruimen met al degenen die zich daar in</para>
        <para>bevinden en al datgene dat zich daarin bevindt en in oorspronkelijke, onbeschadigde en</para>
        <para>schone staat op te leveren, onder afgifte van de sleutels ten kantore van Centrada, met het verbod de woning na de ontruiming opnieuw te betrekken dan wel te gebruiken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Centrada tot op heden</para>
        <para>begroot op € 1.555,17, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6: 119 BW over dit bedrag met ingang van acht dagen na dagtekening dit vonnis tot de dag van volledige betaling,</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.M. Peper en in het openbaar uitgesproken op</para>
        <para>10 september 2012.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>