<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZLY:2012:2174</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T08:16:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zwolle-Lelystad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zwolle-Lelystad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-12-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">204585 1 KL ZA 12-3 77</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZLY:2012:2174">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZLY:2012:2174</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-06-02T15:14:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZLY:2012:2174 Rechtbank Zwolle-Lelystad , 21-12-2012 / 204585 1 KL ZA 12-3 77</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZLY:2012:2174:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZLY:2012:2174:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>vonnis</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sector civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 1 rolnummer: 204585 1 KL ZA 12-3 77</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 21 december 2012</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>eiser in conventie,</para>
      <para>verweerder in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. J. Oversluizen te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde in conventie,</para>
      <para>eiseres in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. S. Tang te Almere.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna de man en de vrouw genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <para>1. Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para>- de dagvaarding</para>
    <para>- de mondelinge behandeling</para>
    <para>- de eis in reconventie.</para>
    <para />
    <para>1. Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. 1 	De man en de vrouw zijn met elkaar gehuwd geweest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit het huwelijk zijn geboren de minderjarige kinderen:</para>
        <para>
          [kind 1], geboren op [2006] te [geboorteplaats];</para>
        <para>
          [kind 2], geboren op [2007] te [geboorteplaats].</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>De man en de vrouw zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de</para>
        <para>minderjarigen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De minderjarigen hebben hun hoofdverblijf bij de vrouw.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <parablock>
        <para>Bij de echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank van [2012] is als</para>
        <para>zorgregeling vastgesteld:</para>
        <para>- eenmaal per veertien dagen, telkens van vrijdag tot zondag. De man haalt de kinderen op</para>
        <para>vrijdag uiterlijk om 19.00 uur bij de vrouw op en de vrouw haalt de kinderen zondag om</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>18.00</nr>
      <parablock>
        <para>uur bij de man op, waarbij de kinderen dan bij de man hebben gegeten,</para>
        <para>- de helft van de kerstvakantie,</para>
        <para>- minimaal twee aaneengesloten weken in de zomervakantie.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil in conventie</title>
    <para />
    <para>3 . 1 . De man vordert - samengevat —:</para>
    <parablock>
      <para>-strikte nakoming door de vrouw van de zorgregeling zoals opgenomen in voormelde</para>
      <para>beschikking van [2012] op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor elke</para>
      <para>dag dat de vrouw in gebreke blijft om aan het gevorderde te voldoen;</para>
      <para>- de vrouw te veroordelen in de kosten van de procedure.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3 .2. De vrouw voert verweer.</para>
    <para />
    <para>3 .3 . Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het geschil in reconventie</title>
    <para />
    <para>4. 1 . De vrouw vordert - samengevat —:</para>
    <para> - te bepalen dat de man en de minderjarigen omgang met elkaar hebben vanaf zaterdag</para>
    <paragroup>
      <nr> 11.30 </nr>
      <parablock>
        <para>uur tot zondagavond 1 8.00 uur waarbij de man de kinderen haalt en brengt op straffe</para>
        <para>van een dwangsom van € 500,00 per keer dat de man de omgang niet correct nakomt;</para>
        <para>- te bepalen dat de vrouw bij uitsluiting van de man gerechtigd zal zijn tot het gebruik van</para>
        <para>de echtelijke woning en de zich daarin bevindende inboedel en de man wordt bevolen de</para>
        <para>woning niet meer te betreden behoudens met voorafgaande instemming van de vrouw;</para>
        <para>- te bepalen dat de verzochte voorziening door de vrouw ten uitvoer kan worden gelegd met</para>
        <para>behulp van de sterke arm van politie en justitie;</para>
        <para>- de man te veroordelen in de kosten van de procedure.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De man voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling in conventie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. 1 . 	De man stelt er recht op en spoedeisend belang te hebben dat de zorgregeling</para>
      <para>onverkort door de vrouw wordt nagekomen omdat dit in het belang van de minderjarigen is.</para>
      <para>De man heeft aangevoerd dat de vrouw totdat voormelde echtscheidingsbeschikking werd</para>
      <para>afgegeven, heeft geweigerd de minderjarigen bij de man op te halen zoals ter zitting van [2012]</para>
      <para>  was besproken. Voorts heeft de vrouw de man op [2012] eenzijdig</para>
      <para>meegedeeld dat de oudste zoon van partijen aangemeld is bij een voetbalclub en de man de</para>
      <para>minderjarigen eerst op zaterdag na voetbal bij de vrouw kan ophalen.</para>
      <para>Ter compensatie van de verkorting van het omgangsweekend heeft de vrouw de man</para>
      <para>voorgesteld de minderjarigen op zondag zelf terug te brengen zodat hij meer tijd met de</para>
      <para>minderjarigen kan doorbrengen. Tot slot heeft de man naar voren gebracht dat de vrouw in</para>
      <para>het omgangsweekend van 10 en 11 november 2012 zonder enige kennisgeving de</para>
      <para>minderjarigen niet heeft opgehaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De vrouw heeft zich tegen de vordering verweerd. Primair heeft de vrouw gesteld</para>
        <para>dat zij niet over de financiële middelen beschikte om de minderjarigen bij de man op te</para>
        <para>halen omdat de man geen bijdrage betaalt voor de kosten van de minderjarigen en de kosten</para>
        <para>van de echtelijke woning. Voorts stelt de vrouw dat de zorgregeling in overleg tussen</para>
        <para>partijen is gewijzigd in die zin dat de man één keer per veertien dagen vanaf</para>
        <para>zaterdagmiddag tot zondagavond omgang heeft met de minderjarigen. Daarbij is volgens de</para>
        <para>vrouw afgesproken dat de man de minderjarigen op zondag bij de vrouw terugbrengt.</para>
        <para>Volgens de vrouw heeft de man de tussen partijen gemaakte afspraken geschonden door in</para>
        <para>het weekend van 10 en 1 1 november 2012 de minderjarigen zonder enige berichtgeving niet</para>
        <para>terug te brengen naar haar. Tot slot heeft de vrouw verzocht de omgang voor de</para>
        <para>kerstvakantie 2012 en zomervakantie 2013 vast te leggen.</para>
        <para>De voorzitter overweegt als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Van het spoedeisend belang is in voldoende mate gebleken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij de beoordeling van het geschil heeft als uitgangspunt te gelden dat de bij</para>
        <para>beschikking van [2012] vastgestelde zorgregeling in beginsel dient te worden</para>
        <para>nagekomen, tenzij zwaarwegende belangen — waarbij de belangen van de minderjarigen</para>
        <para>voorop dienen te worden gesteld — zich daartegen verzetten. Ter zitting hebben partijen</para>
        <para>overeenstemming bereikt over een wijziging van de bij de beschikking van [2012]</para>
        <para> vastgestelde huidige zorgregeling in die zin dat de vrouw de minderjarigen op zaterdag</para>
        <para>na het voetballen naar de man brengt en de man op zondagavond de minderjarigen weer</para>
        <para>terugbrengt bij de vrouw. Tevens hebben partijen afspraken gemaakt over de invulling van</para>
        <para>de kerstvakantie en zomervakantie en de vaststelling van een belmoment tussen de man en</para>
        <para>de minderjarigen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter zal de gemaakte afspraken over de zorgregeling</para>
        <para>vastieggen in het vonnis en de vordering van de man in conventie afwijzen. Nu de vordering</para>
        <para>van de man wordt afgewezen, is er ook geen aanleiding om een dwangsom op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>De beoordeling in reconventie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>6. 1 . 	De voorzieningenrechter zal gelet op hetgeen onder punt 5.5. van dit vonnis is</para>
      <para>overwogen de vordering in reconventie van de vrouw over de zorgregeling afwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De vrouw stelt er recht op en spoedeisend belang bij te hebben dat zij bij uitsluiting</para>
        <para>van de man gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de voormalige echteljke woning. De man</para>
        <para>heeft ruim eenjaar geleden de echteljke woning verlaten en is thans woonachtig in</para>
        <para>
          [woonplaats]. De vrouw is er vanuit gegaan dat de man de woning niet zonder haar</para>
        <para>instemming zou betreden. Volgens de vrouw verschaft de man zichzelfde laatste tijd</para>
        <para>regelmatig toegang tot de woning zonder haar instemming. Het komt ook voor dat de man ‘s</para>
        <para>nachts de woning binnenkomt waardoor de vrouw zich niet veilig voelt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De man heeft zich tegen deze vordering verweerd. Primair heeft de man zich op het</para>
        <para>standpunt gesteld dat de vrouw niet-ontvankelijk is in haar vordering omdat in de</para>
        <para>echtscheidingsprocedure geen voorziening is gevraagd over de echteljke woning en daarom</para>
        <para>geen nakoming kan worden gevraagd. Subsidiair stelt de man zich op het standpunt dat het</para>
        <para>door de vrouw verzochte tot maximaal zes maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking, </para>
        <para>derhalve vanaf [2012], kan worden toegewezen. Meer subsidiair stelt de man dat de vrouw </para>
        <para>onvoldoende medewerking verleent aan de verkoop van de woning.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter stelt vast dat in de echtscheidingsprocedure geen</para>
        <para>voorziening is getroffen over het gebruik van de echteljke woning. Gelet op het bepaalde in</para>
        <para>artikel 1:165 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) in samenhang met artikel 1:175,</para>
        <para>eerste lid, BW kan de vrouw in kort geding een dergelijk vordering doen. De vrouw heeft, in</para>
        <para>tegenstelling tot hetgeen door de man is gesteld, geen nakoming gevorderd. Omdat de</para>
        <para>vrouw samen met de minderjarigen feitelijk sinds het uiteengaan van partijen in de</para>
        <para>echtelijke woning verblijft en de man in [woonplaats] woonachtig is, zal de</para>
        <para>voorzieningenrechter de vordering van de vrouw toewijzen met dien verstande dat dit zal</para>
        <para>worden toegewezen gedurende zes maanden na datum inschrijving van de</para>
        <para>echtscheidingsbeschikking. De beschikbare stukken bieden naar het oordeel van de</para>
        <para>voorzieningenrechter geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de vrouw door het</para>
        <para>voortgezette verblijf in de woning de verkoop zal gaan frustreren zoals de man stelt. Gelet</para>
        <para>hierop zal de voorzieningenrechter de meer subsidiaire vordering van de man afwijzen.</para>
        <para>De vordering van de vrouw ten aanzien van het gebruik van inboedel zal worden afgewezen</para>
        <para>omdat de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden in de echtscheidingsprocedure is</para>
        <para>aangehouden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de door de vrouw verzochte machtiging om de te geven</para>
        <para>beschikking zo nodig te kunnen laten uitvoeren met behulp van de sterke arm van politie en</para>
        <para>justitie, overweegt de rechtbank, dat deze machtiging al verschaft wordt door onderstaande</para>
        <para>vonnis van de voorzieningenrechter inhoudende het bevel dat de man de woning dient te</para>
        <para>verlaten en deze verder niet mag betreden.</para>
        <para>Proceskosten in conventie en in reconventie</para>
        <para>De voorzitter ziet geen aanleiding af te wijken van het uitgangspunt dat de proceskosten</para>
        <para>gelet op de relatie tussen partijen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen</para>
        <para>kosten draagt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt partijen tot nakoming van de volgende zorgregeling:</para>
      <para>- eenmaal per 14 dagen van zaterdagochtend tot zondagavond 18:00 uur. </para>
      <para>De vrouw brengt de minderjarigen op zaterdag na het voetballen naar het woonadres van de</para>
      <para>man en de man brengt de minderjarigen zondag terug naar het woonadres van de vrouw; </para>
      <para>- de minderjarigen verblijven in de kerstvakantie van 28 december 2012 tot en met</para>
      <para>4 januari 2013 bij de man;</para>
      <para>- de minderjarigen verblijven in de zomervakantie 2013 van 5 juli 2013 tot en met</para>
      <para>21 juli 2013 bij de man;</para>
      <para>- de man en de minderjarigen hebben iedere woensdagavond om 19.00 uur</para>
      <para>telefonisch contact met elkaar hebben waarbij de man de minderjarigen op het</para>
      <para>vaste telefoonnummer van de vrouw belt.</para>
      <para>Wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
      </para>
      <para>Bepaalt dat de vrouw jegens de man bevoegd is tot gebruik van de echtelijke woning aan de</para>
      <para>
        [adres] in de gemeente [woonplaats] gedurende zes maanden na datum</para>
      <para>inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de</para>
      <para>eigen kosten draagt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. van de Velde-ter Beek en in het openbaar uitgesproken</para>
      <para>Op 2l december 2012.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>