<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZLY:2012:2173</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T19:28:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zwolle-Lelystad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zwolle-Lelystad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-12-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20491 1 1 KL ZA 12-3 86</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZLY:2012:2173">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZLY:2012:2173</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-06-02T14:21:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZLY:2012:2173 Rechtbank Zwolle-Lelystad , 14-12-2012 / 20491 1 1 KL ZA 12-3 86</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZLY:2012:2173:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZLY:2012:2173:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>vonnis</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sector civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 1 rolnummer: 20491 1 1 KL ZA 12-3 86</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 14 december 2012</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam] BEHEER B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. E.T. van Dalen te Groningen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ROYAL LWING B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Urk,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. W.E.M. Klostermann te Zwolle.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [naam] Beheer en Royal Living genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <para>1. Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>- de dagvaarding met 1 1 producties</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>- de brief van 7 december 2012 van Royal Living met 4 producties</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>- de mondelinge behandeling</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>- de pleitnota van [naam] Beheer</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>- de pleitnota van Royal Living.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>1. Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. 1 .	 In oktober 2010 heeft [naam] Beheer Royal Living opdracht gegeven voor de bouw</para>
      <para>van een bedrijfshal te [vestigingsplaats]. Bestuurder van [naam] Beheer is de heer [A] (hierna:</para>
      <para>
        [A]). De bedrijfshal is gebouwd op een stuk grond dat in eigendom toebehoort aan</para>
      <para>mevrouw [X] (hierna: [X]). [X] is de echtgenote van [A].</para>
      <para>Eveneens in oktober 201 0 heeft [X] Royal Living opdracht gegeven voor de bouw van</para>
      <para>een woning bij de bedrijfshal, op hetzelfde stuk grond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 14 maart 201 1 hebben [X] en [naam] Beheer een overeenkomst tot</para>
        <para>vestiging van een zelfstandig recht van opstal gesloten voor de bedrijfshal op de grond die</para>
        <para>in eigendom toebehoort aan [X]. Bij notariële akte van 21 april 2012 is het recht van</para>
        <para>opstal gevestigd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Tijdens de bouw van de bedrijfshal is onenigheid ontstaan tussen [naam] Beheer en</para>
        <para>Royal Living. Tussen [X] en Royal Living is onenigheid ontstaan over de bouw van de</para>
        <para>bedrijfswoning.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [naam] Beheer heeft diverse facturen van Royal Living onbetaald gelaten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>In januari 2012 heeft Royal Living hekken rondom de bedrijfshal geplaatst en zich</para>
        <para>beroepen op haar retentierecht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij vonnis van 8 augustus 2012 heeft deze rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad</para>
        <para>verklaard vonnis [naam] Beheer veroordeeld om aan Royal Living te betalen een bedrag van</para>
        <para>€ 42.253,84, vermeerderd met rente en kosten. Tegen dit vonnis heeft [naam] Beheer bij</para>
        <para>Appèl dagvaarding van 2 november 2012 hoger beroep ingesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij deurwaardersexploot van 21 september 2012 heeft Royal Living executoriaal</para>
        <para>beslag laten leggen op het recht van opstal. Daarnaast heeft Royal Living executoriaal</para>
        <para>beslag laten leggen op de aandelen die [naam] Beheer in twee van haar</para>
        <para>dochtervennootschappen houdt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij deurwaardersexploot van 8 november 2012 heeft Royal Living de</para>
        <para>voorgenomen executoriale veiling van de bedrijfshal op 19 december 2012 aan [naam]</para>
        <para>Beheer laten aanzeggen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 30 november 2012 heeft [X] conservatoir derdenbeslag onder [naam]</para>
        <para>Beheer, ten laste van Royal Living, laten leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2. 10. 	[naam] Beheer heeft tot op heden niet voldaan aan het vonnis van 8 augustus 2012.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>3 . 1 . 	[naam] Beheer vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij</para>
      <para>voorraad, Royal Living verbiedt om over te gaan tot executie van het vonnis van</para>
      <para>8 augustus 2012 in het algemeen, en in het bijzonder dat de voorzieningenrechter Royal</para>
      <para>Living verbiedt om de executieveiling van de bedrijfshal op 19 december 2012 door te laten</para>
      <para>gaan, totdat door het Gerechtshof in Arnhem in het door [naam] Beheer ingestelde hoger</para>
      <para>beroep tegen het vonnis van 8 augustus 2012 definitief zal zijn beslist. Het voorgaande op</para>
      <para>straffe van verbeurte van een dwangsom van € 200.000,00 voor iedere overtreding van dit</para>
      <para>verbod en met veroordeling van Royal Living in de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Royal Living voert verweer.</para>
        <para>3 .3 . 	op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van [naam] Beheer</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. 1 .	 [naam] Beheer grondt haar vorderingen op misbruik van recht door Royal Living.</para>
      <para>Hiertoe voert zij het volgende aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [naam] Beheer stelt dat de executoriale verkoop weinig tot niets zal opleveren. Zij</para>
        <para>baseert deze stelling op de navolgende omstandigheden. De bedrijfshal is op grond van een</para>
        <para>recht van opstal op een stuk grond van [X] gebouwd. Voor het recht van opstal betaalt</para>
        <para>
          [naam] Beheer een maandelijkse retributie van € 300,00 aan [X]. Bovendien is de duur</para>
        <para>van het recht van opstal beperkt in tijd, zodat de eigendom van de bedrijfshall op termijn zal</para>
        <para>eindigen en aan de eigenaar van de grond zal toevallen. De veilingkoper is aan deze met het</para>
        <para>recht van opstal verbonden voorwaarden gebonden, aldus [naam] Beheer. De bedrijfshall is</para>
        <para>niet afgebouwd, zodat slechts een casco bedrijfshall zal worden geveild. Voorts rust op de</para>
        <para>bedrijfshall een hypotheekrecht, welk recht in rang véér gaat op het retentierecht van Royal</para>
        <para>Living. Ten slotte, zo stelt [naam] Beheer, heeft de gemeente Urk in haar bestemmingsplan</para>
        <para>bepaald dat de bedrijfshall en de bedrijfswoning gezamenlijk een eenheid vormen. Door deze</para>
        <para>gewenste eenheid zal de verkoop van enkel de bedrijfshall onaantrekkelijk zijn voor</para>
        <para>potentiële kopers.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3 .</nr>
      <parablock>
        <para>
          [naam] Beheer stelt voorts dat Royal Living de executoriale verkoop enkel wenst</para>
        <para>uit te voeren met het doel om [naam] Beheer, [A] en [X] te schaden. Daartoe</para>
        <para>voert [naam] Beheer aan dat Royal Living, hoewel zij weet dat de executieveiling haar niets</para>
        <para>zal opleveren, deze toch door wil laten gaan. Voorts stelt [naam] Beheer dat Royal Living</para>
        <para>haar in de voor Urk karakteristieke hechte gemeenschap bewust in een kwaad daglicht stelt</para>
        <para>door haar afte schilderen als wanbetaler. Daarnaast heeft Royal Living buitensporig veel</para>
        <para>aandacht gevestigd op het geschil tussen partijen door een grote reclamezuil aan het begin</para>
        <para>van het dorp te plaatsen en door in social media als Facebook en Twitter onnodige</para>
        <para>ruchtbaarheid aan het geschil te geven. Ten slotte wijst [naam] Beheer op het executoriale</para>
        <para>beslag op haar aandelen in twee van haar dochtervennootschappen. Door dit beslag heeft</para>
        <para>Royal Living volgens [naam] Beheer de keuze voor een voor [naam] Beheer minder</para>
        <para>bezwarende wijze om haar vordering voldaan te krijgen. Nu zij een voor [naam] Beheer juist</para>
        <para>zeer bezwarende wijze kiest maakt Royal Living misbruik van haar recht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De aansluitingen van de nutsvoorzieningen van de woning van [X] zijn in de</para>
        <para>bedrijfshall gesitueerd, zodat verkoop van de bedrijfshall tot het bezwaarljke gevolg leidt dat</para>
        <para>
          [X] enkel met toestemming van de nieuwe eigenaar deze aansluiting kan bereiken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Ten slotte heeft [X] (in het kader van de procedure die aanhangig is tussen De</para>
        <para>Boer en Royal Living over de bedrijfswoning) een conservatoir derdenbeslag ten laste van</para>
        <para>Royal Living onder [naam] Beheer gelegd, uit hoofde van een vordering die [X] op</para>
        <para>Royal Living pretendeert te hebben. [naam] Beheer stelt dat zij als gevolg van dit beslag niet</para>
        <para>meer bevrijdend aan Royal Living kan betalen. Hierdoor is het voor [naam] Beheer</para>
        <para>onmogelijk om aan haar betalingsverplichting jegens Royal Living uit hoofde van het te</para>
        <para>executeren vonnis te voldoen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het standpunt van Royal Living</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. 1 . 	Royal Living betwist dat sprake is van misbruik van recht. Zij wenst de</para>
      <para>openstaande facturen betaald te krijgen. [naam] Beheer heeft tot op heden niet uit eigen</para>
      <para>beweging betaald. Het vonnis van 8 augustus 2012 heeft niet tot betaling geleid, evenmin als</para>
      <para>het door Royal Living gelegde executoriaal beslag op de bedrijfshall en de aandelen.</para>
      <para>Hierdoor ziet Royal Living thans geen andere mogelijkheid dan tot executoriale verkoop</para>
      <para>over te gaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Anders dan [naam] Beheer, verwacht Royal Living een reële opbrengst van de</para>
        <para>executoriale verkoop. Volgens Royal Living is er volop belangstelling voor de veiling.</para>
        <para>Bovendien vertegenwoordigt de bedrijfshall een behoorlijke waarde, mede gelet op de</para>
        <para>(bouw)materialen waarvan de hal is vervaardigd. Royal Living overweegt daarom ook zelf</para>
        <para>op de hal te bieden. Voorts stelt [naam] Beheer zelf dat de bank de bedrijfshall als zekerheid</para>
        <para>heeft aanvaard voor een hypothecaire lening aan [naam] Beheer van € 120.000,00. Anders</para>
        <para>dan [naam] Beheer meent, stelt Royal Living dat zij haar retentierecht wel jegens de</para>
        <para>hypotheekverstrekker kan tegenwerpen. In dat kader beroept zij zich op de artikelen 3:291</para>
        <para>en 3:292 BW.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Royal Living betwist voorts dat zij [naam] Beheer met de voorgenomen executie</para>
        <para>bewust tracht te schaden. Met de ruchtbaarheid die zij op advies van de veilingnotaris aan de</para>
        <para>verkoop heeft gegeven heeft Royal Living enkel beoogd een goede opbrengst te realiseren.</para>
        <para>Dit is ook in het belang van [naam] Beheer. Ten aanzien van het beslag op de aandelen voert</para>
        <para>Royal Living aan dat haar als schuldeiser van [naam] Beheer het recht toekomt zelf te</para>
        <para>bepalen op welke vermogensbestanddelen van [naam] Beheer zij haar vordering verhaalt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Dat de aansluiting van de nutsvoorzieningen zich in de bedrijfshall bevindt, kan</para>
        <para>volgens Royal Living niet aan tenuitvoerlegging van het vonnis in de weg staan. Dit</para>
        <para>probleem is eenvoudig op te lossen door in overleg met de nieuwe eigenaar de aansluitingen</para>
        <para>naar de bedrijfswoning te verplaatsen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van het door [X] onder [naam] Beheer gelegde conservatoir</para>
        <para>derdenbeslag voert Royal Living het volgende aan. Op [naam] Beheer rust ingevolge een</para>
        <para>uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis een betalingsverplichting jegens Royal Living.</para>
        <para>Hierdoor is volgens Royal Living geen sprake van een vrijwillige nakoming maar van een</para>
        <para>verplichting tot betaling onder dwang van de door Royal Living voorgenomen executie.</para>
        <para>Daardoor komt [naam] Beheer, anders dan zij zelf stelt, geen beroep op een</para>
        <para>opschortingsrecht op grond van het bepaalde in artikel 475h Rv toe. Ten slotte heeft Royal</para>
        <para>Living aangevoerd dat de conservatoir beslaglegger [X] is. Zij is geen partij bij de</para>
        <para>onderhavige procedure. Of betaling door [naam] Beheer een onrechtmatige daad jegens De</para>
        <para>Boer oplevert doet in dit kort geding niet ter zake. Bovendien zijn [A] en [X]</para>
        <para>echtgenoten en kunnen [naam] Beheer en [X] daarom in dit geval materieel</para>
        <para>vereenzelvigd worden, aldus Royal Living.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>6. 1 . 	In een executiegeschil kan de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een</para>
      <para>vonnis slechts schorsen, indien zij van oordeel is dat de executant - mede gelet op de</para>
      <para>belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad -</para>
      <para>geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot</para>
      <para>tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis</para>
      <para>klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging</para>
      <para>op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan</para>
      <para>de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een</para>
      <para>onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op de gemotiveerde betwisting door Royal Living acht de</para>
        <para>voorzieningenrechter onvoldoende aannemelijk dat de veiling van de bedrijfshall een</para>
        <para>dusdanig lage opbrengst zal opleveren dat voortzetting daarvan misbruik van recht aan de</para>
        <para>zijde van Royal Living oplevert. Royal Living heeft onweersproken gesteld dat er veel</para>
        <para>belangstelling is voor de veiling en volgens de eigen stelling van [naam] Beheer heeft de</para>
        <para>bank in ruil voor een hypothecaire lening van € 120.000,00 een recht van hypotheek op de</para>
        <para>bedrijfshall heeft aanvaard.</para>
        <para>Met de stelling dat het hypotheekrecht van de bank vóór het retentierecht gaat, miskent</para>
        <para>
          [naam] Beheer dat Royal Living al beschikt over een executoriale titel en de</para>
        <para>hypotheekhoudster(s) blijkens het als productie 2 door [naam] Beheer overgelegde exploot</para>
        <para>heeft/hebben verzuimd de executie over te nemen.</para>
        <para>Bovendien is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat Royal Living, anders dan</para>
        <para>
          [naam] Beheer heeft gesteld, ingevolge artikel 3 :29 1 lid 2 BW haar retentierecht jegens de</para>
        <para>hypotheekverstrekker kan inroepen. De vordering van Royal Living op [naam] Beheer komt</para>
        <para>voort uit de overeenkomst van opdracht tot bouw van de bedrijfshall en onweersproken is</para>
        <para>door Royal Living gesteld dat [naam] Beheer bevoegd was deze overeenkomst met Royal</para>
        <para>Living te sluiten omdat de bank de financiering nu juist met het oog op de bouw van de</para>
        <para>bedrijfshall heeft verstrekt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Royal Living heeft gemotiveerd betwist dat zij de executieverkoop wenst voort te</para>
        <para>zetten met het enkele oogmerk om [naam] Beheer te schaden. Gelet hierop acht de</para>
        <para>voorzieningenrechter hetgeen [naam] Beheer dienaangaande heeft gesteld onvoldoende om</para>
        <para>dit oogmerk aan te nemen. De stelling dat de veiling niets zal opleveren is hiervoor</para>
        <para>beoordeeld. De stelling van [naam] Beheer dat Royal Living haar via Twitter en Facebook</para>
        <para>zwart maakt is niet geconcretiseerd en op geen enkele wijze onderbouwd. Het enkele feit dat</para>
        <para>een bord geplaatst is waarop de veiling wordt aangekondigd is een niet ongebruikelijke</para>
        <para>wijze om zoveel mogelijk potentiële kopers te attenderen op de voorgenomen veiling.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Het enkele feit dat de aansluitingen van de nutsvoorzieningen van de</para>
        <para>bedrijfswoning in de bedrijfshall zijn aangelegd, acht de voorzieningenrechter onvoldoende</para>
        <para>om tot misbruik van recht te komen. Deze situatie leidt niet tot een noodtoestand aan de</para>
        <para>zijde van [naam] Beheer.</para>
        <para>
          [A] en [X] hebben zelf(om hen moverende redenen) gekozen voor een</para>
        <para>constructie waarin de eigendom van de bedrijfshall en de bedrijfswoning niet bij dezelfde</para>
        <para>(rechts)persoon ligt. Deze omstandigheid kan [naam] Beheer dan ook niet in het kader van</para>
        <para>een executie van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis aan Royal Living</para>
        <para>tegenwerpen. Hetzelfde geldt met betrekking tot de stelling — wat daar verder ook van zij —</para>
        <para>dat de gemeente Urk niet akkoord gaat “met het verkopen van de bedrijfshal zonder dat de</para>
        <para>bedrijfswoning daarbij wordt betrokken.” De voorzieningenrechter kan [naam] Beheer in dit</para>
        <para>verband niet volgen in haar standpunt dat door toedoen van Royal Living “de</para>
        <para>bedrijfswoning en de bedrijfshall nu uit elkaar [wordt] gehaald.” [naam] Beheer en [X]</para>
        <para>hadden dat immers zelf al door middel van het vestigen van het recht van opstal</para>
        <para>bewerkstelligd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Het op verzoek van [X] op 30 november 2012 ten laste van Royal Living</para>
        <para>onder [naam] Beheer gelegde derdenbeslag betreft een conservatoir beslag (en niet een</para>
        <para>executoriaal beslag zoals [naam] Beheer in punt 71 van de dagvaarding heeft gesteld). Dit</para>
        <para>beslag kan dan ook niet aan de executie van het uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis in</para>
        <para>de weg staan. Niet valt in te zien waarom dit conservatoir derdenbeslag de voortzetting van</para>
        <para>de executie in dit geval onrechtmatig jegens [naam] Beheer zou doen zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Nu bovendien gesteld noch gebleken is dat het te executeren vonnis op een</para>
        <para>juridische of feitelijke misslag berust of dat sprake is van een noodtoestand aan de zijde van</para>
        <para>
          [naam] Beheer, is ook op dit punt niet vast komen te staan dat Royal Living misbruik van</para>
        <para>haar recht maakt. Het is aan Royal Living om afte wegen of zij het risico wil nemen van</para>
        <para>een eventueel (deels) andersluidende beslissing in hoger beroep.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter de vorderingen van [naam]</para>
        <para>Beheer afwijzen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.8.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [naam] Beheer zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden</para>
        <para>veroordeeld. De kosten aan de zijde van Royal Living worden begroot op:</para>
        <para>-griffierecht		 € 575,00</para>
        <para>- salaris advocaat 	 € 904,00</para>
        <para>Totaal 		           € 1.479,00</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>7. 1 . 	wijst de vorderingen af,</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [naam] Beheer in de proceskosten, aan de zijde van Royal Living tot op</para>
        <para>heden begroot op € 1 .479,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in</para>
        <para>art. 6: 1 19 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit</para>
        <para>vonnis tot de dag van volledige betaling,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3 .</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [naam] Beheer in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00</para>
        <para>aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [naam] Beheer niet binnen</para>
        <para>14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de</para>
        <para>uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de</para>
        <para>explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente</para>
        <para>als bedoeld in art. 6: 1 19 BW over de nakosten met ingang van de vijftiende dag na de</para>
        <para>betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.M. Peper en in het openbaar uitgesproken op</para>
        <para>14 december 2012</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>