<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZLY:2012:2171</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T09:35:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-05-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zwolle-Lelystad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zwolle-Lelystad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-12-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">204168/ KL ZA 12-353</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZLY:2012:2171">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZLY:2012:2171</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-05-29T14:32:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-05-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZLY:2012:2171 Rechtbank Zwolle-Lelystad , 19-12-2012 / 204168/ KL ZA 12-353</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZLY:2012:2171:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZLY:2012:2171:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold">vonnis</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sector civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: 204168/ KL ZA 12-353</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis in kort geding van 19 december 2012</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>advocaat mr. F. Heidinga te Almere,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. D.G. Nagel te Almere.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna de man en de vrouw genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding met productie;</para>
        <para>- een brief met producties d.d. 30 november 2012 van de vrouw, en</para>
        <para>- de mondelinge behandeling op 5 december 2012.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen hebben een affectieve relatie gehad van augustus 2010 tot februari 2012.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Het minderjarig kind van partijen is [kind], geboren te [geboorteplaats] op [2012]</para>
        <para>. De minderjarige is door de man erkend.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De vrouw is belast met het eenhoofdig gezag over de minderjarige. De</para>
        <para>minderjarige heeft haar hoofdverblijfplaats bij de vrouw.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De man vordert - samengevat - een voorlopige omgangsregeling waarbij de</para>
        <para>minderjarige elke woensdag van 16:30 uur tot 18:30 uur alsmede elke zaterdag van 10:00</para>
        <para>uur tot 12:00 uur bij hem verblijft, waarbij de omgangsregeling op zaterdag elke week met</para>
        <para>een uur zal worden uitgebreid zodat de minderjarige uiteindelijk elke zaterdag van 10:00 uur</para>
        <para>tot 17:00 uur bij de man zal verblijven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De vrouw voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De man stelt ter onderbouwing van zijn vordering dat het in het belang van het</para>
        <para>hechtingsproces van de minderjarige is dat het contact tussen hem en de minderjarige zo</para>
        <para>spoedig mogelijk wordt hersteld. Er zijn wat hem betreft geen redenen die ertoe zouden</para>
        <para>moeten leiden dat er geen omgang zou moeten plaatsvinden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Het aanhangig maken van dit kort geding is noodzakelijk geweest omdat het</para>
        <para>partijen niet is gelukt om in onderling overleg afspraken te maken. Op het voorstel van de</para>
        <para>man om in mediation te gaan, heeft de vrouw afwijzend gereageerd. De man erkent dat de</para>
        <para>vrouw voorgesteld heeft om Stichting Roots te betrekken, maar de man heeft de strekking</para>
        <para>van dit voorstel niet begrepen. Voorts had de man aanvankelijk een andere advocaat die een</para>
        <para>kort gedingprocedure aanhangig zou maken, maar dit is niet van de grond gekomen. Toen</para>
        <para>de man zijn huidige advocaat in de arm heeft genomen, heeft het nog enige tijd geduurd</para>
        <para>voordat het dossier werd overgedragen en onderhavige procedure kon worden gestart.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De man erkent dat hij een roerig verleden heeft, maar sinds anderhalf jaar gaat het</para>
        <para>heel goed. Van een verslaving is geen sprake meer. Het is juist dat hij tweemaal is</para>
        <para>opgenomen geweest en dat hij twee keer een terugval gehad, maar sinds partijen uit elkaar</para>
        <para>zijn, gebruikt hij geen softdrugs meer. Met het gebruik van harddrugs was hij al eerder</para>
        <para>gestopt. De man gebruikt nog wel alcohol, maar dat zijn twee keer twee consumpties per</para>
        <para>week die hij bij zijn ouders krijgt. Zijn financiën worden beheerd door zijn ouders. De man</para>
        <para>erkent ook dat het ten tijde van de geboorte van de minderjarige een troep was in huis, maar</para>
        <para>daarvan is eveneens geen sprake meer. Ook erkent de man dat hij in een aangeschoten bui</para>
        <para>een jongen een duw heeft gegeven waarvoor hij een boete heeft gekregen en dat hij op een</para>
        <para>lompe wijze met de minderjarige is omgegaan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De man staat open voor begeleide omgang door een professionele instantie. Hij</para>
        <para>geeft de voorkeur aan Humanitas omdat bij Stichting Roots er een lange wachtlijst is en</para>
        <para>Humanitas ook rapporteert.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <parablock>
        <para>De vrouw stelt zich op het standpunt dat de man niet-ontvankelijk is in zijn</para>
        <para>vordering omdat het spoedeisend belang ontbreekt. Zij heeft in juni een voorstel aan de man</para>
        <para>gedaan om zich aan te melden bij Stichting Roots voor een begeleide omgangsregeling en</para>
        <para>ter overbrugging een omgangsregeling waarbij er iedere woensdag en zaterdag omgang zou</para>
        <para>zijn in haar aanwezigheid. De man heeft daarop in augustus afwijzend gereageerd. In de</para>
        <para>afgelopen maanden heeft er geen overleg meer plaatsgevonden, hetgeen wel voor de hand</para>
        <para>had gelegen alvorens een kort geding procedure aanhangig te maken. De man had al eerder</para>
        <para>een procedure aanhangig kunnen maken als hij het contact met de minderjarige zo snel</para>
        <para>mogelijk had willen herstellen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Indien de man wel ontvankelijk is, stelt de vrouw zich op het standpunt dat van een</para>
        <para>onbegeleide omgangsregeling geen sprake kan zijn omdat de veiligheid van de minderjarige</para>
        <para>onvoldoende wordt gewaarborgd. De man heeft immers een alcohol- en drugsverslaving</para>
        <para>gehad. Voordat partijen een relatie hadden, is de man een aantal keer opgenomen geweest in</para>
        <para>een afkickkliniek, maar hier is hij niet clean uitgekomen. De man stelt weliswaar dat hij</para>
        <para>geen drugs meer gebruikt en nog maar zelden en in beperkte hoeveelheden alcohol gebruikt,</para>
        <para>maar uit de overgelegde stukken blijkt dat er rond de geboortedatum van de minderjarige</para>
        <para>nog drugs in huis was. De vrouw erkent dat ook zij harddrugs heeft gebruikt, maar daarmee</para>
        <para>is zij al ruim voor de zwangerschap gestopt. Met het blowen is zij gestopt toen zij wist dat</para>
        <para>zij zwanger was. Naast het drugs- en alcoholgebruik van de man maakt de vrouw zich</para>
        <para>zorgen over de manier waarop de man met de minderjarige zal omgaan. Uit de overgelegde</para>
        <para>verklaring van de schoonzus van de vrouw blijkt immers dat de man direct na de geboorte</para>
        <para>nogal hardhandig met de minderjarige omging.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <parablock>
        <para>De vrouw staat open voor omgang tussen de man en de minderjarige indien dit</para>
        <para>wordt begeleid door Stichting Roots. Zij is zich bewust van een wachtlijst, maar zij kiest</para>
        <para>uitdrukkelijk voor Stichting Roots omdat deze stichting rapporteert en deze informatie</para>
        <para>relevant is voor de bodemprocedure.</para>
        <para>De voorzieningenrechter overweegt als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Van het spoedeisende belang bij het gevorderde is naar het oordeel van de</para>
        <para>voorzieningenrechter in voldoende mate gebleken. Immers is tijdens de mondelinge</para>
        <para>behandeling voldoende aannemelijk geworden dat er al een aantal maanden geen omgang</para>
        <para>heeft plaatsgevonden tussen de man en de minderjarige, dat het partijen niet is gelukt om in</para>
        <para>onderling overleg afspraken te maken en dat de man vervolgens direct een kort</para>
        <para>gedingprocedure aanhangig heeft proberen te maken via zijn advocaat. Toen dit niet van de</para>
        <para>grond kwam, heeft de man met veel moeite het dossier overgedragen gekregen naar zijn</para>
        <para>huidige advocaat en direct onderhavige procedure aanhangig gemaakt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <parablock>
        <para>Tussen partijen is niet in geschil dat er omgang tussen de man en de minderjarige</para>
        <para>dient plaats te vinden. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de man open staat</para>
        <para>voor begeleide omgang zoals door de vrouw is voorgesteld. Partijen verschillen echter van</para>
        <para>mening over de vraag welke instantie de omgang dient te begeleiden. Met de man is de</para>
        <para>voorzieningenrechter van oordeel dat de omgang wel op een zo kort mogelijke termijn moet</para>
        <para>starten. Voorts is de voorzieningenrechter met de vrouw van oordeel dat het van belang is</para>
        <para>dat de begeleidende instantie aan verslaglegging doet, ondermeer voor de bodemprocedure.</para>
        <para>Aangezien Humanitas niet aan dossiervorming doet en de lengte van de wachtlijst bij</para>
        <para>Stichting Roots mede afhankelijk is van de beschikbaarheid van de betrokken partijen en het</para>
        <para>uit recente informatie bekend is dat de omgang op een doordeweekse dag eerder kan starten</para>
        <para>dan in het weekend, zal de voorzieningenrechter bepalen dat de omgang dient te worden</para>
        <para>begeleid door Stichting Roots, waarbij de duur, de frequentie en de opbouw aan het beleid</para>
        <para>van Stichting Roots zal worden overgelaten. Derhalve zal worden beslist als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding afte wijken van het uitgangspunt dat</para>
        <para>gelet op de relatie tussen partijen de proceskosten tussen hen zullen worden gecompenseerd,</para>
        <para>in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>stelt een door Stichting Roots te begeleiden omgangsregeling tussen de man en de</para>
        <para>minderjarige vast, waarbij de duur, de frequentie en de opbouw aan het beleid van Stichting</para>
        <para>Roots wordt overgelaten,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere</para>
        <para>partij de eigen kosten draagt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. F.G. van Arem en in het openbaar uitgesproken op</para>
        <para>19 december 2012.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>