<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZLY:2012:2170</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T08:58:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-05-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zwolle-Lelystad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zwolle-Lelystad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-12-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">204169/ KL ZA 12-354</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZLY:2012:2170">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZLY:2012:2170</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-05-29T13:48:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-05-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZLY:2012:2170 Rechtbank Zwolle-Lelystad , 17-12-2012 / 204169/ KL ZA 12-354</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZLY:2012:2170:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZLY:2012:2170:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">vonnis</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sector civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: 204169/ KL ZA 12-354</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 17 december 2012</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>advocaat mr. I.M.G. Maste te Almere,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. P. de Haan te Almere.</para>
      <para>Partijen zullen hierna de man en de vrouw genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>-de dagvaarding;</para>
        <para>-de mondelinge behandeling;</para>
        <para>-de pleitnota van de vrouw.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De man en de vrouw hebben een affectieve relatie gehad. Deze relatie is in 2009</para>
        <para>geëindigd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De minderjarige kinderen van de man en de vrouw zijn:</para>
        <para>- [kind 1], geboren op [1998] te [geboorteplaats],</para>
        <para>- [kind 2], geboren op [2005] te [geboorteplaats].</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over [kind 1]. De vrouw is alleen</para>
        <para>belast met het gezag over [kind 2]. De man heeft een verzoekschrift ingediend ter</para>
        <para>verkrijgen van gezamenlijk gezag over [kind 2].</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Sinds het uiteengaan van partijen is er contact geweest tussen de man en de</para>
        <para>minderjarigen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Sinds de zomervakantie 2012 ziet de man de minderjarigen eenmaal per veertien</para>
        <para>dagen een weekend van zaterdag 11.00 uur tot zondag 19.00 uur.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De man vordert - samengevat - te bepalen dat de man omgang heeft met zijn</para>
        <para>kinderen:</para>
        <para>- ieder weekend van vrijdag uit school tot zondagavond 19.00 uur, waarbij de</para>
        <para>man de kinderen haalt bij de vrouwen de vrouw de kinderen na afloop bij de</para>
        <para>man haalt;</para>
        <para>- de helft van alle schoolvakanties: in de even jaren de eerste helft, in de oneven</para>
        <para>jaren de tweede helft;</para>
        <para>- als de vrouw op een weekenddag jarig is, zijn de kinderen bij haar en als de</para>
        <para>man op een weekenddag jarig is, zijn de kinderen bij hem;</para>
        <para>-  het weekend van Moederdag zijn de kinderen bij moeder en het weekend van</para>
        <para>Vaderdag zijn de kinderen bij vader;</para>
      </parablock>
      <para>-    -       - in geval de kinderen niet ieder weekend contact met de man hebben, te bepalen</para>
      <parablock>
        <para>dat de man contact met de kinderen heeft als volgt: via telefoon, Skype en of</para>
        <para>Viber op maandag, woensdag en vrijdag om 20.00 uur.</para>
        <para>Een en ander op straffe van een dwangsom van € 100,= voor iedere dag dat de</para>
        <para>vrouw niet meewerkt, tot een maximum van € 10.000,=.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De vrouw voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De man voert ter onderbouwing van zijn vordering aan dat partijen drie jaar</para>
        <para>geleden zijn overeengekomen dat de kinderen ieder weekend en de helft van alle</para>
        <para>vakanties bij de man zijn. Met deze regeling is in praktijk flexibel omgegaan.</para>
        <para>Enkele maanden voor de zomervakantie 2012 zei de vrouw steeds vaker af. Na de</para>
        <para>zomervakantie weigerde de vrouw mee te werken aan de omgangsregeling. Na</para>
        <para>mediation is de omgangsregeling hervat, waarna de vrouw wederom afzegde. De</para>
        <para>vrouw heeft via haar advocaat laten weten alleen in te stemmen met een</para>
        <para>omgangsregeling van één weekend per veertien dagen van zaterdag 11.00 uur tot</para>
        <para>zondag 19.00 uur, zonder omgang in de vakanties. De man wil nakoming van de</para>
        <para>eerder gemaakte afspraak van elk weekend van vrijdag uit school tot zondag 19.00</para>
        <para>uur.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De vrouw betwist dat er sprake is van een spoedeisend belang. De vrouw betwist</para>
        <para>dat er sprake is van een overeenkomst. Het contact tussen de man en de kinderen</para>
        <para>vond wisselend plaats. De kinderen bezoeken thans hun vader regelmatig zodat er</para>
        <para>ook geen contact is dat hersteld moet worden. De vrouw is van mening dat de man</para>
        <para>een reguliere verzoekschriftprocedure had moeten volgen voor de vaststelling van</para>
        <para>een omgangsregeling. Voor zover de man wel ontvankelijk wordt verklaard in zijn</para>
        <para>vordering heeft de vrouw gesteld dat de man zich niet aan de regels en</para>
        <para>fatsoensnormen houdt. Het agressieve en gewelddadige gedrag van de man maakt</para>
        <para>de kinderen erg onrustig, onzeker en verdrietig. Hij heeft onlangs in het bijzijn van</para>
        <para>de kinderen geweld gebruikt jegens de vrouwen haar echtgenoot. Verder is er aan</para>
        <para>de zijde van de man sprake van een verleden (en de vrouw vermoed ook een</para>
        <para>heden) van overmatig drank en drugsgebruik. De man spreekt voortdurend kwaad</para>
        <para>over de vrouw. Thans verblijven de kinderen een weekend in de veertien dagen van</para>
        <para>zaterdag 11.00 uur tot zondag 19.00 uur bij de man. Wat de vrouw betreft wordt</para>
        <para>die regeling vooralsnog gehandhaafd, zonder verplichting dat de vrouw haar</para>
        <para>medewerking moet verlenen. De vrouw wil de mogelijkheid hebben, indien blijkt</para>
        <para>dat de man stoned en dronken is bij aanvang van de omgangsregeling, deze</para>
        <para>omgangsregeling op dat moment geen doorgang vindt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Spoedeisend belang</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De man heeft gesteld dat er een overeenkomst is die door de vrouw niet wordt</para>
        <para>nagekomen. Die overeenkomst betreft de omgang met zijn kinderen. De rechtbank</para>
        <para>is van oordeel dat de man een voldoende spoedeisend belang heeft gesteld om zijn</para>
        <para>vorderingen te ontvangen. De vraag of de man voldoende spoedeisend belang heeft</para>
        <para>bij toewijzing van zijn vorderingen, zal hieronder worden beoordeeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inhoudelijk</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter begrijpt de vordering van de man in die zin dat hij primair</para>
        <para>nakoming van de afspraak tussen partijen wenst, en subsidiair een vaststelling van</para>
        <para>een omgangsregeling wil zoals in de dagvaarding omschreven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Indien partijen een overeenkomst hebben ten aanzien van het contact tussen de man</para>
        <para>en de kinderen dient die overeenkomst in beginsel zonder mankeren te worden</para>
        <para>nageleefd, tenzij dit in strijd is met de belangen van de kinderen. De</para>
        <para>voorzieningenechter dient eerst te beoordelen of er sprake is van een overeenkomst</para>
        <para>tussen partijen. Een mondelinge afspraak wordt door de vrouw betwist en er zijn</para>
        <para>geen stukken waaruit de gestelde afspraak blijkt. De voorzieningenrechter is van</para>
        <para>oordeel dat er te weinig aanknopingspunten zijn om uit de praktijk van de</para>
        <para>afgelopen jaren een stilzwijgende afspraak tussen partijen afte leiden. De man stelt</para>
        <para>immers in de dagvaarding dat de afspraak inhield dat de kinderen ieder weekend</para>
        <para>van vrijdag tot zondag. Ter zitting stelt hij zich echter op het standpunt dat in</para>
        <para>praktijk de kinderen drie van de vier weekenden bij hem waren, hetgeen afwijkt</para>
        <para>van zijn vordering. Daarbij komt dat de vrouw stelt dat zich helemaal geen</para>
        <para>regelmaat voordeed en de kinderen soms achtereenvolgende weekenden naar de</para>
        <para>man gingen en soms weekenden achter elkaar niet. Gelet op de verschillende</para>
        <para>lezingen van partijen over de bestaande praktijk, acht de voorzieningenrechter een</para>
        <para>bestaande afspraak over een regelmatig omgangsregeling van ieder weekend bij de</para>
        <para>man onvoldoende aangetoond. Voor zover de man met zijn vordering nakoming</para>
        <para>van die afspraak wenste, kan dit niet worden toegewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de gevorderde vaststelling van een omgangsregeling overweegt</para>
        <para>de voorzieningenrechter dat in kort geding geen regeling kan worden vastgesteld</para>
        <para>doch enkel een voorlopige voorziening kan worden getroffen, in afwachting van</para>
        <para>een definitieve regeling door middel van een bodemprocedure of overeenstemming</para>
        <para>van partijen. Nu de man de kinderen thans op regelmatige basis eenmaal per</para>
        <para>veertien dagen van zaterdag 11.00 tot zondag 19.00 uur ziet, en tevens gedurende</para>
        <para>een deel van de feestdagen, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de man de</para>
        <para>noodzaak tot het treffen van een ordemaatregel onvoldoende heeft aangetoond.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Bovendien komt de vordering van de man komt neer op uitbreiding van de huidige</para>
        <para>regeling. Die beoordeling leent zich niet voor een beslissing in kort geding. Temeer</para>
        <para>niet nu de vrouw ernstige zorgen heeft neergelegd die tot verder onderzoek nopen.</para>
        <para>De vraag of het in het belang van de kinderen is dat zij vaker naar de man gaan</para>
        <para>dient dan ook in een bodemprocedure te worden beantwoord. In die procedure kan</para>
        <para>worden onderzocht óf, en op welke wijze de omgangsregeling moet worden</para>
        <para>uitgebreid. In die procedure kan ook de Raad voor de Kinderbescherming de</para>
        <para>rechtbank van advies dienen. Gelet hierop zal de vordering worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden</para>
        <para>gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere</para>
        <para>partij de eigen kosten draagt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. F.G. van Arem en in het openbaar uitgesproken op</para>
        <para>17 december 2012.</para>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>