<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZLY:2012:2168</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T13:16:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-05-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zwolle-Lelystad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zwolle-Lelystad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-12-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">203750/ KL ZA 12-341</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Lelystad</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZLY:2012:2168">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZLY:2012:2168</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-05-29T11:47:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-05-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZLY:2012:2168 Rechtbank Zwolle-Lelystad , 11-12-2012 / 203750/ KL ZA 12-341</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZLY:2012:2168:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZLY:2012:2168:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">vonnis</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sector civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Lelystad</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: 203750/ KL ZA 12-341</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 11 december 2012</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>eiseres in conventie,</para>
      <para>verweerster in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. A. Özmen te Emmeloord,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde in conventie,</para>
      <para>eiser in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. Y. van der Horst te Emmeloord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna de vrouwen de man genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding</para>
        <para>- de mondelinge behandeling d.d. 27 november 2012</para>
        <para>- de pleitnota van de vrouw</para>
        <para>- de eis in reconventie.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De man en de vrouw zijn met elkaar gehuwd geweest.</para>
        <para>Het minderjarige kind van partijen is [kind], geboren op [2011]</para>
        <para> in de gemeente [geboorteplaats].</para>
        <para>Bij beschikking van deze rechtbank van [2012] is de echtscheiding tussen</para>
        <para>partijen uitgesproken.</para>
        <para>Partijen hebben een echtscheidingsconvenant en een ouderschapsplan opgesteld,</para>
        <para>welke deel uitmaken van voormelde beschikking.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil in conventie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De vrouw vordert - samengevat:</para>
        <para>1. de man te verbieden gedurende twee jaar na betekening van dit vonnis</para>
        <para>- anders dan via zijn advocaat - persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of</para>
        <para>anderszins contact op te nemen met de vrouw,</para>
        <para>2. de man te veroordelen om gedurende twee jaar na betekening van dit</para>
        <para>vonnis zich te begeven naar en/of zich te bevinden in het gebied Lange</para>
        <para>Voor, Westervoor, Noordeinde, Grachtwal, Noordzoom, Groene Zoom en</para>
        <para>Warande in Marknesse, gemeente Noordoostpolder, alsmede de Henric de</para>
        <para>Cranestraat, Sleep, Sasplein, Nieuwstad, Bouwdijk en 't Noordeinde in</para>
        <para>Kuinre, gemeente Steenwijkerland,</para>
        <para>3. een en ander op straffe van een dwangsom van € 500,-- per dag of delen</para>
        <para>van een dag, met een maximum van € 30.000,--, of</para>
        <para>4. de vrouw te machtigen om de man in gijzeling te laten/doen nemen,</para>
        <para>telkens voor een periode van 72 uur, althans voor een zodanige</para>
        <para>tijdsperiode dat de voorzieningenrechter passend acht;</para>
        <para>5. de man te veroordelen in de kosten van eventuele tenuitvoerlegging van</para>
        <para>de lijfsdwang en de proceskosten, alsmede de kosten verbonden aan het</para>
        <para>innen van de verbeurde dwangsommen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De man voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het geschil in reconventie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De man vordert - samengevat - de vrouw te bevelen haar medewerking te verlenen</para>
        <para>aan een door de man voorgestelde omgangsregeling tussen hem en het</para>
        <para>minderjarige kind van partijen. Alsmede tot voorwaardelijke veroordeling van de</para>
        <para>vrouw in de kosten van deze procedure.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De vrouw voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling in conventie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Een straatverbod vormt een inbreuk op het aan een ieder toekomend recht om zich</para>
        <para>vrijelijk te verplaatsen. Voor het toewijzen van een zo ingrijpende maatregel moet</para>
        <para>sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die zo'n</para>
        <para>inbreuk kunnen rechtvaardigen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Nu de man ter zitting heeft ingestemd met het gevorderde contact- en straatverbod</para>
        <para>zal de voorzieningenrechter die vordering in na te melden zin toewijzen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>In verband met de eisen van proportionaliteit zullen de verboden voor de hierna te</para>
        <para>noemen duur worden opgelegd;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt. De gevorderde lijfsdwang</para>
        <para>zal de voorzieningenrechter afwijzen. Lijfsdwang is een zeer ingrijpend middel,</para>
        <para>omdat de man daarmee zijn persoonlijke vrijheid ontnomen wordt. Toepassing van</para>
        <para>dit dwangmiddel is slechts aan de orde als moet worden aangenomen dat de man</para>
        <para>niet vrijwillig aan de op te leggen verboden zal voldoen en andere dwangmiddelen</para>
        <para>niet zullen baten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden</para>
        <para>gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>De beoordeling in reconventie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>In dit geding is in voldoende mate gebleken van het spoedeisend belang van de man</para>
        <para>bij de vordering.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De man heeft - onder meer - aangevoerd dat het in het belang van het kind is dat de</para>
        <para>contacten tussen hem en het kind zo spoedig mogelijk worden hersteld. De vrouw</para>
        <para>heeft eenzijdig de in onderling overleg afgesproken omgang op de dinsdagen</para>
        <para>opgeschort. De vrouw wenst alleen nog mee te werken aan de omgang op de</para>
        <para>zaterdag van 09.00 uur tot 18.15 uur in de oneven weken. De man vreest dat de</para>
        <para>vrouw ook de in het ouderschapsplan opgenomen regeling zal inperken. De man is</para>
        <para>van mening dat ondanks het contact- en straatverbod er omgang kan zijn met het</para>
        <para>kind. De overdracht kan via derden geschieden. De man heeft ter zitting erkend dat</para>
        <para>hij de vrouw meermalen heeft lastig gevallen, bij het incident van 10 november</para>
        <para>2012 heeft hij onverantwoordelijk gehandeld. De man heeft inderdaad niet veel</para>
        <para>spullen voor het kind in huis, maar de vrouw geeft dat mee. Hij betwist dat hij de</para>
        <para>vrouw veel zou bellen met betrekking tot het kind.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De vrouw heeft - onder meer - aangevoerd dat omgang met de man op de</para>
        <para>dinsdagen thans niet in het belang van het kind is. Het kind raakt vermoeid van de</para>
        <para>wisselingen van halen en brengen. De doordeweekse omgang verandert het ritme</para>
        <para>van het kind in negatieve zin. De vrouw wilde de omgang op de dinsdag al eerder</para>
        <para>stoppen, maar zij durfde dit niet met de man te bespreken uit angst voor zijn</para>
        <para>agressieve reactie daarop. Verder merkt zij dat het kind zeer vermoeid terugkeert</para>
        <para>van het weekend. De man heeft onvoldoende middelen in huis om voor het kind te</para>
        <para>zorgen en belt soms in paniek als het kind bijvoorbeeld diarree heeft. De vrouw</para>
        <para>acht een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming geïndiceerd. De</para>
        <para>vrouw heeft ter zitting gesteld dat zij een bodemprocedure zal opstarten tot</para>
        <para>wijziging van een omgangsregeling.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>Tot voor kort heeft de omgang plaatsgevonden in de oneven weken van zaterdag</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>09.00</nr>
      <parablock>
        <para>uur tot zondag 18.15 uur, op iedere dinsdag na de middag van circa 16.00</para>
        <para>uur tot circa 18.30 uur. In beginsel dient de bestaande omgangsregeling te worden</para>
        <para>voortgezet totdat in de bodemprocedure is voorzien. In dit geval staat vast dat er</para>
        <para>tussen partijen veel spanningen zijn geweest hetgeen mogelijk zijn weerslag heeft</para>
        <para>gehad op [kind]. Dat het partijen niet is gelukt in overleg te treden acht de</para>
        <para>voorzieningenrechter voldoende aannemelijk gezien het procesdossier. De</para>
        <para>voorzieningenrechter ziet voor de rust van [kind] en gelet op haar leeftijd</para>
        <para>aanleiding de omgangsregeling in het weekend te beperken, maar daarbij de</para>
        <para>omgang op de dinsdag te handhaven, zodat er geregeld contact blijft tussen de man</para>
        <para>en [kind]. De voorzieningenrechter hecht er aan op te merken dat het aan de man is</para>
        <para>om de komende periode te laten zien dat hij in het belang van [kind] en haar rust de</para>
        <para>privacy van de vrouw kan respecteren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter zal derhalve de vorderingen van de man deels toewijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden</para>
        <para>gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>verbiedt de man gedurende twaalf maanden na betekening van dit vonnis zich te</para>
        <para>begeven naar en/of zich te bevinden in het gebied Lange Voor, Westervoor,</para>
        <para>Noordeinde, Grachtwal, Noordzoom, Groene Zoom en Warande in Marknesse,</para>
        <para>gemeente Noordoostpolder, alsmede de Henric de Cranestraat, Sleep, Sasplein,</para>
        <para>Nieuwstad, Bouwdijk en 't Noordeinde in Kuinre, gemeente Steenwijkerland,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <parablock>
        <para>verbiedt de man gedurende twaalf maanden na betekening van dit vonnis - anders</para>
        <para>dan via zijn advocaat - persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins contact op</para>
        <para>te nemen met de vrouw, behoudens per sms in spoedeisende gevallen met</para>
        <para>betrekking tot [kind],</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt de man om aan de vrouw een dwangsom te betalen van € 250,-- voor</para>
        <para>iedere keer dat hij niet aan de in de onder 7.1 en 7.2. uitgesproken</para>
        <para>hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,-- is bereikt,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.5.</nr>
      <parablock>
        <para>compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere</para>
        <para>partij de eigen kosten draagt,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.6.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.7.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt de vrouw tot medewerking en uitvoering van de voorlopige</para>
        <para>omgangsregeling tussen de man en de minderjarige [kind] totdat in de</para>
        <para>bodemprocedure een definitieve omgangsregeling zal zijn vastgesteld, inhoudende</para>
        <para>dat [kind] ieder week op de dinsdag circa 16.00 uur tot circa 18.30 uur bij de man</para>
        <para>zal verblijven en één keer in de veertien dagen op zaterdag van 09.00 uur tot 18.15</para>
        <para>uur in de oneven weken, waarbij het halen en brengen plaatsvindt via de woning</para>
        <para>van de ouders van de man,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.8.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.9.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.10.</nr>
      <parablock>
        <para>compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere</para>
        <para>partij de eigen kosten draagt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Couperus-van Kooten en in het openbaar uitgesproken</para>
        <para>op 11 december 2012, in tegenwoordigheid van R. Postma, griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>