<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZLY:2010:BO8989</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T02:38:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BO8989</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zwolle-Lelystad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zwolle-Lelystad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-12-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">179992 / KG ZA 10-609 - 2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZLY:2010:BO8989">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZLY:2010:BO8989</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:25:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-01-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZLY:2010:BO8989 Rechtbank Zwolle-Lelystad , 28-12-2010 / 179992 / KG ZA 10-609 - 2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZLY:2010:BO8989:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing vordering opheffing derdenbeslag, voortzetting van LJN BO8565.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZLY:2010:BO8989:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>vonnis</para>
      <para>RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Sector civiel recht</para>
    <para />
    <para>Locatie Zwolle</para>
    <para />
    <para>zaaknummer / rolnummer: 179992 / KG ZA 10-609</para>
    <para />
    <para>Vonnis in kort geding van 28 december 2010</para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[eiser],</para>
      <para>wonende te [plaats],</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>advocaat mr. I.S.J. Bruijn te Zwolle,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>WINPLUS B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Boxtel,</para>
      <para>2.	[gedaagde sub 2],</para>
      <para>wonende te [plaats],</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>advocaat mr. G.J. Schras te Spijkenisse.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna [eiser] en Winplus genoemd worden.</para>
    <para> </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>1.1.	Bij vonnis van 23 december 2010 is reeds op een deel van het gevorderde beslist. Op de overige vorderingen zal bij onderhavig vonnis worden beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.	Het geschil</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.1.	De vordering van [eiser] strekt ertoe dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para>1. de ten uitvoer gelegde lijfsdwang met onmiddellijke ingang zal opheffen, althans deze staakt totdat vonnis is gewezen en [gedaagde sub 2] en Winplus veroordeelt al die rechtshandelingen te verrichten welke hiertoe noodzakelijk zijn, op straffe van een dwangsom van € 2.500,- per dag of gedeelte van een dag dat zij daarmee in gebreke blijven;</para>
      <para>2. op de voet van artikel 3:300 lid 1 BW een dwangvertegenwoordiger zal aanwijzen die voormelde (rechts)handelingen namens [gedaagde sub 2] en Winplus zal verrichten indien zij niet aan het gebod onder 1 voldoet;</para>
      <para>3. het executoriaal derdenbeslag onder de gemeente [plaats] zal opheffen;</para>
      <para>4. [gedaagde sub 2] en Winplus hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, zal veroordelen in de kosten van dit geding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.2.	Winplus voert verweer. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	De beoordeling</para>
      <para>3.1.	Op de vorderingen onder 1 en 2 is reeds beslist bij vonnis van 23 december 2010. </para>
      <para>[eiser] heeft ter zake deze vorderingen nog doen opmerken dat hij is “overvallen” door de deurwaarder. Aanvankelijk was door de deurwaarder aangezegd dat executoriaal beslag op zijn inboedel zou worden gelegd. De deurwaarder heeft, aldus nog steeds [eiser] - terwijl hij in de verwachting verkeerde dat de deurwaarder kwam om uitvoering te geven aan dit beslag, zonder dat [eiser] dit verwachtte [eiser] alstoen in gijzeling genomen. </para>
      <para>De door [eiser] geschetste en door Winplus en [gedaagde sub 2] niet expliciet weersproken omstandigheden roepen de vraag op of wel aan de in artikel 592 Rv genoemde vereisten, namelijk dat behoudens verlof tot dadelijke tenuitvoerlegging lijfsdwang niet ten uitvoer kan worden gelegd dan een dag na betekening van het vonnis waarin de uitvoerbaarheid bij lijfsdwang is toegestaan en dat het exploot tevens een bevel tot nakoming inhoudt, is voldaan.</para>
      <para>Die vraag zal echter worden daargelaten, gelet op de in rechtsoverweging 3.1. gegeven motivering van het vonnis van 23 december 2010, dat zelfstandig de beslissing tot ontslag van [eiser] uit de gijzeling kan dragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2.	Aan de vordering tot opheffing van het executoriale derdenbeslag heeft [eiser] ten grondslag gelegd dat deze niet, althans niet op het juiste adres is aan hem overbetekend. [eiser] heeft ter zitting meegedeeld dat hij zich op 8 november 2010 heeft doen inschrijven op zijn nieuwe adres ([adres 1] te [plaats]) en dat hij daarvoor was ingeschreven op het adres [adres 2] te [plaats]. Winplus en [gedaagde sub 2] hebben doen opmerken dat de deurwaarder, zoals te doen gebruikelijk, alvorens tot overbetekening over te gaan, de GBA zal hebben geraadpleegd.</para>
    <para />
    <para>3.3.	Vooralsnog moet worden aangenomen dat overbetekening op de juiste wijze heeft plaatsgevonden. Uit de in het geding gebrachte betekeningsstukken blijkt dat op 24 september 2010 overbetekening heeft plaatsgevonden aan het adres [adres 2] te [plaats], zijnde het adres waar [eiser] volgens zijn eigen stellingen was ingeschreven. In de wijze waarop de overbetekening heeft plaatsgevonden kan derhalve geen grond worden gevonden voor opheffing van het executoriaal derdenbeslag. Nu evenmin van andere gronden is gebleken zal deze vordering derhalve worden afgewezen.</para>
    <para />
    <para>3.4.	Nu partijen over en weer deels in het (on)gelijk zijn gesteld, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de proceskosten te compenseren als na te melden</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.	De beslissing</para>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.1.	wijst de vorderingen sub 3 en 4 af;</para>
    <para />
    <para>4.2.	compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij met haar eigen kosten belast blijft.</para>
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. T.R. Hidma en in het openbaar uitgesproken op 28 december 2010.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>