<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZLY:2009:BL4200</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T08:48:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BL4200</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zwolle-Lelystad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zwolle-Lelystad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-12-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">153158 - HA ZA 09-74</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZLY:2009:BL4200">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZLY:2009:BL4200</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:57:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-02-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZLY:2009:BL4200 Rechtbank Zwolle-Lelystad , 16-12-2009 / 153158 - HA ZA 09-74</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZLY:2009:BL4200:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>- Ten huwelijk is aangebracht een wegens geldlening op thans erflater;</para>
        <para>- De ex-echtgenote poogt deze vordering -zonder succes- met rente te innen;</para>
        <para>- Volgens de rechtbank is onderhavige vordering verjaard; de opeisbaarheid wordt geacht samen te vallen met de datum van de echtscheiding.</para>
        <para>- De vordering verjaart ex de artt. 3:307 en 308 BW na 5 jaar; de lopende verjaring is in ieder geval in een periode van ruim 12 jaren niet door midel van een daad van rechtsvervolging dan wel een schriftelijke aanmaning/mededeling gestuit; </para>
        <para>- Ontwerp vaststellingovereenkomst is géén erkenning van de vordering.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZLY:2009:BL4200:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>vonnis</para>
      <para>RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Sector civiel recht</para>
    <para />
    <para />
    <para>zaaknummer / rolnummer: 153158 / HA ZA 09-74</para>
    <para />
    <para>Vonnis van 16 december 2009</para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	[eiser sub 1],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>2.	[eiser sub 2],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>3.	[eiser sub 3],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>4.	[eiser sub 4],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>eisers,</para>
      <para>advocaat mr. J.C. van den Doel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[A.],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. S.H. Baas,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[B.],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>tussenkomende partij,</para>
      <para>advocaat mr. S.H. Baas te Heerde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna [eiser] c.s. en [A.], c.q. [B.] genoemd worden.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>1.1.	Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het vonnis in incident van 29 april 2009 waarin [B.] is toegestaan in de hoofdzaak tussen te komen </para>
      <para>- het tussenvonnis van 5 augustus 2009</para>
      <para>- het proces-verbaal van comparitie van 13 oktober 2009.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2.	Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	De feiten</para>
      <para>2.1.	[eiser] c.s. en [A.] zijn ieder voor een gelijk deel gerechtigd in de nalatenschap van [C.] (hierna te noemen: de erflater), overleden op 22 juli 1985.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.2.	Erflater is in eerste echt gehuwd geweest met [D.], welk huwelijk is ontbonden door echtscheiding; uit dit huwelijk zijn vier kinderen geboren, te weten [eiser] c.s.</para>
    <para />
    <para>2.3.	Erflater is in tweede echt gehuwd geweest [B.], welk huwelijk eveneens is ontbonden door echtscheiding; de echtscheidingsdatum is 26 januari 1978. Uit dit huwelijk is [A.] geboren.</para>
    <para />
    <para>2.4.	[B.] heeft ten huwelijk aangebracht blijkens de aan de akte van huwelijkse voorwaarden d.d. [datum] vastgehechte aanbrengststaat een vordering wegens geldlening op erflater ten bedrage van fl. 2.565,00, zijnde EUR 1.163,97 (hierna aan te duiden als: de lening), met lopende rente vanaf januari 1973.</para>
    <para />
    <para>2.5.	Op een van de kwaliteitsrekeningen van notariskantoor [E.] te [woonplaats] staat een bedrag ad EUR 37.324,59, exclusief rente en kosten.</para>
    <para />
    <para>2.6.	Gemeld notariskantoor heeft een ontwerp van een vaststellingsovereenkomst d.d. 16 januari 2008 opgesteld tussen [eiser] c.s. en [A.]. </para>
    <para> </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Het geschil</para>
      <para>3.1.	[eiser] c.s. vorderen   samengevat - te bepalen dat de verdeling van de nalatenschap van erflater zal plaats vinden en wel in dier voege dat aan ieder der erfgenamen zal worden toegescheiden 1/5e gedeelte van het geldbedrag inclusief gekweekte rente aanwezig op een van de kwaliteitsrekeningen van notariskantoor [E.] te [woonplaats], onder aftrek van 1/5e deel van de kosten, met veroordeling van [A.] in de proceskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.1.1.	Bedoelde kosten bestaan uit notariskosten, leges gemeente, recherche en kadasterkosten, in totaal EUR 1.136,50, alsmede kosten die door eiser sub 4 zijn voorgeschoten, te weten de kosten van bodemonderzoek en makelaarskosten, in totaal </para>
      <para>EUR 3.446,50.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.1.2.	De gepretendeerde vordering van [B.] is verjaard dan wel reeds voldaan.</para>
    <para />
    <para>3.2.	[A.] voert gemotiveerd verweer, verwijzend naar een vordering van [B.] op de nalatenschap die laatstgenoemde al vanaf haar echtscheiding probeert betaald te krijgen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.2.1.	Ook [B.] refereert aan de vordering die hiervoor is omschreven in rechtsoverweging 2.4 - per 1 juni 2009 inclusief rente volgens haar bedragend </para>
      <para>EUR 19.853,39 - en die uit het bij de notaris in depot staande bedrag dient te worden voldaan alvorens de nalatenschap van erflater kan worden afgewikkeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.3.	Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.	De beoordeling</para>
      <para>4.1.	Naar het oordeel van de rechtbank ligt het door [eiser] c.s. gevorderde (met uitzondering van de proceskosten) voor dadelijke toewijzing gereed. Zij overweegt daartoe als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2.	De rechtbank constateert dat het enige geschilpunt dat partijen verdeeld houdt, voormelde vordering van [B.] is. Met [eiser] c.s. is de rechtbank van oordeel dat deze vordering is verjaard, waar vast staat dat in ieder geval tussen september 1994 tot eind januari 2007 - zie daaromtrent ook het proces-verbaal van comparitie - geen schriftelijke actie richting de wederpartij is ondernomen. Op de onderhavige vordering zijn de artikelen 3:307 en 308 BW van toepassing, op grond waarvan deze is verjaard door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden. Deze opeisbaarheid kan geacht worden te zijn samengevallen met gemelde echtscheidingsdatum. Weliswaar heeft [B.] alstoen klaarblijkelijk gedurende een aantal jaren geprobeerd de lening met rente te innen, doch de lopende verjaring is in ieder geval in een periode van ruim 12 jaren niet door middel van een daad van rechtsvervolging dan wel een schriftelijke aanmaning of schriftelijke mededeling gestuit. </para>
      <para>Verworpen wordt voorts de stelling dat het in rechtsoverweging 2.6 gemelde ontwerp van een vaststellingsovereenkomst heeft geleid tot stuiting ex artikel 3:318 BW, reeds vanwege het feit dat de verjaringstermijn op dat moment al was voltooid en dus stuiting daarvan niet meer aan de orde was. Evenmin kan worden geconcludeerd dat dit ontwerp anderszins dient te worden aangemerkt als een erkenning van de vordering die deze zou hebben doen ‘herleven’: aldus wordt namelijk miskend dat het in dezen slechts gaat om een ontwerp van een vaststellingsovereenkomst, ten aanzien waarvan tussen de betrokkenen uiteindelijk géén overeenstemming is bereikt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.3.	Al met al kan de slotsom geen andere zijn dan dat de litigieuze rechtsvordering van [B.] uit hoofde van de lening aan erflater is teniet gegaan. De in rechtsoverweging 3.1.1 gemelde kosten zijn niet bestreden zodat deze bij de verdere afdoening van de verdeling dienen te worden verdisconteerd op de wijze als door [eiser] c.s. aangegeven.</para>
    <para />
    <para>4.4.	Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten, ook die in het incident,  tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>5.	De beslissing</para>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5.1.	gelast de verdeling van de nalatenschap van erflater in dier voege dat aan ieder der erfgenamen zal worden toegescheiden 1/5e gedeelte van het geldbedrag aanwezig op een van de kwaliteitsrekeningen van notariskantoor [E.] te [woonplaats], onder aftrek van 1/5e deel van de kosten, </para>
    <para />
    <para>5.2.	verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
    <para />
    <para>5.3.	compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
    <para />
    <para>5.4.	wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. T.R. Hidma en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2009.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>