<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZLY:2009:BK0933</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T21:44:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BK0933</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zwolle-Lelystad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zwolle-Lelystad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-10-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">07.607190-08 (P)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZLY:2009:BK0933">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZLY:2009:BK0933</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:22:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2009-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZLY:2009:BK0933 Rechtbank Zwolle-Lelystad , 13-10-2009 / 07.607190-08 (P)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZLY:2009:BK0933:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>wettig bewijs, overtuiging</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZLY:2009:BK0933:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD</para>
      <para>Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 07.607190-08 (P)</para>
      <para>Uitspraak	: 13 oktober 2009</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Vonnis in de zaak van:</para>
    <para />
    <para>het openbaar ministerie</para>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachte],</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [adres]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.	Onderzoek ter terechtzitting</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter terechtzitting heeft in het openbaar plaatsgevonden op 29 september 2009 te Lelystad. De verdachte is niet in persoon verschenen en is ter terechtzitting verdedigd door mr. M.Ketting, advocaat te Amsterdam, die heeft verklaard daartoe uitdrukkelijk te zijn gemachtigd. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. B.E.M. van de Ven en van de standpunten door de raadsvrouw van verdachte naar voren gebracht. </para>
    <para />
    <para>2.	Tenlastelegging</para>
    <para />
    <para>De verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <para>hij op of omstreeks 9 juni 2008 in de gemeente Almere opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), heeft geduwd en/of  in/op/tegen het gezicht heeft geslagen/gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.</para>
    <para />
    <para>3.	De voorvragen</para>
    <para />
    <para>De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
    <para>4.	De bewijsoverwegingen</para>
    <para />
    <para>4.1	De vaststaande feiten</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 9 juni 2008 is door [slachtoffer] aangifte gedaan van een strafbaar feit. </para>
      <para>Aangever verklaarde op 9 juni 2008 omstreeks 17:02 uur met zijn vriend [getuige 1] in het centrum van Almere te hebben gelopen. Hij zag [verdachte] en zijn ex-vriendin [getuige 2] in zijn richting lopen. Vervolgens is er een discussie tussen aangever en [verdachte] ontstaan over een geldkwestie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.2	Het standpunt van het Openbaar Ministerie</para>
    <para />
    <para>De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde. Zij heeft aangevoerd dat de aangifte tezamen met de verklaring van getuige [getuige 1] wettig en overtuigend bewijs oplevert dat aangever [slachtoffer] op 9 juni 2008 in het gezicht is geslagen door verdachte. Mede gelet op het feit dat de zaak tegen [getuige 2] is geseponeerd, vordert zij schuldigverklaring van verdachte zonder oplegging van straf dan wel maatregel.</para>
    <para />
    <para>4.2	Het standpunt van de verdediging</para>
    <para />
    <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs, nu er sprake is van onbetrouwbare verklaringen. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat de verklaringen van de aangever en getuige [getuige 1] innerlijke tegenstrijdigheden vertonen. Zij verklaren immers aanvankelijk over het trappen door verdachte, hetgeen in een latere verklaring niet meer genoemd wordt. Bovendien herziet getuige [getuige 1] in zijn tweede verhoor, na confrontatie met andere verklaringen, zijn verklaring.</para>
    <para />
    <para>4.3	Het oordeel van de rechtbank</para>
    <para />
    <para>De rechtbank ziet zich voor de vraag geplaatst of er voldoende wettig bewijs aanwezig is om te komen tot een veroordeling ter zake van de mishandeling, zoals is ten laste gelegd en zo ja, of dit wettig bewijs overtuigend is.</para>
    <para />
    <para>Voor wat betreft het ten laste gelegde feit bevindt zich in het dossier ondermeer de aangifte van [slachtoffer] verklaringen van de getuigen [getuige 2] en [getuige 1] en de verklaring van verdachte zoals afgelegd bij de rechter-commissaris.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte ontkent hetgeen hem verweten wordt en verklaart aangever slechts geduwd te hebben. </para>
      <para>Deze ontkenning vindt steun in de verklaring van [getuige 2], die verklaart niet te hebben waargenomen dat er door verdachte is geslagen of geduwd.</para>
      <para>Tegenover deze verklaringen staan de verklaringen van aangever en getuige [getuige 1]. Aangever verklaart dat verdachte een ketting van zijn nek heeft getrokken en hem daarna een klap in zijn gezicht heeft gegeven. Hij verklaart niet over duwen. </para>
      <para>Getuige [getuige 1] verklaart in eerste instantie conform aangever, maar komt later terug op deze verklaring. In zijn tweede verklaring geeft hij aan dat verdachte aangever alleen een klap in zijn gezicht heeft gegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Niet valt in te zien waarom de verklaringen van aangever en getuige [getuige 1] zwaarder moeten wegen dan de verklaring van getuige [getuige 2], zeker niet gezien het feit dat getuige [getuige 1] in eerste instantie een verklaring heeft afgelegd, waarvan hij later heeft gezegd dat deze niet juist was. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoewel het wettig bewijs voor het ten laste gelegde in het strafdossier aanwezig is, acht de rechtbank dit onvoldoende overtuigend om te komen tot het oordeel dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.</para>
      <para> De verdachte dient derhalve van het ten laste gelegde vrijgesproken te worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5.	 Beslissing</para>
    <para />
    <para>Het ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Aldus gewezen door mr. C.E. Buitendijk, voorzitter, mrs. G.H. Meijer en C.P. Lunter rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Doornwaard als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 oktober 2009.</para>
    <para />
    <para>Mrs. C.E. Buitendijk en J.E. Doornwaard voornoemd waren buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>