<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZLY:2007:BC7060</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T01:15:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BC7060</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zwolle-Lelystad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zwolle-Lelystad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2007-12-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">127324 - HA ZA 06-1495</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZLY:2007:BC7060">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZLY:2007:BC7060</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T02:32:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2008-03-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZLY:2007:BC7060 Rechtbank Zwolle-Lelystad , 05-12-2007 / 127324 - HA ZA 06-1495</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZLY:2007:BC7060:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiser vordert F 150.000,- van gedaagde omdat gedaagde de rechten en verplichtingen uit de koopovereenkomst tussen eiser en een derde zou hebben overgenomen. Er is wel sprake van contractsovername in de zin van art. 6 :159 BW door gedaagde, maar omdat er in het overgenomen contract geen verplichting was opgenomen met betrekking tot. het betalen van F 150.000,- aan eiser, is die verplichting ook niet door contractsovername op gedaagde overgegaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZLY:2007:BC7060:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>vonnis</para>
      <para>RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Sector civiel recht</para>
    <para />
    <para />
    <para>zaaknummer / rolnummer: 127324 / HA ZA 06-1495</para>
    <para />
    <para>Vonnis van 5 december 2007</para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[x],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>eiser in conventie,</para>
      <para>verweerder in reconventie,</para>
      <para>procureur mr. A.H.J. Damminga,</para>
      <para>advocaat mr. M.C.J. Freijters te Koekange,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[y],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde in conventie,</para>
      <para>eiseres in reconventie,</para>
      <para>procureur mr. J.P. van Dijk,</para>
      <para>thans mr. R.K.E. Buysrogge.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>1.1.	Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding</para>
      <para>- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie</para>
      <para>- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie</para>
      <para>- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie</para>
      <para>- de conclusie van dupliek in reconventie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2.	Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	De feiten</para>
      <para>2.1.	[x] had in en rond het jaar 2001 een zakelijke band met [Dhr. A]. [x] en [Dhr. A] hebben als kopers op 28 februari 2001 een koopovereenkomst gesloten met [bedrijf], gevestigd te Zürich (Zwitserland) en vertegenwoordigd door [Dhr. B], als verkoper, met betrekking tot een bedrijfspand aan de [adres] te [woonplaats] voor een bedrag van ƒ 1.100.000,=. Partijen zijn destijds overeengekomen dat de juridische eigendomsoverdracht zou plaatsvinden bij akte van levering op 1 november 2001 of zoveel eerder of later als partijen nader zouden overeenkomen, en dat [x] en [Dhr. A] aan [bedrijf] een gebruiksvergoeding van ƒ 40.000,= dienden te voldoen voor gebruik van het bedrijfspand tot 1 november 2001.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.2.	Op 23 november 2001 is de akte van levering van het bedrijfspand verleden. Hierin is opgenomen, anders dan in februari 2001 was overeengekomen, dat [x] en [Dhr. A] de rechten en verplichtingen voor hen voortvloeiend uit de koopovereenkomst hebben overgedragen aan [y], zulks met medewerking van [bedrijf], “zodat in casu sprake is van contractsoverneming als bedoeld in artikel 6:159 van het Burgerlijk Wetboek.”</para>
    <para />
    <para>2.3.	Op 20 november 2001 is tussen [y] als verhuurder en [x] en [Dhr. A] als huurders een huurovereenkomst ter zake het bedrijfspand ondertekend. In deze overeenkomst is opgenomen: “Gedurende de looptijd van deze overeenkomst, echter voor 31 december 2002, hebben huurders het recht het gehuurde te kopen. De koopsom is nu voor alsdan vastgesteld op een bedrag groot ƒ 1.250.000,=.”</para>
    <para />
    <para>2.4.	Op 23 maart 2002 heeft [y] de helft van het bedrijfspand overgedragen aan de echtgenote van [x] voor een bedrag van ƒ 550.000,= te vermeerderen met een bedrag van ƒ 33.000,= aan overdrachtsbelasting. Vervolgens hebben [y] en de echtgenote van [x] het bedrijfspand op 10 november 2006 geleverd aan een derde. [x] heeft conservatoir beslag gelegd op gelden van [y] onder mr. D. Westinga, notaris te Hoogeveen aan de Hoofdstraat 3.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Het geschil</para>
      <para>in conventie</para>
      <para>3.1.	[x] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [y] tot betaling van EUR 68.067,= vermeerderd met rente en kosten zoals onder punt 9 van de dagvaarding gespecificeerd, alsmede de wettelijke rente over een bedrag van EUR 22.689,= vanaf 1 juli 2001 (subsidiair vanaf de dag der dagvaarding) tot de dag der algehele voldoening alsmede in de kosten van dit geding, die van beslaglegging daaronder begrepen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2.	[y] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>in reconventie</para>
      <para>3.3.	[y] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [x] om het gelegde conservatoir beslag onder genoemde notaris mr. Westinga binnen twee dagen na betekening van dit vonnis op te heffen, op verbeurte van een dwangsom van EUR 1.000,= voor iedere dag dat [x] in gebreke blijft om aan dit vonnis te voldoen, met veroordeling van [x] in de kosten van het geding in reconventie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.4.	[x] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.	De beoordeling</para>
      <para>in conventie</para>
      <para>4.1.	Allereerst maakt de rechtbank uit de overgelegde stukken op dat in het kader van de samenwerking van [x] en [Dhr. A] in de periode 2001-2002 diverse constructies zijn uitgevoerd om de aankoop dan wel het gebruik van het bedrijfspand in [woonplaats] (op een zo goedkoop mogelijke manier) te realiseren. Daarvoor zijn diverse mensen ingeschakeld, zoals [y] en de echtgenote en de vader van [x], en zijn er allerlei afspraken gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.2.	In dit kader is, nadat was gebleken dat [x] en [Dhr. A] de financiering niet (geheel) rond konden krijgen, afgesproken dat het bedrijfspand aan [y] zou worden geleverd omdat zij in staat was dit te financieren. Op deze manier zouden [x] en [Dhr. A] meer tijd krijgen alsnog de financiering te realiseren om het bedrijfspand voor 31 december 2002 alsnog geleverd te krijgen en in de tussentijd als huurders het pand kunnen gebruiken.</para>
    <para />
    <para>4.3.	[x] stelt in deze procedure dat hij ƒ 50.000,= en zijn vader ƒ 100.000,=, in totaal ƒ 150.000,=, als voorschot aan de verkoper hebben voldaan in de periode maart-november 2001. [x] vordert deze ƒ 150.000,= van [y] omdat zij de rechten en verplichtingen uit de koopovereenkomst van [x] en [Dhr. A] heeft overgenomen. Er zijn geen expliciete afspraken gemaakt ten tijde van de contractsoverneming door [y] maar er is impliciet een overeenkomst van geldlening tussen [x] en [y] tot stand gekomen ten bedrage van ƒ 150.000,=, aldus [x].</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.4.	Nu zal worden bezien of er voor [y] een verplichting tot betaling aan [x] is ontstaan vanwege de contractsoverneming ex artikel 6:159 BW door [y]. </para>
      <para>De contractsoverneming betreft de verhouding [bedrijf] aan de ene zijde en [x] en [Dhr. A] aan de andere zijde, zoals die blijkt uit de koopovereenkomst en binnen welke verhouding de koperspositie door [y] van [x] en [Dhr. A] is overgenomen. Overneming door [y] van de positie van [x] en [Dhr. A] impliceert dus dat [y] alle verplichtingen ten opzichte van [bedrijf] krijgt die [x] en [Dhr. A] hadden. Aan de orde is derhalve de vraag of [x] en [Dhr. A] op grond van de koopovereenkomst met [bedrijf] verplicht waren tot terugbetaling van een bedrag van ƒ 150.000,= aan [x].</para>
      <para>De koopovereenkomst is echter niet door partijen overgelegd. Wel is door [x] als productie 9 het concept van de akte van levering van 23 november 2001 overgelegd. Nu [y] niet anderszins heeft gesteld gaat de rechtbank er vanuit dat de inhoud van het concept overeenstemt met de minuutakte. Uit de akte van levering blijkt niet dat een terugbetalingsverplichting van [x] en [Dhr. A] aan [x] onderdeel was van de overeenkomst. Ook overigens is hiervan niet gebleken zodat de vordering, voor zover gegrond op contractsoverneming, zal worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.5.	Verder stelt [x] dat een impliciete overeenkomst van geldlening tussen hem en [y] is tot stand gekomen, voor wat betreft: </para>
      <para>- een bedrag van ƒ 50.000,= dat door [x] op de rekening courant van Polyprojet te Baarn is gestort (zoals door [y] is gesteld en niet door [x] is betwist);</para>
      <para>- een bedrag van ƒ 100.000,= dat door de vader van [x] aan [bedrijf] is betaald.</para>
      <para>Door [x] zijn geen feiten gesteld waaruit blijkt dat tussen hem en [y] overeenstemming bestond met betrekking tot het door hem aan [y] bij wijze van geldlening ter beschikking stellen van gelden. Voormelde betalingen die zijn verricht aan anderen dan [y] wijzen juist op het tegendeel.</para>
      <para>De vordering voorzover gegrond op een (impliciete) overeenkomst van geldlening, dient ook te worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.6.	Nu de vorderingen van [x] worden afgewezen behoeven de overige weren van [y] geen bespreking meer.</para>
    <para />
    <para>4.7.	[x] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [y] worden begroot op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- vast recht		1.120,00</para>
      <para>- salaris procureur		1.788,00 (2,0 punten × tarief EUR 894,00)</para>
      <para>Totaal	EUR 	2.908,00</para>
    </parablock>
    <para>  </para>
    <parablock>
      <para>in reconventie</para>
      <para>4.8.	Gelet op de afwijzing van de vordering in conventie, zal de vordering in reconventie tot opheffing van het conservatoir beslag worden toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.9.	De gevorderde dwangsom zal als na te melden worden beperkt.</para>
    <para />
    <para>4.10.	[x] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [y] worden begroot op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>salaris procureur		894,00 (2,0 punten × factor 0,5 × tarief EUR 894,00)</para>
      <para>Totaal	EUR 	894,00</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>5.	De beslissing</para>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in conventie</para>
      <para>5.1.	wijst de vorderingen af,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5.2.	veroordeelt [x] in de proceskosten, aan de zijde van [y] tot op heden begroot op EUR 2.908,00,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>in reconventie</para>
      <para>5.3.	veroordeelt [x] om het gelegde conservatoir beslag op gelden van [y] onder mr. D. Westinga, notaris te Hoogeveen, aan de Hoofdstraat 3, op te heffen,</para>
      <para>onder verbeurte van een dwangsom van EUR 1.000,= per dag dat [x] aan dit gebod niet voldoet, te rekenen vanaf de dag volgend op de dag van betekening van dit vonnis, tot een maximum van EUR 100.000,=,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5.4.	veroordeelt [x] in de proceskosten, aan de zijde van [y] tot op heden begroot op EUR 894,00,</para>
    <para />
    <para>5.5.	verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
    <para />
    <para>5.6.	wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.S. Lebens-de Mug en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2007.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>