<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZLY:2007:BB2199</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T01:25:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BB2199</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zwolle-Lelystad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zwolle-Lelystad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2007-06-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">125287 / HA ZA 06-1257</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZLY:2007:BB2199">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZLY:2007:BB2199</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T01:47:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2007-08-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZLY:2007:BB2199 Rechtbank Zwolle-Lelystad , 06-06-2007 / 125287 / HA ZA 06-1257</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZLY:2007:BB2199:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Met behulp van de TIN- code van A, die door de bank per post naar A is verzonden maar door A niet is ontvangen, wordt </para>
        <para>€ 39.000,-- afgeschreven van de bankrekening van A en bijgeschreven op de bankrekening van gedaagde. Zowel A als de bank doen aangifte bij de politie van fraude/oplichting. De bank betaalt dan het bedrag aan A en A cedeert zijn vordering op gedaagde aan de bank. De bank vordert vervolgens met succes het bedrag terug van gedaagde.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZLY:2007:BB2199:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>vonnis</para>
      <para>RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Sector civiel recht</para>
    <para />
    <para />
    <para>zaaknummer / rolnummer: 125287 / HA ZA 06-1257</para>
    <para />
    <para>Vonnis van 6 juni 2007</para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>ABN AMRO BANK NV,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>procureur mr. E.A.M. Claassen,</para>
      <para>advocaat mr. R.P.M. Janse van Mantgem te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[gedaagde],</para>
      <para>wonende te [plaats],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>procureur mr. R.K.E. Buysrogge,</para>
      <para>advocaat mr. G.R. van der Plas te Katwijk aan Zee.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna Abn Amro en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>1.1.	Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 20 december 2006</para>
      <para>- de brief van mr Van der Plas van 22 januari 2007</para>
      <para>- het proces-verbaal van comparitie van 15 maart 2007.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2.	Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	De feiten</para>
      <para>2.1.	Door een client van Abn Amro, de heer [A], is op 22 maart 2005 een TIN-code aangevraagd. De brief met daarin de TIN-code is vervolgens door Abn Amro centraal via de TPG verstuurd naar het huisadres van [A]. [A] heeft meegedeeld dat hij deze brief nooit heeft ontvangen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.2.	Van de rekening van de heer [A] bij de Abn Amro zijn daarop in de maanden april en mei 2005 diverse bedragen tot een totaalbedrag van  EUR 39.000,- afgeschreven. Dit bedrag is overgeboekt naar de rekening van [gedaagde]. De heer [A] had geen opdracht gegeven tot overboeking van deze bedragen naar het rekeningnummer van  gedaagde.</para>
    <para />
    <para>2.3.	Zowel de heer [A] als Abn Amro hebben aangifte gedaan bij de politie Duin- en Bollenstreek/Team Noordwijk van fraude/oplichting. </para>
    <para />
    <para>2.4.	Abn Amro heeft het bedrag van EUR 39.000,- aan de heer [A] betaald. De heer [A] heeft daarop zijn vordering op [gedaagde] middels een akte van cessie aan Abn Amro overgedragen. </para>
    <para />
    <para>2.5.	Bij brief van 15 februari 2006 heeft Abn Amro [gedaagde] gesommeerd tot algehele betaling over te gaan voor 25 februari 2006. [gedaagde] heeft niet betaald. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Het geschil</para>
      <para>3.1.	Abn Amro vordert   samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van EUR 41.982,44, vermeerderd met rente en kosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2.	[gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.	De beoordeling</para>
      <para>4.1.	[gedaagde] erkent, dat op zijn bankrekening in de maanden april en mei 2005 diverse bedragen tot een totaalbedrag van EUR 39.000,- zijn overgemaakt en dat deze bedragen afkomstig waren van een bankrekening ten name van de heer [A]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.2.	[gedaagde] voert aan, dat hij door een schoolgenoot, een zekere [B] uit [plaats], onder bedreiging is gedwongen om zijn bankpasje met pincode aan die [B] af te geven, dat hij dan ook niet de beschikking kreeg over de op zijn bankrekening gestorte bedragen, maar dat die bedragen steeds door [B] en/of anderen met de pinpas van [gedaagde] in contanten zijn opgenomen. </para>
    <para />
    <para>4.3.	[gedaagde] voert aan, dat niet [A] onverschuldigd heeft betaald maar degene die de beschikking had over de  TIN-code van [A]. Voorts stelt [gedaagde], dat niet aan hem betaald is, maar dat is betaald  aan [B]. </para>
    <para />
    <para>4.4.	Beide verweren falen. De vraag of [A] heeft betaald en of [gedaagde] heeft ontvangen wordt beantwoord aan de hand van objectieve maatstaven. Van betaling en ontvangst kan derhalve ook sprake zijn als [A] zich niet realiseerde dat hij betaalde (b.v. omdat een ander zijn TIN-code gebruikte) of als [gedaagde] zich niet realiseerde dat hij ontving. Nu het geld op de bankrekening van [gedaagde] is bijgeschreven heeft [gedaagde] het geld wel degelijk ontvangen. Dat –zoals [gedaagde] stelt- het geld door [B] met behulp van de pinpas van [gedaagde] vervolgens van de bankrekening van [gedaagde] is opgenomen, doet aan de daaraan voorafgaande ontvangst op de bankrekening van [gedaagde] niet af. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.5.	Terzijde wil de rechtbank nog het volgende opmerken: Als –zoals [gedaagde] stelt- [B] hem gedwongen heeft zijn bankpasje met pincode af te geven en zijn pincode aan [B] op te geven, dan had het toch op zijn minst voor de hand gelegen, dat [gedaagde] zijn pinpasje bij de bank had laten blokkeren. Door dat na te laten heeft [gedaagde] het aan zichzelf te wijten dat hij thans door de bank wordt aangesproken. </para>
      <para>4.6.	Nu overigens geen verweer is gevoerd kan de vordering integraal worden toegewezen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.7.	[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Abn Amro worden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding	EUR 	71,32</para>
      <para>- vast recht		925,00</para>
      <para>- salaris procureur		1.788,00 (2,0 punten × tarief EUR 894,00)</para>
      <para>Totaal	EUR 	2.784,32</para>
    </parablock>
    <para>  </para>
    <parablock>
      <para>5.	De beslissing</para>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5.1.	veroordeelt [gedaagde] om aan Abn Amro te betalen een bedrag van EUR 41.982,44 (éénenveertig duizendnegenhonderdtweeëntachtig euro en vierenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6: 119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 1 maart 2005 tot de dag van volledige betaling,</para>
    <para />
    <para>5.2.	veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Abn Amro tot op heden begroot op EUR 2.784,32,</para>
    <para />
    <para>5.3.	verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.W.F. Houthoff en in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2007.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>