<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZLY:2006:AY0184</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T00:13:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AY0184</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zwolle-Lelystad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zwolle-Lelystad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2006-06-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">121934 / KG ZA 06-247</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZLY:2006:AY0184">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZLY:2006:AY0184</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T00:13:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2006-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZLY:2006:AY0184 Rechtbank Zwolle-Lelystad , 30-06-2006 / 121934 / KG ZA 06-247</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZLY:2006:AY0184:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Omgangsregeling. De  omgang in de zomer dient te vallen binnen de  schoolvakantie van de minderjarige.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZLY:2006:AY0184:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>Sector civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Zwolle</para>
      <para>RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD</para>
      <para>zaaknummer / rolnummer: 121934 / KG ZA 06-247</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Vonnis in kort geding van 30 juni 2006</para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[eiser],</para>
      <para>wonende te [plaats],</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>procureur mr. E.A.M. Claassen,</para>
      <para>advocaat mr. J. Dongelmans te Nieuwerkerk aan den IJssel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[gedaagde],</para>
      <para>wonende te [plaats],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>procureur mr. M.C. Blomme-Onderwater.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>1.1.	Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>-  de dagvaarding</para>
      <para>-  de mondelinge behandeling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2.	Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De feiten</para>
      <para>1.1.	[eiser] en [gedaagde] zijn met elkaar gehuwd geweest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het minderjarig kind van [eiser] en [gedaagde] is genaamd [minderjarige], geboren op [datum] 2000 in de gemeente [plaats], hiena als [minderjarige] aangeduid.</para>
    <para />
    <para>Bij beschikking van deze rechtbank van 11 juli 2001 is onder meer de echtscheiding tussen [eiser] en [gedaagde] uitgesproken.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij deze beschikking is als omgangsregeling tussen [eiser] en [minderjarige] vastgesteld, dat [minderjarige]:</para>
      <para>- de ene week de zaterdag en de daaropvolgende week de zondag, steeds van 09.00 uur tot 18.00 uur bij [eiser] zal verblijven;</para>
      <para>- gedurende zes, door [gedaagde] twee maanden tevoren, aan te geven weekeinden per jaar bij [gedaagde] zal verblijven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze beschikking is op 31 juli 2001 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats].</para>
    <para />
    <para>[eiser] en [gedaagde] hebben gezamenlijk het gezag over [minderjarige].</para>
    <para />
    <para>[minderjarige] heeft haar gewone verblijfplaats bij [gedaagde].</para>
    <para />
    <para>Bij beschikking van 6 februari 2003 heeft de rechtbank de bij beschikking van 11 juli 2001 tussen [eiser] en [minderjarige] vastgestelde omgangsregeling gewijzigd. Tevens heeft de rechtbank bij die beschikking  een informatieregeling opgelegd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van deze rechtbank van 27 juni 2006 is de beschikking van deze rechtbank van 6 februari 2003 als volgt gewijzigd en aangepast:</para>
      <para>Stelt een omgangsregeling tussen [eiser] en [minderjarige] vast, waarbij [minderjarige] bij [eiser] verblijft: </para>
      <para>- een weekeinde per veertien dagen, telkens vanaf vrijdag 18.00 uur tot de daaropvolgende zondag 18.00 uur, waarbij [gedaagde] [minderjarige] op vrijdag bij [eiser] brengt en [eiser] [minderjarige] op zondag weer bij [gedaagde] terugbrengt;</para>
      <para>- de helft van de zomerschoolvakanties van [minderjarige], waarbij [minderjarige] in 2006 de eerste drie weken bij [eiser] verblijft en de laatste drie weken bij [gedaagde] en in 2007 de eerste drie weken bij [gedaagde] en de laatste drie weken bij [eiser] verblijft enzovoorts. </para>
      <para>- voor wat betreft de overige schoolvakanties: </para>
      <para>- indien een omgangsweekend valt aan het begin van een éénweekse schoolvakantie eindigt het omgangsweekend op woensdag om 18.00 uur;</para>
      <para>- indien het omgangsweekend valt aan het eind van een éénweekse schoolvakantie dan begint het omgangsweekend op woensdag in de schoolvakantie om 18.00 uur; </para>
      <para>- in geval van een tweeweekse schoolvakantie heeft [eiser] omgang met [minderjarige], hetzij de eerste week, hetzij de tweede week om en om. Voor wat betreft de eerste tweeweekse schoolvakantie heeft [eiser] de eerste week omgang met [minderjarige].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Stelt als informatieregeling vast dat [gedaagde] [eiser] eenmaal per kwartaal schriftelijk dient te informeren over gezondheid, school en overige ontwikkelingen met betrekking tot [minderjarige].</para>
    <para />
    <para>Deze beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>3.	Het geschil</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.1.	[eiser] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, bepaalt dat:</para>
      <para>I. [gedaagde] de aanvraag om [minderjarige] twee weken eerder vrij te geven mede ondertekent binnen een dag na het in deze te wijzen vonnis, op straffe van een dwangsom van           ? 500,-- voor iedere dag dat [gedaagde] daarmee in gebreke blijft;</para>
      <para>II. [gedaagde] haar medewerking verleent aan de vakantie van [minderjarige] bij [eiser] in de periode van 7 juli 2006 tot en met 30 juli 2006, eventueel tot en met 12 augustus 2006, in die zin dat [minderjarige] in die periode bij [eiser] kan verblijven, op straffe van een dwangsom ? 1.000,-- per dag, voor iedere dag dat [gedaagde] in gebreke blijft haar medewerking te verlenen, zulks na het in deze te wijzen vonnis;</para>
      <para>III. [gedaagde] veroordeelt wordt in de kosten van dit geding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2.	[gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.	De beoordeling</para>
      <para>4.1. 	[eiser] voert aan dat hij, zijn partner en de beide zonen van zijn partner van 15 en 12 jaar oud al maanden uitzien naar de drie vakantieweken die zij samen met [minderjarige] als gezin in Oostenrijk willen doorbrengen. Ook [minderjarige], die goed met de beide zonen van zijn nieuwe partner kan opschieten, kijkt naar deze vakantie uit. [eiser] en zijn gezin wonen in een ander vakantieregio dan [minderjarige], zodat afstemming van de vakantie van het gezin met de eerste drie schoolvakantieweken van [minderjarige] niet goed mogelijk is gebleken. [eiser] erkent dat hij eind vorig jaar met de omgangsregeling tijdens de schoolvakantie van [minderjarige], zoals door [gedaagde] toen voorgesteld, heeft ingestemd. Hij stelt tijdig wijziging van de omgangsregeling in de zomer bij [gedaagde] ter sprake te hebben gebracht. Als [gedaagde] als mede gezaghebbende ouder daarmee instemt kan, aldus [eiser], [minderjarige] twee weken eerder van school vrij krijgen. Een en ander is in overeenstemming met het binnen de school op dit punt geldende reglement. Als [minderjarige] twee weken eerder van school vrij krijgt kan het gezin van [eiser] drie weken samen op vakantie en is [eiser] niet genoodzaakt om na twee weken in twee dagen op en neer te moeten rijden van het vakantieadres in Oostenrijk naar [plaats] om [minderjarige] op te halen. Bovendien verblijven de beide zonen van de partner van [eiser] de twee laatste weken van de omgang tijdens de schoolvakantie van [minderjarige] bij [eiser] elders. Ook moeten [eiser] en zijn partner in die periode al weer werken, zodat het verblijf van [minderjarige] bij [eiser] in die periode veel minder plezierig voor [minderjarige] is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.2.	[gedaagde] maakt bezwaar tegen wijziging van de omgangsregeling tijdens de zomervakantie van [minderjarige]. Zij wil dan ook niet meewerken aan het eerder vrij vragen van [minderjarige] van school voorafgaande aan de reguliere zomerschoolvakantie. Als [minderjarige] eerder van school vrij krijgt gaat ze een uitzonderingspositie in de klas innemen. [gedaagde] vindt dat niet goed voor [minderjarige]. Bovendien is de laatste donderdag van de voorafgaande aan de vakantie een feestavond op school welke avond [gedaagde] [minderjarige] niet wil onthouden. [gedaagde] voert aan dat [eiser] al geruime tijd op de hoogte was van de vakantieperiode van [minderjarige]. Als het hem niet lukt de vakanties van de zonen van zijn partner met op de vakantie van [minderjarige] af te stemmen, dan mag dat niet op [minderjarige] worden afgewenteld. Tot slot betwijfelt [gedaagde] of de school aan een en ander wel zal meewerken. </para>
    <para />
    <para>4.3.	De voorzieningenrechter neemt als uitgangspunt dat [minderjarige] leerplichtig is en dat zij naar school dient te gaan. De voorzieningenrechter onderkent dat de aanvankelijk afgesproken omgangsperiode van [minderjarige] met [eiser] achteraf gezien niet praktisch blijkt te zijn. Die praktische omstandigheden zijn echter niet van dien aard dat als gevolg daarvan de omgang van [minderjarige] met [eiser] gedurende de eerste drie weken van de schoolvakantie van [minderjarige] onmogelijk worden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn de door [eiser] aangevoerde praktische problemen zijn daarnaast niet van een zodanig gewicht dat die een bevel aan [gedaagde], om mee te werken aan het vrij krijgen van school buiten de reguliere vakantieperiode van school om van [minderjarige], rechtvaardigen. Nog los van de vraag of de school al dan niet zou meewerken met het afwezig zijn van [minderjarige] van school heeft [gedaagde] terecht kunnen besluiten niet mee te werken aan het vroegtijdig laten ingaan van de schoolvakantie van [minderjarige]. Daarbij komt dat het belang van [minderjarige] bestaat uit het volgen van onderwijs waartoe de wet verplicht. Dit alles leidt tot afwijzing van de vorderingen van [eiser]. </para>
    <para />
    <para>4.1.	Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.	De beslissing</para>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5.1.	wijst de vorderingen af,</para>
    <para />
    <para>5.2.	compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W. Miltenburg en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2006.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>