<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBUTR:2012:BY5378</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T20:47:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BY5378</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Utrecht" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Utrecht</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-11-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">328110 - HA ZA 12-998</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2012:BY5378">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2012:BY5378</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T11:14:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBUTR:2012:BY5378 Rechtbank Utrecht , 28-11-2012 / 328110 - HA ZA 12-998</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBUTR:2012:BY5378:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>consequentie niet tijdige betaling griffierecht door gedaagde</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBUTR:2012:BY5378:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>vonnis</para>
      <para>RECHTBANK UTRECHT</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sector handel en kanton</para>
      <para>Handelskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>zaaknummer / rolnummer: 328110 / HA ZA 12-998</para>
    <para />
    <para>Vonnis van 28 november 2012</para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>MR. PIETER JACOB MIJNSSEN Q.Q.,</para>
      <para>in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid C.D.G. Automatisering B.V.,</para>
      <para>wonende te Haarlem, kantoorhoudende te Hoofddorp,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>advocaat mr. A.J. Dunki Jacobs,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>AYUDA AUTOMATISERING &amp; DETACHERING B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Mijdrecht, kantoorhoudende te Rijswijk,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. A.R. Munnik.</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>1.1.	Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>-	de dagvaarding</para>
      <para>-	de brief van de griffier van 16 oktober 2012 aan mr. A.R. Munnik inzake niet of te laat betalen van het griffierecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2.	Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>2.	De beoordeling</para>
      <para>2.1.	Eiser heeft de zaak aangebracht bij dagvaarding en tijdig het verschuldigde griffierecht betaald. De griffier heeft vastgesteld dat gedaagde het griffierecht niet tijdig heeft voldaan en heeft vervolgens de advocaat van gedaagde aangeschreven om te reageren op het feit dat er niet tijdig is betaald.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.2.	De rechtbank heeft geen reactie van gedaagde op de brief van de griffier ontvangen, zodat niet geoordeeld kan worden dat het wijzen van een verstekvonnis een onbillijkheid van overwegende aard oplevert. Daarom zal ex artikel 128 lid 6 Rv verstek tegen gedaagde worden verleend. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.3.	De rechtbank wijst erop dat bij het instellen van verzet art. 147 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering van toepassing is.</para>
      <para>2.4.	Voor de vordering en de feiten wordt verwezen naar de aan dit vonnis gehechte dagvaarding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.5.	De door eiser primair gevorderde wettelijke rente over de openstaande factuurbedragen vanaf de dag waarop gedaagde bekend is geworden met de hoogte van haar inlenersaansprakelijkheid, zal worden afgewezen, nu uit de onweersproken stellingen van eiser blijkt dat van een dergelijke situatie geen sprake zal zijn. De rechtbank zal de wettelijke rente toewijzen vanaf het moment dat gedaagde in verzuim verkeert. In het onderhavige geval is gedaagde in gebreke gesteld bij brief van 21 juni 2011, zodat gedaagde in verzuim verkeert na afloop van de daarin gestelde termijn van 1 week, derhalve vanaf </para>
      <para>28 juni 2011. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.6.	Dit vonnis zal niet uitvoerbaar worden verklaard op de minuut en op alle dagen en uren, nu de noodzaak daarvan niet is gebleken.</para>
    <para />
    <para>2.7.	Het gevorderde komt de rechtbank voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.8.	Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiser worden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding	€ 	83,17</para>
      <para>- overige explootkosten		0,00</para>
      <para>- griffierecht		267,00</para>
      <para>- getuigenkosten		0,00</para>
      <para>- deskundigen		0,00</para>
      <para>- overige kosten		0,00</para>
      <para>- salaris advocaat		579,00 (1,0 punt × tarief € 579,00)</para>
      <para>Totaal	€ 	929,17</para>
    </parablock>
    <para>  </para>
    <parablock>
      <para>3.	De beslissing</para>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.1.	verleent verstek tegen gedaagde,</para>
    <para />
    <para>3.2.	veroordeelt gedaagde om aan eiser te betalen een bedrag van € 28.113,75 (achtentwintig duizendéénhonderddertien euro en vijfenzeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 juni 2011 tot de dag van volledige betaling,</para>
    <para />
    <para>3.3.	veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op € 929,17,</para>
    <para />
    <para>3.4.	verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
    <para />
    <para />
    <para>3.5.	wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2012.?</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>