<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBUTR:2012:BV9806</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-06-12T20:35:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BV9806</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Utrecht" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Utrecht</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-03-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SBR 12-759</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2012:BV9806">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2012:BV9806</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:53:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-03-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBUTR:2012:BV9806 Rechtbank Utrecht , 16-03-2012 / SBR 12-759</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBUTR:2012:BV9806:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voorlopige voorziening hangende bezwaar.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij besluit van 18 januari 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder aan vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een opslaghal met kantoorruimte.</para>
        <para>De gronden van verzoeker treffen geen doel en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBUTR:2012:BV9806:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>RECHTBANK UTRECHT</para>
    <para />
    <para>Sector bestuursrecht</para>
    <para />
    <para>zaaknummer: SBR 12/759</para>
    <para />
    <para />
    <para>proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 maart 2012 in de zaak tussen</para>
    <para />
    <para>[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Montfoort, verweerder,</para>
      <para>(gemachtigde: A. den Braven, werkzaam bij de gemeente Montfoort).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [bedrijf A], te [woonplaats], (gemachtigde: [B], directeur bij [bedrijf A]).</para>
    <para />
    <para />
    <para>Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 18 januari 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder aan [bedrijf A] (verder: vergunninghouder) een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een opslaghal met kantoorruimte op het perceel [adres] te [woonplaats], kadastraal bekend als gemeente [woonplaats], sectie [sectienummer] (hierna: het perceel).</para>
    <para />
    <para>Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 maart 2012. Verzoeker is verschenen, vergezeld van zijn echtgenote, [C]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Vergunninghouder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd.</para>
    <para />
    <para>Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter - na een korte schorsing - mondeling uitspraak gedaan.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Overwegingen</para>
    <para />
    <para>1. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. </para>
    <para />
    <para>2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet. Als een vergunninghouder van een vergunning gebruik maakt als deze nog geen formele rechtskracht heeft, dan gebeurt dat op eigen risico, ook als een verzoek tot schorsing van die vergunning is afgewezen.</para>
    <para />
    <para>3. Verzoeker heeft desgevraagd ter zitting toegelicht dat zijn bezwaren tegen onderhavige omgevingsvergunning bestaan uit vrees voor toename van zwaar vrachtverkeer met als gevolg een verdere aantasting van zijn woongenot.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. Het bouwplan betreft het bouwen van een opslaghal met kantoorruimte met een afmeting van 205,49 meter lang, 60,88 meter breed en 11 meter hoog op het perceel. </para>
      <para>Voor het realiseren van onderhavig bouwplan is een omgevingsvergunning vereist, omdat bouwen zonder omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) verboden is. In artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo staan de situaties opgesomd waarin de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen moet worden geweigerd. Dit is onder meer het geval wanneer het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan. Doet zich geen van de weigeringsgronden voor als omschreven in artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo, dan moet de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden verleend. Dit is het zogenoemde ‘limitatief-imperatieve stelsel’. </para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>5. Het perceel heeft op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Bedrijventerrein IJsselveld” (het bestemmingsplan) de bestemming “Bedrijventerrein”.</para>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil - en ook de voorzieningenrechter gaat er vanuit - dat het bouwplan niet in strijd is met het bestemmingsplan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. De voorzieningenrechter stelt vervolgens vast dat de door verzoeker aangevoerde bezwaren niet voorkomen in het rijtje weigeringsgronden van artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo. Dit heeft tot gevolg dat de door verzoeker naar voren gebrachte bezwaren geen doel treffen. Het punt van vrees voor toename van de verkeersbewegingen met als gevolg een mogelijk afname van het woongenot, moet worden geacht reeds te zijn afgewogen bij de totstandkoming van het bestemmingsplan. Verweerder heeft de door verzoeker naar voren gebrachte bezwaren dan ook niet bij de beoordeling van de aanvraag om de onderhavige omgevingsvergunning kunnen en mogen betrekken.</para>
    <para />
    <para>7. Nu het bouwplan ook overigens niet in strijd is met een van de andere in artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo genoemde weigeringsgronden, was verweerder gehouden onderhavige omgevingsvergunning te verlenen.</para>
    <para />
    <para>8. De door verzoeker naar voren gebrachte gronden geven de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit zodanig gebrekkig is dat het in de heroverweging naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet of niet volledig in stand zal kunnen blijven. </para>
    <para />
    <para>9. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H. Menger, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2012.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>griffier						voorzieningenrechter		</para>
    <para />
    <para />
    <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Rechtsmiddel</para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>