<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBUTR:2012:7332</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-03T09:58:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Utrecht" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Utrecht</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-09-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">SBR 12/165</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2012:7332">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2012:7332</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-03T09:49:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBUTR:2012:7332 Rechtbank Utrecht , 27-09-2012 / SBR 12/165</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBUTR:2012:7332:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling verweerder in proceskosten na alsnog gegrond verklaren bezwaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBUTR:2012:7332:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK UTRECHT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sector bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SBR 12/165</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 september 2012 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiser] , te [woonplaats] (België), eiser</para>
      <para>(gemachtigde: mr. D.H. Andries),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belastingdienst / Toeslagen, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: L. Runnenberg).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 10 februari 2011 heeft verweerder bepaald dat eiser in 2008 geen recht op kinderopvangtoeslag had. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 12 december 2011 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 mei 2012. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:64, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het onderzoek ter zitting geschorst en partijen in de gelegenheid gesteld om met elkaar in onderhandeling te gaan en binnen drie weken de stand van zaken te melden aan de rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij een nadere beslissing op bezwaar van 30 mei 2012 heeft verweerder met toepassing van artikel 6:18 van de Awb het bezwaar alsnog gegrond verklaard. Daarbij heeft verweerder vermeld dat de beslissing van 30 mei 2012 in de plaats treedt van de beslissing op bezwaar van 12 december 2011. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van eiser heeft daarop bij brief van 12 juli 2012 het beroep ingetrokken en de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten, bestaande uit <?linebreak?>de kosten voor rechtsbijstand en € 67,76 aan reiskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 18 juli 2012 de rechtbank meegedeeld dat hij zich voegt naar het oordeel van de rechtbank met betrekking tot dit verzoek. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>De veroordeling van een partij in de proceskosten in bestuursrechtelijke gedingen is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop stelt de rechtbank vast dat verweerder tegemoet is gekomen aan eisers bezwaren tegen het bestreden besluit.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para> De rechtbank ziet, gelet op artikel 8:75a van de Awb, dan ook aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 874,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 437,- en een wegingsfactor 1).</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Op grond van artikel 8:75 van de Awb en artikel 1, aanhef en onder c, van het Bpb, komen de door eiser opgegeven reiskosten ter hoogte van € 67,76 voor vergoeding in aanmerking.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Uit artikel 8:41, vierde lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door eiser  betaalde griffierecht aan hem te vergoeden. </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <para>- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 874,-, <?linebreak?>te betalen aan eiser;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verweerder tot het betalen van een reiskostenvergoeding van € 67,76 aan 	eiser;</para>
    <para />
    <para>- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 41,-- aan eiser te vergoeden. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J. Praamstra, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr. L.Y. Wong, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 september 2012.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier											rechter		</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Een belanghebbende en het bestuursorgaan kunnen tegen deze uitspraak binnen zes weken na de dag van bekendmaking hiervan verzet doen bij deze rechtbank, sector Bestuursrecht. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>