<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBUTR:2012:7103</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T09:55:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Utrecht" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Utrecht</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-10-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/700320-12 [P]</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2012:7103">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2012:7103</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-10-30T12:51:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBUTR:2012:7103 Rechtbank Utrecht , 03-10-2012 / 16/700320-12 [P]</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBUTR:2012:7103:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft korte tijd samen met anderen gehandeld in harddrugs en deelgenomen aan een organisatie die zich met dergelijke handel bezig hield. Tevens heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit van een behoorlijke hoeveelheid harddrugs. </para>
        <para>De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 90 dagen, waarvan 73 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBUTR:2012:7103:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK UTRECHT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sector strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 16/700320-12 [P]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer d.d. 3 oktober 2012</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1982] te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [adres],</para>
      <para>
        [woonplaats], </para>
      <para>raadsman mr. S. Schuurman, advocaat te Breukelen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 11 juni 2012 en 19 september 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak van verdachte is gelijktijdig, doch niet gevoegd, behandeld met de zaken van medeverdachten [medeverdachte 1] (hierna:[medeverdachte 1]) parketnummer 16/655479-12, [medeverdachte 2] (hierna:[medeverdachte 2]) met parketnummer 16/655478-12, [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3]) met parketnummer 16/700239-12 en [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4]) met parketnummer 16/700319-12. Hierna zal verdachte tevens worden aangeduid als [verdachte].</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
      <para>feit 1:	zich in de periode van 17 januari 2012 tot en met 28 februari 2012 te Nieuwegein en/of elders in Nederland opzettelijk samen met een ander of anderen schuldig heeft gemaakt aan handel in cocaïne en/of heroïne;</para>
      <para>feit 2:	in de periode van 17 januari 2012 tot en met 28 februari 2012 te Nieuwegein en/of elders in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie die die tot oogmerk had de handel in cocaïne en/of heroïne;</para>
      <para>feit 3:	op 28 februari 2012 te Nieuwegein samen met een ander of anderen opzettelijk cocaïne en heroïne aanwezig heeft gehad.</para>
      <para>feit 4:	in de periode van 17 januari 2012 tot en met 28 februari 2012 te Nieuwegein samen met een ander of anderen een pistool en munitie voorhanden heeft gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan. </para>
        <para>Ten aanzien van feit 1 baseert de officier van justitie zich op de eigen verklaring van verdachte, de tapgesprekken en de aangetroffen handelshoeveelheid drugs die aanwezig is in de woning van verdachte en de woning van medeverdachte [medeverdachte 4].</para>
        <para>Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit baseert de officier van justitie zich op de eigen verklaring van verdachte, de verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 4] en[medeverdachte 2] en het bestaan van een werktelefoon. Voorts stelt de officier van justitie dat uit het dossier naar voren komt dat er sprake is van een samenwerkingsverband met verdachte als spil en opdrachtgever en waarin in ieder geval [verdachte] en [medeverdachte 4] opdrachten ontvingen, werk uitvoerden en ook hun specifieke taken hadden. Voornoemd samenwerkingsverband is naar het oordeel van de officier van justitie voldoende duurzaam en intensief om te kunnen spreken van een criminele organisatie.</para>
        <para>Ten aanzien van feit 3 baseert de officier van justitie zich op de eigen verklaring van verdachte waaruit blijkt dat zij weet heeft gehad van de drugs in haar woning, de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 3] en het aantreffen van cocaïne en heroïne in haar woning.</para>
        <para>De officier van justitie vordert vrijspraak van feit 4.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de feiten tenlastegelegd onder 2, 3 en 4 en verzoekt vrijspraak voor deze feiten. </para>
        <para>Ten aanzien van feit 2 stelt de raadsman dat er geen sprake was van een structureel samenwerkingsverband. Verdachte had geen opzet om lid te zijn van een criminele organisatie. Zij werd ertoe gedwongen omdat de handel voor een deel vanuit haar woning verliep.</para>
        <para>Ten aanzien van feit 3 en 4 stelt de raadsman dat er onvoldoende bewijs is om aan te nemen dat verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van de verdovende middelen zoals tenlastegelegd en het wapen en de munitie. </para>
        <para>De raadsman stelt dat wel kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 tenlastegelegde, met dien verstande dat zij enkel drugs heeft verstrekt. De overige onderdelen van de tenlastelegging kunnen naar de mening van de raadsman niet worden bewezen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en overweegt daartoe het volgende.<footnote-ref linkend="_fced343a-6398-44a0-891f-6a0b32039d1c" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voorhanden hebben van harddrugs (feit 3)</emphasis>
        </para>
        <para>In de woning van verdachte aan de [adres] te [woonplaats] worden op 28 oktober 2012 verdovende middelen aangetroffen. Op de bar die als afscheiding dient tussen de keuken en de woonkamer lagen bolletjes verdovende middelen verpakt in een plastic zake. Verder lager er nog vijf losse bolletjes en een zakje met wit poeder.<footnote-ref linkend="_8e1c3c0c-2b21-4c67-a66b-bbd012a7ab3a" /> Uit onderzoek blijkt dat het gaat om 6,46 gram cocaïne en 2,63 gram heroïne.<footnote-ref linkend="_5f00d0ba-cdce-4b77-bb56-cb8e2a769115" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [verdachte] verklaart dat [medeverdachte 3] haar woning aan de [adres] te [woonplaats] gebruikte om drugs af te wegen en te verpakken.<footnote-ref linkend="_0d72e277-0a61-4b07-98d5-a295927a106c" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijsoverweging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft het verweer gevoerd dat [verdachte] wel wist dat er verdovende middelen aanwezig waren in haar woning, maar niet dat dit cocaïne en heroïne betrof in de hoeveelheden zoals die zijn aangetroffen. De rechtbank overweegt dat voor het voorhanden hebben van verdovende middelen enkel is vereist dat de verdachte zich in meer of mindere mate bewust is geweest van de aanwezigheid van verdovende middelen en dat de middelen zich in de machtssfeer van verdachte bevinden. Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat aan deze vereisten is voldaan. Verdachte wist dat er verdovende middelen in de woning aanwezig waren. Bovendien lagen de op 28 februari 2012 in haar woning aangetroffen heroïne en cocaïne volledig in het zicht. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de verdovende middelen zoals tenlastegelegd voorhanden heeft gehad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Drugshandel en deelname aan een criminele organisatie (feiten 1 en 2)</emphasis>
        </para>
        <para>Ook in de woning aan de [adres] te [woonplaats] – de woning van medeverdachte [medeverdachte 4] – worden verdovende middelen en goederen met behulp waarvan drugs wordt afgewogen en verpakt aangetroffen.<footnote-ref linkend="_09c9ea95-890d-4540-9ad9-709c89579721" /> Onderzoek heeft uitgewezen dat het gaat om 6 gram cocaïne en 11,91 gram heroïne.<footnote-ref linkend="_a4fef3e9-d994-4b22-b81e-6b386a0ced8f" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tussen de cocaïne aangetroffen in de [adres] en de [adres] is een vergelijkend cocaïne onderzoek gedaan. Hieruit is gebleken dat het zeer veel waarschijnlijker is dat de onderzochte monsters cocaïne genomen uit de partijen cocaïne aangetroffen in beide woningen uit dezelfde partij cocaïne afkomstig zijn dan wanneer ze uit verschillende partijen komen.<footnote-ref linkend="_9587939d-886d-4caf-b69a-18c5aab7e9c2" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [verdachte] verklaart dat [medeverdachte 3] aanvankelijk haar woning aan de [adres] te [woonplaats] gebruikte om drugs af te wegen en te verpakken. Later is de handel naar de woning van [medeverdachte 4] aan de [adres] te[woonplaats] verplaatst.<footnote-ref linkend="_dbb01c3e-0862-40d2-904e-487b6ac989d6" /> Voorts verklaart [verdachte] dat zij vanaf dat moment van [medeverdachte 3] de middelen moest afwegen. Het ging om 40 tot 50 bolletjes per dag.<footnote-ref linkend="_6f427b21-cd16-4e56-9a75-063f12d2f5d1" /> [medeverdachte 3] liet [medeverdachte 4] met handel lopen en gaf[medeverdachte 1] ook verdovende middelen mee.<footnote-ref linkend="_eca185d4-56fe-4eac-816e-7579b1b22c1b" /> [medeverdachte 3] legde zijn cocaïne in de meterkast van [medeverdachte 4] neer<footnote-ref linkend="_3106d411-de1c-44db-8260-a962921cc1c3" /> en bewaarde de sleutel van deze meterkast in de woning van [verdachte].<footnote-ref linkend="_dcec2489-ebe5-4040-90ea-69a1a1c7493b" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verklaring van [verdachte] wordt ondersteund door de verklaring van [medeverdachte 4] en[medeverdachte 2]. [medeverdachte 4] verklaart dat de handel na de overval is verplaatst van de [adres] naar de woning van [medeverdachte 4] aan de [adres] te [woonplaats]. Vanaf dat moment is hij [medeverdachte 3] gaan helpen bij het verwerken, inpakken en bezorgen van harddrugs.<footnote-ref linkend="_7fe3ece8-333b-4f7c-aea3-6331cd11b58f" /> Over de werkwijze verklaart [medeverdachte 4] dat de drugs door een ander werd afgewogen waarna de bolletjes werden dichtgebrand.<footnote-ref linkend="_27bc89d2-215c-4d59-b30f-20aa5379ab7f" /> Zijn taken bestonden uit het inpakken van drugs, het draaien van een balletje en het vervoeren van drugs naar afnemers. [medeverdachte 3] had de sleutel van de (afgesloten) meterkast waar de handel in werd bewaard.<footnote-ref linkend="_81cbf511-24c6-4257-8ac7-d2cc0c6467d7" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [medeverdachte 2] verklaart dat [medeverdachte 3] de drugs samen met [medeverdachte 4] uitkookte in de woning van [medeverdachte 4]. Vervolgens gaf [medeverdachte 3] de drugs mee aan [medeverdachte 4] of [bijnaam] om het te verkopen.<footnote-ref linkend="_41d08f32-5a0e-4b92-aab8-8956ae2b807f" /> [bijnaam] is de bijnaam van medeverdachte[medeverdachte 1], zoals[medeverdachte 1] zelf bij de politie verklaart.<footnote-ref linkend="_87536735-d29a-4bbd-81cd-661427a2dc8c" /> Gelet op de verklaringen van [verdachte] en van[medeverdachte 1] zelf, neemt de rechtbank aan dat[medeverdachte 2] met de naam [bijnaam],[medeverdachte 1] bedoelt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gedurende het onderzoek naar de overval op de woning aan de [adres] die op 17 januari 2012 heeft plaatsgevonden, zijn diverse telefoonaansluitingen afgeluisterd. Dit betroffen onder meer telefoonnummer [telefoonnummer] met gebruiker [medeverdachte 3]<footnote-ref linkend="_749ca2bf-11dd-4c50-91c5-38a58352c6a4" /> en telefoonnummer [telefoonnummer] met gebruiker [verdachte]<footnote-ref linkend="_be58b205-b633-4ed1-b7a5-8abf907efa66" />.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het telefoongesprek op 23 januari 2012, tussen de telefoonnummers in gebruik bij [medeverdachte 3] en [verdachte], laat [medeverdachte 3] weten dat “lange” zo komt en dat “die van [A] eerst moet zijn gedaan”. [verdachte] vraagt wat ze met “lange” moet doen. [medeverdachte 3] reageert daarop door te zeggen “hij zei wat is er dan nog. Hij zei het gaat hier als een gek. Als [medeverdachte 4]<footnote-ref linkend="_136f6cb9-b011-4da2-8720-96b4f3393e60" /> die hutselen doet dan eh zal dat een kilometer zijn, zeg maar. Die 30 broodjes en doe dan 10 bruin brood erbij, zei ik, begrijp je, ja zei hij en als lange zo komt moet je hem dat zo laten weten”.<footnote-ref linkend="_50bb33bb-bc89-41bb-8005-2579a04ec5e7" /> In haar verklaring bij de politie heeft [verdachte] verklaard dat met ‘lange’[medeverdachte 1] wordt bedoeld.<footnote-ref linkend="_5a7db5c1-de57-4a42-b5f7-e59da7106627" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In een telefoongesprek op 12 februari 2012 tussen de telefoonnummers in gebruik bij [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4], vraagt [medeverdachte 3] waar [medeverdachte 4] is. Wanneer [medeverdachte 4] antwoordt dat hij thuis is, zegt [medeverdachte 3] hem “2 stuks te pakken en naar die Iranees te gaan”. [medeverdachte 4] antwoordt dat het goed is.<footnote-ref linkend="_2dd70a53-8a45-4480-86f6-2d6949f6c724" /> In het telefoongesprek op 13 februari 2012, tussen de telefoonnummers in gebruik bij [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4], wordt door [medeverdachte 3] gezegd dat “[A] voor 2 belde”. [medeverdachte 4] reageert daarop met “ja dat is goed”.<footnote-ref linkend="_319e752d-4544-4223-8c9a-e848b111cb4f" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het telefoongesprek op 21 februari 2012, tussen de telefoonnummers in gebruik bij [verdachte] en [medeverdachte 4], zegt [verdachte] tegen [medeverdachte 4] dat hij naar beneden moet komen en die weegschaal mee moet nemen zodat zij brood kan bakken.<footnote-ref linkend="_f64d35d8-b1ca-49b0-8f5d-fee00985e3a2" /></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank leidt uit bovengenoemde gesprekken af dat [medeverdachte 3] handel organiseert en daartoe opdrachten geeft aan [verdachte] en [medeverdachte 4] en dat [verdachte] en [medeverdachte 4] kennelijk weten wat er van hen wordt verwacht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het telefoongesprek op 15 februari 2012 tussen de telefoonnummers [telefoonnummer], in gebruik bij [bijnaam], en het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 3]<footnote-ref linkend="_8e99b0d6-f516-4641-b3b6-cd63e1a42b8a" /> zegt [medeverdachte 3] het volgende:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“waarom kun je niet gewoon opnemen van klanten en gewoon tegen mij zeggen kom </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">telefoon halen en doet redden wat er te redden valt” </emphasis>
        </para>
        <para>
          [bijnaam] reageert daarop door te zeggen dat hij dit gisteren al tegen [medeverdachte 3] heeft gezegd en </para>
        <para>daarom alles al had ingepakt en bij elkaar had gelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de verklaring van [verdachte] blijkt dat[medeverdachte 1], ook wel [bijnaam] genoemd, het </para>
        <para>telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik heeft.<footnote-ref linkend="_2eac1881-a8b0-4694-944a-0cb23e0039d3" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 5 februari 2012 vindt er een gesprek plaats tussen de telefoonnummers in gebruik bij </para>
        <para>
          [medeverdachte 3] en[medeverdachte 1].[medeverdachte 1] vraagt [medeverdachte 3] het volgende<footnote-ref linkend="_d0b2c2ac-40c7-4597-aa77-fe28b42c6186" />:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“kan ik die kast niet effe open want ik heb ehh nog heel veel mensen wachten </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vriend”</emphasis>
        </para>
        <para>
          [medeverdachte 3] reageert als volgt:	</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“ik ben zo daar pik, ben je ziek aan het worden in je hoofd ik ben zo bijna daar, ga </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">je openbreken en laat je het zo open achter ben ik ben zo bijna daar”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 12 februari 2012 is er een telefoongesprek tussen de telefoonnummers in gebruik bij </para>
        <para>
          [medeverdachte 3] (O) en[medeverdachte 1]”(B):<footnote-ref linkend="_72e2ae1a-cdd4-496b-8a5f-d6abb1559348" /></para>
        <para>O: 	<emphasis role="italic">“hoever ben je?”</emphasis></para>
        <para>B:	<emphasis role="italic">“ik heb er nog 8, en van die donkere. Ik heb nog een smsje gestuurd hoor” </emphasis></para>
        <para>O:	<emphasis role="italic">“hoeveel van die andere jongens moest… (onverstaanbaar)”</emphasis></para>
        <para>B:	<emphasis role="italic">“alles”</emphasis></para>
        <para>O:	<emphasis role="italic">“gewoon normaal”</emphasis></para>
        <para>B:	<emphasis role="italic">“heb hem toch 3 punt 0 meegegeven”</emphasis></para>
        <para>O:	<emphasis role="italic">“3 punt 0? Hij had daaro, hij had daar nu heeft hij 4 punt 0”</emphasis></para>
        <para>B:	<emphasis role="italic">“ja”</emphasis></para>
        <para>O:	<emphasis role="italic">“dan haal ik die ene eraf. Die donkere. Dus 4 punt 0. En dan heb je daar zelf nog die andere toch?”</emphasis></para>
        <para>B:	<emphasis role="italic">“ja die 8”</emphasis></para>
        <para>O:	<emphasis role="italic">“Doekoe rond?”</emphasis></para>
        <para>B:	<emphasis role="italic">“Ja, op 2 na”</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>Uit de inhoud van bovenstaande tapgesprekken volgt dat [medeverdachte 3] de leiding nam en[medeverdachte 1] een aan hem ondergeschikte rol had. Dat[medeverdachte 1] de door [verdachte] en [medeverdachte 4] bewerkte verdovende middelen voor [medeverdachte 3] naar de afnemers bracht – en niet ten behoeve van zijn eigen handel, zoals[medeverdachte 1] zelf verklaart – blijkt uit de verklaringen van [verdachte],[medeverdachte 2] en de inhoud van bovenstaande tapgesprekken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast verklaart afnemer [B] dat hij zijn cocaïne bij [bijnaam] in Harderwijk kocht. Zijn bestelling gaf hij door per telefoon. [B] betaalde € 20,- voor 0,3 gram cocaïne. Hij verklaart op 21 maart 2012 driekwart jaar eerder voor het eerst cocaïne bij [bijnaam] te hebben gekocht.<footnote-ref linkend="_7613071c-d705-42ff-963e-2cd6bbed3e8d" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijsoverwegingen</emphasis>
        </para>
        <para>Uit het strafdossier blijkt dat de overval op de woning aan de [adres] heeft plaatsgevonden op 17 januari 2012. Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van de rechtbank dat [verdachte] zich vanaf 17 januari 2012 structureel heeft beziggehouden met de handel in harddrugs en deze handel heeft voortgezet tot aan haar aanhouding op 28 februari 2012. Gelet op de voor het bewijs gebruikte verklaringen, alsmede de in de woningen aan de [adres] en [adres] aangetroffen hoeveelheid cocaïne en heroïne – waarvan is vastgesteld dat deze zeer waarschijnlijk uit dezelfde partij afkomstig zijn – en de aanwezigheid van de benodigdheden voor het afwegen en verpakken ervan in de woning aan de [adres], gaat de rechtbank uit van handel van zowel cocaïne als heroïne. Onder leiding van [medeverdachte 3] hebben [verdachte] en [medeverdachte 4] cocaïne en heroïne geprepareerd tot afgemeten hoeveelheden, welke vervolgens door [medeverdachte 4] en[medeverdachte 1] werden verkocht aan afnemers. Uit deze werkwijze spreekt een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en haar medeverdachten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit bovenstaande bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 3] de drugshandel coördineerde en beslissingen nam over de werkwijze. Zoals reeds overwogen was er een duidelijke taakverdeling tussen [verdachte] en haar medeverdachten. Voorts heeft [verdachte] een belangrijk aandeel gehad in gedragingen die rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie, te weten de handel in harddrugs.</para>
        <para>
          [verdachte], [medeverdachte 4] en[medeverdachte 1] vervulden een ondergeschikte rol. Dat [medeverdachte 3] de leider was, blijkt naar het oordeel van de rechtbank ook uit het gegeven dat hij de beheerder was van de meterkast waar de voorraden verdovende middelen in werden bewaard. [medeverdachte 3]  bepaalde wanneer en aan wie verdovende middelen uit de meterkast moest worden gegegeven  De rol van [verdachte] verschilt daarin van die van[medeverdachte 1] en [medeverdachte 4], aangezien zij af en toe de opdracht van [medeverdachte 3] kreeg om met behulp van de sleutel verdovende middelen uit de kast te halen en mee te geven aan [medeverdachte 4] en op die manier eigenhandig over de middelen kon beschikken. </para>
        <para>Uit de taakverdeling en de handelwijze van [verdachte] en haar medeverdachten, volgt dat zij tezamen een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband hadden. Daarnaast volgt deze duurzaamheid ook uit de intensiviteit waarmee de cocaïne en heroïne werd bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd. </para>
        <para>De deelnemers van deze organisatie hadden allen het zelfde doel, te weten de verkoop van verdovende middelen. Dat hun motieven om datzelfde doel na te streven, wellicht verschilden doet daaraan niet af. </para>
        <para>Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die zich bezig hield met de handel in cocaïne en heroïne in de periode van 17 januari 2012 tot en met 28 februari 2012 te Nieuwegein. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vrijspraak van feit 4</emphasis>
        </para>
        <para>Op 28 februari 2012 doet de politie een inval in de woning aan de [adres] te[woonplaats]. In de afgesloten meterkast van deze woning worden onder andere een pistool en munitie aangetroffen. </para>
        <para>De rechtbank overweegt dat het enkele feit dat verdachte zich de toegang kon verschaffen tot de betreffende meterkast, onvoldoende is om aan te nemen dat zij voornoemd wapen en munitie voorhanden heeft gehad (HR 14 april 2009, LJN BH1437). Uit de stukken blijkt dat medeverdachte [medeverdachte 3] de de meterkast beheerde en verdachte meermalen de opdracht gaf om cocaïne deze kast te halen. Verdachte ontkent ten stelligste te hebben geweten van de aanwezigheid van een wapen en munitie. Ook uit het strafdossier blijkt niet dat verdachte op 28 februari 2012 heeft geweten of zich bewust is geweest van de aanwezigheid van een wapen en munitie in deze woning. Op grond van het bovenstaande kan ook niet worden gesteld dat de aangetroffen verdovende middelen onder de machtssfeer van de verdachte vielen.</para>
        <para>De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het wapen en de munitie (opzettelijk) voorhanden heeft gehad en zal haar dan ook van vrijspreken van dit feit.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1.</para>
        <para>op meer tijdstippen in de periode van 17 januari 2012 tot en met 28 februari 2012 te Nieuwegein en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, telkens</para>
        <para>opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en heroïne, zijnde cocaïne en heroïne middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.</para>
        <para>in de periode van 17 januari 2012 tot en met 28 februari 2012 te Nieuwegein, althans in Nederland,</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde en vierde lid, van de Opiumwet, te weten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- het telkens opzettelijk handelen in strijd met een onder art. 2 onder B Opiumwet gegeven verbod, te weten het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van een hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende Lijst I en</para>
      <para>- het telkens opzettelijk handelen in strijd met een onder art. 2 onder C en D Opiumwet gegeven verbod, te weten het aanwezig hebben en vervaardigen van een hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende Lijst I,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>van een materiaal bevattende cocaïne en heroïne, zijnde cocaïne en heroïne middelen  vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>3.</para>
        <para>op 28 februari 2012 te [woonplaats] (in een woning aan de [adres]) tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer</para>
      </parablock>
      <para>- ongeveer 6,46 gram (41 bolletjes) cocaïne, en</para>
      <para>- ongeveer 2,63 gram (14 bolletjes) heroïne,</para>
      <para>zijnde cocaïne en heroïne middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in haar verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De strafbaarheid van de feiten</emphasis>
        </para>
        <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 1:</emphasis>		medeplegen van handelen in strijd met een in artikel 2, onder B en C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 2:		</emphasis>deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde en vierde lid van de Opiumwet.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 3:</emphasis>	handelen in strijd met een in artikel 2, onder C van de Opiumwet gegeven verbod. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De strafbaarheid van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een werkstraf van 240 uur en een gevangenisstraf van 3 maanden met aftrek van de tijd dat verdachte in voorarrest heeft gezeten waarvan 73 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman stelt dat de eis van de officier van justitie fors is gelet op de omstandigheden waarin verdachte heeft gehandeld. Verdachte bevond zich in een gewelddadige relatie en werd door haar vriend gedwongen om mee te werken aan de drugshandel.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft korte tijd samen met anderen gehandeld in harddrugs en deelgenomen aan een organisatie die zich met dergelijke handel bezig hield. Tevens heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit van een behoorlijke hoeveelheid harddrugs. Door te handelen in cocaïne en heroïne heeft verdachte bijgedragen aan het ontstaan en het in stand houden van drugsafhankelijkheid bij derden, waardoor hun gezondheid in gevaar is gebracht. Handel in harddrugs gaat vaak gepaard met veel overlast in de maatschappij en met georganiseerde criminaliteit. De rechtbank neemt dit verdachte zeer kwalijk. De rechtbank houdt bij de strafmaat echter ook rekening met de ondergeschikte rol van verdachte en de afhankelijke positie waarin zij verkeerde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met: </para>
      </parablock>
      <para>- een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 8 mei 2012, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld; </para>
      <para>- een de verdachte betreffend reclasseringsrapport d.d. 26 april 2012.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht, gelet op de aard van de feiten, de rol van verdachte, de korte periode waarin verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie en drugshandel en de blanco documentatie van verdachte, een gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de duur van het voorarrest in combinatie met een werkstraf een passende straf. Daarnaast zal de rechtbank een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen om te voorkomen dat verdachte zich in de toekomst opnieuw schuldig zal maken aan enig strafbaar feit. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, waarvan 73 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en een werkstraf van 240 uur passend en noodzakelijk is. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 11 en 11a van de Opiumwet zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van het onder 4 ten laste gelegde feit;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis>		medeplegen van handelen in strijd met een in artikel 2, onder B en C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:		</emphasis>deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde en vierde lid van de Opiumwet.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3:</emphasis>	handelen in strijd met een in artikel 2, onder C van de Opiumwet gegeven verbod. </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van 90 dagen, waarvan 73 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een werkstraf van 240 uur</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast van <emphasis role="bold">120 dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorlopige hechtenis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.P. den Otter, voorzitter, mr. J. Ebbens en mr. Y.A.T. Kruijer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.T. de Muinck-Dezentje, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 3 oktober 2012.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. A.T. de Muinck-Dezentje is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BIJLAGE I: De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan <emphasis role="bold">[verdachte] </emphasis>wordt tenlastegelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 januari 2012</para>
      <para>tot en met 28 februari 2012 te Nieuwegein en/of elders in Nederland, tezamen</para>
      <para>en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)</para>
      <para>opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in</para>
      <para>elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van een</para>
      <para>materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (een)</para>
      <para>middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 2 ahf/ond C Opiumwet</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 10 lid 3 Opiumwet</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in of omstreeks de periode van 17 januari 2012 tot en met 28 februari 2012</para>
      <para>te Nieuwegein, althans in Nederland,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het</para>
      <para>plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde en/of vierde lid van de</para>
      <para>Opiumwet, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het (telkens) opzettelijk handelen in strijd met een onder art 2 onder C</para>
    <parablock>
      <para>Opiumwet gegeven verbod, te weten het telen, bereiden, bewerken, verwerken,</para>
      <para>verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van een hoeveelheid van een</para>
      <para>middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende Lijst I en/of</para>
    </parablock>
    <para>- het (telkens) opzettelijk handelen in strijd met een onder art 2 onder B</para>
    <parablock>
      <para>en/of D Opiumwet gegeven verbod, te weten het aanwezig hebben en/of</para>
      <para>vervaardigen van een hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet</para>
      <para>behorende Lijst I,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of</para>
      <para>heroïne (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 11a lid 1 Opiumwet</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op of omstreeks 28 februari 2012 te [woonplaats] (in een woning aan de</para>
      <para>
        [adres]) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans</para>
      <para>alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer</para>
    </parablock>
    <para>- ongeveer 6,46 gram (41 bolletjes) cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van</para>
    <para>een materiaal bevattende cocaïne, en/of</para>
    <para>- ongeveer 2,63 gram (14 bolletjes) heroïne, in elk geval een hoeveelheid van</para>
    <parablock>
      <para>een materiaal bevattende heroïne,</para>
      <para>zijnde cocaïne en/of heroïne (een) middel(en) als bedoeld in de bij de</para>
      <para>Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van</para>
      <para>artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 2 ahf/ond C Opiumwet</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 10 lid 3 Opiumwet</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in of omstreeks 17 januari 2012 tot en met 28 februari 2012 te Nieuwegein</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,</para>
      <para>een of meer wapens van categorie III, te weten</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- een pistool (vuurwapen) van categorie III (model Makarov, kaliber 9mm) en/of</para>
    <para>- munitie van categorie III, (in totaal 56 scherpe patronen kaliber 9x18mm</para>
    <para>Marakov),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>voorhanden heeft gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover</para>
      <para>daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde</para>
      <para>betekenis te zijn gebezigd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 26 lid 1 Wet wapens en munitie</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_fced343a-6398-44a0-891f-6a0b32039d1c" label="1">
    <para> Indien hierna wordt verwezen naar processen-verbaal wordt hierbij, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar de bijlagen van het proces-verbaal van politie, nr. PL096-2012048172 van politie Utrecht, district Lekstroom, in de wettelijke vorm opgemaakt en doorgenummerd van 1 tot en met 685.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8e1c3c0c-2b21-4c67-a66b-bbd012a7ab3a" label="2">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 262.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5f00d0ba-cdce-4b77-bb56-cb8e2a769115" label="3">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 335-338 en afzonderlijk aan het dossier toegevoegd rapport NFI d.d. 4 juni 2012.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0d72e277-0a61-4b07-98d5-a295927a106c" label="4">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [verdachte], p. 364.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_09c9ea95-890d-4540-9ad9-709c89579721" label="5">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 274-278.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a4fef3e9-d994-4b22-b81e-6b386a0ced8f" label="6">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 674-676 en afzonderlijk aan het dossier toegevoegd rapport NFI d.d. 4 juni 2012.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9587939d-886d-4caf-b69a-18c5aab7e9c2" label="7">
    <para> Rapport Vergelijkend cocaïne onderzoek van 17 juli 2012, opgemaakt door het Nederlands Forensisch Instituut, niet opgenomen in het proces-verbaal van politie waarnaar wordt verwezen onder voetnoot 1.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dbb01c3e-0862-40d2-904e-487b6ac989d6" label="8">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [verdachte], p. 364.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6f427b21-cd16-4e56-9a75-063f12d2f5d1" label="9">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [verdachte], p. 366.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_eca185d4-56fe-4eac-816e-7579b1b22c1b" label="10">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [verdachte], p. 368-369.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3106d411-de1c-44db-8260-a962921cc1c3" label="11">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [verdachte], p. 364.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dcec2489-ebe5-4040-90ea-69a1a1c7493b" label="12">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [verdachte], p. 368.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7fe3ece8-333b-4f7c-aea3-6331cd11b58f" label="13">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 4], p. 498.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_27bc89d2-215c-4d59-b30f-20aa5379ab7f" label="14">
    <para> Verklaring van [medeverdachte 4], afgelegd ter terechtzitting op 11 juni 2012.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_81cbf511-24c6-4257-8ac7-d2cc0c6467d7" label="15">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 4], p. 501-502 en 509.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_41d08f32-5a0e-4b92-aab8-8956ae2b807f" label="16">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2], p. 250.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_87536735-d29a-4bbd-81cd-661427a2dc8c" label="17">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1], p. 231.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_749ca2bf-11dd-4c50-91c5-38a58352c6a4" label="18">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 133 en 134.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_be58b205-b633-4ed1-b7a5-8abf907efa66" label="19">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [verdachte], p. 57.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_136f6cb9-b011-4da2-8720-96b4f3393e60" label="20">
    <para> Lees: [medeverdachte 4]</para>
  </footnote>
  <footnote id="_50bb33bb-bc89-41bb-8005-2579a04ec5e7" label="21">
    <para> Discnummer 61, onderwerp 61 30, p. 143.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5a7db5c1-de57-4a42-b5f7-e59da7106627" label="22">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [verdachte], p. 368.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2dd70a53-8a45-4480-86f6-2d6949f6c724" label="23">
    <para> Discnummer 1526, onderwerp 1527, p. 138 en 139.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_319e752d-4544-4223-8c9a-e848b111cb4f" label="24">
    <para> Discnummer 1532, onderwerp 1533, p. 136.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f64d35d8-b1ca-49b0-8f5d-fee00985e3a2" label="25">
    <para> Discnummer 825, onderwerp 825, p. 154.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8e99b0d6-f516-4641-b3b6-cd63e1a42b8a" label="26">
    <para> Discnummer 1785, onderwerp 1785, p. 156.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2eac1881-a8b0-4694-944a-0cb23e0039d3" label="27">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [verdachte], p. 368.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d0b2c2ac-40c7-4597-aa77-fe28b42c6186" label="28">
    <para> Discnummer 1004, onderwerp 1004, p. 160.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_72e2ae1a-cdd4-496b-8a5f-d6abb1559348" label="29">
    <para> Discnummer 1503, onderwerp 1503, p. 162.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7613071c-d705-42ff-963e-2cd6bbed3e8d" label="30">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [B], p. 627 en 628.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>