<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBUTR:2011:BV6088</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T15:04:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BV6088</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Utrecht" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Utrecht</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-12-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16-601466-08</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2011:BV6088">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2011:BV6088</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:41:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-02-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBUTR:2011:BV6088 Rechtbank Utrecht , 23-12-2011 / 16-601466-08</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBUTR:2011:BV6088:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging van overheidswege met een jaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBUTR:2011:BV6088:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>RECHTBANK UTRECHT</para>
    <para />
    <para>Parketnummer: 16/601466-08</para>
    <para />
    <para>Beslissing verlenging terbeschikkingstelling d.d. 23 december 2011</para>
    <para />
    <para>In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachte]</para>
      <para>geboren op [1981] te Boedapest (Hongarije)</para>
      <para>thans verblijvende in de FPC 2landen te Utrecht</para>
      <para> heeft de officier van justitie de verlenging met twee jaar van de terbeschikkingstelling gevorderd. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven. </para>
      <para>1	De stukken</para>
      <para>De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-	een afschrift van het vonnis van deze rechtbank van 30 juni 2009, waarbij </para>
      <para>[verdachte] ter beschikking is gesteld, met bevel tot verpleging van overheidswege, welke terbeschikkingstelling is ingegaan op 4 december 2009;</para>
      <para>-	de vordering van de officier van justitie d.d. 2 november 2011, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar;</para>
      <para>-	de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van [verdachte] vanaf het derde kwartaal van 2010 tot en met het derde kwartaal van 2011;</para>
      <para>-	het rapport van FPC 2landen d.d. 5 oktober 2011, waarin wordt geadviseerd tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2	De procesgang </para>
      <para>Tijdens het onderzoek ter terechtzitting op 12 december 2011 is de officier van justitie gehoord. Tevens is de terbeschikkinggestelde gehoord, bijgestaan door zijn raadsman, </para>
      <para>mr. H. Anker, advocaat te Leeuwarden. Voorts is als deskundige verschenen mevrouw </para>
      <para>drs. S.T.W. Vlachos, GZ-psycholoog, behandelverantwoordelijke namens FPC 2landen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3	Het advies van de inrichting</para>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van het rapport d.d. 5 oktober 2011. Het rapport en de toelichting houden -zakelijk weergegeven- het volgende in.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indexfeit</para>
      <para>In 2009 is de terbeschikkinggestelde veroordeeld waarbij (naast een gevangenisstraf) de terbeschikkingstelling met dwangverpleging is opgelegd voor tweemaal een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Daarnaast is hij veroordeeld voor mishandeling. Alle drie de feiten zijn begaan tegen dezelfde vriend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Actuele diagnose</para>
      <para>In eerste instantie werd de diagnose schizofrenie niet aangenomen, echter de laatste gestelde diagnose is dat de terbeschikkinggestelde wel degelijk lijdt aan schizofrenie. Daarbij is tevens sprake van een persoonlijkheidsstoornis, met antisociale en borderline trekken. Daarnaast is de terbeschikkinggestelde middelenafhankelijk (thans gedwongen in remissie).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Recidiverisico</para>
      <para>De terbeschikkinggestelde heeft erkend de feiten te hebben gepleegd. Hij toont echter weinig inzicht in zijn problematiek, zijn delictgedrag en de bijbehorende risicofactoren en hij staat ambivalent betreffende behandeling en begeleiding. Er is sprake van beperkte copingvaardigheden en bij de geringste toename van spanningen en stress is er een toename van psychotische klachten waarbij de impulsiviteit ook toeneemt. Het risico op delictherhaling wordt gezien de risicotaxatie als hoog ingeschat. Het risicomanagement zal bij de terbeschikkinggestelde langdurig nodig zijn, nu er sprake is van blijvende beperkingen en daarmee samenhangend delictgevaar. Hij overschat zijn eigen mogelijkheden en onderschat de ingewikkelde combinatie van problemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdere behandeling</para>
      <para>De behandeling zal zich de komende periode richten op de risicofactoren antisociale overtuigingen, gering probleembesef, vijandigheid en wantrouwen en het gebrek aan sociale en copingvaardigheden. Gezien de voorgeschiedenis en het beperkte effect van de behandeling tot nu toe zal echter langdurig toezicht en controle en een zorgvuldige resocialisatie aangewezen zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Toelichting ter zitting</para>
      <para>Ter zitting heeft de deskundige Vlachos nadere toelichting gegeven. </para>
      <para>Zij heeft daartoe verklaard – zakelijk weergegeven –: </para>
      <para>De terbeschikkinggestelde heeft zich altijd goed ingezet en hij is erg gemotiveerd. Op het moment dat hij verlof aanvroeg, was hij echter nog iets te vroeg. De diagnose was immers net gewijzigd, waardoor de medicatie pas recent was ingesteld en de behandeling nog in de beginfase was. </para>
      <para>Er is, zoals de terbeschikkinggestelde aangeeft, sprake van een spanningsveld tussen het wel of niet open zijn over gedachten en gevoelens, maar als er te weinig zicht is, dan kan de terbeschikkinggestelde niet op verlof omdat de begeleidbaarheid en inschatbaarheid ontoereikend zijn. </para>
      <para>Op dit moment reageert hij goed op de medicatie. Er is minder achterdocht en meer contact.  Ook is er steeds meer sprake van intrinsieke motivatie in plaats van enkel extrinsieke motivatie. Voorts houdt hij zich aan afspraken, in tegenstelling tot in het verleden, in andere instellingen. Op dit moment is er volgens de stafleden nog niet genoeg vooruitgang om reeds voor februari 2012 een verlofaanvraag te bespreken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4	Het standpunt van de officier van justitie</para>
      <para>De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter terechtzitting zijn vordering gewijzigd en stelt zich op het standpunt dat de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar moet worden verlengd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5	Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman</para>
      <para>De terbeschikkinggestelde is het niet eens met de vordering van de officier van justitie dat de terbeschikkingstelling verlengd moet worden.</para>
      <para>De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft zich op het standpunt gesteld dat vastgesteld moet worden dat hier sprake is van een gemaximeerde terbeschikkingstelling. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft de raadsman verwezen naar het arrest van het hof Arnhem 30 mei 2011 (LJN BQ 6616). Daaruit blijkt dat er geen sprake is van een gemaximeerde terbeschikkingstelling indien een dreigende uiting voorafgegaan, vergezeld of gevolgd wordt door niet-verbaal handelen dat naar zijn aard agressief is jegens de bedreigde. Hierbij moet volgens het arrest bijvoorbeeld gedacht worden aan het tonen van een wapen of het met een auto inrijden op een persoon. De raadsman is van mening dat het voorgaande restrictief moet worden uitgelegd, nu het om uitzonderingsrecht gaat.</para>
      <para>Daarnaast heeft de raadsman de rechtbank verzocht de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen, ongeacht de beslissing van de rechtbank op het voorgaande. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het in dit geval gaat om indexdelicten met een geringere ernst en met een lager strafmaximum. Daarnaast gaat het erg goed met de terbeschikkinggestelde en derhalve moet een verlenging met een jaar als een stimulans voor hem gezien worden, gelet op zijn motivatie en de vooruitgang die hij reeds geboekt heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6	De beoordeling</para>
      <para>Uit voormeld vonnis van deze rechtbank van 30 juni 2009 blijkt dat de terbeschikkinggestelde zich schuldig heeft gemaakt aan drie feiten. Twee bedreigingen met enig misdrijf tegen het leven gericht en een mishandeling, alle gericht tegen dezelfde persoon.</para>
      <para>De rechtbank overweegt over de vraag of de bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht in combinatie met het tonen van een baksteen een grond voor niet gemaximeerde terbeschikkingstelling oplevert het volgende: </para>
      <para>Blijkens de, in voornoemd vonnis tot bewijs gebezigde, verklaring van [naam] was er niet alleen sprake van verbale dreiging, waarbij een baksteen getoond werd, maar heeft de terbeschikkinggstelde enkele ogenblikken later een steen gegooid tegen een (plexiglas) ruit van een tuinhuisje waarin de bedreigde zich op dat moment bevond.</para>
      <para>Op grond van deze omstandigheden beoordeelt de rechtbank de bedreiging als een bedreiging, gericht tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van de bedreigde.</para>
      <para>Bovendien stelt de rechtbank vast dat de bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht van 12 december 2008 nog diezelfde dag is gevolgd door de daadwerkelijke mishandeling van diezelfde persoon. Ondanks dat hier enige tijd tussen heeft gezeten, is de rechtbank van oordeel dat het ook hier gaat om een bedreigende uiting die gevolgd is door een niet-verbaal handelen dat naar zijn aard agressief is jegens de bedreigde. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er ook wat dit feit betreft geen sprake is van een gemaximeerde terbeschikkingstelling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Gelet op het voormelde rapport van de inrichting en gehoord hetgeen door de deskundige van de inrichting ter zitting naar voren is gebracht, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de terbeschikkingstelling met dwangverpleging wordt verlengd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt echter  ten aanzien van de termijn van de verlenging dat de terbeschikkingstelling, gelet op de aard van de feiten en de proportionaliteit een langdurige terbeschikkingstelling niet voor de hand ligt. Daarnaast is gebleken dat de terbeschikkinggestelde steeds meer intrinsieke motivatie heeft getoond. </para>
      <para>Derhalve zal de rechtbank de termijn verlengen met een jaar. Dit moet enerzijds gezien worden als signaal aan de kliniek, dat de rechtbank de voortgang na een jaar wil toetsen, anderzijds  kan dit ook gezien worden als stimulans voor de terbeschikkinggestelde om zich te blijven inzetten. </para>
      <para>De rechtbank is dus van oordeel dat de terbeschikkingstelling met dwangverpleging van [verdachte] met een jaar moet worden verlengd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Gelet op het stabiele en positieve verloop in de afgelopen periode en ervan uitgaande dat de terbeschikkinggestelde deze lijn ook het komende jaar voortzet komt het de rechtbank geraden voor dat de deskundigen verbonden aan de kliniek in hun rapport ten behoeve van de volgende verlengingszitting de mogelijkheid betrekken van verdere resocialisatie. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>7	Toepasselijke wetsartikelen</para>
      <para>De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>8	De beslissing</para>
      <para>De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging van overheidswege van [verdachte] met een jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. M.J. Grapperhaus, voorzitter, mrs. M.J. Veldhuijzen en Z.J. Oosting, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. van der Meulen en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 23 december 2011. </para>
      <para>Mr. M.J. Veldhuijzen is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>