<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ8073</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T11:26:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BQ8073</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Utrecht" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Utrecht</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-04-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200005 - HA ZA 05-1750</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ8073">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ8073</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:21:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-07-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ8073 Rechtbank Utrecht , 06-04-2011 / 200005 - HA ZA 05-1750</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ8073:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gedaagde weigert geheimhoudingsverklaring te ondertekenen ivm boetebeding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ8073:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>vonnis</para>
      <para>RECHTBANK UTRECHT</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Sector handels- en familierecht</para>
    <para />
    <para>zaaknummer / rolnummer: 200005 / HA ZA 05-1750</para>
    <para />
    <para>Vonnis van 8 december 2010</para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>NITERBU HYDRAULIEK B.V.,</para>
      <para>h.o.d.n. Habeco Hydrauliek,</para>
      <para>gevestigd te Krimpen aan de Lek, gemeente Nederlek,</para>
      <para>eiseres in conventie,</para>
      <para>verweerster in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. J. Postma te Delft,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>ASI SOEST B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Soest,</para>
      <para>gedaagde in conventie,</para>
      <para>eiseres in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. M.I. van Dijk te Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna Habeco en ASI genoemd worden.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>1.1.	Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>-	het tussenvonnis van 16 mei 2007</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2.	Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	De verdere beoordeling</para>
      <para>in conventie en in reconventie</para>
      <para>2.1.	Op 14 oktober 2010 heeft de in deze procedure benoemde deskundige, de heer Kattouw, de rechtbank geschreven over een door ASI gewenste geheimhoudingsverklaring die Habeco niet wenst te ondertekenen. In haar brief van 14 oktober 2010 aan de rechtbank geeft Habeco aan geen bezwaar te hebben tegen de geheimhoudingsverklaring op zichzelf, echter wel tegen het daarin opgenomen boetebeding. In een brief van 10 november 2010 heeft ASI hierop haar reactie gegeven. Kort gezegd komt deze reactie erop neer dat ondertekening van de geheimhoudingsverklaring door Habeco noodzakelijk is ter bescherming van het bedrijfsdebiet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.2.	De rechtbank zal een comparitie bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen en over de nu ontstane situatie ten aanzien van de geheimhoudingsverklaring en het tijdsverloop van de procedure. Tevens zal de comparitie benut kunnen worden om te onderzoeken of partijen het op een of meerdere punten met elkaar eens kunnen worden. De heer Kattouw zal nadien door de rechtbank worden geïnformeerd over de (wijze van) voortzetting van zijn onderzoek. </para>
    <para />
    <para>2.3.	Elk van partijen wordt verzocht uiterlijk twee weken voor de zittingsdatum aan de rechter (t.a.v. Zittingsplanning Handel, kamer B1-35 van het gebouw van de rechtbank aan het Vrouwe Justitiaplein 1 te Utrecht) en aan de wederpartij toe te zenden (kopieën van) de bescheiden (voor zover nog niet in het geding gebracht) waarop zij ter comparitie een beroep wenst te doen. </para>
    <para>       </para>
    <para>2.4.	De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.</para>
    <para>   </para>
    <para>2.5.	Partijen moeten er op voorbereid zijn, dat de rechtbank een mondeling tussenvonnis kan wijzen.</para>
    <para>     </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	De beslissing</para>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in conventie en in reconventie</para>
      <para>3.1.	beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. H. Phaff in het gerechtsgebouw te Utrecht aan Vrouwe Justitiaplein 1 op 7 maart 2011 van 13.30 tot 15.30 uur,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2.	bepaalt dat de partijen dan vertegenwoordigd moeten zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,</para>
    <para />
    <para>3.3.	bepaalt dat de partij die op genoemd tijdstip niet kan verschijnen, binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk en gemotiveerd aan de rechtbank   ter attentie van de roladministratie van de sector civiel - om een nadere dag- en uurbepaling dient te vragen onder opgave van de verhinderdata van alle partijen in de drie maanden volgend op genoemde datum,</para>
    <para />
    <para>3.4.	bepaalt dat de heer Kattouw na de comparitie door de rechtbank zal worden geïnformeerd over de (wijze van) voortzetting van zijn onderzoek,</para>
    <para />
    <para />
    <para>3.5.	houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Verhoef en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2010.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>