<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBUTR:2011:BP7706</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T11:42:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BP7706</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Utrecht" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Utrecht</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-02-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16-710339-08</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2011:BP7706">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2011:BP7706</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:49:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-03-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBUTR:2011:BP7706 Rechtbank Utrecht , 23-02-2011 / 16-710339-08</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBUTR:2011:BP7706:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming, valsheid in geschrifte.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBUTR:2011:BP7706:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>RECHTBANK UTRECHT</para>
    <para />
    <para>Sector strafrecht</para>
    <para />
    <para>parketnummer: 16/710339-08</para>
    <para />
    <para>beslissing van de rechtbank d.d. 23 februari 2011</para>
    <para />
    <para>in de ontnemingszaak tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachte],</para>
      <para>geboren op [1944] te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [adres], [woonplaats],</para>
      <para>raadsman mr. M.G. Doornbos, advocaat te Assen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1	 De procedure.</para>
      <para>De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;</para>
      <para>- het strafdossier onder parketnummer 16/710339-08 waaruit blijkt dat [verdachte]</para>
      <para>(vanaf hier: veroordeelde) op 23 februari 2011 door de rechtbank Utrecht is veroordeeld ter zake van medeplegen van valsheid in geschrift en valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, tot de in dat vonnis vermelde straffen;</para>
      <para>- het algemeen proces-verbaal d.d. 13 februari 2008 met daarin op pagina 10-11 de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel ;</para>
      <para>- de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting d.d. 9 februari 2011.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord. Tevens is gehoord de raadsman van de veroordeelde. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2	Het standpunt van de officier van justitie</para>
      <para>De vordering van de officier van justitie strekt tot het aan de veroordeelde opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van € 18.000,00. </para>
      <para>Dit bedrag is als volgt tot stand gekomen. Aan [A] is door [bedrijf] een krediet verstrekt van € 36.500,00. Van dit bedrag heeft [A] € 18.000,00 aan veroordeelde geleend, waarvan niet gebleken is dat dit door veroordeelde is terugbetaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3	Het standpunt van de verdediging</para>
      <para>De verdediging is van mening dat de ontnemingsvordering dient te worden afgewezen. De geldlening van [A] aan veroordeelde betreft een civielrechtelijke leningsovereenkomst en is geen wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4	Het oordeel van de rechtbank</para>
      <para>Op grond van artikel 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht kan het wederrechtelijk verkregen voordeel worden ontnomen in geval voordeel is verkregen door middel van of uit de baten van een strafbaar feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Op basis hiervan kan in het onderhavige geval het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel worden ontnomen. De rechtbank is van oordeel dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen door middel van het door hem gepleegde strafbare feit. Veroordeelde heeft valse documenten opgemaakt  waardoor krediet is verleend aan [A]. Van dit krediet heeft [A] € 18.000,00 geleend aan veroordeelde. Dit bedrag heeft veroordeelde nog niet terugbetaald.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het standpunt van de verdediging dat de geldlening van [A] aan veroordeelde geen wederrechtelijk verkregen voordeel betreft, is onjuist. [A] kon het bedrag van </para>
      <para>€ 18.000,00 pas aan veroordeelde uitlenen op het moment dat aan haar het krediet was afgegeven. Dit krediet is afgegeven mede op grond van de door veroordeelde vervalste salarisspecificatie, vervalste arbeidsovereenkomst en het vervalste dagafschrift.  Op grond hiervan stelt de rechtbank vast dat veroordeelde de € 18.000,00 heeft verkregen door middel van het door hem gepleegde strafbare feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De rechtbank zal het terug te betalen bedrag vaststellen op € 18.000,00.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>5	De wettelijke voorschriften</para>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6	De beslissing</para>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op </para>
      <para>€ 18.000,00;</para>
      <para>- legt veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter grootte van € 18.000,00 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para> </para>
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J. Ebbens, voorzitter, mr. P. Bender en mr. J.M. Bruins, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.F.R. Storij, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 23 februari 2011.</para>
    <para />
    <para>Mr. J. Ebbens is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>