<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBUTR:2011:BP1904</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T02:12:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BP1904</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Utrecht" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Utrecht</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-01-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">296974 / HA ZA 10-2494</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2011:BP1904">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2011:BP1904</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:34:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-01-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBUTR:2011:BP1904 Rechtbank Utrecht , 19-01-2011 / 296974 / HA ZA 10-2494</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBUTR:2011:BP1904:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Door de inwerkingtreding van de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht is de taak van de civiele rechter bij beoordeling van dwangbevelen van bestuursorganen (voor zover deze betrekking hebben op overtredingen die hebben plaatsgevonden na 1 juli 2009 (zoals in casu)) beperkt tot een beoordeling van de executie op de voet van artikel 438 en 438a Rv. Een buitenwerkingstelling van een dwangbevel, zoals eiseres heeft gevorderd, behoort niet tot de bevoegdheden van de civiele rechter als executierechter. Wel is het mogelijk een verbod op de executie van een dwangbevel te vorderen. De rechtbank zal onder de gevorderde buitenwerkingstelling tevens, als het mindere, een verbod op executie van het dwangbevel begrijpen en de vordering, die haar niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, in die zin toewijzen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBUTR:2011:BP1904:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>vonnis</para>
      <para>RECHTBANK UTRECHT</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Sector Civiel</para>
    <para />
    <para>zaaknummer / rolnummer: 296974 / HA ZA 10-2494</para>
    <para />
    <para>Vonnis van 19 januari 2011</para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[eiseres],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. J.M. Walther te Utrecht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de publiekrechtelijke rechtspersoon</para>
      <para>GEMEENTE UTRECHT,</para>
      <para>zetelend te Utrecht,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>1.1.	Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>-	de dagvaarding</para>
      <para>-	het tegen gedaagde verleende verstek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2.	Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
    <para> </para>
    <para>2.	De beoordeling</para>
    <para />
    <para>2.1.	Voor de vordering en de feiten wordt verwezen naar de aan dit vonnis gehechte dagvaarding.</para>
    <para />
    <para>2.2.	Door de inwerkingtreding van de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht is de taak van de civiele rechter bij beoordeling van dwangbevelen van bestuursorganen (voor zover deze betrekking hebben op overtredingen die hebben plaatsgevonden na 1 juli 2009 (zoals in casu)) beperkt tot een beoordeling van de executie op de voet van artikel 438 en 438a Rv. Een buitenwerkingstelling van een dwangbevel, zoals eiseres heeft gevorderd, behoort niet tot de bevoegdheden van de civiele rechter als executierechter. Wel is het mogelijk een verbod op de executie van een dwangbevel te vorderen. De rechtbank zal onder de gevorderde buitenwerkingstelling tevens, als het mindere, een verbod op executie van het dwangbevel begrijpen en de vordering, die haar niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, in die zin toewijzen.</para>
    <para />
    <para>2.3.	De nakosten, waarvan eiseres betaling vordert, zullen op de in het dictum weergegeven wijze worden begroot. De gevorderde wettelijke rente over de nakosten zal - vanwege het verschil in het moment van intreden van verzuim ten aanzien van de in het dictum vermelde onderdelen van de nakosten - als volgt worden toegewezen.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>2.4.	Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding		EUR 	87,93</para>
      <para>- overige explootkosten		0,00</para>
      <para>- vast recht			255,00</para>
      <para>- getuigenkosten		0,00</para>
      <para>- deskundigen			0,00</para>
      <para>- overige kosten			0,00</para>
      <para>- salaris advocaat		452,00 (1,0 punt × tarief EUR 452,00)</para>
      <para>Totaal		EUR 	794,93</para>
    </parablock>
    <para>  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	De beslissing</para>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.1.	verbiedt gedaagde om tot executie van het dwangbevel van 27 augustus 2010 over te gaan,</para>
    <para />
    <para>3.2.	veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op EUR 794,93, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vijftiende dag na datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.4.	veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:</para>
      <para>- EUR 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para>- te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en de veroordeelde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, met een bedrag van EUR 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na voormelde aanschrijving tot de dag van volledige betaling,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.5.	verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
    <para />
    <para>3.6.	wijs af het meer of anders gevorderde.</para>
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn en in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2011.?</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>