<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBUTR:2010:BP9691</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T00:15:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BP9691</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Utrecht" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Utrecht</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-12-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16-604063-09</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2010:BP9691">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2010:BP9691</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:55:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-03-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBUTR:2010:BP9691 Rechtbank Utrecht , 16-12-2010 / 16-604063-09</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBUTR:2010:BP9691:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontucht met minderjarige onder de 16 jaar. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBUTR:2010:BP9691:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>RECHTBANK UTRECHT</para>
    <para />
    <para>Sector strafrecht</para>
    <para />
    <para>parketnummer: 604063-09  </para>
    <para />
    <para>vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 december 2010</para>
    <para />
    <para>in de strafzaak tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachte]</para>
      <para>geboren op [1946] te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende te [woonplaats], [woonadres] </para>
      <para>raadsman mr. J.L.J. Leijendekkers, advocaat te Wijk bij Duurstede</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Onderzoek van de zaak</para>
      <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 2 december 2010, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. De tenlastelegging</para>
      <para>De tenlastelegging, zoals gewijzigd ter terechtzitting van 2 juni 2010, is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
      <para>1. in de periode van 1 december 1991 tot en met 7 oktober 1992 meermalen ontucht heeft gepleegd met zijn neefje [slachtoffer 1] die jonger was dan 16 jaar;</para>
      <para>2. in de periode tussen 7 oktober 1987 tot en met 30 november 1991 meermalen ontucht heeft gepleegd met zijn neefje [slachtoffer 1] die jonger was dan 16 jaar;</para>
      <para>3. een pornofilm heeft getoond  aan zijn neefje [slachtoffer 2] die jonger was dan 16 jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. De voorvragen</para>
      <para>De dagvaarding is geldig.</para>
      <para>De rechtbank is bevoegd.</para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. De beoordeling van het bewijs</para>
      <para>4.1. Het standpunt van de officier van justitie </para>
      <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2. Het standpunt van de verdediging</para>
      <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van de eerste twee ten laste gelegde feiten kan komen en wijst erop dat de verklaring van aangever bij de rechter-commissaris niet overeenkomt met zijn verklaring bij de politie. Zijn verklaringen zijn volgens de verdediging onbetrouwbaar en kunnen niet voor het bewijs worden gebruikt. Verdachte ontkent de feiten te hebben gepleegd. Met betrekking tot het derde ten laste gelegde feit kan, aldus de verdediging, evenmin tot een bewezenverklaring worden gekomen. De verdediging stelt dat uit het dossier volgt dat de aangever in deze zaak ten tijde van het ten laste gelegde reeds de leeftijd van 16 jaar had bereikt. Voor zover de rechtbank niet bewezen mocht achten dat de aangever op het moment van het ten laste gelegde  reeds de leeftijd van 16 jaar had bereikt, is de verdediging van mening dat verdachte redelijkerwijs niet kon vermoeden dat aangever die leeftijd nog niet had bereikt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.3. Het oordeel van de rechtbank </para>
    <para />
    <para>Feiten 1 en 2</para>
    <para />
    <para>De rechtbank gaat op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting uit van de volgende feiten en omstandigheden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[slachtoffer 1], geboren op [1980], heeft op 29 augustus 2008 aangifte gedaan en op 30 november 2008 een klacht ingediend . Op 17 februari 2009 heeft hij  een aanvullende verklaring afgelegd  betreffende seksueel misbruik door zijn oom van zijn zevende tot en met zijn twaalfde jaar. </para>
      <para>Aangever heeft verklaard dat toen hij op ongeveer 8-jarige leeftijd bij verdachte in Leusden logeerde, verdachte hem een seksfilm liet zien, zijn broek losmaakte, met zijn hand in zijn broek ging, wat in zijn onderbroek friemelde en over zijn onderbroek heen aaide over zijn ballen. Later ging hij met zijn hand in zijn onderbroek. Verdachte wreef ook over zijn tepels.  Verder heeft aangever verklaard dat verdachte hem zoende, en ook tongzoende, als aangever bij verdachte in Leusden op bezoek was en verdachte alleen was met aangever.  In zijn aanvullende verklaring heeft aangever verklaard dat dit tongzoenen met verdachte ook bij aangever thuis in Scherpenzeel gebeurde, op verjaardagen van zijn ouders en zijn zusjes, en dat verdachte dan ook in zijn kruis greep en met zijn hand aan zijn piemel zat.  Tevens heeft aangever in zijn aanvullende verklaring verklaard dat verdachte hem heeft gevraagd of hij hem wilde aftrekken en dat hij dit ook heeft gedaan.  Het misbruik is gestopt rond het twaalfde levensjaar van aangever, toen hij in de eerste of tweede klas van het voortgezet onderwijs zat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>In 2008 is aangever met zijn ouders, zijn oom en tante en zijn neef [slachtoffer 2] naar verdachte en zijn vrouw gegaan. De vader van aangever heeft verklaard dat hij toen tegen verdachte heeft gezegd dat verdachte aangever heeft misbruikt en dat zij daarover wilden praten met verdachte.   Door de oom en tante van aangever is verklaard dat aangever tijdens dit gesprek heeft gezegd dat hij als minderjarige seksueel misbruikt is door verdachte.  De vrouw van verdachte heeft bevestigd dat aangever met familie in 2008 bij haar en verdachte thuis op bezoek is geweest en dat deze familie haar man heeft aangesproken op de dingen die hij gedaan zou hebben bij twee neefjes.  en dat aangever toen heeft verklaard dat verdachte met zijn geslachtsdeel heeft gespeeld.  Verdachte heeft nadat aangever weg was tegen haar gezegd: “Wat [slachtoffer 1] (aangever) gezegd heeft, is waar.” Vervolgens is zij met verdachte naar de ouders van aangever gegaan en heeft verdachte tegen de ouders gezegd dat hij er spijt van heeft en zich dood geneert dat dit is gebeurd.  Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij, na het bezoek in 2008 van aangever met zijn ouders, dezelfde avond tegen de ouders van aangever heeft gezegd dat er wel seksuele handelingen hebben plaatsgevonden tussen hem en aangever.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsoverweging</para>
      <para>Met betrekking tot het verweer van de verdediging dat de verklaringen van aangever onbetrouwbaar zijn omdat zijn verklaringen bij de politie afwijken van zijn verklaring bij de rechter-commissaris, overweegt de rechtbank het volgende. Dat aangever bij de rechter-commissaris de gebeurtenissen op een andere manier vertelt en duidt, betekent naar het oordeel van de rechtbank niet dat aangever afwijkend heeft verklaard of dat er bij de rechter-commissaris “bijna niets van over is gebleven” zoals de raadsman betoogt. Zo heeft aangever ook bij de rechter-commissaris verklaard over de volgende handelingen die zich hebben voorgedaan: tongzoenen, broek over en weer losdoen, over aangevers penis wrijven door verdachte en over penis van verdachte wrijven door aangever, het door verdachte met zijn mond over de penis van aangever gaan (met onderbroek aan), het betasten van aangevers kruis en wrijven aan de tepels. Ook de verklaring bijvoorbeeld van aangever bij de rechter-commissaris dat echt aftrekken niet is gebeurd, wijkt naar het oordeel van de rechtbank niet wezenlijk af van hetgeen aangever in zijn aanvullende verklaring bij de politie heeft verklaard. Bij de politie heeft hij verklaard dat hij verdachte heeft afgetrokken in die zin dat hij een paar keer aan verdachtes penis sjorde, maar nooit heeft gemerkt dat verdachte klaar kwam. Bij de rechter-commissaris heeft aangever verklaard dat je het aftrekken kunt noemen, maar dat hij (aangever) erover heen wreef en dat het niet zo was dat zijn hand echt om de piemel heen zat. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat aangever destijds tussen de zeven en twaalf jaar oud was en dat woorden als “aftrekken” pas later (daadwerkelijk) betekenis voor hem hebben gekregen. </para>
      <para>Het enige punt waarop aangever bij de rechter-commissaris wel is teruggekomen ten opzichte van zijn aanvullende verklaring bij de politie betreft het in de mond nemen van aangevers penis door verdachte. Ook die omstandigheid leidt de rechtbank niet tot het oordeel dat de verklaringen van aangever onvoldoende betrouwbaar zijn, nu deze het bij de politie en de rechter-commissaris in dat kader wel over dezelfde gebeurtenis heeft. Aangever verklaart over het kijken naar een pornofilm samen met verdachte, waarbij verdachte op zijn knieën voor hem komt zitten en aangevers penis in zijn mond neemt. Het enige verschil op dit punt tussen de twee verklaringen is de omstandigheid dat het over de broek heen gebeurt (verklaring bij rechter-commissaris) dan wel met onderbroek naar beneden (verklaring bij politie). Gelet op het voorgaande wordt het verweer van de verdediging verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de verdediging is voorts gesteld dat niet duidelijk is wat aangever op de familiebijeenkomst in 2008 heeft gezegd, zodat de over deze bijeenkomst afgelegde verklaringen niet voor het bewijs gebruikt kunnen worden. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de hiervoor weergegeven verklaringen van de vader van aangever, van zijn oom en tante en van de vrouw van verdachte voldoende vaststaat dat op deze familiebijeenkomst is gesproken over het seksueel overschrijdende gedrag van verdachte. De over deze bijeenkomst afgelegde verklaringen - ook de hiervoor door verdachte zelf afgelegde verklaring - kunnen naar het oordeel van de rechtbank dan ook voor het bewijs worden gebruikt.</para>
      <para>De rechtbank acht op grond van de aangifte en de aanvullende verklaring van aangever -gestand gedaan bij de rechter-commissaris - de verklaring van de vrouw van verdachte, de verklaring van de vader van aangever, de verklaringen van zijn oom en tante alsmede de door verdachte jegens de politie afgelegde verklaring wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Feit 3</para>
    <para />
    <para>Aangever [slachtoffer 2], geboren op [1992], heeft op 5 oktober 2008 aangifte gedaan tegen zijn oom, verdachte.  In zijn aangifte heeft hij verklaard dat hij in 2007, toen hij 15 jaar oud was, naar de woning van verdachte in Leusden is gegaan om hem te helpen met zijn laptop en dat verdachte hem toen op deze laptop pornofilms heeft laten zien.  Op die sites waren een neukende man en vrouw te zien en op een gegeven moment kwam er ook een soort bondage.  Verdachte heeft verklaard dat hij in bijzijn van aangever een sekssite op zijn laptop heeft aangeklikt. </para>
    <para />
    <para>De rechtbank acht bewezen dat aangever ten tijde van het gebeurde de leeftijd van 16 jaar nog niet had bereikt. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in de verklaring van aangever bij de politie dat hij één of twee weken na 25 augustus 2007 bij verdachte is geweest om verdachte te helpen met zijn laptop. Dat aangever in 2007 bij verdachte is geweest om hem te helpen met zijn laptop, wordt bevestigd door de vader van aangever.  Voorts heeft verdachte zelf tijdens zijn verhoor bij de politie op 16 februari 2009 verklaard dat aangever ongeveer een jaar, anderhalf jaar geleden bij hem is geweest om hem te helpen met zijn laptop. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht tot slot ook bewezen dat verdachte, gelet op de nauwe familieband tussen hem en aangever (zijn neef) in ieder geval moest vermoeden dat aangever ten tijde van het gebeurde jonger was dan 16 jaar. De rechtbank vindt voor dit oordeel eveneens steun in de verklaring van aangever dat hij, toen hij verdachte ging helpen met zijn laptop, werd opgehaald en thuisgebracht door verdachte.  Desgevraagd heeft aangever expliciet bij de rechter-commissaris verklaard dat hij 15 jaar was en zeker geen zestien omdat hij nog geen brommer had.  Dat verdachte aangever heeft opgehaald en thuisgebracht wordt bevestigd door de vader van aangever.  </para>
      <para>Bewijsoverweging</para>
      <para>De verdediging heeft gesteld dat de verklaringen van aangever omtrent het tijdstip van het gebeurde onbetrouwbaar zijn omdat hij bij de rechter-commissaris heeft verklaard - in tegenstelling tot zijn eerdere verklaring dat hij twee weken na 25 augustus 2007 bij verdachte is geweest - dat er toen hij bij verdachte was een wielerwedstrijd op de televisie was waarin iemand met een gele trui voorop reed. Dit moet, aldus de verdediging, in juli zijn geweest omdat dan de Tour de France wordt gereden. De verdediging heeft met deze stelling naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat de periode waarover aangever verklaart buiten de ten laste gelegde periode valt of op een moment dat aangever 16 jaar of ouder was. Hiertoe overweegt de rechtbank dat de enkele omstandigheid dat er op televisie een wielerwedstrijd te zien was, waarin iemand met een gele trui voorop reed, nog niet de conclusie rechtvaardigt dat die wedstrijd in het kader van de Tour de France plaatsvond, temeer nu aangever bij de rechter-commissaris expliciet verklaart dat het niet in juli is gebeurd. Bovendien heeft aangever ook reeds bij de politie heeft verklaard dat er wielrennen op de televisie was toen hij bij verdachte was.   De rechtbank overweegt voorts dat het enkele feit dat aangever niet op elk moment exact de datum van het strafbare feit kan aangeven nog niet betekent dat zijn verklaring onbetrouwbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.4. De bewezenverklaring</para>
      <para>De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>in de periode van 1 december 1991 tot en met 7 oktober 1992 te Leusden en/of te Scherpenzeel met [slachtoffer 1], geboren op [1980], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het ontuchtig (telkens)</para>
      <para>- betasten van de tepels van die [slachtoffer 1] en/of</para>
      <para>- betasten van de penis van die [slachtoffer 1] en/of</para>
      <para>- betasten van de ballen van die [slachtoffer 1] en/of</para>
      <para>- (tong)zoenen van die [slachtoffer 1]</para>
      <para>- laten betasten en/of aftrekken van zijn, verdachtes penis, door die [slachtoffer 1];</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>in de periode tussen 7 oktober 1987 tot en met 30 november 1991 te Leusden en/of te Scherpenzeel met [slachtoffer 1], geboren op [1980], die toen den leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, (telkens) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het ontuchtig (telkens)</para>
      <para>- betasten van de tepels van die [slachtoffer 1] en/of</para>
      <para>- betasten van de penis van die [slachtoffer 1] en/of</para>
      <para>- betasten van de ballen van die [slachtoffer 1] en/of</para>
      <para>- (tong)zoenen van die [slachtoffer 1]</para>
      <para>- laten betasten en/of aftrekken van zijn, verdachtes penis, door die [slachtoffer 1];</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 1 september 2007 tot en met 30 september 2007 te Leusden een gegevensdrager, bevattende een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft vertoond aan een minderjarige van wie hij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat deze jonger was dan zestien jaar, immers heeft hij toen en daar aan (zijn neefje) [slachtoffer 1], geboren op [1992], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, diverse pornofilms waarin onder andere seksuele/pornografische handelingen tussen verschillende mensen (te weten o.a. penetratie en/of bondage) te zien waren, op zijn laptop laten zien;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. De strafbaarheid</para>
      <para>5.1. De strafbaarheid van de feiten</para>
      <para>Strafbaarheid</para>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.</para>
      <para>Feit 1, feit 2: Telkens, met iemand beneden de leeftijd van 16 jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.</para>
      <para>Feit 3: Een gegevensdrager, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van 16 jaar, vertonen aan een minderjarige van wie de dader redelijkerwijs moet vermoeden , dat deze jonger is dan 16 jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.2. De strafbaarheid van verdachte</para>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6. De strafoplegging</para>
      <para>6.1. De vordering van de officier van justitie</para>
      <para>De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.2. Het standpunt van de verdediging</para>
      <para>De verdediging heeft een aantal persoonlijke omstandigheden van verdachte aangevoerd en de rechtbank verzocht hiermee rekening te houden bij het bepalen van de strafmaat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.3. Het oordeel van de rechtbank</para>
      <para>Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat verdachte zich met name wat betreft de eerste twee ten laste gelegde feiten schuldig heeft gemaakt aan ernstige strafbare feiten. Verdachte heeft het slachtoffer [slachtoffer 1] gedurende een lange periode meerdere malen seksueel misbruikt. Dit misbruik begon toen het slachtoffer slechts 7 à 8 jaar oud was. Verdachte was de oom van het slachtoffer. Hierdoor, maar ook door het grote leeftijdsverschil tussen verdachte en het slachtoffer, verkeerde het slachtoffer in een kwetsbare en afhankelijke positie. </para>
      <para>Omdat het seksueel misbruik plaatsvond binnen de familie van verdachte en het slachtoffer,  heeft het slachtoffer hierover jarenlang niet durven en kunnen spreken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij door zijn handelen een ernstige inbreuk heeft gepleegd op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer [slachtoffer 1]. Verdachte heeft zich hierbij laten leiden door zijn eigen lustgevoelens en geen rekening gehouden met de gevoelens van het slachtoffer. Hiermee heeft verdachte een normale en gezonde ontwikkeling van het slachtoffer in een kwetsbare periode van zijn leven ernstig in gevaar gebracht. Hij zal dat wat hem is overkomen zijn hele leven met zich moeten meedra-gen en het is een feit van algemene bekendheid dat dit vaak, met name als het misbruik gedurende een langere periode heeft plaatsgevonden, langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid. </para>
    <para />
    <para>De rechtbank heeft wat betreft de persoon van verdachte gelet op een de verdachte betreffende rapportage van Reclassering Nederland, Adviesunit Utrecht d.d. 23 mei 2010, opgemaakt door T. Goes. Uit deze rapportage volgt dat verdachte naar aanleiding van deze strafzaak vanaf maart 2009 op vrijwillige basis therapie volgt bij De Waag. Voornoemde rapporteur schat de kans op recidive laag in, maar verwacht dat wanneer de emoties van verdachte wat meer tot bedaren zijn gekomen het recidiverisico mogelijk hoger zal liggen. Voornoemde rapporteur acht een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf de meest geschikte straf. De rechtbank heeft voorts gelet op het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld.</para>
    <para />
    <para>Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, komt de rechtbank tot het oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf voldoende recht doet aan de ernst van de feiten en de persoon van verdachte. </para>
    <para />
    <para>De rechtbank zal verdachte dan ook conform deze eis een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek van voorarrest opleggen, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De rechtbank legt deze voorwaardelijke straf op om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst dezelfde strafbare feiten te plegen. Gelet op het feit dat verdachte reeds op vrijwillige basis een therapie volgt bij De Waag, ziet de rechtbank af van het opleggen van een bijzondere voorwaarde.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>7. De benadeelde partijen</para>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft ter zitting een schadevergoeding gevorderd van Euro 680,-- voor de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. Dit bedrag heeft geheel betrekking op immateriële schade.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.</para>
    <para />
    <para>De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een schadevergoeding gevorderd van Euro 1.530,72 voor het onder 3 ten laste gelegde feit, waarvan Euro 1.500,-- aan immateriële schadevergoeding en Euro 30,72 aan reiskosten.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde immateriële schadevergoeding tot een bedrag van Euro 250,-- kan worden toegewezen. De gevorderde reiskosten ter hoogte van Euro 30,72 kunnen eveneens worden toegewezen. De rechtbank verklaart de vordering van Schuit voor het overige niet-ontvankelijk omdat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen. </para>
      <para>Met betrekking tot de toegekende vordering van [slachtoffer 1] zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>8. De wettelijke voorschriften</para>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 57, 240a en 247 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>9. De beslissing</para>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewezenverklaring</para>
      <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
      <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafbaarheid</para>
      <para>- Feit 1, feit 2: Telkens,  met iemand beneden de leeftijd van 16 jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.</para>
      <para>Feit 3: Een gegevensdrager, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van 16 jaar, vertonen aan een minderjarige van wie de dader redelijkerwijs moet vermoeden , dat deze jonger is dan 16 jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafoplegging</para>
      <para>- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;</para>
      <para>- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partijen</para>
      <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van Euro 680,--,  ter zake van immateriële schade; </para>
      <para>- veroordeelt verdachte in de kosten van [slachtoffer 1] tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van Euro 250,--,  ter zake van immateriële schade en een bedrag van 30,72 ter zake van reiskosten; </para>
      <para>- veroordeelt verdachte in de kosten van [slachtoffer 2] tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van [slachtoffer 2] Euro 280,72 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 5 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;</para>
      <para>- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Bepaalt dat [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk is in de vordering voor wat betreft het overige gedeelte en dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.</para>
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.P. Gerrits-Janssens, voorzitter, mr. H.A. Brouwer en E.C.A. Bakker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.C.J. Evers, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 16 december 2010.</para>
    <para />
    <para>mr. E.C.A. Bakker is buiten staat dit vonnis mee te tekenen</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>