<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBUTR:2010:BO0465</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T21:50:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BO0465</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Utrecht" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Utrecht</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-09-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/442551-09 en 16/444759-07 [P]</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2010:BO0465">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2010:BO0465</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:04:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBUTR:2010:BO0465 Rechtbank Utrecht , 15-09-2010 / 16/442551-09 en 16/444759-07 [P]</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBUTR:2010:BO0465:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte is vrij gesproken van primair poging doodslag, subsidiair poging zware mishandeling en meer subsidiair bedreiging met de dood danwel zware mishandeling. Niet kan worden bewezen dat verdachte op het slachtoffer is ingereden en daarbij extra gas heeft gegeven en hoe groot de afstand was tussen de auto van verdachte en aangever. Daarnaast heeft aangever tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris aangegeven dat hij zich niet bedreigd heeft gevoeld, dat hij niet opzij heeft moeten springen en dat hij geen risico heeft gelopen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBUTR:2010:BO0465:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>RECHTBANK UTRECHT</para>
    <para />
    <para>Sector strafrecht</para>
    <para />
    <para>parketnummer: 16/442551-09 en 16/444759-07 [P]</para>
    <para />
    <para>vonnis van de meervoudige kamer d.d. 13 oktober 2010</para>
    <para />
    <para>in de strafzaak tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachte],</para>
      <para>geboren op [1987] te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [adres], [woonplaats].</para>
      <para>raadsman mr. R.G.J. Booij, advocaat te De Meern</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1	Onderzoek van de zaak</para>
      <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 29 september 2010, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2	De tenlastelegging</para>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>16/442551-09</para>
      <para>Primair:		heeft geprobeerd [slachtoffer] te doden door met een auto op hem in te rijden</para>
      <para>Subsidiair:		heeft geprobeerd [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te 	brengen door met een auto op hem in te rijden</para>
      <para>Meer subsidiair:  	[slachtoffer] heeft bedreigd met de dood danwel zware mishandeling door opzettelijk met een auto op hem in te rijden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>16/444759-07</para>
      <para>[slachtoffer 2] heeft bedreigd door te zeggen: “Ik ga je neerschieten, neersteken en ga je slaan. Straks lig je in een kist van zes bij zes meter”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3	De voorvragen</para>
      <para>De dagvaarding is geldig.</para>
      <para>De rechtbank is bevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging ten aanzien van parketnummer 16/442551-09. Over de ontvankelijkheid van de officier van justitie ten aanzien van parketnummer 16/444759-07 zal hieronder onder 4.3 geoordeeld worden aangezien het betreffende feit geseponeerd is onder de voorwaarde dat verdachte tijdens de aan het sepot verbonden proeftijd geen strafbaar feit beging en hieronder eerst aan de orde komt of verdachte in deze proeftijd een strafbaar feit heeft gepleegd.</para>
    <para> </para>
    <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
    <para>4	De beoordeling van het bewijs</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.1	Het standpunt van de officier van justitie</para>
      <para>De officier van justitie acht het feit (parketnummer 16/442551-09) niet wettig en overtuigend bewezen, nu de getuigenverklaringen te veel mogelijkheden open laten. Onduidelijk is gebleven hoe hard verdachte met de auto heeft gereden, of verdachte heeft zijn snelheid heeft opgevoerd en of verdachte heeft moeten uitwijken voor [slachtoffer]. Tevens is onduidelijk gebleven wat de afstand van de auto tot [slachtoffer] is geweest. Er is derhalve niet vast te stellen wat er precies is gebeurd. Ook gelet op de verklaring van [slachtoffer] bij de rechter-commissaris, eist de officier van justitie volledige vrijspraak.</para>
      <para>De tweede zaak (parketnummer 16/444759-07) kan wettig en overtuigend bewezen worden. De officier van justitie eist echter volledige vrijspraak voor het feit met parketnummer 16/442551-09, waardoor hij in de zaak met parketnummer 16/444759-07 niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging gezien het voorwaardelijk sepot van deze zaak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2	Het standpunt van de verdediging</para>
      <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het tenlastegelegde onder parketnummer 16/442551-09 en wijst daarbij op het feit dat de snelheid waarmee verdachte heeft gereden niet kan worden vastgesteld. Tevens blijkt uit de verklaring van het vermeende slachtoffer dat hij zelf niet van mening was dat hij risico liep, er geen noodzaak was om opzij te springen en hij het gebeurde niet als bedreigend heeft ervaren. Verdachte heeft niemand geraakt en ook niet te hard gereden, en volgens de inzittenden zelfs de scooters actief ontweken. Daarbij dient overigens meegenomen te worden dat er sprake was van een ernstige mate van eigen schuld als het gaat om het mogelijke risico voor lijf en goed, doordat de groep jongens met scooters de openbare weg blokkeerden. Uit de verschillende verklaringen is geen eenduidig beeld te reconstrueren over afstanden, snelheid en het concrete gevaar. Tevens ontbreekt ieder wettig bewijs voor opzet om iemand te bedreigen, laat staan te verwonden of te doden. De verdediging verzoekt derhalve verdachte vrij te spreken van het primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van het tenlastegelegde onder parketnummer 16/444759-07 is de verdediging van mening dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk is in haar vervolging. Verdachte heeft zich aan beide voorwaarden van het voorwaardelijk sepot gehouden. Daarnaast is er sprake van een onnodige lange, aan het Openbaar Ministerie toe te rekenen langzame rechtsgang, hetgeen tevens tot niet-ontvankelijkheid moet leiden. </para>
      <para>Indien de rechtbank van mening is dat het Openbaar Ministerie wel ontvankelijk is, is er sprake van wettig en overtuigend bewijs.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.3	Het oordeel van de rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vrijspraak</para>
      <para>De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder parketnummer 16/442551-09 tenlastegelegde feit heeft begaan op grond van de reeds door de officier van justitie en de verdediging aangedragen punten dat niet is komen vast te staan hoe hard verdachte heeft gereden, of hij extra gas heeft gegeven en hoe groot de afstand was tussen de auto van verdachte en aangever. Daarnaast heeft aangever tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris aangegeven dat hij zich niet bedreigd heeft gevoeld, dat hij niet opzij heeft moeten springen en dat hij geen risico heeft gelopen. De rechtbank zal verdachte  dan ook voor dit feit vrijspreken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorwaardelijk sepot 16/444759-07</para>
      <para>Aan verdachte wordt bedreiging van mevrouw [slachtoffer 2] ten laste gelegd. Destijds is er een ‘kennisgeving voorwaardelijk niet vervolging’ afgegeven met de voorwaarden dat verdachte zich gedurende de proeftijd van 2 jaren niet aan enig strafbaar feit zal schuldig maken dan wel op andere wijze zich zal misdragen en dat hij zich gedurende de proeftijd zal houden aan de aanwijzingen van de Reclassering, ook als dit zal inhouden een ambulante behandeling van een forensische polikliniek en zich zal houden aan de afspraken die met hem daaromtrent worden gemaakt. </para>
      <para>Deze strafzaak is aangebracht vanwege het feit dat verdachte één van de voorwaarden zou hebben overtreden door het opnieuw plegen van een strafbaar feit, tenlastegelegd onder parketnummer 16/442551-09. Nu de rechtbank tot het oordeel is gekomen dat verdachte zal worden vrij gesproken van dat feit, is er geen sprake meer van het overtreden van deze voorwaarde. De officier van justitie dient dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vervolging in de zaak met parketnummer 16/444759-07.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5	De beslissing</para>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vrijspraak</para>
      <para>- spreekt verdachte vrij van het onder 16/442551-09 tenlastegelegde feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart de officier van justitie niet ontvankelijk in de vervolging van verdachte voor het onder parketnummer 16/444759-07 tenlastegelegde feit;</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert, voorzitter, mr. N.E.M. Kranenbroek en mr. J. Ebbens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.E. Braam-van Toll, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 13 oktober 2010.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>