<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBUTR:2008:BD9797</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T19:15:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BD9797</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Utrecht" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Utrecht</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2008-08-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">247647/ HA ZA 08-836</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=1021&amp;g=2008-08-13">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 1021</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=1022&amp;g=2008-08-13">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 1022</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2008:BD9797">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2008:BD9797</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T03:07:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2008-08-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBUTR:2008:BD9797 Rechtbank Utrecht , 13-08-2008 / 247647/ HA ZA 08-836</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBUTR:2008:BD9797:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevoegdheidsincident ivm arbitraal beding, niet getekende overeenkomst waarin arbitragebeding is opgenomen, toch binding ivm latere overeenkomst.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBUTR:2008:BD9797:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>vonnis</para>
      <para>RECHTBANK UTRECHT</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Sector handels- en familierecht</para>
    <para />
    <para>zaaknummer / rolnummer: 247647 / HA ZA 08-836</para>
    <para />
    <para>Vonnis in incident van 13 augustus 2008</para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[eiser],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>eiser in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerder in het incident,</para>
      <para>procureur mr. J.H. Six-van der Werf,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	[gedaagde sub 1],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>2.	[gedaagde sub 2],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>3.	[gedaagde sub 3],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagden in de hoofdzaak,</para>
      <para>eisers in het incident,</para>
      <para>procureur mr. M.C. Franken-Schoemaker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagden c.s.] genoemd worden.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>1.1.	Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>-	de dagvaarding</para>
      <para>-	de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring</para>
      <para>-	de incidentele conclusie van antwoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2.	Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	De beoordeling in het incident</para>
      <para>2.1.	[gedaagden c.s.] vorderen dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Zij voeren daartoe aan dat het aanhangig gemaakte geschil voortvloeit uit de maatschap die heeft bestaan tussen hen en [eiser]. In de voormalig maatschapovereenkomst d.d. 1 september 2005 is als artikel 16 een arbitragebeding opgenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.2.	[eiser] voert verweer. Hij stelt dat de maatschapovereenkomst van 1 september 2005 nooit door hem is ondertekend, omdat hij het met de inhoud daarvan niet eens was. Er is volgens [eiser] dan ook geen arbitraal beding overeengekomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.3.	Indien partijen zijn overeengekomen dat een geschil tussen hen door arbiters zal worden beslecht, verklaart de rechtbank zich onbevoegd (artikel 1022 Rv). Tussen partijen staat vast dat zij met elkaar een maatschap hebben gevormd, die door [eiser] begin 2007 is opgezegd. Eveneens staat vast dat partijen vervolgens afspraken met elkaar hebben gemaakt omtrent de beëindiging van de samenwerking en dat die afspraken zijn vastgelegd in een overeenkomst van 16 februari 2007. Partijen hebben deze overeenkomst onder meer gesloten in aanmerking nemende “dat partijen 1 t/m 4 (tevens partijen in deze procedure, toev. rb.) een maatschap zijn aangegaan, vastgelegd bij een maatschapovereenkomst per 01-09-2005.”</para>
      <para>Bij de afwikkeling van de samenwerking hebben partijen derhalve rekening gehouden met de in de maatschapovereenkomst van 1 september 2005 opgenomen bepalingen, wat ook blijkt uit de verdere bepalingen van de overeenkomst van 16 februari 2007. Op grond van deze omstandigheid is de rechtbank van oordeel dat [eiser] de in de maatschapovereenkomst van 1 september 2005 weergegeven bepalingen, voor zover daar nadien niet van is afgeweken, heeft aanvaard. Onderdeel van die bepalingen is een beding dat voorziet in arbitrage. De omstandigheid dat de maatschapovereenkomst van 1 september 2005 niet is ondertekend door [eiser], is voor de geldigheid van een arbitraal beding niet van doorslaggevend belang. Op grond van artikel 1021 Rv is immers voor het bestaan van een arbitrageovereenkomst niet vereist dat het geschrift waaruit blijkt dat arbitrage is overeengekomen door beide partijen is ondertekend. De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat het in de maatschapovereenkomst van 1 september 2005 opgenomen arbitragebeding gelding heeft tussen partijen. De rechtbank zal zich om die reden onbevoegd verklaren om van het onderhavige geschil kennis te nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.4.	[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	De beslissing</para>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het incident</para>
      <para>3.1.	verklaart zich onbevoegd van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2.	veroordeelt [eiser] in de kosten van het incident, aan de zijde van [gedaagden c.s.] tot op heden begroot op EUR 384,00.</para>
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.W.M. de Wolf en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2008.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>