<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBUTR:2008:4152</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T19:37:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-05-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Utrecht" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Utrecht</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2008-12-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/727</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2008:4152">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2008:4152</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-05-27T14:46:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBUTR:2008:4152 Rechtbank Utrecht , 19-12-2008 / 08/727</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBUTR:2008:4152:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>overtreding huisvestingswet</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBUTR:2008:4152:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">uitspraak</emphasis>
  </para>
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK UTRECHT</emphasis>
  </para>
  <para />
  <para>Sector bestuursrecht</para>
  <para />
  <para>zaaknummer: 08/727</para>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer d.d. 19 december 2008.</emphasis>
  </para>
  <para />
  <para>inzake</para>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="bold">
      [eiser],</emphasis>
  </para>
  <para>wonende te [woonplaats],</para>
  <para>eiser,</para>
  <para />
  <para>tegen</para>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="bold">Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht,</emphasis>
  </para>
  <para>verweerder.</para>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="bold">Inleiding</emphasis>
  </para>
  <para>1.1 Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 25 januari 2008 (het</para>
  <para>bestreden besluit) waarbij verweerder het bezwaar van eiser tegen het besluit van</para>
  <para>4 september 2007 (het besluit in primo) ongegrond heeft verklaard. Bij laatstgenoemd besluit</para>
  <para>heeft verweerder eiser een last onder dwangsom opgelegd met betrekking tot het gebruik van</para>
  <para>het pand aan de Lessinglaan 1 te Utrecht (verder het pand) als kamerverhuurpand zonder de</para>
  <para>daarvoor vereiste ornzettingsvergunning.</para>
  <para />
  <para>1.2 [A], [B], [C], [D], [E], [F] en</para>
  <para>drs. [G] (direct omwonenden) nemen deel aan de procedure als derdebelanghebbenden.</para>
  <para />
  <para>1.3 Het beroep is behandeld ter zitting van 5 november 2008, waar eiser in persoon is</para>
  <para>verschenen. Namens verweerder is verschenen mr. S. Ramdoelare Tewari, werkzaam bij de</para>
  <para>gemeente Utrecht. Geen van de belanghebbenden is verschenen.</para>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="bold">Overwegingen.</emphasis>
  </para>
  <para>2.1 Eiser is sinds 13 april 2007 eigenaar van het pand, dat onderdeel uitmaakt van een</para>
  <para>appartementencomplex. Eiser heeft gebruik gemaakt van de diensten van het bedrijf</para>
  <para>4-Freedom, voor de verhuur van het pand. Er zijn verschillende advertenties geplaatst waarin</para>
  <para>kamers te huur zijn aangeboden in het pand, onder meer op de websites Kamernet.nl en</para>
  <para>Marktplaats.nl. Op 24 mei 2007 is bij notariële akte de vereniging" Les één" (verder: de</para>
  <para>woongroep) opgericht. De woongroep is op 24 mei 2007 ingeschreven in het register van de</para>
  <para>Kamer van Koophandel. Op 1 juni 2007 is het huishoudelijk reglement van de woongroep</para>
  <para>vastgesteld. De woongroep heeft op 24 mei 2007 een huurovereenkomst gesloten met eiser.</para>
  <para>Op 5 en 6 juni 2007 hebben voornoemde belanghebbenden (omwonenden) verweerder</para>
  <para>verzocht handhavend op te treden tegen eiser, wegens het ontbreken van een</para>
  <para>ornzettingsvergunning. Dit heeft geleid tot het bestreden besluit, waaraan ten grondslag ligt</para>
  <para>dat eiser, zonder in het bezit te zijn van een ornzettingsvergunning, het pand exploiteert als</para>
  <para>kamerverhuurpand.</para>
  <para />
  <para>2.2 Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Huisvestingswet (Hvw) stelt de gemeenteraad -</para>
  <para>voor zover hier van belang- een huisvestingsverordening vast, indien het naar het oordeel</para>
  <para>van de gemeenteraad noodzakelijk is regelen te stellen met betrekking tot wijzigingen van de</para>
  <para>woonruimtevoorraad.</para>
  <para />
  <para>Ingevolge artikel 30, eerste lid, aanhef en onder c, van de Hvw is het verboden een</para>
  <para>woonruimte die behoort tot een door de gemeenteraad in de huisvestingsverordening daartoe</para>
  <para>met het oog op het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad aangewezen</para>
  <para>categorie, zonder vergunning van burgemeester en wethouders van zelfstandige in</para>
  <para>onzelfstandige woonruimte om te zetten.</para>
  <para />
  <para>Ingevolge artikel 31 van de Hvw wordt een vergunning als bedoeld in artikel 30, eerste lid,</para>
  <para>verleend, tenzij het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad</para>
  <para>groter is dan het met het onttrekken aan de bestemming tot bewoning gediende belang en het</para>
  <para>belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad niet door het stellen</para>
  <para>van voorwaarden en voorschriften voldoende kan worden gediend.</para>
  <para />
  <para>Ingevolge 3.1.2 aanhef en onder c, van de Regionale Huisvestingsverordening van het</para>
  <para>Bestuur Regio Utrecht (hierna: de Verordening), vastgesteld op 20 december 2006 en in</para>
  <para>werking getreden op 1 januari 2007, is het verboden om zonder vergunning een woonruimte,</para>
  <para>aangewezen in artikel 3.1.1, van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten.</para>
  <para />
  <para>Ingevolge 3.1.2 aanhef en onder c, van de Regionale Huisvestingsverordening van het</para>
  <para>Bestuur Regio Utrecht (hierna: de Verordening 2008), vastgesteld op 21 december 2007 en</para>
  <para>in werking getreden op 1 januari 2008, is het verboden om zonder vergunning een</para>
  <para>woonruimte, aangewezen in artike13.1.l, van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om</para>
  <para>te zetten.</para>
  <para />
  <para>Artikel 3.1.4, eerste lid, van de Verordening bepaalt dat burgemeester en wethouders de</para>
  <para>vergunning verlenen, indien naar hun oordeel het met de onttrekking, samenvoeging of</para>
  <para>omzetting gediende belang groter is dan het belang van het behoud of de samenstelling van</para>
  <para>de woonruimtevoorraad.</para>
  <para />
  <para>Artikel 3.1.4, tweede lid, van de Verordening bepaalt dat, indien burgemeester en</para>
  <para>wethouders hebben vastgesteld, dat het met de onttrekking, samenvoeging of omzetting</para>
  <para>gediende belang minder zwaar weegt dan het belang van het behoud of de samenstelling van</para>
  <para>de woonruimtevoorraad, de vergunning wordt verleend indien aanvrager:</para>
  <para>a. bereid is compensatie te.bieden als bedoeld in art. 3.1.5 en</para>
  <para>b. aan de door burgemeester en wethouders in het belang van de voorziening in de behoefte</para>
  <para>aan woonruimte verband houdende voorwaarden en voorschriften is voldaan.</para>
  <para />
  <para>Artikel 3.1.5, eerste lid, van de Verordening bepaalt dat compensatie moet worden geboden</para>
  <para>door het toevoegen aan de woningvoorraad van andere, vervangende woonruimte die naar</para>
  <para>het oordeel van burgemeester en wethouders gelijkwaardig is aan de te onttrekken</para>
  <para>woonruimte.</para>
  <para />
  <para>Artikel 3.1.5, derde lid, van de Verordening bepaalt dat indien en voor zover de compensatie</para>
  <para>als bedoeld in het eerste lid niet mogelijk is, de aanvrager een fmanciële bijdrage is</para>
  <para>verschuldigd onder nadere bepaling van de hoogte van die bijdrage voor onder meer</para>
  <para>omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte.</para>
  <para />
  <para>In de artikelsgewijze toelichting op de Verordening wordt het begrip huishouden toegelicht</para>
  <para>als: een alleenstaande, of twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke</para>
  <para>huishouding voeren of willen gaan voeren.</para>
  <para />
  <para>In de artikelsgewijze toelichting bij de Verordening 2008 is onder lid 44 opgenomen: (voor</para>
  <para>zover hier van belang): een woongroep wordt gedefinieerd als een groep van twee of meer</para>
  <para>meerderjarige personen die de bedoeling hebben om bestendig, voor onbepaalde tijd, een met</para>
  <para>een gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband met elkaar aan te gaan. Ieder lid is</para>
  <para>ingeschreven als woningzoekende en draagt bij in het gebruik van voorzieningen als keuken</para>
  <para>en sanitair. De woongroep staat tenminste 1 jaar als groep geregistreerd op de lijst van</para>
  <para>woningzoekenden of heeft langer dan 1 jaar op hetzelfde adres gewoond. Een woongroep is</para>
  <para>georganiseerd in een rechtspersoon en beschikt over een gezamenlijke rekening waarvan de</para>
  <para>vaste lasten en dagelijkse uitgaven worden betaald, zoals de huur.</para>
  <para />
  <para>2.3 Tussen partijen is niet in geschil dat een zelfstandige woning, zoals het pand van eiser,</para>
  <para>door een huishouden zonder omzettingsvergunning mag worden bewoond. Hetgeen partijen</para>
  <para>verdeeld houdt is het antwoord op de vraag of de woongroep valt onder het begrip</para>
  <para>huishouden, zoals omschreven in de Verordening en/of de Verordening 2008.</para>
  <para />
  <para>2.4 Verweerder heeft aangevoerd dat de Verordening 2008 van toepassing is, omdat deze</para>
  <para>per 1 januari 2008 in werking is getreden en geen overgangsrecht kent. Eiser heeft zich op</para>
  <para>het standpunt gesteld nu de aanvraag in 2007 is gedaan en het primaire besluit is genomen</para>
  <para>met toepassing van de Verordening, de heroverweging in bezwaar dient te geschieden onder</para>
  <para>toepassing van die Verordening. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval een</para>
  <para>uitzondering moet worden gemaakt op de hoofdregel dat het recht en de wet van toepassing</para>
  <para>zijn zoals die luiden ten tijde van het nemen van het bestreden besluit. Daarbij is van belang</para>
  <para>dat de artikelsgewijze toelichting in de Verordening 2008 is gewijzigd ten opzichte van de</para>
  <para>artikelsgewijze toelichting bij de Verordening. De wettelijke term 'huishouden' is in beide</para>
  <para>Verordeningen gelijk gebleven, maar in de artikelsgewijze toelichting in de Verordening</para>
  <para>2008 is bovengenoemde definitie van een woongroep (aan te merken als huishouden)</para>
  <para>opgenomen. De woongroep voldoet naar het oordeel van de rechtbank niet aan het begrip</para>
  <para>'huishouden' indien daarbij de definitie wordt betrokken zoals neergelegd in de Verordening</para>
  <para>2008. Aangezien toepassing van de (artikelsgewijze toelichting van de) Verordening 2008</para>
  <para>nadelig uitwerkt voor eiser, zal de rechtbank bij de toetsing van het bestreden besluit alleen</para>
  <para>acht slaan op de toelichting bij de Verordening. Verweerder hanteerde ten tijde van de</para>
  <para>Verordening het volgende uitgangspunt ten aanzien van een woongroep: voor een groep</para>
  <para>mensen die als een vereniging of een woongroep wil samenleven teneinde een duurzaam</para>
  <para>gemeenschappelijk huishouden te (willen) voeren is kenmerkend dat zij doorgaans om</para>
  <para>sociaal-medische, ideologische of religieuze redenen (willen) samenwonen met de bedoeling</para>
  <para>om bestendig voor onbepaalde tijd, een met een huishouden vergelijkbaar</para>
  <para>samenlevingsverband met elkaar aan te gaan, en waar de leden zelf, zonder tussenkomst van</para>
  <para>derden zoals de verhuurder, bepalen wie zij als lid van de vereniging of groep selecteren,</para>
  <para>toelaten of weigeren.</para>
  <para />
  <para>2.5 Eiser heeft aangevoerd dat sprake is van een woongroep met een duurzaam karakter,</para>
  <para>gelet op (onder meer) de rechtspersoonlijkheid, de statuten, de inschrijving bij de Kamer van</para>
  <para>Koophandel en het huishoudelijk reglement van de woongroep. Bovendien mocht eiser, gelet</para>
  <para>op de brief van de gemeente van 26 februari 2007, er op vertrouwen dat voor het bewonen</para>
  <para>van het pand door de woongroep, geen omzettingsvergunning vereist was. Eiser heeft er</para>
  <para>voorts op gewezen dat verweerder heeft nagelaten aan te tonen waarom de woongroep niet</para>
  <para>onder verweerders definitie van een woongroep past. Tot slot heeft eiser aangevoerd dat de</para>
  <para>omstandigheid dat de leden van de woongroep studenten zijn, niet van belang is voor het</para>
  <para>vaststellen van de duurzaamheid van het karakter van de woongroep. Naar de mening van</para>
  <para>eiser blijkt uit niets dat de studenten na het afronden van de studie de woongroep zouden</para>
  <para>willen verlaten. Eiser heeft geconcludeerd dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven.</para>
  <para />
  <para>2.6 De rechtbank volgt eiser hier niet in. Ten aanzien van de brief van een medewerker van</para>
  <para>de gemeente Utrecht van 26 februari 2007 overweegt de rechtbank als volgt. In voornoemde</para>
  <para>brief is vermeld dat de woongroep 4-Freedom binnen de definitie van het begrip</para>
  <para>"huishouden" in de Verordening past en dat derhalve voor het gebruik door de betreffende</para>
  <para>woongroep van een pand geen omzettingsvergunning vereist is. De rechtbank volgt</para>
  <para>verweerder in het standpunt dat deze brief een andere woongroep betreft, gelet op de datum</para>
  <para>van de brief en de vermelding dat het om woongroep 4-Freedom gaat. Voorts blijkt uit de</para>
  <para>brief geenszins dat het een woongroep van studenten betreft, of dat er mogelijk andere</para>
  <para>overeenkomsten zijn met het onderhavige geval. De rechtbank is van oordeel dat eiser aan</para>
  <para>voornoemde brief niet het gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen dat voor de bewoning</para>
  <para>door de woongroep van het pand geen omzettingsvergunning vereist was.</para>
  <para />
  <para>2.7 Ook het verdere betoog van eiser faalt. De rechtbank is van oordeel dat verweerder</para>
  <para>terecht geen zodanige continuïteit in de samenstelling van de woongroep en de onderlinge</para>
  <para>verbondenheid van de leden ervan heeft aangenomen dat hun huishouden als duurzame</para>
  <para>gemeenschappelijke huishouding in de zin van de Verordening is aan te merken. De</para>
  <para>rechtbank acht hiertoe (onder meer) de geplaatste advertenties voor kamerverhuur voor</para>
  <para>studenten en de omstandigheid dat er een vaste indeling bestaat van de kamers met</para>
  <para>bijbehorende huurprijs, vastgesteld door de verhuurder, van belang. De rechtbank is van</para>
  <para>oordeel dat verweerder uit alle omstandigheden heeft mogen afleiden dat het samenwonen in</para>
  <para>dit geval in overwegende mate wordt bepaald door de wens om gedurende (een gedeelte van)</para>
  <para>de studietijd over huisvesting in Utrecht te beschikken en dat de bewoners niet de bedoeling</para>
  <para>hebben om bestendig, voor onbepaalde tijd, een met een gezinsverband vergelijkbaar</para>
  <para>samenlevingsverband met elkaar aan te gaan. De rechtspersoonlijkheid, de statuten, de</para>
  <para>inschrijving in de Kamer van Koophandel en het huishoudelijk reglement van de Vereniging</para>
  <para>" Les één" doen hier niet aan af. De rechtbank vindt bevestiging in dit oordeel in het gegeven</para>
  <para>dat verweerder ter zitting ter onderbouwing van zijn standpunt een overzicht uit het</para>
  <para>bevolkingsregister heeft overgelegd, waaruit (onder meer) blijkt dat de zeven leden van de</para>
  <para>woongroep nog geen jaar gezamenlijk op het adres hebben gewoond en dat drie van de zeven</para>
  <para>leden binnen kort tijd weer vertrokken zijn, waarvan twee binnen eenjaar. Voorts blijkt uit</para>
  <para>dit overzicht dat binnen dertien maanden na oprichting van de woongroep, twee nieuwe</para>
  <para>bewoners in het pand zijn gaan wonen die niet behoorden tot de oorspronkelijke woongroep.</para>
  <para />
  <para>2.8 Gelet op het voorgaande valt de woongroep dan ook niet onder het begrip huishouden,</para>
  <para>zoals omschreven in de Verordening en/of de Verordening 2008 en is sprake van overtreding</para>
  <para>van de Huisvestingswet en de Verordening. Verweerder was dan ook bevoegd handhavend op te</para>
  <para>treden. Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van</para>
  <para>overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met</para>
  <para>bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid</para>
  <para>gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het</para>
  <para>bestuursorgaan worden gevergd, dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht</para>
  <para>op legalisering bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in</para>
  <para>verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie</para>
  <para>behoort te worden afgezien. Verweerder heeft aangegeven dat het volkshuisvestelijk belang</para>
  <para>bij behoud van zelfstandige woonruimte groot is. Verweerder heeft daarbij vermeld dat eiser</para>
  <para>niet in het bezit is van een omzettingsvergunning en deze niet heeft aangevraagd. Voorts</para>
  <para>heeft eiser geen reële compensatie aangeboden, zoals bedoeld in voornoemde artikelen van</para>
  <para>de Verordening. Er is derhalve geen concreet zicht op legalisatie. Verweerder heeft geen</para>
  <para>redenen gezien geen voorrang te verlenen aan het volkshuisvestelijk belang bij behoud van</para>
  <para>zelfstandige woonruimte. De rechtbank is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die</para>
  <para>voor verweerder aanleiding hadden moeten zijn om van handhavend optreden af te zien.</para>
  <para />
  <para>2.9 Hetgeen eiser in beroep heeft aangevoerd kan, gelet op het voorgaande, niet leiden tot</para>
  <para>vernietiging van het bestreden besluit. De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren. De</para>
  <para>rechtbank ziet geen aanleiding om verweerder in de proceskosten te veroordelen.</para>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="bold">Beslissing</emphasis>
  </para>
  <para>De rechtbank,</para>
  <para />
  <para>3.1 verklaart het beroep ongegrond;</para>
  <para />
  <para>Aldus vastgesteld door mr. E.P de Beij en in het openbaar uitgesproken op 19 december</para>
  <para>2008.</para>
  <para />
  <para>De griffier:</para>
  <para>De griffier is verhinderd deze uitspraak</para>
  <para>mede te ondertekenen</para>
  <para>J. Westland</para>
  <para />
  <para>Afschrift verzonden op: 1 9 DEC 7008</para>
  <para />
  <para>Tegen de beslissing op beroep staat, binnen zes weken na de dag van verzending hiervan, voor</para>
  <para>belanghebbenden hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State,</para>
  <para>Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.</para>
  <para>De uitspraak van de rechtbank is bindend tussen partijen. Die binding heeft ook betekenis bij</para>
  <para>een eventueel vervolg van deze procedure, bijvoorbeeld indien het beroep gegrond wordt</para>
  <para>verklaard en verweerder een nieuw besluit moet nemen. Als een partij niet met hoger beroep</para>
  <para>opkomt tegen een oordeel van de rechtbank waarbij uitdrukkelijk en zonder voorbehoud een</para>
  <para>standpunt van die partij is verworpen, staat de bestuursrechter die partij in beginsel niet toe</para>
  <para>dat standpunt in een latere fase van de procedure opnieuw in te nemen.</para>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>