<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBUTR:2004:1844</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-01T11:16:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Utrecht" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Utrecht</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2004-05-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">330988 EJ VERZ 03-9807</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2004:1844">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2004:1844</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-22T08:59:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBUTR:2004:1844 Rechtbank Utrecht , 19-05-2004 / 330988 EJ VERZ 03-9807</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBUTR:2004:1844:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoeker wil een schuifpui aanbrengen, vve stemt niet in. Vervangende machtiging verzocht, maar afgewezen. Bijzondere architectuur pand. Vve had een redelijke grond voor weigeren toestemming. Geen oordeel architect overgelegd die dit anders maakt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBUTR:2004:1844:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Rekestnr. 330988 EJ VERZ 03-9807	- )  -</para>
  <parablock>
    <para>RECHTBANK UTRECHT SECTOR KANTON, LOCATIE UTRECHT</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Beschikking in de zaak  van:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [verzoekende partij]
    </para>
    <para>beiden wonende te [woonplaats] , <emphasis role="underline">verzoekende partij,</emphasis></para>
    <para>verder ook te  noemen  verzoekers</para>
    <para>gemachtigde: mr. J. van Andel, advocaat te Driebergen, </para>
    <para>tegen:</para>
    <para>de vereniging van eigenaars [verwerende partij] , gevestigd  te [woonplaats] ,</para>
    <para>
      <emphasis role="underline">verwerende partij</emphasis>
    </para>
    <para>verder ook te noemen de vve,</para>
    <para>gemachtigde: mr. G. Lenters, advocaat te Arnhem.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Verloop  van  de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekende partij heeft op 9 december 2003 een verzoekschrift ingediend. Verwerende  partij  heeft  een  verweerschrift ingediend.</para>
      <para>De mondelinge  behandeling  heeft  plaatsgevonden ter zitting van 21 januari  2004. Daarvan is aantekening gehouden. De beslissing is aangehouden teneinde verzoekers de gelegenheid  te geven de architect te raadplegen  en het verzoek te wijzigen  of aan  te vullen. Zij hebben  daarvan  geen gebruik  gemaakt.  De vve heeft  beschikking  gevraagd, die  is  bepaald  op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek en  het  verweer</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>Verzoekers vragen vervangende machtiging van de kantonrechter voor de door de vve geweigerde toestemming om een verandering aan te brengen in hun appartement, behorende tot de vve. De verandering behelst, kort gezegd, het aanbrengen van een hardglazen schuifpui aan de linkerkant van hun op de begane grond gelegen terras, zulks ter bescherming tegen de ter plaatste zeer hinderlijke wind die thans het gebruik van dit terras ernstig belemmert en voorts als bescherming tegen inbraak. Volgens verzoekers maakt de door hen gewenste verandering geen inbreuk op het uiterlijk van het gebouw (eigendom van de vve) waartoe hun appartement behoort en veroorzaakt het evenmin het risico van schade aan de constructie. Nu de verhouding  tussen eigenaren in een vereniging wordt beheerst door de redelijkheid en billijkheid kan de vve haar toestemming niet zonder redelijke grond onthouden. Een zodanige grond   ontbreekt. Op andere plaatsen in het gebouw zijn voorzieningen vergelijkbaar met die welke verzoekers wensen aanwezig.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>De vve voert verweer. Zij stelt, kort gezegd, dat de door verzoekers gewenste voorziening wel degelijk wijziging brengt in het architectonische uiterlijk van het gebouw en voorts schade (er moet in het  bovenliggende  balkon worden geboord om rails aan te brenn)</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>zou veroorzaken. Het pand is onder een bijzondere architectuur gebouwd en het aanbrengen van een rechte schuifpui brengt daarin een ontoelaatbare verandering. Terecht heeft dan ook de we haar toestemming geweigerd. Onjuist is, aldus de vve, ook de stelling dat op andere plaatsen (bij de balkons) in het gebouw vergelijkbare voorzieningen aanwezig zouden zijn. Het gaat daar (slechts) om halfhoge borstweringen die bovendien deel uitmaken van het ontwerp van de  architect.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>Juist is het uitgangspunt van verzoekers dat artikel 5:121 BW is te beschouwen als een bijzondere uitwerking van het beginsel dat de verhouding tussen mede-eigenaars wordt beheerst door redelijkheid en billijkheid. Juist is ook dat dit beginsel meebrengt dat de voor verzoekers vereiste toestemming van de we om veranderingen in hun appartement aan te mogen brengen, niet zonder redelijke grond door de vve kan worden geweigerd. Juist is echter niet dat een en ander meebrengt dat de kantonrechter een open afweging zou kunnen maken tussen het belang van verzoekers bij het aanbrengen van de door    hen gewenste verandering enerzijds en het belang van de vve om die verandering tegen  te houden anderzijds. Met andere woorden: wordt de door de vve  ter rechtvaardiging  van haar weigering aangevoerde grond redelijk bevonden, dan moet het verzoek worden afgewezen ongeacht het gewicht van het belang van verzoekers bij de gewenste verandering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>Zoals de kantonrechter ter zitting reeds aan partijen te kennen heeft gegeven, neigde hij er naar aanleiding van hetgeen ter zitting is besproken toe, het verzoek af te wijzen.</para>
      <para>Grondslag van dat (voorlopige) oordeel was dat verzoekers er weliswaar uit een oogpunt van woongenot belang bij hebben om een winddichte schuifwand aan een zijde van hun terras aan te brengen, maar dat de vve er belang bij heeft om inbreuken op het architectonische uiterlijk van het gebouw te voorkomen, terwijl de door verzoekers gewenste verandering zonder meer als een dergelijke inbreuk moet worden beschouwd (wat onder andere het kennelijk van het ontwerp deel uitmakende "lijnenspel" doorbreekt). Gebleken is ook niet dat aan het gebouw eerder voorzieningen zijn aangebracht waarvoor hetzelfde geldt, zodat verzoekers zich niet op precedentwerking of het beginsel van gelijke behandeling kunnen beroepen. De we had dus een redelijke  grond voor haar weigering. In het voorlopig oordeel van de kantonrechter is uitsluitend door de inmiddels verstreken tijd geen verandering gekomen. Zoals ook reeds ter zitting te kennen gegeven bestond  de kans dat de kantonrechter tot andere inzichten zou   komen in het geval dat verzoekers zich zouden voorzien van het oordeel van de architect van het gebouw, althans van een ter zake kundige architect, over de veronderstelde inbreuk op de architectuur, eventueel onder indiening van een aanvulling of wijziging  van het verzoek houdende -bijvoorbeeld- een ontwerp van een schuifpui meer in overeenstemming me het ontwerp van het gebouw. Nu verzoekers van de gelegenheid  die hun daarvoor is geboden geen gebruik hebben gemaakt, dient het verzoek te worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>In overeenstemming met de aard van de onderhavige procedure zal de kantonrechter de proceskosten compenseren, aldus dat elke partij de eigen kosten  draagt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af; compenseert   de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. E.P. van Unen, kantonrechter te Utrecht, en in aanwezigheid  van de griffier in het openbaar  uitgesproken  op 19 mei  2004.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>