<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBUTR:2004:1843</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T02:51:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-09-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Utrecht" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Utrecht</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2004-06-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">172591/HAZA 04-219</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2015/1719</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2015-0894</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2015-0894</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2004:1843">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2004:1843</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-09-18T10:50:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-09-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBUTR:2004:1843 Rechtbank Utrecht , 23-06-2004 / 172591/HAZA 04-219</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBUTR:2004:1843:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBUTR:2004:1843:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <bridgehead role="bold">VONNIS</bridgehead>
  <para>van de rechtbank Utrecht, enkelvoudige kamer</para>
  <para>voor de behandeling van burgerlijke zaken, in</para>
  <para>de zaak van:</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>de besloten vennootschap met beperkte</para>
    <para>aansprakelijkheid</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [eiseres] </emphasis>B.V.,</para>
    <para>gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,</para>
    <para>eiseres,</para>
    <para>procureur:</para>
    <para>mr. H. Braak,</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>-tegen-</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [gedaagde]
      </emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>gedaagde,</para>
    <para>procureur:</para>
    <para>mr. C.L. Berkel.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Partijen zullen hierna worden aangeduid als [eiseres] en [gedaagde] .</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>1.</para>
    <para>
      <emphasis role="underline">Het verloop van de procedure</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>1.1.</para>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>-dagvaarding van 13 januari 2004;</para>
    <para>-conclusie van antwoord;</para>
    <para>-ambtshalve gewezen, op 31 maart 2004 uitgesproken, tussenvonnis waarbij een</para>
    <para> comparitie van partijen is gelast;</para>
    <para>-proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 13 mei 2004.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>1.2</para>
    <para>Partijen hebben vervolgens vonnis gevraagd.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>2.</para>
    <para>
      <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>2.1.</para>
    <para>Bestuurder en enig aandeelhouder van [eiseres] is [eiseres] Holding B.V .. Bestuurder en</para>
    <para>enig aandeelhouder van [eiseres] Holding B.V. is mevrouw [A] .</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>2.2.</para>
    <para>
      [gedaagde] is in gemeenschap van goederen met mevrouw [A] gehuwd. [gedaagde] is in</para>
    <para>loondienst van [eiseres] .</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>2.3.</para>
    <para>
      [gedaagde] heeft op 30 december 2003 een bedrag van € 140.000,-- doen overschrijven van</para>
    <para>een bankrekening van [eiseres] naar een op zijn naam gestelde privé-rekening bij de</para>
    <para>ABN-AMRO bank.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>2.4.</para>
    <para>
      [eiseres] heeft op 13 januari 2004 ten laste van [gedaagde] conservatoir derdenbeslag gelegd</para>
    <para>onder de ABN AMRO bank.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.</para>
    <para>
      <emphasis role="underline">De vordering</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.l.</para>
    <para>
      [eiseres] vordert om [gedaagde] , bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen om aan</para>
    <para>haar, binnen een termijn van vijf dagen na het te wijzen vonnis, althans binnen een</para>
    <para>termijn welke de rechtbank gerechtvaardigd acht, terug te betalen een bedrag van</para>
    <para>€ 140.000--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 december 2003 tot aan de dag</para>
    <para>der algehele voldoening.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.2.</para>
    <para>Hetgeen [eiseres] aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd en het hiertegen</para>
    <para>gevoerde verweer komt in het hierna volgende voor zover nodig aan de orde.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>4.</para>
    <para>
      <emphasis role="underline">De beoordeling</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>4.l.</para>
    <para>
      [eiseres] heeft als grondslag voor haar vordering onder meer het volgende aangevoerd.</para>
    <para>
      [gedaagde] heeft op 30 december 2003, buiten medeweten en zonder toestemming van</para>
    <para>
      [eiseres] , een bedrag van € 140.000,-- laten overboeken van de rekening van [eiseres]</para>
    <para>naar een op zijn eigen naam gestelde rekening. Daarmee heeft [gedaagde] zijn bevoegdheid</para>
    <para>om namens [eiseres] betalingen te verrichten gebruikt voor een ander doel dan waarvoor</para>
    <para>deze hem als werknemer was verleend. Aldus is [gedaagde] toerekenbaar tekortgeschoten in</para>
    <para>de nakoming van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. Tevens is sprake</para>
    <para>van onrechtmatig handelen van [gedaagde] jegens [eiseres] . [gedaagde] dient de schade die</para>
    <para>
      [eiseres] hierdoor geleden heeft te vergoeden, door het overgeboekte bedrag,</para>
    <para>vermeerderd met rente en kosten, aan [eiseres] terug te betalen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>4.2.</para>
    <para>
      [gedaagde] heeft betwist dat de overboeking zonder toestemming van [eiseres] heeft</para>
    <para>plaatsgevonden. Hij heeft daartoe aangevoerd dat [eiseres] hem het overgeboekte bedrag</para>
    <para>heeft geleend om een eigen bedrijf mee op te zetten. Volgens [gedaagde] is de beweegreden</para>
    <para>van [eiseres] om thans een ander standpunt in te nemen, gelegen in de familiaire sfeer.</para>
    <para>
      [gedaagde] heeft voorts aangevoerd dat hij bevoegd was om bankhandelingen met de</para>
    <para>rekeningen van [eiseres] te verrichten.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>4.3.</para>
    <para>Met betrekking tot die bevoegdheid overweegt de rechtbank als volgt. Als vaststaand</para>
    <para>mag worden aangenomen dat [gedaagde] in de onderlinge rechtsverhouding tussen partijen</para>
    <para>en ook ten opzichte van de bank bevoegd was zelfstandig bankhandelingen te</para>
    <para>verrichten. Dit is door [eiseres] ook niet betwist. Aangenomen moet echter wel worden</para>
    <para>dat [eiseres] deze bevoegdheid aan [gedaagde] heeft toegekend om hem in staat te stellen de</para>
    <para>gebruikelijke zakelijke transacties in het belang van de onderneming te verrichten. Naar</para>
    <para>het oordeel van de rechtbank valt de onderhavige transactie, waarmee een bedrag van</para>
    <para>€ 140.000,-- aan het vermogen van [eiseres] is onttrokken, niet onder die bevoegdheid en</para>
    <para>behoefde [gedaagde] daarvoor de uitdrukkelijke toestemming van [eiseres] . Dat [gedaagde] daar</para>
    <para>eveneens vanuit gaat blijkt ook wel uit zijn stelling dat hij die toestemming van [eiseres]</para>
    <para>heeft verkregen, als uitvloeisel van een tussen partijen gesloten overeenkomst van</para>
    <para>geldlening.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>4.4.</para>
    <para>Volgens [gedaagde] zou het hier gaan om een mondelinge overeenkomst tussen hem en zijn</para>
    <para>echtgenote, in haar hoedanigheid van middellijk bestuurder van [eiseres] . Mevrouw</para>
    <para>
      [A] heeft ter comparitie echter uitdrukkelijk betwist dat zij met haar</para>
    <para>echtgenoot een dergelijke overeenkomst heeft gesloten. Gezien die betwisting kan het</para>
    <para>bestaan van een overeenkomst van geldlening niet zonder nadere bewijsvoering worden</para>
    <para>aangenomen. Aangezien het [gedaagde] is die zich op deze overeenkomst beroept, rust de</para>
    <para>bewijslast op [gedaagde] . De rechtbank ziet echter geen aanleiding [gedaagde] tot het leveren van</para>
    <para>bewijs toe te laten. Ook indien immers sprake zou zijn van een geldlening is [gedaagde]</para>
    <para>verplicht het geleende bedrag aan [eiseres] terug te betalen. Nu [gedaagde] niet heeft gesteld</para>
    <para>dat een termijn voor terugbetaling is afgesproken kan er, gelet op het bepaalde in artikel</para>
    <para>6:38 BW, van worden uitgegaan dat het geleende bedrag in beginsel terstond opeisbaar</para>
    <para>is. Van omstandigheden op grond waarvan in dit geval anders zou moeten worden</para>
    <para>geoordeeld is niet gebleken. De rechtbank acht hierbij met name van belang dat [gedaagde]</para>
    <para>ter comparitie heeft verklaard bereid te zijn het geleende bedrag terug te betalen, mits</para>
    <para>zijn echtgenote erkent dat hij het bedrag niet gestolen heeft. Uit die bereidheid maakt de</para>
    <para>rechtbank op dat [gedaagde] ook in staat is het geld terstond terug te betalen.</para>
    <para>Uit het vorenstaande volgt dat de gevorderde hoofdsom zal worden toegewezen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>4.5.</para>
    <para>De gevorderde wettelijke rente is eveneens toewijsbaar en wel vanaf 13 januari 2004,</para>
    <para>aangezien vanaf die datum -de datum van beslaglegging- onomstotelijk vaststaat dat</para>
    <para>
      [eiseres] terugbetaling van het overgeboekte bedrag wenst.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>4.6.</para>
    <para>
      [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze</para>
    <para>procedure, de kosten van het conservatoir beslag daarin inbegrepen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>5.</para>
    <para>De beslissing</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De rechtbank:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>5.l.</para>
    <para>Veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen een</para>
    <para>bedrag van € 140.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf</para>
    <para>13 januari 2004 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>5.2.</para>
    <para>Veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten aan de zijde van [eiseres] gevallen, tot op deze</para>
    <para>uitspraak begroot op € 2.946,55 aan verschotten en op € 3.675,-- aan salaris van de</para>
    <para>procureur;</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>5.3.</para>
    <para>Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>5.4.</para>
    <para>Wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. <emphasis role="italic">I.P. </emphasis>Killian en is in het openbaar uitgesproken op woensdag 23 juni 2004.</para>
    <para />
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>