<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBUTR:2000:AA8063</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-11T13:58:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBUTR:2000:AA8071</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AA8063</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Utrecht" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Utrecht</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-09-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">117610 / JE RK 00771</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2000:AA8063">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:2000:AA8063</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:12:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBUTR:2000:AA8063 Rechtbank Utrecht , 14-09-2000 / 117610 / JE RK 00771</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBUTR:2000:AA8063:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBUTR:2000:AA8063:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Terugplaatsing, bezoekregeling, contra-expertise en</para>
      <para>        vervanging gezinsvoogdij-instelling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>               Arrondissementsrechtbank Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>                          BESCHIKKING</para>
      <para>van de kinderrechter op het verzoek van  […] de grootmoeder, wonende te […]</para>
      <para>(gemachtigde P.C. Aben) en [de vader] en [de moeder],</para>
      <para>wonende te […], met betrekking tot de minderjarige:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[…], geboren te[…], op 2 februari 1995,</para>
      <para>hierna te noemen: [het kind]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>kind van</para>
      <para>[de vader]</para>
      <para>en</para>
      <para>[de moeder],</para>
      <para>beiden voornoemd, nader te noemen: de ouders</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Verloop van de procedure</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De grootmoeder heeft op 14 juli 2000 een verzoekschrift met</para>
      <para>bijlagen ingediend, strekkende enerzijds tot terugplaatsing</para>
      <para>van [het kind] bij de grootmoeder en anderzijds tot wijziging van de</para>
      <para>bezoekregeling van de grootmoeder aan [het kind]. Bij brief van 8</para>
      <para>augustus 2000 hebben de ouders de verzoeken van de grootmoeder</para>
      <para>ondersteund en tot de hunne gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze verzoeken zijn behandeld ter terechtzitting met gesloten</para>
      <para>deuren van 10 augustus 2000. In afwachting van nadere informa-</para>
      <para>tie te verstrekken door de gezinsvoogdij-instelling is de</para>
      <para>behandeling van de verzoeken aangehouden tot de zitting van 31</para>
      <para>augustus 2000.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 24 augustus 2000 heeft de gezinsvoogdij-instelling overge-</para>
      <para>legd het hulpverleningsplan d.d. 22 augustus 2000, een onder-</para>
      <para>bouwing van de keuze voor de huidige opvoedsituatie in een</para>
      <para>perspectief biedend pleeggezin d.d. 18 augustus 2000 en de</para>
      <para>eind-rapportage van de piop-plaatsing d.d. 13 december 1999</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 25 augustus 2000 heeft de grootmoeder een aanvullend ver-</para>
      <para>zoekschrift met bijlagen ingediend inhoudende een verzoek het</para>
      <para>doen van een contra-expertise en het verkrijgen van een</para>
      <para>second opinion, welk verzoek op 29 augustus 2000 is aangevuld</para>
      <para>met een verzoek tot vervanging van de gezinsvoogdij-instel-</para>
      <para>ling. Op 25 augustus 2000 en ter terechtzitting van 31 augus-</para>
      <para>tus 2000 hebben de ouders ook deze verzoeken van de grootmoe-</para>
      <para>der ondersteund en tot de hunne gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 28 augustus 2000 heeft de grootmoeder in aanvulling op haar</para>
      <para>verzoek  van 25 augustus 2000 haar verzoek met nadere stand-</para>
      <para>punten onderbouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verzoeken zijn vervolgens behandeld ter terechtzitting met</para>
      <para>gesloten deuren van 31 augustus 2000, waarbij de uitspraak is</para>
      <para>bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Beoordeling van het verzochte</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van de kinderrechter te Utrecht van 12 novem-</para>
      <para>ber 1999 is de ondertoezichtstelling van [het kind] met ingang van</para>
      <para>28 november 1999 met één jaar verlengd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van de kinderrechter te Utrecht van 12 novem-</para>
      <para>ber 1999 is de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing van</para>
      <para>[het kind] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 28</para>
      <para>november 1999 verlengd voor de tijd van twaalf maanden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[het kind] is van maart 1997 tot 10 augustus 1999 geplaatst geweest</para>
      <para>in het door de voorziening voor pleegzorg te Utrecht de Rading</para>
      <para>(verder te noemen De Rading) goedgekeurde (netwerk-pleeg)gezin</para>
      <para>van de grootmoeder- en toen zich in dat gezin een ernstige</para>
      <para>crisis voordeed daar uit geplaatst naar het gezin van een</para>
      <para>familielid van de grootmoeder, van waaruit zij op 13 september</para>
      <para>1999 is geplaatst in een zgn. piop-pleeggezin te […].</para>
      <para>Vanuit het piop-pleeggezin is [het kind] op 15 februari 2000 ge-</para>
      <para>plaatst in een perspectief biedend pleeggezin te […].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 31 mei 2000 heeft de  grootmoeder de gezinsvoogdij-instel-</para>
      <para>ling verzocht [het kind] weer bij haar te plaatsen. Bij brief van 23 juni 2000</para>
      <para> heeft de gezinsvoogdij-instelling dit verzoek afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 19 juli 2000 heeft de grootmoeder de gezinsvoogdij-instel-</para>
      <para>ling verzocht de bezoekregeling die bestond uit een bezoek van</para>
      <para>de grootmoeder aan [het kind] eens in de 6 weken op het kantoor van</para>
      <para>de gezinsvoogdij-instelling, te wijzigen in eens per 4 weken</para>
      <para>bij het pleeggezin waar [het kind] verblijft thuis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 24 juli 2000 heeft de gezinsvoogdij-instelling</para>
      <para>dit verzoek vooralsnog afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>De ontvankelijkheid van de grootmoeder in haar verzoeken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vooropgesteld dient te worden dat tussen [het kind] en de grootmoe-</para>
      <para>der sinds 10 augustus 1999 geen gezinsleven meer bestaat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de verbreking van dat gezinsleven en de plaatsing van</para>
      <para>[het kind], aanvankelijk bij een familielid en later in een piop-</para>
      <para>gezin en een perspectief biedend pleeggezin heeft de grootmoe-</para>
      <para>der zich aanvankelijk niet verzet, maar zij wenst thans her-</para>
      <para>stel van het gezinsleven tussen haar en [het kind]. Zij beroept zich</para>
      <para>daartoe op de omstandigheid dat zij ca. twee en een half jaar</para>
      <para>lang met instemming en zonder enige aanmerking van De Rading</para>
      <para>en de gezinsvoogdij-instelling de dagelijkse verzorging en</para>
      <para>opvoeding van [het kind] heeft uitgevoerd, dat de crisissituatie die</para>
      <para>zich in augustus '99 heeft voorgedaan definitief overwonnen is</para>
      <para>en haar persoonlijke omstandigheden zodanig zijn gewijzigd,</para>
      <para>dat zij zich weer volledig in staat acht de verzorging en</para>
      <para>opvoeding van [het kind] op zich te nemen. Gelet op het gezinsleven </para>
      <para>dat de grootmoeder gedurende bijna</para>
      <para>twee en een half jaar met [het kind] heeft gehad, is de grootmoeder,</para>
      <para>ondanks het ontbreken van een grondslag daartoe in de desbe-</para>
      <para>treffende bepalingen in het Burgerlijk Wetboek, maar op grond</para>
      <para>van art. 8 EVRM ontvankelijk in haar verzoek tot terugplaat-</para>
      <para>sing van [het kind] bij haar en daarmede herstel van het gezinsleven</para>
      <para>dat zij met [het kind] had.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datzelfde geldt niet ten aanzien van het (subsidiaire) verzoek</para>
      <para>van de grootmoeder m.b.t. een (andere) bezoekregeling tussen</para>
      <para>haar en [het kind]. Voor een dergelijk verzoek van de grootmoeder,</para>
      <para>of van de met het gezag belaste ouders bieden de in de onder-</para>
      <para>havige procedure voor de kinderrechter toepasselijke OTS bepa-</para>
      <para>lingen in de artt. 1:254 t/m 1:265 BW geen wettelijke grond-</para>
      <para>slag. Voor zover enige andere bepaling in het BW daartoe wel</para>
      <para>een grondslag biedt, is een dergelijk verzoek uitsluitend</para>
      <para>ontvankelijk, indien ingediend door een procureur, hetgeen</para>
      <para>hier niet het geval is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts kan op grond van art. 810a lid 2 Rv een verzoek tot</para>
      <para>benoeming van een deskundige slechts worden ingediend door een</para>
      <para>ouder; in dit verzoek is de grootmoeder derhalve niet-ontvan-</para>
      <para>kelijk. Ook in haar verzoek tot vervanging van de gezinsvoogdij-in-</para>
      <para>stelling is de grootmoeder niet ontvankelijk, nu een daartoe</para>
      <para>strekkend verzoek volgens art. 1:254 lid 4 BW slechts kan</para>
      <para>worden gedaan door de gezinsvoogdij-instelling zelf, de met</para>
      <para>het gezag belaste ouder of de minderjarige van 12 jaar of</para>
      <para>ouder en in een bijzonder geval de Raad voor de Kinderbescher-</para>
      <para>ming.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>--------------------------------------------------------------------------------</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het bepaalde in art. 1:263 lid 2 jo. lid 4 BW</para>
      <para>zijn de ouders in hun verzoek tot terugplaatsing van [het kind] bij</para>
      <para>de grootmoeder niet ontvankelijk, nu zij geen daartoe strek-</para>
      <para>kend verzoek aan de gezinsvoogdij-instelling hebben gericht en</para>
      <para>derhalve geen beslissing terzake van de gezinsvoogdij-instel-</para>
      <para>ling hebben verkregen, waarover de kinderrechter vervolgens</para>
      <para>zou dienen te beslissen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In al deze verzoeken zullen de grootmoeder, onderscheidenlijk</para>
      <para>de ouders dan ook niet ontvankelijk worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het hierboven overwogene is derhalve thans nog aan de</para>
      <para>orde:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>a)   het verzoek van de grootmoeder tot beëindiging van de</para>
      <para>     huidige uithuisplaatsing en tot terugplaatsing van [het kind]</para>
      <para>     bij de grootmoeder,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>b)   het verzoek van de ouders tot benoeming van een deskun-</para>
      <para>     dige t.b.v. een contra-expertise,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>c)   het verzoek van de ouders tot vervanging van de gezins-</para>
      <para>     voogdij-instelling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek tot beëindiging van de uithuisplaatsing en tot</para>
      <para>terugplaatsing van [het kind] bij de grootmoeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>a)   Standpunt van de grootmoeder.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De grootmoeder legt aan haar verzoek tot terugplaatsing van</para>
      <para>[het kind] bij haar ten grondslag de omstandigheid dat zij van maart</para>
      <para>1997 tot 10 augustus 1999 als goedgekeurd netwerk- pleeggezin</para>
      <para>voor [het kind] heeft gezorgd en dat "De Rading" aan de gezinsvoog-</para>
      <para>dij-instelling over de periode tot augustus 1999 uitsluitend</para>
      <para>positieve berichten rapporteerde over de ontwikkeling van [het kind]</para>
      <para>in het gezin van de grootmoeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De acute problemen die zich in augustus 1999 tussen de groot-</para>
      <para>moeder en haar echtgenoot hebben voorgedaan, waarbij deze haar</para>
      <para>en ook de beide ouders heeft mishandeld, zijn inmiddels opge-</para>
      <para>lost. Zij heeft tijdelijk elders verbleven. Zij is op 8 maart</para>
      <para>2000 van haar echtgenoot gescheiden en deze heeft een contact</para>
      <para>verbod opgelegd gekregen. De grootmoeder heeft voorts gesteld</para>
      <para>dat het seksuele misbruik van [het kind] door haar (stief)grootvader</para>
      <para>volstrekt onbewezen is en dat haar als grootmoeder in deze</para>
      <para>niets te verwijten valt. De grootmoeder is zeer betrokken op</para>
      <para>[het kind] en acht zich weer volledig in staat de verzorging en</para>
      <para>opvoeding van [het kind] op zich te nemen. Ook de ouders hebben zich</para>
      <para>op dat standpunt gesteld.</para>
      <para>--------------------------------------------------------------------------------</para>
      <para>b)   Standpunt van de gezinsvoogdij-instelling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gezinsvoogdij-instelling heeft, nadat [het kind] tijdelijk bij</para>
      <para>familie is ondergebracht en met name tijdens de opname van</para>
      <para>[het kind] in het piop-gezin, ernstige signalen van mishandeling en</para>
      <para>seksueel misbruik van [het kind] door de (stief)grootvader geconsta-</para>
      <para>teerd, die zouden hebben plaats gevonden tijdens het verblijf</para>
      <para>van [het kind] in het gezin van de grootmoeder en (stief)grootvader.</para>
      <para>[het kind] heeft een ontwikkelingsachterstand en [het kind] heeft in de</para>
      <para>pleeggezinnen niet mis te verstane uitspraken gedaan die</para>
      <para>wijzen op mishandeling en misbruik van [het kind].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangezien de grootmoeder tegenover De Rading heeft verzwegen</para>
      <para>dat zij door haar echtgenoot is mishandeld gedurende de perio-</para>
      <para>de dat [het kind] in haar gezin verbleef, heeft De Rading de erken-</para>
      <para>ning van de grootmoeder als pleeggezin ingetrokken en De</para>
      <para>Rading is eerst bereid de grootmoeder eventueel opnieuw als</para>
      <para>pleeggezin te screenen na verloop van 2 jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gezinsvoogdij-instelling vindt terugplaatsing van [het kind] in</para>
      <para>het gezin van de grootmoeder niet alleen niet in het belang</para>
      <para>van [het kind], maar zelfs schadelijk voor haar ontwikkeling, gelet</para>
      <para>op de traumatische ervaringen die [het kind] daar heeft moeten ondervinden</para>
      <para>en waartegen de grootmoeder haar kennelijk niet</para>
      <para>heeft weten te beschermen. Daardoor is de grootmoeder geen</para>
      <para>veilige vertrouwenspersoon meer voor [het kind].</para>
      <para>De door de gezinsvoogdij-instelling geraadpleegde kinderpsy-</para>
      <para>chiater heeft aangegeven dat het bij het type problematiek als</para>
      <para>bij [het kind] aanwezig, noodzakelijk is dat gewerkt wordt aan de</para>
      <para>relatie tussen de opvoeder en [het kind], waarbij [het kind] ervaart dat</para>
      <para>zij te doen heeft met een betrouwbare volwassene en een veili-</para>
      <para>ge woonplek. Wat [het kind] aangeeft over het seksuele misbruik</para>
      <para>dient serieus te worden genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op hetgeen [het kind] in het gezin van de grootmoeder heeft</para>
      <para>moeten meemaken en de beleving van [het kind] blijkens haar uitla-</para>
      <para>tingen in samenhang met het aanvankelijk verzwijgen van de</para>
      <para>mishandelingen, versterkt door de latere ontkenning en aan-</para>
      <para>vechting door de grootmoeder van het waarheidsgehalte van de</para>
      <para>uitingen van [het kind], is de grootmoeder geen betrouwbare volwas-</para>
      <para>sene (meer) voor [het kind] en vormt de woonplek bij de grootmoeder</para>
      <para>niet de veilige woonplek, die nodig is voor verwerking van de</para>
      <para>opgelopen trauma's. Mede op grond van het piop-advies en het</para>
      <para>consult van de kinderpsychiater heeft de gezinsvoogdij-instel-</para>
      <para>ling besloten [het kind] te plaatsen in een perspectief biedend</para>
      <para>pleeggezin en niet over te gaan tot terugplaatsing van [het kind]bij de grootmoeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>c)   Beoordeling door de kinderrechter.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter kan zich met het door de gezinsvoogdij-in-</para>
      <para>stelling gestelde ten aanzien van wat het belang van [het kind]</para>
      <para>meebrengt, verenigen en hij zal dan ook de beslissing van de</para>
      <para>gezinsvoogdij-instelling van 23 juni 2000, waarbij het verzoek</para>
      <para>van de grootmoeder om de uithuisplaatsing van [het kind] in het</para>
      <para>perspectief biedende pleeggezin te beëindigen en [het kind] terug te</para>
      <para>plaatsen in haar gezin is afgewezen, bekrachtigen, en de</para>
      <para>desbetreffende verzoeken van de grootmoeder derhalve afwijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het verzoek van de ouders tot benoeming van een deskundige.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de uitvoerige door de gezinsvoogdij-instelling aan</para>
      <para>haar in deze ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing gevoer-</para>
      <para>de beleid ten grondslag gelegde documentatie, bestaande uit</para>
      <para>het (actuele) hulpverleningsplan, de onderbouwing van de</para>
      <para>plaatsingsbeslissing door de interne gedragsdeskundige van de</para>
      <para>gezinsvoogdij-instelling en het uitgebreide verslag van de</para>
      <para>piop-plaatsing, acht de kinderrechter zich voor een beslissing</para>
      <para>over de verschillende verzoeken met betrekking tot de opvoed-</para>
      <para>situatie van [het kind] toereikend voorgelicht. Daarnaast verzet ook</para>
      <para>het belang van [het kind] zich tegen een nieuwe uitgebreide observa-</para>
      <para>tie of onderzoek door een externe deskundige, nu [het kind] reeds is</para>
      <para>verhoord door de politie, en diepgaand geobserveerd is in het</para>
      <para>piop-pleeggezin en nog steeds op haar uitlatingen en belevin-</para>
      <para>gen nauwlettend wordt gevolgd. De kinderrechter zal derhalve</para>
      <para>het verzoek van de ouders tot benoeming van een deskundige</para>
      <para>afwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek van de ouders tot vervanging van de gezinsvoogdij-</para>
      <para>instelling. Aan dit verzoek hebben de ouders ten grondslag gelegd dat de</para>
      <para>vertrouwensrelatie tussen hen en de gezinsvoogdij-instelling</para>
      <para>onherstelbaar is beschadigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gezinsvoogdij-instelling wijst er in dit verband op dat</para>
      <para>alle wijzigingen van de verblijfplaats van [het kind] met medeweten</para>
      <para>en instemming van de ouders zijn uitgevoerd en dat de ouders</para>
      <para>het ten aanzien van [het kind] door de gezinsvoogdij-instelling</para>
      <para>gevoerde beleid - na uitleg - steeds hebben onderschreven, en</para>
      <para>dat de ouders dit in een gesprek met de gezinsvoogdes op 12</para>
      <para>mei 2000 nog hebben bevestigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gezinsvoogdij-instelling verzet zich tegen vervanging door</para>
      <para>een andere gezinsvoogdij-instelling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter acht de verhouding tussen de gezinsvoogdij-instelling</para>
      <para> en de ouders niet dermate verstoord dat de gezins-</para>
      <para>voogdij-instelling mede gelet op de omstandigheid dat de</para>
      <para>dagelijkse verzorging en opvoeding van [het kind] niet bij de ouders</para>
      <para>berust, in het belang van [het kind] door een andere gezinsvoogdij-</para>
      <para>instelling vervangen zou dienen te worden. Voorzover al van</para>
      <para>een ernstig verstoorde verhouding tussen ouders en gezinsvoog-</para>
      <para>dij-instelling sprake mocht zijn, hebben de ouders nog niet de</para>
      <para>binnen de gezinsvoogdij-instelling bestaande mogelijkheden om</para>
      <para>te komen tot herstel of verbetering van de onderlinge verhou-</para>
      <para>ding benut, zodat ook daarom hun verzoek tot vervanging van de</para>
      <para>gezinsvoogdij-instelling door een andere gezinsvoogdij-instel-</para>
      <para>ling zal worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Het bovenstaande leidt tot de volgende beslissingen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>De kinderrechter verklaart de grootmoeder niet ontvankelijk in</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1)   haar verzoek tot het vaststellen van een (uitgebreidere)</para>
      <para>     bezoekregeling tussen haar en [het kind], </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2)   haar verzoek tot benoeming van een deskundige,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3)   haar verzoek tot vervanging van de gezinsvoogdij-instel-</para>
      <para>     ling door een andere.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter verklaart de ouders niet ontvankelijk in hun</para>
      <para>verzoek tot beëindiging van de uithuisplaatsing van [het kind] en</para>
      <para>tot terugplaatsing bij de grootmoeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter wijst af de verzoeken  van de grootmoeder tot</para>
      <para>beëindiging van de uithuisplaatsing van [het kind] in het pleeggezin</para>
      <para>waar zij thans is opgenomen en tot terugplaatsing van [het kind] bij</para>
      <para>haar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter wijst af de verzoeken van de ouders tot</para>
      <para>benoeming van een deskundige en tot vervanging van de gezins-</para>
      <para>voogdij-instelling door een andere.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze beslissing is uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken</para>
      <para>ter terechtzitting van 14 september 2000 door mr. J.M. Sij-</para>
      <para>brandij, kinderrechter, in bijzijn van I. Oignet-Coenen als griffier.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>