<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBUTR:1999:AA4139</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T15:55:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AA4139</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Utrecht" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Utrecht</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1999-04-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 98/1757 VV en AWB 99/560</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:1999:AA4139">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:1999:AA4139</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T15:55:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBUTR:1999:AA4139 Rechtbank Utrecht , 22-04-1999 / AWB 98/1757 VV en AWB 99/560</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBUTR:1999:AA4139:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBUTR:1999:AA4139:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE UTRECHT </para>
      <para>sector bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>nrs. AWB 98/1757 VV en AWB 99/560</para>
    <para />
    <para>Uitspraak van de president van de rechtbank te Utrecht op het verzoek om  een voorlopige voorziening, tevens uitspraak in de hoofdzaak, in het  geschil tussen:</para>
    <para />
    <para>A en anderen, te B, eisers, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist,  verweerder.</para>
    <para />
    <para>1. VERLOOP VAN DE PROCEDURE.</para>
    <para />
    <para>1.1 Bij besluit van 14 juli 1998 heeft verweerder aan Drukkerij  Kerckebosch, naar aanleiding van een daartoe strekkende aanvraag van 14  maart 1997, met toepassing van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke  Ordening (WRO) een vergunning verleend voor het oprichten van een  papierloods op het terrein kadastraal bekend gemeente Zeist, sectie E,  nummer 1655.</para>
    <para />
    <para>1.2 Tegen dit besluit is namens eisers bij schrijven van augustus 1998 bij  verweerder een bezwaarschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>1.3 Bij brief van gelijke datum is namens eisers tevens een verzoek om een  voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet  bestuursrecht (Awb) ingediend. </para>
    <para />
    <para>1.4 Bij schrijven van 16 december 1998 is van de zijde van de president de  gemachtigde van eisers medegedeeld dat de behandeling van het in 1.3  genoemde verzoek, in afwachting van de door verweerder te nemen  beslissing op het ingediende bezwaarschrift, zal worden aangehouden.  Daarbij is voorts verzocht na bekendmaking van deze beslissing schriftelijk  mede te delen of het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd, waarbij de  gemachtigde van eisers erop is gewezen dat hij bij handhaving van dit  verzoek tevens bij de rechtbank beroep dient in te stellen.</para>
    <para />
    <para>1.5 Bij schrijven van 23 december 1998 is namens eisers beroep ingesteld  tegen de (fictieve) weigering van verweerder een besluit te nemen op eisers'  bezwaar tegen het besluit van 14 juli 1998. Dit beroep, bij de rechtbank  geregistreerd onder nummer AWB 98/2630, is tijdens de behandeling van  onder meer het thans in geding zijnde verzoek om een voorlopige  voorziening ter zitting van 24 maart 1999, ingetrokken.</para>
    <para />
    <para>1.6 Bij besluit van 15 februari 1999 heeft verweerder de bezwaren van  eisers tegen zijn besluit van 14 juli 1998 ongegrond verklaard. Tegen dit  besluit is tijdig beroep ingesteld bij de rechtbank. Eiser heeft zijn verzoek  om een voorlopige voorziening gehandhaafd.</para>
    <para />
    <para>1.7 Het verzoek is ter zitting behandeld op 24 maart 1999, waar eisers zijn  verschenen bij gemachtigde mr P.W.L. Russell, advocaat te Amsterdam.  Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr J.R. Dobbelsteijn  Bisschops en mr A. Duits, ambtenaren bij de gemeente Zeist.  Vergunninghouder, Drukkerij Kerckebosch, is verschenen bij mr M.  Snoep, advocate te Utrecht, en H.Th. de Coo, algemeen directeur. Namens  gedeputeerde staten van de provincie Utrecht (GS) is ir R.J.P.R. Tasseron,  ambtenaar van de provincie Utrecht, verschenen.</para>
    <para />
    <para />
    <para> 2. OVERWEGINGEN.</para>
    <para />
    <para>2.1 Ingevolge artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de  rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk  beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is  ingesteld, de president van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de  hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien  onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.</para>
    <para />
    <para>2.2 In artikel 8:86, eerste lid, van de Awb is voorts bepaald dat, indien het  verzoek om een voorlopige voorziening wordt gedaan indien beroep bij de  rechtbank is ingesteld en de president van oordeel is dat na de zitting nader  onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de  zaak, deze onmiddellijk uitspraak kan doen in de hoofdzaak. Deze situatie doet zich hier voor.</para>
    <para />
    <para>Ten aanzien van het beroep.</para>
    <para />
    <para>2.3 Op 14 maart 1997 heeft de heer H.Th. de Coo, algemeen directeur van  Drukkerij Kerckebosch, zich tot verweerder gewend met het verzoek hem  een vergunning te verlenen voor het oprichten van een papierloods.</para>
    <para />
    <para>2.4 Het bouwplan is geprojecteerd op gronden waarop ingevolge het ter  plaatse geldende bestemmingsplan "Uitbreidingsplan 1937" de  bestemming 'tuin of erf' rust. Het bouwplan is niet met dit bestem- mingsplan in overeenstemming.</para>
    <para />
    <para>2.5 Op 8 juni 1998 heeft de raad van de gemeente Zeist met het oog op de  verwezenlijking van het bouwplan voor het betreffende perceel een  voorbereidingsbesluit genomen als bedoeld in artikel 21 van de WRO. GS  hebben op 26 juni 1998 de voor de toepassing van de anticipatieprocedure  vereiste verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 19 van de WRO  afgegeven. Aan de formele vereisten voor het volgen van de  anticipatieprocedure is daarmee voldaan.</para>
    <para />
    <para>2.6 Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State reeds  enige malen als haar oordeel te kennen heeft gegeven (zie bijvoorbeeld  ABRS 25 september 1996, Bouwrecht 1997, blz. 315), is de  anticipatieprocedure in beginsel geschikt indien het gaat om een bouwwerk  of werkzaamheid bij de verwezenlijking waarvan zodanig dringende  belangen zijn gemoeid dat bezwaarlijk op afronding van de  bestemmingsplanprocedure kan worden gewacht, maar kan deze procedure  ook worden gevolgd indien het gaat om een project dat dermate geringe  planologische effecten heeft, dat om die reden van de belanghebbende bij  dat project niet kan worden gevergd te wachten op het van kracht worden  van het nieuwe bestemmingsplan, mits de belangen van derden hierdoor  niet onevenredig worden geschaad.</para>
    <para />
    <para>2.7 Drukkerij Kerckebosch is reeds sedert 1962 gevestigd aan de  Julianalaan te Zeist. Het thans in geding zijnde bouwplan voorziet in een  uitbreiding van de drukkerij. Van de zijde van verweerder zijn diverse  argumenten aangevoerd die pleiten voor verlening van de gevraagde  vergunning met toepassing van artikel 19 van de WRO. Verweerder heeft  daarbij onder meer gewezen op het grote belang van de drukkerij voor de  Zeister werkgelegenheid, op de onmogelijkheid de drukkerij te verplaatsen  naar een bedrijventerrein en op het feit dat er geen sprake zal zijn van een  grote(re) hinder voor omwonenden.</para>
    <para />
    <para>2.8 Namens eisers zijn vele bezwaren tegen het bouwplan naar voren  gebracht. Naar hun oordeel had verweerder de gevraagde bouwvergunning  moeten weigeren op grond van het bepaalde in artikel 44 aanhef en sub c  van de Woningwet (Ww), nu het bouwwerk, waarop de aanvraag  betrekking heeft, in strijd is met het bestemmingsplan. Voorts is onder  meer gewezen op de parkeer-, de stank- en de geluidsoverlast, het  brandgevaar en de waardedaling van de omliggende woningen.</para>
    <para />
    <para>2.9 Met betrekking tot het namens eisers gedane beroep op artikel 44  aanhef en onder c van de Ww wordt opgemerkt dat de anticipatieprocedure  de mogelijkheid biedt om vooruitlopend op een in voorbereiding zijnd  bestemmingsplan een bouwvergunning te verlenen. In dat kader wordt,  indien het geldend bestemmingsplan zich tegen de voorgenomen bouw  verzet, met toepassing van artikel 19 van de WRO vrijstelling verleend van  dat plan. Alsdan vormt artikel 44 aanhef en onder c van de Ww geen  belemmering meer voor de inwilliging van de bouwaanvraag.  Vorenstaande neemt echter niet weg dat de beoogde bouw in overeen- stemming dient te zijn met het toekomstige bestemmingsplan.</para>
    <para />
    <para>2.10 Naar aanleiding hiervan wordt opgemerkt dat uit de voorhanden  stukken is gebleken dat Drukkerij Kerckebosch reeds eerder aanvragen om  een vergunning voor het oprichten van een papierloods bij verweerder heeft  ingediend. Op bedoelde aanvragen is door verweerder steeds afwijzend  beslist aangezien de door de drukkerij gewenste uitbreiding haaks staat op  de door verweerder gewenste versterking van de woonfunctie in de wijk  Kerckebosch, zoals zulks is vastgelegd in het ontwerp-structuurplan van de  gemeente Zeist.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.11 In dit ontwerp-structuurplan worden ten aanzien van het onderdeel  "De Hoge Dennen/Kerckebosch" onder meer de volgende  beleidsaanbevelingen gedaan: </para>
      <para>1.	..... </para>
      <para>2.	Het beleid is gericht op behoud en versterking van het wonen in dit deel  van Zeist. Er zal zoveel mogelijk gestreefd worden naar het omzetten van  niet-wonen in wonen. </para>
      <para>3.	In de zeer grote binnenblokken tussen de Frederik Hendriklaan en de  Julianalaan zal onderzocht worden of er voor de bedrijven alternatieven  zijn en of de binnenblokken ontwikkeld kunnen worden tot aantrekkelijke  woongebieden. </para>
      <para>4.	 .....</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.12 Met het oog op het door verweerder te volgen (meerjaren)beleid is in  de Beleidsbegroting 1998 van de gemeente Zeist daarover onder meer het  volgende opgemerkt: " De bestemmingsplannen en art. 19 WRO-initiatieven worden ontwikkeld  respectievelijk beoordeeld binnen het kader van het door de raad  vastgestelde beleid: ontwerp-structuurplan, Beeldkwaliteitsplan, Beheerste  Dynamiek en interim-verordening met daarin aangegeven toetsingskader.".</para>
    <para />
    <para>2.13 Nu verweerder met toepassing van artikel 19 van de WRO aan  Drukkerij Kerckebosch een vergunning heeft verleend voor het oprichten  van een papierloods, kan niet anders worden geconcludeerd dan dat de  betreffende drukkerij in het toekomstige bestemmingsplan positief zal  moeten worden bestemd. Immers, gelijk hiervoor onder 2.9 is overwogen,  zal bij toepassing van de zogenoemde anticipatieprocedure de beoogde  bouw in overeenstemming dienen te zijn met het toekomstige  bestemmingsplan en zal dat plan derhalve worden gehanteerd als  toetsingskader.</para>
    <para />
    <para>2.14 Van de zijde van GS is in dat verband ter zitting van 24 maart 1999  gesteld dat het college bij de overwegingen die uiteindelijk hebben geleid  tot afgifte van de gevraagde verklaring van geen bezwaar ook is uitgegaan  van het gegeven dat Drukkerij Kerckebosch in het toekomstige  bestemmingsplan positief zal worden bestemd, waardoor uiteindelijk een  reeds bestaande, feitelijke, situatie gelegaliseerd zal worden. Van de zijde van verweerder is daarentegen gesteld dat niet met zekerheid  is aan te geven dat sprake zal zijn van een positieve bestemming van  Drukkerij Kerckebosch in het toekomstige bestemmingsplan, nu de raad  van de gemeente Zeist zich nog zal dienen uit te laten omtrent het  planologische regime zoals dat is neergelegd in het ontwerp-structuurplan.</para>
    <para />
    <para>2.15 Gelet op het vorenstaande en in aanmerking nemende dat de thans  door verweerder verleende bouwvergunning haaks staat op de gedane  beleidsaanbevelingen in het ontwerp-structuurplan, welk plan in de  Beleidsbegroting 1998 van de gemeente Zeist als toetsingskader is  aangegeven, moet worden geoordeeld dat in casu geen sprake is van een  voldoende duidelijk planologisch toetsingskader waarin de uitbreiding van  de drukkerij past. Daarbij wordt niet miskend dat het (ontwerp- )structuurplan het karakter van een beleidsprogramma heeft, waaraan geen  rechten of bevoegdheden kunnen worden ontleend. Van verweerder en de  raad van de gemeente Zeist had echter verlangd mogen worden dat men  zich terzake eerst uitvoerig had beraden over het voorgestane planologische  beleid alvorens een beslissing te nemen op het verzoek van Drukkerij  Kerckebosch om een vergunning te verlenen voor het oprichten van een  papierloods. Uit de stukken, noch uit de ter zitting namens verweerder  gedane mededelingen is duidelijk geworden dat het gemeentebestuur van  Zeist heeft beseft dat slechts medewerking aan de voorgenomen bouw kon  worden verleend indien het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan deze  bouw uitdrukkelijk mogelijk maakt. Medewerking aan de  anticipatieprocedure ten aanzien van de papierloods houdt dus in dat in het  herziene bestemmingsplan Drukkerij Kerkebosch positief wordt bestemd,  hetgeen een breuk betekent met het tot nu toe gevoerde beleid ten aanzien  van het betrokken gebied. Het staat niet vast dat het gemeentebestuur deze  consequentie voor zijn rekening heeft genomen. Gelet hierop wordt  geoordeeld dat het bestreden besluit strijdig is met het bepaalde in artikel  7:12 van de Awb, welk artikel bepaalt dat een beslissing op bezwaar dient  te berusten op een deugdelijke motivering. Het bestreden besluit komt op  die grond dan ook voor vernietiging in aanmerking.</para>
    <para />
    <para>2.16 Gelet op het vorenoverwogene is er aanleiding om verweerder te  veroordelen in de kosten die eisers in verband met de behandeling van het  beroep redelijkerwijs hebben moeten maken. Deze kosten zijn met  toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op f 1.420,--  als kosten van verleende rechtsbijstand.</para>
    <para />
    <para>Schadevergoeding.</para>
    <para />
    <para>2.17 Met betrekking tot het verzoek om verweerder op de voet van artikel  8:73 van de Awb te veroordelen tot de vergoeding van geleden schade is de  rechtbank van oordeel dat er, gelet op de reden van vernietiging thans (nog)  geen grond is voor toewijzing van dit verzoek. Indien verweerder een  nieuw besluit neemt met inachtneming van hetgeen de rechtbank in deze  uitspraak heeft overwogen, dient hij tevens aandacht te besteden aan de  vraag of en zo ja in hoeverre er termen zijn om schade te vergoeden. Indien  verweerder - zonder daarvoor een nader besluit te nemen - alsnog geheel of  ten dele aan het door eisers gevorderde tegemoet komt, zal hij terzake van  het verzoek om schadevergoeding een zelfstandig besluit dienen te nemen.</para>
    <para />
    <para>2.18 Op grond van het voorgaande vindt de rechtbank aanleiding het  verzoek om schadevergoeding ex artikel 8:73 van de Awb in dit stadium af  te wijzen. </para>
    <para />
    <para>Ten aanzien van het verzoek om een voorlopige voorziening:</para>
    <para />
    <para>2.19 Door vernietiging van het bestreden besluit herleeft het primaire  besluit van 14 juli 1998. Gelet op het namens eisers ingediende verzoek om  een voorlopige voorziening van augustus 1998 heeft het verzoek ook  betrekking op dit primaire besluit. Immers op grond van artikel 8:81 van de  Awb kan gedurende de bezwaarschriftprocedure een voorlopige  voorziening worden getroffen en verweerder zal als gevolg van de  uitspraak op het ingestelde beroep opnieuw op het door eisers ingediende  bezwaarschrift moeten besluiten met inachtneming van deze uitspraak. </para>
    <para />
    <para>2.20 Gezien het voorgaande alsmede gelet op de uitspraak in de  bodemzaak is er aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening  in de vorm van een schorsing van het primaire besluit.</para>
    <para />
    <para>2.21 Aangezien het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen,  dient verweerder te worden veroordeeld in de kosten die eisers hebben  gemaakt in verband met het indienen van het verzoek. Deze kosten  bedragen op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht f. 710,--.  Voor het verschijnen ter zitting zijn de kosten reeds verrekend in het kader  van de beslissing op het beroep.</para>
    <para />
    <para>2.22 Derhalve wordt beslist als volgt.</para>
    <para />
    <para />
    <para>3. BESLISSING.</para>
    <para />
    <para>De president:</para>
    <para />
    <para>Ten aanzien van het beroep:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.1	verklaart het beroep gegrond, </para>
      <para>3.2	vernietigt het besluit van verweerder van 15 februari 1999,  kenmerk 99.893; </para>
      <para>3.3	veroordeelt verweerder in de kosten van eisers in deze procedure ten bedrage van  f 1.420,--; </para>
      <para>3.4	bepaalt dat verweerder het door eisers betaalde griffierecht ad f  225,-- aan hen vergoedt; </para>
      <para>3.5	wijst het verzoek om schadevergoeding af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Ten aanzien van het verzoek om een voorlopige voorziening:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.6	schorst het besluit van verweerder van 14 juli 1998, kenmerk  98.12023;</para>
      <para>3.7		veroordeelt verweerder in de kosten van eisers in deze procedure  ten bedrage van  f 710,--, </para>
      <para>3.8	bepaalt dat verweerder het door eisers betaalde griffierecht ad f  210,-- aan hen vergoedt, </para>
      <para>3.9	wijst de gemeente Zeist aan als de rechtspersoon die de onder 3.3,  3.4, 3.7 en 3.8 genoemde bedragen dient te betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Aldus gewezen door mr D.A.C. Slump, fungerend president, en in het  openbaar uitgesproken op 22 april 1999.</para>
    <para />
    <para>De griffier:					De president:</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>W.B. Lakeman					mr D.A.C. Slump</para>
    <para />
    <para>Uitsluitend tegen de beslissing op het beroep kan door belanghebbenden  beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad  van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage. De beroepstermijn  bedraagt zes weken en vangt aan op de dag na bekendmaking van deze  uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>