<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBUTR:1997:4</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-06T11:28:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Utrecht" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Utrecht</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1997-11-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/039004-96 (ontnemingsvordering)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:1997:4">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBUTR:1997:4</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-02T11:39:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBUTR:1997:4 Rechtbank Utrecht , 11-11-1997 / 16/039004-96 (ontnemingsvordering)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBUTR:1997:4:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft met zijn mededader partijen elektronische apparatuur en onderdelen/ac­cessoires voor computers en printers, welke van verduistering uit een computerbedrijf afkomstig waren, voorhanden gekregen en doorverkocht. De totale waarde van deze partijen bedroeg enkele honderdduizenden guldens. Door als heler op te treden hebben verdachte en zijn mededader bijgedragen aan de instandhouding van het criminele circuit met betrekking tot diefstal en verduistering.</para>
      <para />
      <para>Zie ook: ECLI:NL:RBUTR:1997:3.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBUTR:1997:4:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        <emphasis role="bold">Parketnummer</emphasis>
      </emphasis>: 16/039004-9(ontnemingsvordenng)</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Datum uitspraak</emphasis>: 11 november 1997</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Naam</emphasis>: [veroordeelde]</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
      <para>Raadsman: mr. A. de Leon <emphasis role="bold">verkort vonnis</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de arrondissementsrechtbank te Utrecht, meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [1967] te [geboorteplaats] , wonende [woonplaats] , [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van een vordering van de officier van justitie ex artikel 36e, eerste lid, Wetboek van Strafrecht, ertoe strekkende dat de rechtbank:</para>
      <para>I. vaststelt het bedrag waarop het door verdachte uit strafbare feiten verkregen</para>
      <para>wederrechtelijk voordeel als bedoeld in artikel 36e, lid 4, Wetboek van Strafrecht, wordt geschat;</para>
      <para>II. verdachte de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een maximum-bedrag van.f 170.750,--.</para>
      <para>Het onderzoek in deze zaak is gehouden op de terechtzitting van 28 oktober 1997.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      <emphasis role="underline">De procedure</emphasis>
    </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft op 10 oktober 1997 aan verdachte (hierna te noemen veroordeelde) voormelde vordering doen betekenen.</para>
      <para>Deze vordering en de strafzaak tegen veroordeelde, waarop deze vordering betrekking heeft, zijn ter terechtzitting van 28 oktober 1997 aangebracht. Het onderzoek ter terechtzitting in de strafzaak tegen veroordeelde heeft geleid tot na te noemen vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>
      <emphasis role="bold">Beoordeling van de vordering</emphasis>
    </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van deze rechtbank van 11 november 1997 is veroordeelde in zijn strafzaak veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest, terzake van - kort gezegd - medeplegen van opzetheling, meermalen gepleegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ontleent de schatting van het na te noemen wederrechtelijk verkregen voordeel aan de navolgende wettige bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(nader uit te werken bij appèl)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">3. Conclusie</emphasis>
      </para>
      <para>Met betrekking tot het door veroordeelde uit strafbare feiten verkregen voordeel is voldoende aannemelijk geworden:</para>
      <para>dat veroordeelde een bedrag van ten minste <emphasis role="italic">f </emphasis>35.000,-- heeft verkregen uit de opbrengst van de onder l meer subsidiair bewezenverklaarde feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het voordeel dat door de veroordeelde door middel van de hiervoor vermelde feiten wederrechtelijk is verkregen wordt op grond van vorenstaande geschat op <emphasis role="italic">f </emphasis>35.000,-­ (vijfendertigduizend gulden).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft ter zitting betoogd dat de vordering behoort te worden afgewezen, nu verdachte reeds een aantal jaren een bijstanduitkering geniet en hij derhalve thans niet in staat is en ook naar verwachting in de toekomst niet in staat zal zijn een bedrag van enige omvang te betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwerpt dit verweer. Zij acht niet aannemelijk dat veroordeelde thans niet over voldoende vermogensbestanddelen beschikt en ook niet dat hij nimmer over voldoende vermogensbestanddelen zal gaan beschikken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht de vordering tot laatstgenoemd bedrag voor toewijzing vatbaar. Hetgeen meer of anders is gevorderd zal worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>4. <emphasis role="underline">De toepasselijke wettelüke voorschriften</emphasis></para>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 24d en 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>
      <emphasis role="bold">
        <emphasis role="underline">Beslissing</emphasis>
      </emphasis>
    </title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht vast op een bedrag van/ 35.000,--(vijfendertigdui­ zend gulden).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt hem tot betaling van dit bedrag aan de Staat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van voormeld bedrag plaatsvindt, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">150 dagen.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mrs. S.W.P.C. Braunius, J.A. Janse de Jonge en C.G. Nunnikhoven, bijgestaan door E.J. Willekers, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 november 1997.</para>
      <para>Mr. Nunnikhoven is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>